VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT Jaarverslag 2011 over het beleid van de Europese Unie inzake ontwikkeling en externe bijstand en de uitvoering ervan in 2010 - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Text

 

- -

RAAD VAN Brussel, 7 juli 2011 (12.07)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

12600/11

DEVGEN 217 RELEX 758 ACP 166 COHAFA 76 WTO 264 ONU 100 OCDE 3

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 7 juli 2011

aan: de heer Uwe CORSEPIUS, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie

Nr. Comdoc.: COM(2011) 414 definitief

Betreft: VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT Jaarverslag 2011 over het beleid van de Europese Unie inzake ontwikkeling en externe bijstand en de uitvoering ervan in 2010

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 6.7.2011 COM(2011) 414 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES

PARLEMENT

Jaarverslag 2011 over het beleid van de Europese Unie inzake ontwikkeling en externe

bijstand en de uitvoering ervan in 2010

{SEC(2011) 880 definitief}

Een moeilijke context

In 2010 begon de wereld zich langzaam aan te herstellen na de financiële en economische crisis van 2008-2009. De vooruitgang was echter ongelijk en onsamenhangend. Geavanceerde economieën zoals de Verenigde Staten, Japan en de Europese Unie konden een bescheiden groei melden. Opkomende landen zoals China, India, Rusland en Brazilië kenden een sterkere vooruitgang. De ontwikkelingslanden, met name landen met een laag inkomen die door de crisis het ergst waren getroffen, hadden weinig ruimte voor expansie van hun economie. Sommige van deze landen kregen ook als eersten te maken met de nieuwe stijging van de prijzen van basisproducten, energie en levensmiddelen in de loop van het jaar. Zij waren niet in staat nieuwe economische mogelijkheden in binnen- of buitenland te creëren of aan te grijpen. Tegelijk steeg de wereldbevolking met 79,3 miljoen mensen, vooral in de ontwikkelingslanden. De kansen om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling voor de streefdatum van 2015 te halen, worden kleiner.

Dit heeft tot gevolg dat het niveau van werkloosheid en armoede in de arme landen is gestegen en in de periode 2009-2010 wereldwijd nog eens 120 tot 150 miljoen mensen hierdoor werden getroffen. Vooral jongeren werden hiervan het slachtoffer, waardoor de sociale spanningen en de druk tot migratie toenamen. De meeste regeringen van de ontwikkelingslanden beschikten niet over de middelen om een antirecessiebeleid te voeren. Daarom moesten zij hun begrotingstekort terugbrengen door te besparen op de uitgaven. Dit had een negatief effect op de sociale-, gezondheids- en onderwijsprogramma's en verbreedde de kloof tussen arm en rijk. De ongelijkheid tussen de inkomens is ook toegenomen in zowel industrielanden als ontwikkelingslanden.

Dit was de achtergrond voor de inspanningen van de EU in 2010 om meer en beter steun te verlenen en deze sneller en doeltreffender te maken. Een constante in de EU-bijstand voor ontwikkeling het voorbije jaar was maximale steun aan mondiale en lokale inspanningen om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te halen. Het was de bedoeling nieuwe achteruitgang ten gevolge van de crisis te verhinderen en de reeds bereikte resultaten te consolideren. De EU speelde een belangrijke rol op de VN-top over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling in september, waar werd overeengekomen de inspanningen op te voeren om tegen 2015 alle millenniumdoelstellingen te halen.

nodig voor de gezondheid van moeders (MDG5) en toegang tot sanitaire voorzieningen (onderdeel van MDG7). Voor de meeste millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling is er in Afrika bezuiden de Sahara een achterstand.

In april 2010 publiceerde de Europese Commissie een reeks concrete voorstellen voor EU- actie om de ontwikkelingslanden te helpen hun MDGs op tijd te halen. Dit actieplan met 12 punten geeft prioriteit aan de landen met de grootste achterstand, met inbegrip van landen in conflictsituaties of andere kwetsbare situaties. Het plan ging vergezeld van vijf werkdocumenten waarin de vooruitgang met de MDGs, de ontwikkelingsfinanciering, de doeltreffendheid van de steun, de steun voor handel en de coherentie van het beleid werden geanalyseerd. Andere bijdragen van de Commissie inzake voedselzekerheid, mondiale gezondheid, belastingen voor ontwikkeling, onderwijs en gelijke kansen vonden ingang in het standpunt van de EU voor de VN-evaluatietop.

