Montesquieu Institute: from science to society

John Stuart Mill

"De mensheid wint er meer bij, wanneer zij ieder laat leven zoals het hemzelf goeddunkt, dan wanneer zij iedereen dwingt om te leven zoals anderen dat goed vinden."

 
John Stuart Mill

De Schotse filosoof, econoom en theoreticus John Stuart Mill (1806-1873) werd geboren in Londen, als de zoon van de filosoof James Mill. Hij groeide op in een liberaal milieu en leerde al jong Grieks en Latijn van zijn vader. Net als zijn vader kreeg hij een baan bij de Oost-Indische Compagnie.

Zijn bekendste werken waren Over Vrijheid (1859), dat nog steeds als het standaardwerk over liberale filosofie wordt beschouwd, en De onderwerping van de vrouw (1861). Voor dit laatste werk werd hij geïnspireerd door zijn vrouw Harriet Taylor. Later kwam Mill in het Parlement terecht maar aangezien hij niet bereid was compromissen te sluiten, verloor hij het contact met de kiezers en werd hij niet herkozen.

Gedachtegoed

In Over vrijheid besprak John Stuart Mill het belang van individuele vrijheid en ontplooiing. Vrijheid van uiting was voor Mill essentieel en zou alleen beperkt mogen worden als het anderen schade kan berokkenen. De vrijheid om te handelen was iets meer beperkt, en hield op wanneer deze botst met de vrijheid van een ander.

Ook individuele ontplooiing was een groot goed in de ogen van John Stuart. Mensen met een beetje gezond verstand en ervaring moesten hun leven zelf in kunnen en mogen richtten. Hij vergeleek dit met een boom wiens taken alle kanten op moesten kunnen groeien. De staat en omgeving mocht geen activiteiten ondernemen om die vrijheid in te perken. Participeren aan de democratie zou mensen zelfs capaciteiten laten ontwikkelen die zij anders niet zouden ontwikkelen.

Deze zaken waren niet slechts bedoeld voor mannen, ook vrouwen moesten zo kunnen leven, zo zei Mill in De onderwerping van de vrouw. Mill pleitte voor het gelijktrekken van de verhoudingen tussen mannen en vrouwen op politiek en maatschappelijk gebied. Ook in het Parlement bleef Mill zich inzetten voor het vrouwenkiesrecht en rechten voor vrouwen. Vooruitgang van alle mensen werd volgens Mill tegengehouden door de onderwerping van vrouwen.

Meedoen aan de democratie was voor iedereen die kon lezen, schrijven en rekenen geschikt. Aangezien iedereen dat kon leren, hoefde niemand uitgesloten te worden. Echter, wie niets aan de staatskas bijdroeg mocht niet meebeslissen over hoe de staatskas uitgegeven moest worden. Daarbij moest er wel sprake zijn van een gemeenschappelijke taal om een democratie goed te laten werken, want dit zou nationale solidariteit en een publieke opinie creëren.

Bronnen

  • Tjitske Akkerman (2005). De kwetsbare democratie: Sleutelteksten uit de politieke theorie. Amsterdam: Spinhuis
  • Fleur de Beaufort & Patrick van Schie (2011). Het Liberalen boek. Zwolle: Wbooks
  • Meindert Fennema (2001). De moderne democratie: geschiedenis van een politieke theorie. Amsterdam: Spinhuis.