Montesquieu Institute: from science to society

Relatie EU-Rusland

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Russische en Europese vlag

Vanaf 2014 botsten de EU en Rusland meermaals over de annexatie van Oost-Oekraïne en de Russische steun aan de separatisten. Ook de mensenrechtensituatie in Rusland zorgt voor veel kritiek. Het neerstorten van de MH17 in Oost-Oekraïne in 2014 en het moeizame onderzoek naar de toedracht droegen bij aan een killere relatie.

Eind juli 2014 werden naar aanleiding van het conflict in Oost-Oekraïne voor het eerst zware economische sancties tegen Rusland ingesteld. Dit heeft effect op verschillende sectoren in de Russische economie, zoals de financiële sector.

In maart 2015 besloot de Europese Raad de economische strafmaatregelen te koppelen aan het nakomen van het vredesakkoord voor Oost-Oekraïne. Rusland besloot als tegenactie zelf een zwarte lijst op te stellen, waarmee aan 89 Europese politici en militairen de toegang tot het land wordt ontzegd. De sancties van de Europese Unie zijn verlengd tot eind juli 2017. Sancties tegen de Krim zijn verlengd tot en met juli 2017.

Als reactie op de sancties nam Rusland economische tegenmaatregelen door het stopzetten van de import van landbouwproducten uit onder meer de EU-landen. President Poetin verlengde deze sancties medio 2016 tot eind 2017.

1.

Samenwerkingsverbanden

Vanaf het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, in december 1991, onderhoudt de Europese Unie diplomatieke relaties met Rusland. Rusland is de derde handelspartner van de EU. Dat zorgt voor een groot belang van goede contacten en een noodzaak vanuit de Europese Unie om te blijven streven naar juridisch bindende akkoorden.

Het bereiken van dergelijke akkoorden wordt echter verhinderd door de moeizame relatie tussen beide partijen. Zo heeft de Europese Unie grote moeite met de bemoeienis van Rusland in het conflict in Oekraïne, en heeft Rusland op zijn beurt moeite met het Europees Nabuurschapsbeleid.

Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst

In 1994 sloten de Europese Unie, Rusland en de Nieuwe Onafhankelijke Staten (NOS) , een Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO). In december 1997 trad deze overeenkomst in werking met als doel een geschikt kader te bieden voor een politieke dialoog omtrent het versterken van democratie, (markt)economie en wederzijdse investeringen.

Vier Gemeenschappelijke Ruimten

Nadat de Europese Unie in 2003 haar plannen voor het Europees Nabuurschapsbeleid (ENP) had gepresenteerd, besloot Rusland zich hier niet bij aan te sluiten. Het land koos ervoor om een 'gelijke partner' van Europa te worden, in tegenstelling tot 'junior partner', zoals het ENP in de optiek van Rusland probeerde te bereiken met aangesloten landen.

Rusland vatte deelname aan het ENP door voormalige Sovjetstaten Oekraïne, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Moldavië en Georgië op als een partnerschap tegen Rusland. Door de uitbreidingsplannen van de Europese Unie kwam ook de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met Rusland onder druk te staan, vooral met betrekking tot de Centraal-Europese landen. Sinds 2006 wordt dan ook met Rusland onderhandeld over een akkoord dat de PSO moet vervangen. Hierover is echter nog altijd geen overeenstemming bereikt, mede door de verslechterde relatie.

Rusland en de EU besloten in de tussentijd vier gemeenschappelijke ruimten te creëren om samenwerking te bevorderen. Er bestonden weinig concrete verschillen tussen de actiepunten van het ENP en de actiepunten van de vier gemeenschappelijke ruimten. Daarom komen de Europese subsidies ook uit het ENP-programma. In 2005, tijdens de conferenties van Moskou en London, werd een programma uitgestippeld voor vier beleidsterreinen. Deze hebben betrekking op:

  • 1. 
    Een Gemeenschappelijke Economische Ruimte
  • 2. 
    Een Gemeenschappelijke Ruimte voor Vrijheid, Veiligheid en Justitie
  • 3. 
    Een Gemeenschappelijke Ruimte voor Externe Veiligheid
  • 4. 
    Een Gemeenschappelijke Ruimte voor Onderwijs en Onderzoek

Lid van de Wereldhandelsorganisatie

Sinds het sluiten van de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO) in 1994, hebben beide partijen ernaar gestreefd om Rusland toe te laten treden tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Op 15 december 2011 is Rusland toegetreden tot de organisatie, die inmiddels 162 leden telt.