In hun einddocument verbonden de deelnemers aan de top zich ertoe hun inspanningen op te drijven om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling tegen de overeengekomen termijn van 2015 te halen. De verbintenissen kwamen van zowel industrielanden als ontwikkelingslanden, waardoor het MDG-proces een nieuwe impuls kreeg. Een veelbelovend perspectief is de ontwikkelingslanden aan te moedigen meer binnenlandse middelen vrij te maken om hun ontwikkeling te helpen financieren, bijvoorbeeld door de capaciteit voor het heffen van belastingen te vergroten overeenkomstig de beginselen van goed bestuur in belastingzaken. In deze context hechtte de Commissie in april 2010 haar goedkeuring aan een mededeling

1 om de band tussen belastingen en het ontwikkelingsbeleid te versterken, en goed

bestuur op belastinggebied te stimuleren (transparantie, uitwisseling van informatie en eerlijke belastingconcurrentie). De Commissie is doende een partnerschap op te zetten met het Afrikaanse forum voor belastingbeheer. De EU engageert zich ook voor steun aan de uitbreiding van de particuliere sector in ontwikkelingslanden.

Een doeltreffender samenwerking

Het Verdrag van Lissabon vereist dat de EU in al haar beleidshandelingen rekening houdt met de doelstellingen van de ontwikkelingssamenwerking. De Commissie publiceerde in april een werkprogramma over de samenhang van het ontwikkelingsbeleid voor de periode 2010-2013

2

In november 2010 startte de Commissie een openbare raadpleging met de publicatie van haar groenboek "EU-ontwikkelingsbeleid ter ondersteuning van groei voor iedereen en duurzame ontwikkeling"

  • 3. 
    In dit groenboek werden de opties gepresenteerd om van het

ontwikkelingsbeleid van de EU een stimulans te maken voor capaciteitsopbouw in de ontwikkelingslanden met het oog op het genereren van inclusieve en duurzame groei en het mobiliseren van hun economische, natuurlijke en menselijke hulpbronnen ter ondersteuning van strategieën voor de uitbanning van armoede. Het groenboek behandelde de mogelijke ontwikkeling van partnerschappen voor inclusieve groei met de overheid en de particuliere sector en beschouwt het beleid inzake klimaatverandering, energie en milieu als een stimulans voor duurzame ontwikkeling naast de rol van landbouw en biodiversiteit voor het bereiken van voedselzekerheid en meer groei.

De resultaten van deze raadpleging zullen hun weg vinden in de beleidsvoorstellen van de Commissie later in 2011, met inbegrip van de modernisering van het Europese ontwikkelingsbeleid.

De Commissie lanceerde een openbare raadpleging over het gebruik van begrotingssteun voor de verwezenlijking van de EU-bijstand

  • 4. 
    Met deze raadpleging zouden lessen worden

getrokken uit meer dan tien jaar begrotingssteun en werd om opinies en feitenmateriaal gevraagd over zowel de kansen die dit instrument biedt, als manieren om de kwaliteit, het rendement en de impact ervan, te verbeteren.

Bij begrotingssteun worden de middelen overgemaakt aan de nationale schatkist van het begunstigde land, op voorwaarde dat het land aan de overeengekomen betalingsvoorwaarden voldoet. In de loop van 2010 vertegenwoordigde begrotingssteun 24% (1,8 miljard euro) van alle verbintenissen van de EU-begroting en het EOF. Algemene begrotingssteun betekent dat de EU de tenuitvoerlegging steunt van een nationale ontwikkelingsstrategie en sectorale begrotingssteun betekent dat de EU het partnerland helpt in een welbepaalde sector.

