Submenu:
Nieuws-items bij Staatsschuld Italië
-
08:51Miljoenen Italianen kunnen geen verwarming betalen (en)
-
15-05Italiaanse economie krimpt verder
-
13-05Italiaanse econoom: Italië moet steun vragen
-
13-05EP-voorzitter Schulz roept Italië op om te investeren (en)
-
06-05'Italiaanse economie groeit volgend jaar'
-
02-05Letta belooft EU zuinig te blijven
-
02-05Commissievoorzitter Barroso positief verrast door Italiaanse premier Letta (en)
-
02-05Herman Van Rompuy blij met snel bezoek nieuwe Italiaanse premier Letta (en)
-
01-05Nieuwe Italiaanse premier meteen naar Duitsland voor overleg (en)
-
30-04Merkel blijft in felicitatie aan Italië hameren op begrotingsdiscipline
-
30-04Letta krijgt ook vertrouwen Italiaanse Senaat
-
29-04Premier Letta krijgt vertrouwen van Italiaans parlement
-
29-04Letta legt regeringsverklaring af
-
29-04Rente op Italiaanse obligaties daalt flink
-
29-04Italië vormt coalitie te midden van economische druk (en)
-
28-04Nieuw Italiaans kabinet beëdigd
-
28-04EU-voorzitter Herman Van Rompuy feliciteert premier Enrico Letta met de vorming van de nieuwe Italiaanse regering (en)
-
26-04Italië veilt leningen tegen laagste rente ooit
-
25-04Italië hoopt dat nieuwe premier politieke impasse doorbreekt (en)
-
23-04Italiaanse rente lager dan 4 procent, Spaanse rente zakt naar 4,35 procent
Staatsschuld Italië - Hoofdinhoud
Italië heeft grote financiële problemen sinds het uitbreken van de economische crisis. Van alle landen in de eurozone heeft alleen Griekenland een grotere staatsschuld dan Italië. De Italiaanse regering heeft tot nu toe nog geen hulp gevraagd aan de Europese Unie.
Tijdens de Eurotop eind oktober 2011 presenteerde Italië nieuwe bezuinigingsplannen, maar moest het land ook instemmen met toezicht door het IMF. Het land wil uiterlijk in 2013 de begroting op orde hebben. De pensioenleeftijd gaat op termijn omhoog naar 67 jaar.
Sinds het aantreden van de regering van premier Mario Monti in 2011 lijkt de situatie in Italië iets verbeterd. Beleggers hadden weinig vertrouwen in de regering van voormalig premier Silvio Berlusconi, waarmee het moeilijk werd om kapitaal aan te trekken op de internationale geldmarkt. De uitslag van de verkiezingen in februari 2013 heeft de situatie echter weer aan het wankelen gemaakt. Pier Luigi Bersani won met zijn centrumlinkse coalitie een meerderheid in de kamer van Afgevaardigden, maar geen meerderheid in het Senaat. Volgens de Italianen zelf leidt dit tot een politieke impasse.
Het belangrijkste probleem van Italië is de grote staatsschuld. Deze bedraagt ruim 2 biljoen euro: 127 procent van het bruto binnenlands product. Banken, pensioenfondsen en dergelijke uit andere landen hebben erg veel geld aan Italië uitgeleend. Daar staat tegenover dat het begrotingstekort relatief beperkt is: minder dan 4 procent van het bbp. Daarmee scoort Italië niet slecht in vergelijking met andere landen uit de eurozone.
Terwijl de Europese Unie werkte aan steunmaatregelen voor Ierland, Portugal en Griekenland, werd ook openlijk de vrees uitgesproken dat Italië bij de schuldencrisis betrokken zou raken. De Italianen verzekerden echter dat het risico hierop klein zou zijn: Italiaanse banken hadden geen grote belangen in de getroffen landen en de staatsschuld van het land zou relatief ongevoelig zijn voor buitenlandse druk.
Grote beleggers geloofden echter niet in deze uitspraken van de Italiaanse regering. De zorgen groeiden gedurende de zomer van 2011, waardoor de rente op Italiaanse staatsobligaties in juli steeg tot zes procent. Daardoor werd het steeds moeilijker voor de Italiaanse regering om geld te lenen. Er werd vervolgens een omvangrijk bezuinigingspakket vastgesteld van 48 miljard euro.
De onrust op de kapitaalmarkt leidde er dan ook toe dat op 2 augustus een comité voor financiële stabiliteit van de Italiaanse regering bijeen moest komen. De toenmalige minister van economische en financiële zaken Giulio Tremonti overlegde bovendien telefonisch met eurocommissaris Olli Rehn (Monetair beleid).
De Italiaanse autoriteiten, de Europese Commissie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bleven echter benadrukken dat de Italiaanse economie gezond was en dat er geen reden was voor angst. Volgens minister Tremonti zou de chaos op de markt vooral een gevolg zijn van twijfel over de politieke stabiliteit van Italië, en niet over de economie van het land.
Op 4 oktober 2011 verlaagde kredietbeoordelaar Moody's de Italiaanse rating met drie stappen, omdat het land gebukt zou gaan onder 'politieke en economische onzekerheden'. Op 7 december verlaagde ook kredietbeoordelaar Dagong de Italiaanse rating van 'A-min' naar 'BBB'. Op 13 januari 2012 verlaagde Standard & Poor's de kredietwaardigheid van Italië met twee niveaus naar BBB+.