EU-Rusland top

Net als de PSO, vormt de EU-Rusland top een geschikt kader om conflicten op te lossen en relaties tussen beide partijen te onderhouden en waar mogelijk te verbeteren. Zo werd tijdens een top in juni 2013 gesproken over de situatie in Syrië, het Iraans nucleair programma, Afghanistan, Noord-Korea, regionale conflicten in Europa en de economische situatie van beide partijen. In januari 2014, tijdens de 32e EU-Rusland top, spraken beide partijen af te zullen kijken naar de gevolgen van het Europese Nabuurschapsbeleid (ENP) voor Rusland. Van Rompuy, toenmalig voorzitter van de Europese Raad, stelde dat ook Rusland kan profiteren van de verdragen.

De daarop volgende maanden zijn de spanningen tussen de EU en Rusland toegenomen. Na de Russische annexatie van het Oekraïense schiereiland Krim in maart 2014, is de EU met sancties gekomen. Deze bestaan uit een zwarte lijst van personen die de toegang tot de EU wordt geweigerd en die geen aanspraak kunnen maken op hun Europese tegoeden. Daarnaast vormde de annexatie voor de EU aanleiding om de EU-Rusland top in juni 2014 af te blazen.

2.

Problematische dossiers

Energiebeleid

De Europese Unie is voor een groot gedeelte afhankelijk van Russisch gas. Rusland is de grootste olie- en gasexporteur naar de Europese Unie. Het door Rusland gevoerde energiebeleid wordt daarom scherp in de gaten gehouden en vormt een essentieel onderdeel van de de EU-Rusland relatie. Pijpleidingen lopen zowel door niet-EU-lidstaten (Wit-Rusland en Oekraïne), als door Polen en Duitsland. De Europese afhankelijkheid van Russische energie is een niet zelden gebruikt pressiemiddel.

In de winter van 2008 en 2009 stokte Rusland de gastoevoer naar Europa waarna bij Europese lidstaten een tekort ontstond. Dit zorgde voor een deuk in de EU-Rusland relatie. Tijdens de EU-Rusland top in 2009 werd afgesproken dat Rusland en de EU elkaar waarschuwen wanneer een opschorting van de levering van gas en olie dreigt.

In april 2014 laaide de energiediscussie weer op. Het Russische staatsenergiebedrijf Gazprom beëindigde de korting van dertig procent op gas voor Oekraïne. Hierdoor zal de schuld van Oekraïne verder oplopen. Gazprom waarschuwde eind februari 2015 dat als Oekraïne niet snel voor het Russische gas betaalt, zij de gaslevering stopzetten. Aangezien de helft van het Russische gas dat West-Europa ontvangt via Oekraïne loopt, zal een dergelijke maatregel ook landen als Nederland treffen.

Op 15 februari 2015 presenteerde Eurocommissaris Maroš Sefčovič de plannen voor een energie-unie. Het plan is dat de lidstaten nauwer gaan samenwerken op het gebied van energie om zo onafhankelijker te worden van Russisch gas.

Rusland en Griekenland sloten op 19 juni 2015 een akkoord over een verlenging van de geplande gaspijpleiding Turkish Stream naar Griekenland. Turkish Stream zal via een pijpleiding in de Zwarte Zee Russisch gas gaan vervoeren naar Turkije en via Griekenland naar Europa. De pijpleiding had in 2019 in gebruik worden genomen en had jaarlijks 47 miljard kubieke meter aardgas moeten transporteren naar Europa. In december 2015 heeft Rusland echter de onderhandelingen over de pijplijn stopgezet als onderdeel van de sancties tegen Turkije. Daaropvolgend heeft de Turkse regering ook officieel het project opgegeven.

Mensenrechten

Afgezien van het Europees Nabuurschapsbeleid, het conflict in Oekraïne en de grote afhankelijkheid van Russische energie-export spelen meerdere factoren een rol in de moeilijke relatie tussen de Europese Unie en Rusland. Het niet zorgvuldig naleven van mensenrechten is er één van. Een garantie tot het verbeteren van de mensenrechtensituatie in Rusland is voor de Europese Unie een belangrijke voorwaarde bij het sluiten van verdragen. In het verleden heeft de EU meermaals kritiek en zorgen geuit over de mensenrechtenschendingen in de noordelijke Kaukasus, de omstreden antihomowetgeving, de belemmering van het recht op demonstreren en het gebrek aan vrijheid van meningsuiting.

