Montesquieu Institute: from science to society

Europa en de onrust in de Arabische wereld

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Billboard waarop 40-jarig bewind van Khaddafi feestelijk wordt aangekondigd

Sinds eind 2010 heerst er veel onrust in Noord-Afrikaanse landen en landen in het Midden-Oosten. De zogenoemde Arabische Lente leidde onder andere in Egypte, Syrië, Libië en Tunesië tot felle protesten en opstanden tegen armoede, corruptie en onderdrukking. In veel landen mondde dit uit in de omverwerping van regeringen. 

De uitkomst van de Arabische Lente stelt echter teleur. De Lente heeft geen democratie, vrede en vrijheid gebracht. In de meeste Arabische landen is de revolutie omgeslagen in conflict of autoritair bestuur. Zo is Syrië verwikkeld in een burgeroorlog, heeft Libië grote problemen met milities en lokale stammen en zit Egypte al sinds 2012 zonder parlement. Religieuze spanningen vormen in veel van de getroffen landen onderdeel van het conflict.

De Europese Unie heeft zich vanaf het begin kritisch uitgesproken over de ontwikkelingen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De EU ondersteunt de getroffen landen in een poging de politieke, sociale en economische stabiliteit te bevorderen.

1.

Arabische Lente

Op 17 december 2010 werd de Tunesische stad Sidi Bouzid opgeschrikt door een publieke zelfverbranding van de 26-jarige Mohammed Bouazizi. Bouazizi verkocht groente en fruit voordat de politie zijn spullen in beslag nam. Nadat autoriteiten weigerden hem te woord te staan, overgoot Bouazizi zichzelf met benzine en stak hij zich in brand. De zelfmoord markeerde het begin van massale protesten tegen de Tunesische regering. Duizenden studenten gingen de straat op om te protesteren tegen de hoge werkloosheid, de hoge voedselprijzen en de in hun ogen corrupte regering van president Ben Ali. Ben Ali zag zich in januari 2011 genoodzaakt het land te verlaten. 

In de rest van de Arabische wereld ontstond een kettingreactie van protesten en opstanden. In Egypte, Libië, Jordanië, Algerije, Jemen, Bahrein, Iran, Marokko, Oman en Syrië vonden grootschalige demonstraties plaats tegen armoede, corruptie en onderdrukking. In veel landen mondde dit uit in geweld en de omverwerping van regeringen.

In Egypte leidden protesten, naar aanleiding van de gebeurtenissen in Tunesië, tot botsingen tussen demonstranten en aanhangers van de regering. In korte tijd werd de sfeer op het Tahrirplein in Caïro zeer gewelddadig. Ondanks beloftes tot hervormingen, werd president Hosni Mubarak op 11 februari 2011 genoodzaakt tot aftreden.

Het aftreden van Mubarak luidde een reeks aan gewelddadige opstanden in Libië in. Het doel van de demonstranten was het aftreden van dictator Muammar Khaddafi, die de opstanden door middel van bombardementen probeerde neer te slaan. Aanhoudend geweld jegens de bevolking zette internationale leiders aan tot ingrijpen. Eind augustus 2011 veroverden rebellen Tripoli en op 20 oktober werd Khaddafi opgepakt. Dezelfde dag overleed hij aan zijn verwondingen. 

Ook in Syrië gingen mensen de straat op om te demonstreren. De belangrijkste eisen van de demonstranten bedroegen aanvankelijk de vrijlating van duizenden politieke gevangenen en een einde aan de corruptie in het land. Na een aantal dagen van protest bood de Syrische regering haar ontslag aan, maar president Bashar al Assad bleef. De nieuwe regering en president Assad traden met geweld op tegen verdere protesten. 

2.

Reactie Europese Unie

Omdat veel van de betrokken landen onder het beleid buurlanden van de Europese Unie vallen, werd de schending van mensenrechten in de Arabische wereld vanzelfsprekend een onderwerp van discussie binnen de Europese instellingen. Europese leiders riepen regeringsleiders van de Arabische landen meermaals op om geen geweld te gebruiken tegen demonstranten en respect te tonen voor fundamentele mensenrechten.

Naar aanleiding van de aanhoudende opstanden herzag de Europese Unie in mei 2011 haar buurlandenbeleid. Daarnaast werd 1,24 miljard euro extra ter beschikking gesteld voor de ondersteuning van nieuwe democratieën en hervormingen in Noord-Afrika. Toenmalig EU-buitenlandvertegenwoordiger Ashton installeerde op 7 juni 2011 een Europese task force waarin onder andere de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO), de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank en de Europese Ontwikkelingsbank worden vertegenwoordigd.

De task force ondersteunt nog altijd politieke, sociale en economische hervormingen in grootschalige projecten die van land tot land verschillen.

3.

Ontwikkelingen per land

Tunesië

Op 17 december 2010 werd de stad Sidi Bouzid opgeschrikt door de publieke zelfverbranding van straatverkoper Mohammed Bouazizi. Toen de politie zijn spullen in beslag nam, en de autoriteiten weigeren hem te woord te staan, stak hij zichzelf in brand. Er volgden protesten tegen de hoge werkloosheid, de hoge voedselprijzen en de in hun ogen corrupte regering van president Ben Ali. De protesten leidden uiteindelijk tot de val van Ben Ali en zijn regering.

Sinds de revolutie is het in Tunesië relatief rustig. In 2014 kreeg Tunesië een nieuwe, meer democratische grondwet en kwam de grootste seculiere partij Nidaa Tounes aan de macht. Daarop volgend werd de noodtoestand opgeheven. De Europese Unie feliciteerde Tunesië met de democratische vooruitgang van het land en zegde verdere ondersteuning toe bij de democratisering, economische en sociale ontwikkeling van het land.