Een ander gebied in ontwikkeling is de vermenging van subsidies en leningen bij het financieren van ontwikkelingshulp, waar er naar wordt gestreefd meer met leningen te gaan werken, met name van de Europese Investeringsbank. Gezien de huidige schaarste van subsidies zijn deze vermengingsmechanismen een voordeel voor zowel de begunstigden als de donoren, met het oog op een snellere toegang tot financiering met een zo groot mogelijk effect. Een voorbeeld is het innovatieve vermengingsinstrument in het kader van de energiefaciliteit. Een bedrag van 40 miljoen euro, te verbinden met financiering van de lidstaten en de EIB, is thans beschikbaar om middelgrote projecten mede te financieren met als doel grotere toegang tot duurzame energiediensten in de ACS-landen. De Commissie is voornemens innoverende financiering op het gebied van de externe actie verder uit te breiden om het financiële en beleidsmatige effect van de EU-begroting te optimaliseren door andere openbare en particuliere financiële instellingen erbij te betrekken.

Extern coördineert de Commissie het standpunt van de EU inzake de doeltreffendheid van steun op diverse niveaus, zoals de OESO, de VN, de G8 en de G20. Deze werkzaamheden zullen van belang zijn voor de vooruitgang van de voorbereidingen van het vierde VN-Forum op hoog niveau over de doeltreffendheid van de steun in Busan, Zuid-Korea, dat eind november 2011 zal plaatsvinden.

Binnen de OESO bekleedde de Commissie in 2010 mede het voorzitterschap van de werkgroep doeltreffendheid van de steun binnen de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand (DAC), die ernaar streeft optimale werkwijzen en beleidssamenhang tussen de donorlanden te ontwikkelen. De Commissie droeg bij tot een grotere operationele doeltreffendheid van het gebruik van de systemen van de betrokken landen, de taakverdeling, meer transparantie en verantwoordingsplicht bij steunverlening, en betere technische samenwerking.

Met de 27 lidstaten van de EU legde de Commissie het in 2009 overeengekomen operationele kader inzake de doeltreffendheid van de steun ten uitvoer waarin een reeks verbintenissen zijn opgenomen om de uitvoering van de beginselen van de doeltreffendheid van de steun te versterken. Dit richt zich onder meer op de taakverdeling tussen de donoren ten einde de fragmentering van de steunverlening tegen te gaan. De Commissie bereidt een voorstel voor om de programmeringscycli van de EU en van de lidstaten te synchroniseren op het niveau van het partnerland en te baseren op de strategieën van de partnerlanden en hun programmeringscycli.

Een ander mechanisme tot verbetering van de taakverdeling is het systeem waarbij de Commissie aan een lidstaat de uitvoering van een specifiek project delegeert (of omgekeerd) indien de andere partij daar beter geschikt voor is.

De Commissie stelde ook tien acties met grote impact voor om de doeltreffendheid van de steun te verbeteren, met drie prioriteiten: taakverdeling, gebruik van de systemen van de betrokken landen en betere technische samenwerking.

Wat de kwaliteit van het beheer van de steun betreft, heeft de Commissie tevens het aantal lopende en voltooide projecten waarop tijdens het jaar 2010 toezicht werd uitgeoefend, aanzienlijk vergroot. De Commissie deed voorstellen aan de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement om de aanbestedings- en subsidieprocedures te vereenvoudigen wat betreft de toekenning en uitvoering van projecten. Ook werd de opleiding van het personeel geïntensifieerd.

landen, hebben zich bij de donorgemeenschap gevoegd, met nieuwe middelen en nieuwe manieren van aanpak.

De Commissie heeft haar contacten, samenwerking en dialoog met de VN en de Wereldbank voortgezet. De Commissie en de VN werken thans in meer dan 100 landen samen, voor projecten die gaan van ontmijning tot sanitaire voorzieningen. In 2010 droeg de EU met 597 miljoen euro bij tot de VN en hun agentschappen en met 192 miljoen euro aan de Wereldbank. De samenwerking met de VN en de Wereldbank maakt meer en grotere projecten mogelijk, hetgeen positieve gevolgen heeft voor de begunstigden en voor de doeltreffendheid en doelmatigheid van de steunverlening. De expertise van de Wereldbank is bijzonder waardevol gebleken voor begrotingssteun, het beheer van de overheidsfinanciën, de terugdringing van de schulden en de ontwikkeling van de particuliere sector.

