Montesquieu Institute: from science to society

Stabiliteits- en groeipact

Source: Europa Nu.

In het Stabiliteits- en groeipact spreken de landen die lid zijn van de Europese Unie af dat hun begrotingen in evenwicht zijn of een overschot hebben. Dat betekent dat de regeringen niet meer geld uitgeven dan ze ontvangen. Dat doel hoeft nog niet meteen bereikt te worden, maar de EU-landen moeten er wel naartoe werken. De afspraken zijn gemaakt in 1997.

De eisen van het Stabiliteits- en groeipact zijn:

Afhankelijk van de economische omstandigheden in een land, kan de Europese Commissie gebruik maken van interpretatieruimte en concluderen dat een land de begroting niet hoeft aan te passen. Van belang is wel dat op de middellange termijn een gezonde begrotingssituatie wordt bereikt.

Contents

1.

Werking van het Pact

Als de Raad van de Europese Unie merkt dat een land zich niet aan de afspraken houdt, zal zij dat land erop aanspreken dat het zijn inkomsten en uitgaven moet aanpassen. Als het nodig is kan de Raad zelfs boetes opleggen.

Als een tekort het stempel 'buitensporig' krijgt opgedrukt, komt de betreffende lidstaat terecht in de procedure bij buitensporige tekorten. Hierin moet het begrotingstekort weer teruggebracht worden tot onder de drie procent. Tijdens deze procedure kunnen ook sancties worden opgelegd. Dit gebeurt niet indien de overschrijding aan de volgende criteria voldoet:

  • Het overmatige tekort is tijdelijk
  • Het is een resultaat van uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld een economische crisis

Eventueel kan een economische neergang van minder dan twee procent ook als uitzonderlijk worden betiteld. Dit kan gebeuren als de lidstaat aantoont dat de neergang of het productieverlies bijzonder abrupt is.

2.

Flexibiliteit nader uitgelegd

Na het uitbreken van de financiële crisis volgden er jaren van zwakke economische groei of zelfs krimp en hadden overheden te kampen met aanhoudende overheidstekorten. Volgens de regels van het stabiliteits- en groeipact hebben lidstaten de ruimte om tekorten tijdelijk op te laten lopen, maar wel onder bepaalde voorwaarden.

Omdat de Europese landen niet te veel wilden bezuinigen, lichtte de Europese Commissie begin 2015 de regels over 'flexibiliteit' nader toe. De lidstaten bleken het eind 2015 eens te zijn met die uitleg.

  • 1. 
    Het is toegestaan om maatregelen te nemen die de economie ondersteunen als de overheidsfinanciën op de langere termijn in evenwicht worden gebracht. De lidstaat moet garanderen dat deze hervormingen worden doorgevoerd; daarom moet er een plan voor implementatie worden opgesteld. Ook mogen alle extra maatregelen samen niet meer dan 0,5% van het BBP bedragen.
  • 2. 
    Er kan alleen sprake zijn van 'uitzonderlijke omstandigheden' als de problemen het gevolg zijn van de economische crisis, en niet zijn veroorzaakt door slecht beleid van het land, bijvoorbeeld te hoge uitgaven of onvoldoende bezuinigen. Onder die voorwaarde kan er soepeler worden opgetreden. Als er sprake is van slecht beleid zal een lidstaat extra moeten bezuinigen.
  • 3. 
    Extra investeringen onder het Europese Fonds voor Strategische Investeringen worden niet meegerekend in het vaststellen van de overheidsschuld en het begrotingstekort van een lidstaat.