Montesquieu Institute: from science to society

Arabische Liga

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Logo Arabische Liga

Deze organisatie van 22 Arabische en islamitisch-Afrikaanse landen werd opgericht om de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen en om de gemeenschappelijke belangen van deze landen te behartigen. De Arabische Liga wordt officieel de Liga van Arabische Staten genoemd. De Liga werd in 1945 opgericht door Egypte, Irak, Saoedi-Arabië, Syrië, Transjordanië (vanaf 1946 Jordanië) en Jemen. Het hoofdkwartier van de Arabische Liga is gevestigd in Caïro, Egypte.

De Liga probeert de belangen van de Arabische wereld te bevorderen door het versterken en coördineren van de politieke, culturele, economische en sociale programma's van de lidstaten. Hiertoe heeft de Liga instituten opgericht als de Onderwijs-, Cultuur- en Wetenschapsorganisatie en de Economische en Sociale Raad.

De Liga fungeert als forum waarbinnen de lidstaten kunnen overleggen over gemeenschappelijke problemen. Op deze manier proberen de landen hun beleidsposities te coördineren om samen sterker te staan. Bovendien zet de Liga zich in om conflicten tussen de lidstaten onderling, of tussen de lidstaten en derde landen, op te lossen.

Contents

1.

Doelstelling

De belangrijkste doelen van de organisatie zijn het verstevigen van de relaties tussen de lidstaten, het coördineren van onderlinge samenwerking en het zorg dragen voor de onafhankelijkheid en soevereiniteit van de lidstaten.

Eén van de oorspronkelijke doelen van de Liga was het voorkomen van de oprichting van een Joodse staat binnen Palestina. Na de oprichting van de staat Israël in 1948 verschoof het doel naar de bestrijding van de staat Israël. Inmiddels onderhouden vier leden van de Arabische Liga diplomatieke relaties met Israël: de Comoren, Egypte, Jordanië en Mauritanië. Sommige andere lidstaten onderhouden betrekkingen op een lager niveau.

2.

Organisatie

Aan de basis van de organisatie staat het Handvest van de Arabische Liga. Daarin wordt de soevereiniteit van elke lidstaat gegarandeerd. Bovendien is daarin uitgewerkt hoe het bestuur van de Liga functioneert. 

Het bestuur van de Liga is in handen van de Raad van de Liga. In de Raad hebben vertegenwoordigers van de lidstaten zitting. Vaak zijn dit de ministers van Buitenlandse Zaken of permanente vertegenwoordigingen. De Raad houdt zich vooral bezig met het implementeren van de plannen en programma's van de Liga. De raad beslist ook over de eventuele toetreding van nieuwe lidstaten. De Raad komt twee maal per jaar bijeen, in maart en in september. Elke lidstaat heeft één stem binnen de Raad en de beslissingen zijn alleen bindend voor de staten die deel hebben genomen aan de stemming.

De meer technische aspecten van de samenwerking worden geregeld door gespecialiseerde agentschappen. Het Algemeen Secretariaat is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. De huidige secretaris-generaal van de Arabische Liga is de heer Nabil El-Araby. 

Leden

De Arabische Liga heeft 22 lidstaten (het jaartal tussen haakjes is het jaar van toetreding):

  • Egypte (1945)* 
  • Irak (1945) 
  • Jemen (1945) 
  • Jordanië (1945) 
  • Libanon (1945) 
  • Saoedi-Arabië (1945) 
  • Syrië (1945)** 
  • Libië (1953)***
  • Soedan (1956)
  • Tunesië (1958)
  • Marokko (1958)
  • Koeweit (1961)
  • Algerije (1962)
  • Bahrein (1971)
  • Oman (1971)
  • Qatar (1971)
  • Verenigde Arabische Emiraten (1971)
  • Mauritanië (1973)
  • Somalië (1974)
  • Palestijnse Autoriteit (1976)
  • Djibouti (1977)
  • Comoren (1993) 
  • Egypte werd tussen 1979 en 1987 uit de Liga gezet. De reden hiervoor was dat Egypte in 1979 de zogenaamde Camp David vredesakkoorden sloot met Israël. Daarmee zocht Egypte in de ogen van de Liga ongewenste toenadering tot Israël.

** Syrië is sinds november 2011 geschorst vanwege het aanhoudende geweld dat het Syrische regime inzet tegen anti-regeringsdemonstranten. In maart 2013 kreeg de Syrische Nationale Coalitie een zetel aangeboden in de Arabische Liga.

*** Libië werd in februari 2011 geschorst nadat de Libische leider Khaddafi in een speech te kennen had gegeven elke opstand tegen zijn bewind met harde hand te zullen neerslaan. In augustus 2011 werd de schorsing opgeheven. De Nationale Overgangsraad van de Libische rebellen is erkend als formele vertegenwoordiging van Libië en heeft een zetel verkregen in de Arabische liga.

Binnen de Arabische Liga hebben vier landen een observatiestatus. Zij mogen advies geven maar hebben geen stemrecht. De observerende staten zijn:

  • Eritrea (2003)
  • Brazilië (2003)
  • Venezuela (2006)
  • India (2007)