De financiële regelingen van de EU staan toe dat internationale organisaties EU-middelen beheren overeenkomstig hun eigen procedures, mits deze aan EU-normen voor uitvoering en toezicht beantwoorden en mits de EU indien nodig controles ter plaatse kan uitvoeren.

De EU werkt ook samen met de Raad van Europa, de Organisatie voor Samenwerking en Veiligheid in Europa (OSVE) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).

Gedeelde verantwoordelijkheden met de partners

De doeltreffendheid van de steun en de MDGs stonden centraal in de samenwerking van de EU met haar mondiale partners in de loop van 2010. Een reeks regionale en bilaterale topontmoetingen culmineerde in de top EU-Afrika in Tripoli in november. De top keurde het tweede actieplan (2011-2013) van de gemeenschappelijke strategie EU-Afrika goed met het oog op spoedige concrete resultaten op gebieden als de MDGs, handel, energie, vrede en veiligheid, goed bestuur en mensenrechten, regionale integratie, migratie. Parallel daarmee werden ook concrete projecten gestart of voortgezet. De lijst van projecten omvat actie inzake handvuurwapens en lichte wapens, het ACS-waarnemingscentrum voor migratie, het Nyerere- programma, de elektriciteitskoppeling in de Caprivi-strook, het onderzeekabelsysteem in Oost-Afrika, de popularisering van wetenschap en technologie, een reizende tentoonstelling over Afrikaanse kunst en de bevordering van de participatie van het publiek.

armoedebestrijding gerichte programma's kunnen worden gehandhaafd ondanks dringender begrotingsproblemen. De EU heeft de honger in Afrika actief bestreden via haar voedselfaciliteit en specifieke projecten voor voedselzekerheid. Ettelijke EU-projecten in de regio hebben ook direct betrekking op gezondheidsgerelateerde MDGs. De EU heeft haar activiteiten in fragiele landen voortgezet en speelt een leidende rol in sectoren als democratisch goed bestuur, justitie, de hervorming van de veiligheidssector, infrastructuur, financieel beheer en plattelandsontwikkeling.

De betrekkingen met de buurlanden van de EU in Oost-Europa en het zuidelijke Middellandse Zeegebied kenden in 2010 op economisch gebied vooruitgang, maar niet voldoende wat democratische hervormingen en de mensenrechten betreft. Dit was de conclusie van een evaluatie door de Commissie van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) en het vierde pakket ENB-verslagen

5

, dat in mei werd goedgekeurd. Hieruit blijken duidelijk de voordelen

die de betrekkingen met de EU de partnerlanden opleveren. De vooruitgang was aanzienlijk inzake vervoer, energie, klimaatverandering, onderzoek en ontwikkeling, gezondheid en onderwijs. In de regio van het oostelijke partnerschap zijn de onderhandelingen over een vergaande associatie- en vrijhandelovereenkomst met Oekraïne voortgezet terwijl de onderhandelingen over associatieovereenkomsten met Moldavië, Armenië, Azerbeidzjan en Georgië werden geopend. De zevende ronde van de traag verlopende onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst met Rusland, dat geen onderdeel is van het ENB, werd in december afgesloten. In de regio van de zuidelijke nabuurschap vond in maart een top plaats met Marokko om de "gevorderde status" van dat land als partner te bevestigen. Twee pogingen om een top te organiseren van de Unie voor de Middellandse Zee, eerst in juni en later in november, mislukten.

De EU-steun aan de ENB-regio richtte zich op de werkgelegenheid, een beter investeringsklimaat, goed bestuur, de ontwikkeling van sociale infrastructuren en steun voor administratieve, economische en sociale hervormingen. De meest moeilijke sociale situatie blijft die van de bezette Palestijnse gebieden, waar ondanks humanitaire steun de sociaaleconomische indicatoren in 2010 niet zijn verbeterd, met meer dan 30% van de Palestijnse bevolking onder de armoedegrens.

De economische vitaliteit en snelle industrialisering van Azië, zoals in China en India, zijn indrukwekkend. Hoewel de zich uitbreidende middenklasse hieruit in aanzienlijke mate profijt heeft geput, wonen nog steeds twee derden van 's werelds armen in Azië. Om die reden staat ontwikkelingshulp nog steeds hoog op de agenda voor de betrekkingen van de EU met Azië, speciaal de uitbanning van armoede, naast gezondheid en onderwijs.