Na een terreuraanslag op 18 maart 2015 in de Tunesische hoofdstad Tunis, waarbij 17 toeristen omkwamen, veroordeelde de Europese Raadde aanslag en pleitte voor een intensievere samenwerking met Tunesië om terreurdreiging tegen te gaan.

Egypte

Rellen in Egypte

De protesten in Arabische landen tegen de zittende macht sloegen begin 2011 over naar Egypte. Weken van demonstraties en harde botsingen met de politie leidden tot het aftreden van president Hosni Mubarak. Na het aftreden van Mubarak waren de reacties vanuit de Europese Unie lovend. Er werden parlementsverkiezingen georganiseerd. In 2012 volgden presidentsverkiezingen, die werden gewonnen door Mohammed Morsi van de Moslimbroederschap.

In de zomer van 2013 laaide de onrust in Egypte echter weer op. Na massale demonstraties tegen het beleid van president Morsi werd deze door het leger afgezet en de Moslimbroederschap bestempeld als terroristische organisatie. De EU toonde zich bezorgd over de rol van het leger en de aanhoudende politieke onrust in Egypte. In mei 2014 kozen de Egyptenaren met 97 procent van de stemmen een nieuwe president: oud-legerleider al-Sisi, die Morsi in 2013 verdreef. Sisi verklaarde de Moslimbroederschap de oorlog. Met de aanstelling van Sisi heeft het oude regime weer de macht in handen. Sinds december 2015 heeft Egypte een nieuw parlement dat loyaal is aan president Fattah al-Sisi.

De Europese Unie versoepelde een deel van de sancties in de zomer van 2014, omdat het geweld in het land onder al-Sisi is afgenomen. Wel uitte de EU haar zorgen over de vervolging van een aantal buitenlandse journalisten. De situatie is in 2017 nog steeds erg instabiel. In bepaalde delen van het land heeft het leger moeite om de macht in handen te houden. Vooral in het noorden van de Sinaïwoestijn is het onrustig. Extremistische groeperingen, waaronder de Islamitische Staat, vallen met regelmaat het Egyptische leger aan. Ook smokkelen zij wapens naar diverse Palestijnse terreurbewegingen in de Gazastrook.

Libië

Protesterende Libiërs op veroverde tank

Na de onrust in Tunesië in 2010 sloeg de Arabische Lente ook over naar Libië. In Libië richtten de demonstraties zich tegen Muammar Khaddafi. Maandenlang verkeerde het land in staat van burgeroorlog, maar uiteindelijk werd ook hier de zittende macht van de troon gestoten door demonstranten. Op 20 oktober 2011 werd Khaddafi gedood tijdens een gevecht met troepen van de Nationale Overgangsraad.

Sinds de dood van dictator Khaddafi is het zeer onrustig in Libië en groeit het aantal milities. In juni 2014 werden parlementsverkiezingen gehouden en kwam er een liberaler parlement, maar fundamentalistische groeperingen accepteerden dit parlement niet. Ze riepen hun eigen parlement uit. Sindsdien is er van centraal gezag in Libië geen sprake meer. Al vanaf het begin van het gewapende conflict in Libië probeert de EU te bemiddelen.

De aanhoudende gewelddadigheden hebben ertoe geleid dat veel Libiërs op de vlucht zijn geslagen. Buitenlandse hulpverleners zagen zich genoodzaakt het land te verlaten. In maart 2015 was er sprake van voorbereidingen voor een EU-vredesmissie naar Libië, maar door de groeiende chaos is dit plan nog niet uitgevoerd. Ook de opkomst van IS in Libië doet de spanningen alleen maar toenemen.

Syrië

Bashar Al Assad

De Syrische president Bashar al-Assad is sinds 2011 met diverse groeperingen verwikkeld in een strijd om de macht. Delen van Syrië zijn in handen van verschillende rebellenbewegingen en in 2014 riep terreurorganisatie IS een eigen kalifaat uit in Syrië en Irak. De EU is partij bij vredesbesprekingen en een aantal lidstaten is betrokken bij operaties tegen IS.

De aanhoudende strijd heeft geleid tot een enorme stroom vluchtelingen. Miljoenen Syriërs verblijven in Libanon en Turkije en honderdduizenden vluchtelingen zijn naar Europa getrokken om asiel aan te vragen.

In 2016 was er kort sprake van een staakt-het-vuren tussen de meeste van de strijdende partijen. Extremistische bewegingen waaronder IS waren van de vredesbesprekingen uitgesloten. De strijd is desondanks op verschillende plaatsen weer opgelaaid en de vredesbesprekingen verlopen moeizaam. De internationale gemeenschap probeert waar mogelijk humanitaire hulp te verlenen.

Het conflict heeft een sektarisch karakter gekregen. Het staatsleger van Assad bestaat grotendeels uit moslims met een sjiitische achtergrond en wordt gesteund door sjiitische organisaties zoals Hezbollah. Ook Iran en Rusland steunen Assad. Soennitische moslims verenigen zich in rebellengroepen, waaronder het Vrije Syrische Leger, Jahbat Al-Nusra en IS. Deze rebellen zijn, in tegenstelling tot de sjiitische groepen, erg versplinterd en bevechten ook elkaar. Mede door deze wirwar van belangen en groepen is een einde van de strijd nog ver weg.

De Europese Unie heeft in januari 2017 via de Raad Buitenlandse Zaken voorgesteld om in april een grote internationale conferentie over de toekomst van Syrië te organiseren samen met de Verenigde Naties.

4.

Meer informatie