COM(2005)51 - Vrijgeving en gebruik van het resterende bedrag van € 482 miljoen van het voorwaardelijk bedrag van € 1 miljard uit het negende Europees Ontwikkelingsfonds voor samenwerking met de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

bij COM(2005)51 - Vrijgeving en gebruik ...

  • 22-11-2005
    ACP-EC Coun Ministers Decision
    PB L/2006/48/ 19
  • 17-02-2005
    Adoption by Commission
    COM/2005/51/FINAL
    CS/2005/6589/
    PB C/2005/172/ 24
  • 17-02-2005
    Transmission to Council

Contents

Sharing

enveloppe

1.

Stand van zaken

Op 17 februari 2005 is het voorstel naar de Raad van Ministers gestuurd.

2.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een besluit van de Raad tot vrijgeving en gebruik van het resterende bedrag van € 482 miljoen van het voorwaardelijk bedrag van € 1 miljard uit het negende Europees Ontwikkelingsfonds voor samenwerking met de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Council Decision concerning the release and use of the remaining EUR 482 million of the conditional EUR 1 billion under the 9th European Development Fund for cooperation with African, Caribbean and Pacific countries
 
COM-nummer COM(2005)51
extra com nummer COM(2005)51
raadsdocument 2005/89

3.

Oorspronkelijk voorstel

Bij punt 2 van het Financieel Protocol dat als bijlage 1 aan de op 23 juni 2000 in Cotonou ondertekende ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst is gehecht, is het negende EOF voor de landen van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan opgericht, waarvoor een bedrag van maximaal € 13,5 miljard is uitgetrokken. Overeenkomstig de Verklaring van de EU over het Financieel Akkoord - Verklaring XVIII bij de Slotakte van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst - werd slechts € 12,5 miljard van het totaalbedrag van € 13,5 miljard beschikbaar gesteld bij de inwerkingtreding van het Financieel Protocol (op 1 april 2003). De resterende € 1 miljard zal worden vrijgegeven op grond van een evaluatie van de resultaten van het EOF, waarbij rekening wordt gehouden met de graad van uitvoering van de vastleggingen en betalingen. Deze evaluatie van de resultaten zal, op basis van een voorstel van de Commissie, in 2004 worden uitgevoerd overeenkomstig Verklaring XVIII bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en artikel 2, lid 2, van het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het Financieel Protocol bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst.

Op 22 maart 2004 heeft de Raad ingestemd met de oprichting van een EU-waterfaciliteit voor de ACS-landen. Besloten werd hiervoor een bedrag van € 500 miljoen uit te trekken, afkomstig uit het voorwaardelijk bedrag van € 1 miljard zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, van het Intern Akkoord betreffende de waterfaciliteit, en een eerste tranche van € 250 miljoen vrij te geven. Dit besluit werd genomen nadat uit het peil van de vastleggingen en betalingen aan het einde van 2003, alsmede uit de verwachtingen van de Commissie voor 2004 tot en met 2007, was gebleken dat de middelen van het negende EOF voor de ACS-landen volledig zouden kunnen worden vastgelegd en een eerste tranche van het voorwaardelijk bedrag van € 1 miljard zou kunnen worden vrijgegeven op basis van de tot op heden behaalde resultaten.

Op basis van de resultaten van de tussentijdse evaluatie van de landenstrategieën en de evaluatie van de resultaten van het EOF door de Raad, moet de Raad uiterlijk in maart 2005 besluiten over de vrijgeving van een tweede tranche van € 250 miljoen voor de waterfaciliteit en over het gebruik van het resterende bedrag van € 500 miljoen van het voorwaardelijk bedrag van € 1 miljard zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, van het Intern Akkoord voor nader overeen te komen doeleinden.


Toelichting bij COM(2005)51

4.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Hoewel de hervormingen van de diensten van de Commissie recentelijk zijn voltooid, en het daarom te vroeg is om hierover een definitieve waardering uit te spreken, lijken deze tot structurele verbeteringen te leiden, zowel in het financiële beheer als in de programmering en op het uitvoerende vlak. Dit komt tot uiting in stijgende EOF-uitgaven. Nederland is van mening dat de Commissie op steeds effectievere en efficiëntere wijze EOF-middelen inzet. Echter, dit laat onverlet dat kwaliteit en effectiviteit van de hulp in de rapportage van de Commissie nog te weinig in output gerichte resultaten wordt uitgedrukt. In dit opzicht vind Nederland de prestatiemeting, die als voorwaarde dient voor de vrijmaking van het miljard, onvoldoende.

De Commissie heeft in een toelichtend werkdocument aangegeven in toenemende mate haar hulpinspanningen op output te willen gaan meten (en minder op input) en de effectiviteit van de programma's te relateren aan de mate waarin zij bijdragen aan de Millennium Doelstellingen. De interne hervormingen van de Commissie gaan dan ook onverminderd door. Nederland zal de prestaties van het EOF en de uitvoering van programma's en projecten gefinancierd door het EOF nauwlettend blijven volgen, waarbij speciale aandacht zal worden besteed aan het complementaire karakter van de Communautaire hulp en de coördinatie en harmonisatie met andere doneren. Nederland verlangt, aanvullend op de reeds gepresenteerde prestatiemeting, meer informatie over de resultaten van de hulpinspanningen van de Commissie alvorens over te gaan tot vrijmaking van het voorwaardelijke miljard. Nederland denkt hierbij bijvoorbeeld aan additionele informatie over de bijdrage die het EOF heeft geleverd aan het bereiken van de Millenniumdoelstellingen. Nederland erkent tegelijkertijd de noodzaak van de door de Commissie gepresenteerde financieringsvoorstellen en is bereid, na afronding van de discussie over de prestatiemeting, te spreken over de besteding van het voorwaardelijke miljard op basis van de verschillende voorstellen. Deze bespreking zal echter niet vooruitlopen op het besluit om het voorwaardelijke miljard al dan niet vrij te geven.