De overgangslanden uit Centraal-Azië kenden aanzienlijke groeipercentages in de laatste tien jaar, maar zij werden door de recente crisis hard getroffen. De steun van de EU richtte zich vooral op een betere levensstandaard en de ontwikkeling van de sociale sector en van een sociaal vangnet. De steun streeft ook naar een betere rechtsstaat en goed bestuur. Er werd een investeringsfaciliteit voor Centraal-Azië opgezet, met aandacht voor de vermenging van subsidies en leningen op energie- en milieugebied, voor kleine en middelgrote bedrijven en

sociale infrastructuur.

De jaarlijkse top tussen de EU en de landen van Latijns-Amerika en het Caribische gebied vond in mei in Madrid plaats. Na zes jaren stagnatie werden de onderhandelingen voor een associatieovereenkomst

tussen de EU en de Mercosur hervat, met diverse

onderhandelingsronden en een tijdschema voor 2011. Op de top werd de Latijns-Amerikaanse investeringsfaciliteit (LAIF)

gelanceerd en de afsluiting goedgekeurd van de

onderhandelingen over een associatie-overeenkomst met Centraal-Amerika en van een handelsovereenkomst tussen de EU en Colombia en Peru. Ook de strijd tegen drugs stond op de agenda van de EU-contacten met de Latijns-Amerikaanse partners, meer bepaald de kosten van drugsbestrijdingsoperaties en maatregelen om de doorvoer van drugs van Latijns- Amerika naar Europa via West-Afrika aan te pakken. In mei keurde de Europese Commissie het allereerste landenstrategiedocument voor Cuba goed, als basis voor toekomstige bilaterale samenwerking.

Gemiddeld 40% van de bevolking van Latijns-Amerika leeft nog steeds in armoede. In 2010 keurde de Commissie 24 acties in Latijns-Amerika goed met een totale waarde van 356 miljoen euro. De belangrijkste gebieden betroffen de strijd tegen de armoede, sociale cohesie, wederzijdse kennis en begrip, duurzame ontwikkeling, de strijd tegen drugs, handel en de particuliere sector.

essentieel voor een gezond investeringsklimaat, goed beheer van de overheidsfinanciën, de bestrijding van corruptie en versterking van de instellingen.

Kansengelijkheid is een van de vijf beginselen die aan de basis liggen van het ontwikkelingsbeleid van de EU. In juni werd een EU-actieplan voor kansengelijkheid en vrouwenemancipatie binnen ontwikkelingssamenwerking goedgekeurd. Het actieplan streeft naar een versterking van de inspanningen van de EU ter bevordering van kansengelijkheid in ontwikkelingslanden en het bereiken van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Het actieplan, dat de periode 2010-2015 bestrijkt, zal ervoor zorgen dat deze kwesties deel uitmaken van de jaarlijkse en meerjarige planningen van de EU-ontwikkelingsprogramma's en

-projecten.

Het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR) financiert mensenrechtenprojecten en -initiatieven in heel de wereld in de context van het relevante EU- beleid. Dit is de concrete uitdrukking van de intentie van de EU om steun voor democratie en de mensenrechten te integreren in het hele externe beleid. Het EIDHR reserveert een deel van zijn begroting voor kleinschalige projecten in individuele landen. Prioritair zijn de rechten van vrouwen en kinderen en de bescherming van minderheden. Het EIDHR organiseert ook verkiezingswaarnemingsmissies en steun bij verkiezingen. In 2010 betrof deze activiteit bijna 20 landen, vooral in Afrika, met een totale kostprijs van 100 miljoen euro.

Voedselzekerheid

In mei keurde de EU een nieuw beleidskader voor voedselzekerheid goed.6 Dit is gebaseerd

op steun aan lokale boeren en landarbeiders in noodlijdende landen in de hele wereld, steun aan kwetsbare bevolkingsgroepen en het opstellen van een regionaal landbouw- en voedselzekerheidsbeleid. Het nieuwe beleidskader bouwt voort op de thema's van de EU- voedselfaciliteit voor snelle reactie die in 2009-2011 1 miljard euro steun verstrekt aan 50 doellanden. Het volledige bedrag was eind 2010 toegekend, waarvan 80% reeds was uitbetaald.