Mensenrechtenactivisten

Een bekend voorbeeld is de moord op de Russische journaliste en mensenrechtenactiviste Anna Politkovskaja in oktober 2006. Deze vond plaats nadat zij in publicaties oppositie voerde tegen Poetins beleid. Alexander Litvinenko, een voormalig officier bij de Russische Veiligheidsdienst, werd in 2006 vergiftigd en stierf in december van dat jaar nadat hij Poetin had beschuldigd van het bevelen van de moord op Anna Politkovskaja.

Ook bij de advocaat Sergej Magnitsky werden mensenrechten geschonden. In november 2008 werd de Rus zonder proces gevangen gezet nadat hij grootschalige diefstal van belastinggelden, goedgekeurd door de Russische overheid, aan de kaak had gesteld. Hij zat ruim 11 maanden vast en stierf uiteindelijk aan hartfalen.

Een ander voorbeeld is de veroordeling van leden van de band Pussy Riot in 2012. Met een optreden tijdens een kerkdienst in Moskou protesteerden zij onder andere tegen de herverkiezing van president Vladimir Poetin. De leden van de band werden gearresteerd en verbannen naar een strafkamp. Eind december 2013 werden de bandleden vrijgelaten.

Het verdachte overlijden van prominente Russische criticasters, onder de heerschappij van president Poetin en president Medvedev, kwam Rusland op veel internationale kritiek te staan. Zo werd in februari 2015 politicus Boris Nemtsov vermoord, luttele uren nadat hij een publieke oproep had gedaan tot het staken tegen Russische betrokkenheid bij de oorlog in Oekraïne. Rusland pareert de kritiek met het argument dat de EU niets te zeggen heeft over de binnenlandse beleidsvoering van Rusland.

Neerstorten MH17

In juli 2014 stortte een vliegtuig van Malaysia Airlines neer in Oost-Oekraïne. Daarbij kwamen 298 mensen om het leven, onder wie 193 Nederlanders. Vermoed wordt dat het toestel per ongeluk is neergeschoten door pro-Russische separatisten, met behulp van een door Rusland geleverd raketsysteem. Buitenlandse waarnemers konden de rampplek moeilijk bereiken.

Verschillende EU-leiders vinden dat Poetin de pro-Russische separatisten moet dwingen om beter mee te werken in het rampgebied. De EU besloot na het incident tot economische sancties tegen Rusland.

Sancties

Lange tijd wilde de EU niet overgaan tot economische sancties, maar na de vliegramp werden de 28 lidstaten het toch eens om dergelijke sancties tegen Rusland in te voeren.

In reactie op deze sancties heeft Rusland de import van alle landbouwproducten uit de Verenigde Staten en alle groenten en fruit uit de EU-lidstaten verboden. Voor de EU is hiermee een bedrag van circa 5 miljard euro gemoeid. Nederland levert een relatief groot deel van deze producten. Rusland heeft eveneens een zwarte lijst opgesteld met inreisverboden voor circa 90 Europese politici en militairen. Op deze Russische zwarte lijst staan politici die kritiek hebben geuit op Rusland en de politieke omwenteling in Oekraïne steunden.

Op de Europese top van 30 augustus 2014 besloot de Europese Raad, wegens aanhoudende Russische steun aan de separatisten in Oost-Oekraïne, de sancties met spoed uit te breiden. Daarnaast trok Brussel 125 miljoen euro uit om de gedupeerde landbouwsector te compenseren.

In maart 2015 besloot de Europese Raad de economische strafmaatregelen te koppelen aan het nakomen van het vredesakkoord voor Oost-Oekraïne ('Minsk II'). De meeste Europese leiders zijn tegen het leveren van wapens aan Oekraïne. De Europese Unie ziet meer in diplomatiek overleg.

