Montesquieu Institute: from science to society

Preventie rekrutering van terroristen

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Politieagenten

Vanuit de Europese Unie zijn duizenden jonge mannen vertrokken om in Syrië en Irak te strijden voor Islamitische Staat. Geradicaliseerde jongeren plegen ook aanslagen binnen de Europese Unie. De aanslagen in Parijs in november 2015 zijn daar een tragisch voorbeeld van.

Radicalisering onder Europese jongeren is een probleem dat de Europese Unie in het kader van het antiterrorismebeleid wil aanpakken. De Europese landen hebben afspraken gemaakt om radicalisering te voorkomen en waar het voorkomt snel te signaleren.

De lidstaten helpen elkaar met het uitwisselen van succesvolle projecten en programma's, informatie over grensoverschrijdende netwerken van radicale organisaties te delen en door terugkerende strijders bij binnenkomst in de Europese Unie te volgen. Speerpunten hierbij zijn het volgen van jongeren op internet en het tegengaan van sociale uitsluiting.

Contents

1.

In vogelvlucht

Radicalisering tegengaan

Bekende terroristische organisaties en extremisten worden door de verantwoordelijke instanties in de lidstaten scherp in de gaten gehouden. Zo wordt informatie over radicale websites gedeeld met alle lidstaten, en in sommige gevallen ook persoonsgegevens uitgewisseld. Maar er komen constant nieuwe sites en ontmoetingsplekken waar het gevaar bestaat dat radicalisering plaatsvindt, buiten het zicht van opsporings- en veiligheidsdiensten.

De Europese Unie heeft in september 2011 het Radicalisation and Awareness Network (RAN) gelanceerd. Dit netwerk geeft mensen die rechtstreeks contact hebben met radicaliserende jongeren, zoals leraren en maatschappelijk werkers, een platform om gegevens uit te wisselen over hoe radicalisering en extremisme aan te pakken. Het netwerk bevat onder meer adviezen op het gebied van sociale media en trainingen van jeugdwerkers om radicalisering onder jongeren tegen te gaan.

Ook stimuleert en ondersteunt de Europese Unie programma's om jongerenwerkers en jongerenorganisaties meer mogelijkheden te geven radicalisering tegen te gaan, en projecten waar lokale rolmodellen als voorbeeld dienen van hoe het wel kan.

Begin december 2015 richtten Eurocommissarissen Dimitris Avramopoulos en Vera Jourová samen met o.a. de EU-ministers van Binnenlandse Zaken, vertegenwoordigers van internetondernemingen, Europol en het Europees Parlement een zogeheten EU Internet Forum op. Dit forum richt zich op het tegengaan van de verspreiding van terroristische ideeën op het internet. Door de aanslagen in Parijs kreeg de oprichting van dit forum extra prioriteit.

In andere samenwerkingsverbanden worden onderzoeken naar de oorzaken van radicalisering en naar de effecten van strategieën om verdere radicalisering te voorkomen met elkaar ontwikkeld en gedeeld.

De Europese Unie is in februari 2015 begonnen met de ontwikkeling van richtlijnen om tegenwicht te bieden aan de propaganda van moslimextremisten. De EU heeft één miljoen euro uitgetrokken voor dit project, dat geleid wordt door België. Daarnaast is binnen Europol een afdeling actief die pro-terroristisch berichtgeving en extremistische uitlatingen van het internet verwijderd.

Bij een aantal van deze initiatieven is samenwerking gezocht met landen buiten de Europese Unie. Programma's die radicalisering ontdekken en tegen gaan worden onderdeel van het Europese ontwikkelingssamenwerkingbeleid. De EU heeft met de Arabische Liga afspraken gemaakt over nauwere samenwerking bij de bestrijding van extremisme, terrorisme en intolerantie.

In juni 2016 maakte de Europese Commissie bekend dat er 400 miljoen euro extra beschikbaar komt voor projecten die radicalisering zouden kunnen tegengaan. De Commissie richt zich hierbij op betere samenwerking op het gebied van aanpak van radicalisering in gevangenissen en op internet, en op een betere samenwerking tussen veiligheidsdiensten.

Terugkerende strijders

De lidstaten van de EU zijn bezorgd over de rekrutering van Europeanen voor het meevechten in conflicten buiten de Europese Unie. Zo zijn er jongeren uit België, Nederland en het Verenigd Koninkrijk die vechten in bijvoorbeeld Syrië en Somalië. Het probleem van radicalisering van uit Syrië teruggekeerde Europese strijders werd duidelijk bij de aanslag in mei 2014 op het Joods Museum in Brussel, gepleegd door een Franse teruggekeerde Syriëstrijder.

Ook bij de aanslag op het Franse satirische blad Charlie Hebdo en de verijdelde aanslag in Verviers op 15 januari 2015 waren uit Syrië teruggekeerde jihadisten betrokken.

De aanslagen brachten de discussies voorstellen voor het delen van informatie over EU-burgers die terugkeren naar de Europese Unie en het Schengengebied in het bijzonder in een stroomversnelling.

Het verzamelen van passagiersdata is een gevoelige kwestie omdat het de privacy raakt. Lidstaten konden hier eerst geen overeenstemming te bereiken, maar eind 2015 werd er besloten dat controles aan de grens verscherpt werden en de onderlinge uitwisseling van die gegevens verder werd gefaciliteerd. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van onder anderen het Schengen Informatie Systeem en de database over terrorisme van Europol. De EU hoopt dat alle informatie over mogelijke Europese jihadisten en Syriëgangers nu snel beschikbaar komt.

In augustus 2016 is Europol een actie begonnen in vluchtelingenkampen in Griekenland. Het doel hiervan is om potentiële terroristen tijdig te onderscheppen en aanslagen in Europa te voorkomen. De Europol-agenten zijn specifiek opgeleid om terroristen en terreurnetwerken te ontmaskeren en te ontmantelen. Door middel van deze acties hoopt Brussel ook om de recrutering van vluchtelingen door terroristische organisaties te voorkomen.

2.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de nieuwe regelgeving voor de preventie rekrutering van terroristen, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen.

Door het verwerpen van de voorstellen maakt het Europees Parlement een adequate aanpak van het terrorisme moeilijker

Door het verwerpen van deze voorstellen gaat het Europees Parlement voorbij aan een versterking van het Europese antiterrorismebeleid; een gemiste kans.

Een uitbreiding van bevoegdheden van de lidstaten bedreigt de vrijheid

De voorgestelde uitbreiding van bevoegdheden voor de lidstaten in de strijd tegen het internationale terrorisme gaat een stap te ver. De vrijheid van meningsuiting zou te zeer in het geding komen. Bovendien willen we juist af van het predicaat 'fort Europa'. Door mensen de toegang tot de EU te weigeren worden de vrije samenleving beperkingen opgelegd.

3.

Meer informatie