In 2010 verstrekte de EU ook voedsel- en andere noodhulp aan meer dan 150 miljoen mensen die waren getroffen door een door de natuur of de mens veroorzaakte ramp in 80 landen in de hele wereld. De totale begroting bedroeg meer dan 1 miljard euro.

de overeenkomst van Cancún wordt uitgevoerd en samenwerken met de partners in de ontwikkelingslanden om de volgende post-Kyoto-onderhandelingen in Durban in december 2011 voor te bereiden. De EU richt zich met name op snelstartfinanciering inzake klimaatmitigatie en steun voor aanpassingsinspanningen voor de minst ontwikkelde landen en kleine-eilandstaten onder de ontwikkelingslanden.

De VN-conferentie inzake duurzame

ontwikkeling van juni 2012 zal de EU een gelegenheid bieden om de doelstelling om de overgang naar een groenere economie in de ontwikkelingslanden te bevorderen, naderbij te brengen.

De EU zal ook haar standpunt bepalen voor de vergadering op hoog niveau inzake de doeltreffendheid van de steun in Busan in november en de vierde VN-conferentie inzake de minst ontwikkelde landen in Istanbul in mei.

Naast een versterking van de samenwerking inzake steun met de VS, Japan en de internationale financiële instellingen, zal de EU de opkomende economieën als ontwikkelingspartners sterk steunen. Hun rol omvat zuid-zuid-programma's en -projecten alsook trilaterale samenwerking met de traditionele donoren. De Europese Commissie zal deelnemen aan de follow-up-activiteiten van de G20-top in Seoel in november via haar werkgroep ontwikkeling. Ook de samenwerking inzake ontwikkeling met China en Afrika zal verder worden bevorderd.

Intern heeft de Europese Commissie een ambitieus hervormingsprogramma opgezet voor 2011 door een reeks beleidsinitiatieven, o.m. ook het vervolg van het overleg over de toekomst van het ontwikkelingsbeleid van de EU. Het is de bedoeling dit beleid tot een stimulans te maken voor interne capaciteitsopbouw in de ontwikkelingslanden teneinde te komen tot inclusieve en duurzame groei en om de economische, natuurlijke en menselijke hulpbronnen van deze landen in deze richting te sturen. Een mededeling zal later in 2011 het kader uittekenen voor de ontwikkelingshulp van de EU tot 2020.

De Commissie zal ook mededelingen publiceren over begrotingssteun en over investeringen en groei in de ontwikkelingslanden. Zij zal verslagen uitbrengen over de officiële ontwikkelingshulp (ODA) door de EU en de lidstaten, over de coherentie van het ontwikkelingsbeleid en ander EU-beleid, en een evaluatie maken van vijf belangrijke punten:

de integratie van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie, voedselzekerheid, klimaatverandering, migratie en veiligheid. In de loop van 2011 zal de Commissie eveneens voorstellen opstellen voor de structuur van de besteding van de EU-begroting, met inbegrip van de toewijzing van de ontwikkelingshulp, voor de financiële periode 2014-2020.

· nieuwe mogelijkheden voor versterkte samenwerking tussen de lidstaten en gezamenlijke programmering.

Deze nieuwe structuur zal tezamen met adequate financiële middelen voor de periode 2014- 2020 de status van de EU als belangrijke internationale actor en steun voor de mondiale ontwikkeling versterken.

Tabel 1: Sectoraal overzicht

Toewijzingen 2010 in miljoen euro

  • 7. 
    Humanitaire hulp: 8. Andere/niet toegewezen:

noodrespons, administratieve kosten,

wederopbouw, noodhulp niet gespecificeerd

en rehabilitatie, 543 (5.1%)

rampenpreventie en -

paraatheid

1 332 (12.5%)

6.Actie m.b.t. schulden; 2

(0%)

  • 5. 
    Begrotingssteun, 1. Sociale infrastructuur:

voedselhulp, onderwijs, gezondheid,

voedselzekerheidwater, bestuur en maatschappelijke

782 (7.3%)

organisaties, andere

4 283 (40.2%)

4.

