Montesquieu Institute: from science to society

Jean-Jacques Rousseau

"Om werkelijk de uitspraak van de algemene wil te krijgen is het dus van belang dat er geen deelgroepering is in de staat (...)."

 
Jean-Jacques Rousseau © Wikimedia commons

De filosoof, schrijver en politiek theoreticus Rousseau (1712-1778) werd geboren in Genève. Nadat zijn moeder overleed bij zijn geboorte werd hij door zijn vader opgevoed. Zijn vader moest op zijn tiende de stad ontvluchtten om aan een arrestatie te ontkomen, zelf verliet Rousseau Genève op zijn zestiende. Na verschillende omzwervingen en banen kwam hij in 1742 aan in Parijs. Hier zou hij gaan behoren tot een groep intellectuelen, hoewel hij altijd enigszins een buitenstaander bleef.

De Franse Verlichting werkte sterk door in het werk van Jean-Jacques Rousseau. Zijn Vertoog over de ongelijkheid (1750 is een weergave van zijn kritiek op de Franse samenleving, waarbij hij beïnvloed werd door de mondaine samenleving in Parijs. In zijn latere werk, Het maatschappelijk verdrag (1762), gaat Rousseau in op het concept van het sociaal contract.

Gedachtegoed

Rousseau zag de republiek Genève als de ideale regeringsvorm, zoals hij beschreef in zijn Vertoog over de ongelijkheid. Een van de kenmerken van zijn ideaalbeeld was dat het volk en de soeverein één waren. Dit ideaalbeeld kwam echter niet bepaald overeen met de daadwerkelijke situatie, maar was meer gebaseerd op de klassieken die Rousseau vroeger met zijn vader las. Een kleine omvang, een ander kenmerk van zijn ideaalbeeld, kwam wel overeen met de werkelijkheid van Genève. Toen bleek dat zijn gedachtegoed in Genève niet geaccepteerd werd, besloot Rousseau dan ook de stad zijn rug toe te keren.

Naast zijn beschrijving van de ideale regeringsvorm, ging Rousseau in zijn Vertoog in op het moderne natuurrecht. In de natuurtoestand zou geen politieke ongelijkheid heersen. Omdat er in de samenleving wel degelijk ongelijkheid bestond, moest nagegaan worden wat de natuur van de mens was. Rousseau beschouwde zelfbehoud en medelijden als de meest belangrijke hartstochten van de natuurmens. In de natuurtoestand leefde de mens dan ook volgens de regel 'doe wat goed is voor u, maar berokken de ander daarbij zo min mogelijk kwaad'.

De samenleving had de mens echter veranderd, en de mens was vervreemd geraakt van de oorspronkelijke toestand. Dit maakte de mens niet bepaald gelukkiger. Zo was naast de 'natuurlijke' arbeidsdeling tussen man en vrouw, waarbij de vrouw voor huis en haard zorgde en de man hoofd van het gezin was, ook de arbeidsdeling tussen mannen onderling ontstaan. Hiermee ontstond de maatschappelijke ongelijkheid. Toch ging het pas goed fout met de mens bij het ontstaan van het particulier eigendom, wat vaak leidde tot geweld. Hiermee ontstond de 'oorlog van allen tegen allen', zoals Thomas Hobbes ook al beschreef.

Het ontstaan van particulier eigendom leidde tot het afsluiten van een maatschappelijk contract. Volgens Rousseau was dit een list van de rijken waarmee zij hun eigen bezit veilig wilden stellen onder het mom van bescherming voor de zwakken. In zijn werk Het maatschappelijk verdrag gaat Rousseau hier verder op in en geeft hij aan hoe een maatschappelijk verdrag er wel uit zou moeten zien. In zijn ogen zou de hoogste wetgevende macht gelijk moeten zijn aan de algemene wil, en zou deze macht bij het hele volk moeten liggen. De uitvoering hiervan hoefde niet in de handen van het volk te liggen.

De algemene wil stond boven het individueel belang en deelbelangen. De algemene wil was dan ook niet gelijk aan de wil van allen. Het was daarom essentieel dat wetgeving voldeed aan de richtlijn dat alle belangen even zwaar meewogen. De algemene wil moest daarbij zo direct mogelijk uitgedrukte worden, stilzwijgende instemming van het volk was hiervoor niet geschikt.

Bronnen