Montesquieu Institute: from science to society

Charles de Montesquieu

"In iedere staat zijn drie soorten macht: de wetgevende macht, de macht die uitvoert wat valt onder het volkenrecht, en de macht die uitvoert wat valt onder het binnenlands recht."

 
Charles de Montesquieu © wiki commons

De Franse politiek filosoof Charles de Montesquieu (1689-1755) werd net na de Engelse revolutie geboren op een landgoed bij Bordeaux, waar hij behoorde tot de ambtsadel. Montesquieu volgde een rechtenstudie als voorbereiding op het ambt van voorzitter van het parlement in Bordeaux, een ambt dat hij erfde van een oom.

In zijn eerste satirische werk Perzische Brieven (1721) gaf hij zijn weergave van de samenleving in Parijs. Hierna werkte hij meer dan twintig jaar aan zijn belangrijkste werk Over de Geest der Wetten (1748), waarin hij zijn leer over machtenscheiding beschrijft. Deze leer wordt vaak de Trias Politica genoemd, hoewel Montesquieu zelf deze term niet gebruikte.

Gedachtegoed

Montesquieu maakte onderscheid in drie regeringsvormen: de republiek, monarchie en de despotie. Van een republiek was sprake als de regering uit het volk of een deel van het volk bestond. Een monarchie was een alleenheerschappij waarbij volgens de wet werd geregeerd. Een alleenheerschappij die werd gekenmerkt door willekeur werd door hem ook wel een despotie genoemd.

De monarchie was voor Montesquieu de beste regeringsvorm. De monarchie moest wel zo vormgeven worden dat deze niet kon afglijden naar een despotisch regiem en hier kwam de machtenscheiding bij kijken. Montesquieu had als uitgangspunt dat macht tot corruptie leidt. Dit leidde tot zijn standpunt dat de macht verdeeld moest worden, wat voor zijn tijd een ongebruikelijk standpunt was.

Naast zijn visie op regeringsvormen had Montesquieu veel aandacht voor de maatschappelijke omstandigheden van een land, aangezien deze twee niet los van elkaar gezien konden. In Perzische landen bijvoorbeeld was door de maatschappelijke omstandigheden een vernieuwing van de politiek niet mogelijk. Wat betreft de regeringsvorm in Frankrijk, vreesde Montesquieu dat de monarchie zou afglijden naar een despotie. Om willekeur en misbruik van macht te voorkomen moest de macht van de vorst afgezwakt worden.

Montesquieu vond niet alleen een scheiding tussen de machten belangrijk, evenwicht tussen de machten was eveneens van belang. Hier was een aristocratisch element in terug te zien. Montesquieu was van mening dat de privileges van de adel beschermd moesten worden. Dit was mogelijk door een eigen vertegenwoordiging in het parlement. Ook zou de adel alleen door hun gelijken in het Hogerhuis berecht mogen worden. Zo werd de adel beschermd tegen de macht van de burgerij.

Vertegenwoordiging was voor Montesquieu niet alleen belangrijk om de privileges van de adel te beschermen, het was ook een goede manier om te zorgen voor intelligent bestuur. Het volk was immers niet in staat om over publieke zaken mee te discussiëren, dit moest over gelaten worden aan de afgevaardigden. Een directe uiting van de wil van het volk was niet wenselijk.

Bronnen

  • Tjitske Akkerman (2010). Democratie: De Europese grondslagen van het moderne idee. Amsterdam: Spinhuis
  • Tjitske Akkerman (2005). De kwetsbare democratie: Sleutelteksten uit de politieke theorie. Amsterdam: Spinhuis.
  • Fleur de Beaufort & Patrick van Schie (2011). Het liberalen boek. Zwolle: Wbooks.