Multisectoraal/transversaal

  • milieu, andere

1 411 (13.2%)

  • 2. 
    Economische

infrastructuur en diensten:

  • 3. 
    Productie: landbouw, vervoer, communicatie,

Tabel 2: De Europese consensus: gebieden van EU-ontwikkelingssamenwerking

Vastleggingen 2010 in miljoen euro

  • 1. 
    Goed bestuur en steun

voor economische en

institutionele hervormingen

  • 10. 
    Multisectoraal1 547 (14.5%)

1 897 (17.8%)

  • 2. 
    Handel en regionale

integratie

449 (4.2%)

  • 9. 
    Conflictpreventie en

onstabiele staten3. Infrastructuur en vervoer

1 822 (17.1%) 751 (7%)

  • 4. 
    Water en energie

833 (7.8%)

5.Sociale cohesie en

  • 8. 
    Milieu en duurzaam beheer van natuurlijke werkgelegenheid

370 (3.5%)

hulpbronnen 466 (4.4%)

  • 6. 
    Menselijke en sociale
  • 7. 
    Plattelandsontwikkeling, ontwikkeling

ruimtelijke ordening, 1 275 (12%)

landbouw en

voedselzekerheid

1 248 (11.7%)

ODA-middelen beheerd door Europese Commissie

Tabel 3: 2000-2010 Focus op armoede

Bestedingen

50%

40%

30%

20%

10%

0%

20002001200220032004200520062007200820092010

MOLALLILLMILHMIREGION / NTGMOL+ALLI

MOL: Minst Ontwikkelde Landen

ALLI: Andere Landen met Laag Inkomen

LLMI: Landen met Lager Middeninkomen

LHMI: Landen met Hoger MiddeninkomenREGION / NTG: Regionale programma's en Niet-Toegewezen

Region/NTG programma's komen ook de armste MOL+ALLI ten goede

In de nieuwe DAC-lijst, die in 2008 van kracht is geworden, zijn een aantal andere landen met een laag inkomen heringedeeld als landen met een lager

middeninkomen: Kameroen, Kaapverdië, India, Moldavië, Mongolië, Nicaragua en de Republiek Congo.

Tabel 3bis: 2000-2010 Focus op armoede

Bestedingen

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0%

20002001200220032004200520062007200820092010

MOLALLILLMILHMIMOL+ALLI

MOL: Minst Ontwikkelde Landen

ALLI: Andere Landen met Laag Inkomen

LLMI: Landen met Lager Middeninkomen

LHMI: Landen met Hoger Middeninkomen

Om deze index gelijk te trekken met die van andere donoren, is ook deze index berekend zonder rekening te houden met regionale en niet-toegewezen projecten

In de nieuwe DAC-lijst, die in 2008 van kracht is geworden, zijn een aantal andere landen met een laag inkomen heringedeeld als landen met een lager

middeninkomen: Kameroen, Kaapverdië, India, Moldavië, Mongolië, Nicaragua en de Republiek Congo.

2.

Original view

afbeelding document
 
 

3.

More information

6 jul
'11
COM(2011)414 - Annual Report 2011 on the EU's development and external assistance policies and their implementation in 2010


10 nov
'10
COM(2010)629 - GREEN PAPER EU development policy in support of inclusive growth and sustainable development Increasing the impact of EU development policy


19 okt
'10
COM(2010)586 - GREEN PAPER FROM THE COMMISSION TO THE COUNCIL, THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS The future of EU budget support to third countries


12 mei
'10
COM(2010)207 - Taking stock of the European Neighbourhood Policy


21 apr
'10
COM(2010)163 - Tax and Development Cooperating with Developing Countries on Promoting Good Governance in Tax Matters SEC(2010)426


31 mrt
'10
COM(2010)126 - Humanitarian Food Assistance


31 mrt
'10
COM(2010)127 - EU policy framework to assist developing countries in addressing food security challenges SEC(2010)379


 
publication date 07-07-2011
reference 12600/11

Contents