Er zijn drie sanctiepakketten van kracht:

  • bevriezing van tegoeden en inreisverboden: dit geldt voor circa 150 personen en enkele tientallen organisaties die mede verantwoordelijk zijn voor schending van territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne
  • economische sancties tegen de Krim en Sebastopol: een verbod op de invoer van goederen uit de Krim en Sebastopol, de export van bepaalde goederen naar die gebieden en een verbod op investeringen
  • economische sancties tegen specifieke sectoren van de Russische economie

Desinformatie

De Europese Unie stelt dat Rusland de eigen bevolking te vaak een verkeerd beeld van gebeurtenissen en de relatie met het westen voorschotelt. Nederland en Polen spraken na de ramp met MH17 af een eigen Russischtalig persagentschap op te richten om tegenwicht te bieden tegen Russische propaganda. En vanaf 1 september 2015 heeft de diplomatieke dienst van de EU een eigen, kleine, eenheid opgericht om desinformatie te bestrijden. Met name journalisten in Rusland en diens buurlanden worden ondersteund én zullen worden voorgehouden hoeveel goeds het Europese beleid vermag.

De activiteiten van deze eenheid worden volledig door de lidstaten uitgevoerd en betaald. Rusland stelt dat het zelf juist de agressieve westerse propaganda aan de kaak wil stellen.

3.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over Rusland, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is aan het wikken en wegen.

Europa moet een harde houding ten aanzien van Rusland aannemen vanwege de Russische wapenleveranties aan separatisten in Oost-Oekraïne

Rusland wakkert het gewapende conflict aan door de annexatie van de Krim en de levering van wapens aan separatisten in Oost-Oekraïne. Vooral na de vliegramp met MH17 in 2014 moet Europa een harde houding aannemen om de precieze oorzaak te kunnen achterhalen.

Europa moet een soepele houding ten aanzien van Rusland aannemen vanwege de Europese handelsbelangen

Rusland is een belangrijke exportpartner voor Europese producten. Het land is de op twee na grootste handelspartner van de EU. Bovendien is Europa met meer dan 60 procent van de directe buitenlandse investeringen in Rusland, ook de grootste investeerder in het land. Europa verdient dus veel geld aan Rusland. Omgekeerd is Europa veruit de grootste handelspartner van Rusland; de EU is goed voor 52 procent van Ruslands buitenlandse handel. Bovenstaande cijfers geven de enorme economische belangen aan die spelen in de relatie EU-Rusland. Deze belangen zouden het argument kunnen rechtvaardigen dat de EU Rusland niet te hard moet aanpakken.

Europa moet een soepele houding ten aanzien van Rusland aannemen vanwege de Europese energiebelangen

Europa heeft niet alleen belang bij een goede relatie met Rusland vanwege handelsbelangen, er spelen ook grote energiebelangen. 30 procent van de olie van de EU en 40 procent van het gas komt uit Rusland. Sommige lidstaten van de EU, in het bijzonder Polen, Slowakije en Hongarije, zijn zelfs zeer afhankelijk van Russische olie. Omdat Europa er belang bij heeft haar energievoorraad veilig te stellen, zou de EU wellicht moeten kiezen voor een zachte lijn ten opzichte van Rusland.

Europa moet een harde houding ten aanzien van Rusland aannemen vanwege de stelselmatige schendingen van mensenrechten

Rusland is geen democratie. Freedom House, een Amerikaanse organisatie die jaarlijks een toonaangevende democratie-index publiceert, kwalificeert het land als 'niet vrij'. In Rusland worden maatschappelijke organisaties (zogenaamde NGO's) ernstig in hun werk belemmerd door de regering. Nieuwe wetgeving regelt dat gouverneurs niet langer worden gekozen via verkiezingen maar worden benoemd door de president, en de oppositie in Rusland wordt voortdurend tegengewerkt.

Ook van andere kanten neemt de kritiek op de schendingen van mensenrechten in Rusland toe. Human Rights Watch, een internationale mensenrechtenorganisatie, wijst erop dat met het aantreden van Poetin in 2000, de mensenrechtensituatie in Rusland ernstig is verslechterd. De vrijheid van meningsuiting en media staan in het land ernstig onder druk. Verschillende geleerden en journalisten zijn het slachtoffer geworden van intimidaties, en door middel van aanklachten wegens smaad probeert de regering de vrije media te ondermijnen. In de autonome Russische republiek Tsjetsjenië vinden ernstige mensenrechtenschendingen plaats: zogenaamde 'vermissingen', buitenproportioneel gebruik van geweld en schendingen van de afspraken over oorlogsrecht uit de Geneefse Conventie.

4.

Meer informatie