Op 12 juni 2012 benadrukte de Italiaanse premier Monti nogmaals dat Italië geen steun nodig heeft.
Economische indicatoren
Indicator |
2005 |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Begrotingstekort/-overschot overheid |
-4,4% |
-3,4% |
-1,6% |
-2,7% |
-5,5% |
-4,5% |
-3,8% |
-3,0% |
Hoogte staatsschuld als % van bbp |
105,4% |
106,1% |
103,1% |
105,7% |
116,4% |
119,3% |
120,8% |
127,0% |
Gemiddelde werkloosheid |
7,7% |
6,8% |
6,1% |
6,7% |
7,8% |
8,4% |
8,4% |
10,7% |
Bron: Eurostat
Ongeacht de reden van de stijgende rente wordt het voor Italië steeds moeilijker om geld bij te lenen. Het is daarom zeer goed mogelijk dat het land in de nabije toekomst toch gebruik zal moeten maken van enige vorm van Europese steun.
Op de Europese top van eind juli 2011 besloten de Europese regeringsleiders al om het EFSF, het noodfonds voor eurolanden, de mogelijkheid te geven om ook landen bij te staan zonder dat ze in acute nood verkeren. Voorzitter van de Europese Commissie Barroso stelde op 3 augustus voor om het EFSF uit te breiden, omdat het huidige fonds niet groot genoeg is om ook Spanje en Italië bij te staan als die landen nog verder in de problemen komen.
Op 16 november 2011 liet EFSF-topman Klaus Regling echter weten dat de financiële markten niet moeten verwachten dat het Europese noodfonds snel zal verruimen.
Tijdens de Eurotop eind oktober 2011, waarin de Raad een akkoord moest bereiken over de aanpak van de schuldencrisis, presenteerde Italië zijn bezuinigingsplannen. Het land wil uiterlijk in 2013 de begroting op orde hebben en vanaf 2014 moet er zelfs een begrotingsoverschot zijn bereikt. Daardoor moet de bruto-overheidsschuld in 2014 tot 113% van het bbp zijn verminderd. De komende jaren wordt er vooral nog geïnvesteerd in onderwijs, werkgelegenheid, digitale agenda en infrastructuur. De pensioenleeftijd gaat uiterlijk in 2026 omhoog naar 67 jaar.
Begin november 2011 werd bekendgemaakt dat het Internationaal Monetair Fonds toezicht gaat houden op de vooruitgang die het land boekt met economische hervormingen en bezuinigen.
De regering van Berlusconi had de grootste moeite om hervormings- en bezuinigingsvoorstellen door het parlement goedgekeurd te krijgen. Toenemende druk van de financiële markten forceerde de zaak: Berlusconi stelde dat hij zou aftreden - een eis van de oppositie - op de voorwaarde dat zijn bezuinigingsmaatregelen zouden worden aangenomen.
Het pakket werd aangenomen en Berlusconi trad begin november 2011 af. Voormalig eurocommissaris Mario Monti werd zijn opvolger. De econoom stelde een zakenkabinet samen en ging veel meer structurele hervormingen doorvoeren. Zo moet de Italiaanse economie na jaren van stagnatie weer concurrerender worden. De financiële markten reageerden in eerste instantie positief op de benoeming van Monti.
In december 2011 werd het bezuinigingspakket door een ruime meerderheid van het Huis van Afgevaardigden goedgekeurd. 495 afgevaardigden stemden voor en maar 88 tegen. Volgens dit pakket zal er ruim 30 miljard bezuinigd worden. De scherpe kantjes zijn er na protesten afgehaald. Bejaarden met een klein pensioen worden bijvoorbeeld ontzien. In april 2012 werd het principe van begrotingsevenwicht in de Italiaanse grondwet opgenomen.
De omvangrijke bezuinigingen zorgden ervoor dat de Italiaanse rente begin 2012 daalde. In navolging van de Spaanse rente steeg de Italiaanse rente daarna echter weer sterk.
De rente liep op toen Monti zijn vertrek aankondigde in december 2012. Hij kwam tot dit besluit toen Berlusconi's partij de gedoogsteun introk voor het financiële herstelbeleid van Monti's kabinet. Ook kondigde Berlusconi aan zich weer verkiesbaar te stellen voor het premierschap.
Tijdens de verkiezingen in 2013 bleek Silvio Berlusconi weer ongekend populair in Italië. Toch verloor hij de verkiezingen nipt van de centrumlinkse Pier Luigi Bersani. Bersani komt echter zetels tekort in de Italiaanse Senaat. Ook met de centrumpartijen rond Mario Monti en de komiek Beppe Grillo kan hij geen meerderheid vormen in de Senaat, waar de partij van Berlusconi de meerheid heeft. Kort na de verkiezingen leidde dit al tot een stijgende rente op Italiaanse staatsleningen en de euro die sterk in waarde afnam.
Het Italiaanse volk roept om nieuwe verkiezingen. President Giorgio Napolitano voelt hier niets voor. Hij wil met deze uitslag toch tot een regering komen.