Jeugd in Beweging - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

Jeugd in Beweging

Studenten in een klaslokaal

Bron: euobserver.com

De Europese Unie telt bijna 100 miljoen jongeren, dat is een vijfde van de totale EU-bevolking. Deze jongeren krijgen heel veel kansen in de EU, maar hebben toch te maken met problemen in het onderwijs of bij het vinden van werk. Door de economische crisis waarmee Europa sinds 2008 te maken heeft, hebben zij nog meer moeite gekregen met het vinden van een geschikte baan; de jeugdwerkloosheid is nu bijna 21% in de EU. De Europese Unie vindt dit onacceptabel en wil zich inzetten om dit te verbeteren.

Contents

Sharing

enveloppe

1.

Voorstel Europese Commissie

De Europese Commissie heeft in september 2010 een mededeling geschreven over het thema 'Jeugd in Beweging' om onderwijs- en trainingssystemen in Europa te verbeteren. Dit programma is een van de initiatieven die onder de EU 2020-strategie vallen.

Deze strategie is de langetermijnstrategie van de Europese Unie voor een sterke en duurzame economie met veel werkgelegenheid. Deze strategie moet ervoor zorgen dat de Europese economie zich ontwikkelt tot een zeer concurrerende, sociale en ‘groene’ markteconomie.

2.

Doelstellingen

De looptijd van de EU 2020-strategie is tien jaar. In die tien jaar staan een aantal kerndoelen centraal die onderling met elkaar samenhangen. Enkele van deze doelstellingen zijn:

Meer werkgelegenheid

In 2020 moet 75 procent van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar betaald werk verrichten. Meer jongeren, ouderen, laaggeschoolden en legale immigranten moeten aan het werk.

Onderwijsniveau verhogen

In 2020 moeten minder jongeren vroegtijdig de school verlaten. Het percentage voortijdige schoolverlaters moet onder de 10 procent komen te liggen. Daarnaast moet ten minste 40 procent van de jongeren een diploma in het hoger onderwijs halen.

De Europese Commissie wil het initiatief  ‘Jeugd in Beweging’ gebruiken om de bovengenoemde doelen te bereiken. Zo is het de bedoeling om het onderwijs meer af te stemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt, zodat jongeren kennis en vaardigheden verkrijgen die zij in hun toekomstige functie kunnen gebruiken. ‘Leermobiliteit’ houdt bijvoorbeeld ook in dat steeds meer jongeren in het buitenland kunnen gaan studeren. Hierdoor krijgen zij meer kennis van andere culturen, waardoor ook meer onderling begrip voor de verschillende culturen ontstaat. Dit geldt voor alle jongeren, niet alleen voor de hoogopgeleiden.

3.

Wat vindt het Europees Parlement?

De parlementaire commissie Cultuur en Onderwijs van het Europees Parlement heeft besloten te reageren op de mededeling van de Europese Commissie. Door de parlementaire commissie is er een rapporteur aangesteld, de Sloveen Milan Zver, die een ontwerpverslag heeft geschreven.

Rapporteur Zver is het eens met het streven van de Europese Commissie om zich in te zetten voor de toekomstperspectieven van jongeren, maar hij heeft ook enkele verbeterpunten op de mededeling van de Commissie. Zo vindt de rapporteur dat er te weinig geld wordt uitgetrokken voor het project 'Jeugd in beweging'. Hij stelt voor om de lidstaten een financiële bijdrage te vragen voor het project en ook politieke en financiële steun aan hen te vragen om bestaande programma's te kunnen laten voortbestaan.

Daarnaast wil Zver dat praktische belemmeringen en obstakels voor de leermobiliteit van jongeren, zoals het aanvragen van visa en het uitschrijven van medische documenten in verschillende talen, moeten worden aangepakt. Op die manier wil de rapporteur het voor jongeren makkelijker maken om naar het buitenland te gaan.

Tijdens de plenaire sessie van het Europees Parlement in Straatsburg in mei 2011 bespreken de Europarlementariërs het verslag van de rapporteur. Hierop kunnen zij wijzigingsvoorstellen indienen. Er zal tijdens de plenaire vergadering een eindstemming plaatsvinden.

4.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veelgehoorde argumenten over het initiatief 'Jeugd in Beweging', waarbij ook kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.

Tip: na het lezen van de argumenten kunt U zelf Uw reactie geven.

Het is een goede zaak dat de Europese Unie de toekomstperspectieven van jongeren wil verbeteren

Door de economische crisis is het voor jongeren lastig om een geschikte baan te vinden. De Europese Unie moet daarom jongeren helpen het onderwijs af te stemmen op de wensen van de arbeidsmarkt. Lidstaten kunnen het niet alleen, omdat de economische crisis een grensoverschrijdend probleem is. Daarnaast is de wereld sterk geglobaliseerd en kan dit probleem alleen internationaal worden aangepakt via een grote internationale organisatie zoals de EU. Eén Europese aanpak voorkomt bovendien concurrentievervalsing.

Arbeidsmarkt is een nationale kwestie

Het is niet mogelijk om de positie van jongeren op de Europese arbeidsmarkt te regelen en te verbeteren. De arbeidsmarkt is te nationaal georganiseerd, zo dragen wij aan de nationale overheid loonbelasting af. Daarnaast bestaat er nog steeds een nationaal pensioensysteem en de lidstaten willen dit ook zo houden. Hierdoor zal een Europees beleid niet helpen om de positie van jongeren te verbeteren.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

5.

Meer informatie

In de onderstaande filmpjes komen Europese jongeren aan het woord over hun ervaringen met het zoeken naar werk en het starten van een eigen onderneming.