Montesquieu Institute: from science to society

Vladimir Iljits Lenin

"Het kapitalisme vereenvoudigt de functies van het staatsbestuur, maakt het mogelijk het 'superieurensysteem' af te schaffen en alles terug te brengen tot de organisatie van de proletariërs (...)"

 
Vladimir Lenin

De Russische Lenin (1870-1924) werd vlakbij Moskou geboren en groeide op in een warm en hecht gezin. Op de middelbare school blonk hij uit en hij leek voorbestemd voor een carrièrre als geleerde. Tijdens zijn rechtenstudie, waarbij hij nog een tijdlang geschorst was naar aanleiding van beschuldiging van het bijwonen van een illegale studentenbijeenkomst, begon hij zich te interesseren voor revolutionaire politieke theorieën. Uiteindelijk zou Lenin zich ontwikkelen tot leider van de Bolsjewieken, een radicale stroming binnen de Russische sociaal-democraten. In zijn bekendste pamflet Staat en revolutie (1917) gaat hij in op zijn theorie over de staat nadat er revolutie heeft plaatsgevonden.

Gedachtegoed

In zijn pamflet Wat te doen? (1902) beschreef Lenin hoe een politieke partij van de arbeidersklasse, die als doel had om de macht in de staat te grijpen, ingericht moest worden. Het beginsel van de democratie kende volgens Lenin twee noodzakelijke voorwaarden. Er moest volledige openbaarheid zijn en daarnaast moest iedereen zich verkiesbaar kunnen stellen voor alle functies.

Een directe democratie was primitief en onzinnig. Lenin pleitte voor een partij van streng geselecteerde en opgeleide beroepsrevolutionairen. Dit zoumoest niet alleen het 'democratisme', maar ook het kameraadschappelijke vertrouwen waarborgen. Om geschikt te zijn als beroepsrevolutionair moest men een visie op de samenleving als geheel hebben en de marxistische revolutionaire theorie aanhangen. Het bestaan van een krachtige politieke elite was noodzakelijk om de revolutie te kunnen leidden.

In het pamflet Staat en revolutie ging Lenin in op de politieke organisatie van een maatschappij die bestuurd werd door de arbeidsklasse. Het staatsapparaat was een aantrekkelijke werkgever voor de 'kleine burgerij' zoals handwerkers en winkeliers. Lenin beschreef de ambtenarij en een staand leger echter als 'parasitaire gezwellen', en pleitte dan ook voor de afschaffing van het staatsapparaat. Dit werd mogelijk gemaakt door het kapitalisme aangezien deze het bestuur eenvoudig maakte, zo eenvoudig zelfs dat elk lid van de bevolking bestuursfuncties uit kon oefenen.

De bevolking was voor Lenin gelijk aan de arbeidersklasse en deze vertegenwoordigde het algemeen belang. Dit maakte het dan ook mogelijk om een vorm van directe democratie in te stellen, waarbij staatsfuncties door alle leden van de bevolking uitgevoerd konden worden. Politieke partijen waren in deze samenleving niet meer nodig. Mocht er dan toch een deel van de bureaucratie moeten blijven bestaan, dan moest achter elke professionele bureaucraat een politieke amateur staan om deze te controleren.

Bronnen

  • Tjitske Akkerman (2005). De kwetsbare democratie: sleutelteksten uit de politieke theorie. Amsterdam: Spinhuis.
  • Meindert Fennema (2001). De moderne democratie: geschiedenis van een politieke theorie. Amsterdam: Spinhuis