Ten aanzien van de verschillende financieringsvoorstellen geldt het volgende:

  • Waterfaciliteit

Nederland staat ten principale positief tegenover het voorstel van de Commissie om een tweede tranche van 250 miljoen vrij te maken voor de EU-waterfaciliteit. Alvorens het voorstel om een tweede tranche vrij te maken goed te keuren, wenst Nederland aanvullende informatie over de allocatie en besteding van de eerste tranche van 250 miljoen. Nederland vraagt zich eveneens af of de ACS-landen voldoende capaciteit hebben om in korte tijd 500 miljoen voor water gerelateerde programma's te absorberen.

  • Oost-Timor

Nederland kan instemmen met de toekenning van 18 miljoen voor Oost-Timor als nieuw lid van de ACS-groep. Financiering uit het voorwaardelijke miljard is de beste optie. Nederland is geen voorstander van het «ophogen» van het huidige negende EOF.

  • Energiefaciliteit

Nederland staat eveneens positief tegenover de toekenning van 250 miljoen voor een EU Energiefaciliteit. De Commissie publiceerde reeds in oktober 2004 haar voorstel hiertoe. Nederland is van mening dat met de Energiefaciliteit op een goede wijze invulling kan worden gegeven aan de afspraken zoals die op de WSSD in Johannesburg zijn gemaakt. Nederland zal de Commissie verzoeken zo veel mogelijk aansluiting te vinden bij bestaande initiatieven en de Energiefaciliteit en Waterfaciliteit daar waar mogelijk in samenhang in te zetten.

  • Centre for the Development of Agriculture (CTA) en het Centre for the Development of Enterprise (CDE).

Nederland gaat akkoord met de continuering van de financiering van het CDE en het CTA Het is echter wel vreemd dat het Financieel Protocol niet duidelijk maakte dat het oorspronkelijke budget voor de periode t/m 2007 gold. Internationale financieringsfaciliteit voor de beheersing van basisproductrisico's.

  • Bijdrage aan de internationale financieringsfaciliteit voor de beheersing van prijsrisico's voor basisproducten Nederland onderschrijft het belang van het EU-actieplan betreffende ketens van landbouwbasisproducten, afhankelijkheid en armoede en het partnerschap tussen de EU en Afrika ter ondersteuning van de ontwikkeling van de katoensector en zou vanuit dit perspectief de financiering kunnen ondersteunen.
  • Sanitaire en phyto-sanitaire aanpassingen.

Nederland is voorstander van een coherent beleid t.a.v. de ACS-landen en accepteert in dat licht de ondersteuning voor aanpassing aan de nieuwe sanitaire en phyto-sanitaire regels van de EU. Nederland vraagt zich af op basis van welke criteria de Commissie deze hulp zal verdelen onder de ACS-landen en op welke producten en markten de hulp zich zal richten.

  • Ondersteuning Afrikaanse Unie (AU)

Nederland hecht grote waarde aan de ondersteuning van de Afrikaanse Unie. Met name op het gebied van vredeshandhaving en conflictpreventie vervult de Afrikaanse Unie een zeer positieve rol. De AU kampt echter met grote capaciteitsproblemen. Nederland zou graag een gedetailleerder voorstel ter ondersteuning van de AU willen ontvangen alvorens een akkoord te geven.

  • Versneld onderwijsinitiatief

Nederland verwelkomt ondersteuning van het onderwijsinitiatief in het algemeen, maar zou aanvullende informatie willen ontvangen over de wijze waarop het bedrag zal worden ingezet.

Algemene opmerkingen over de financieringsvoorstellen:

  • Nederland zal de Commissie vragen eventuele behoeften van de ACS-landen in het kader van de EPA-onderhandelingen (Economic Partnership Agreement) te onderzoeken.
  • Verder zal Nederland de Commissie verzoeken een volledig overzicht te verschaffen van de nog niet gealloceerde reserves en van de middelen die niet aangewend kunnen worden als gevolg van politieke crises of andere bijzondere omstandigheden binnen het negende EOF. Nederland vraagt zich af of het wel wenselijk is om het voorwaardelijke miljard volledig te alloceren, terwijl er zich in de komende twee jaar nog andere onvoorziene omstandigheden kunnen voordoen. Het lijkt verstandiger om nu nog enige marge te behouden.
  • Nederland zet met het oog op bovenstaande verdeling van het voorwaardelijke miljard vraagtekens bij de aanwending van middelen uit het voorwaardelijke miljard die aanvankelijk voor de Investeringsfaciliteit (IF) van de Europese Investeringsbank (EIB) zouden worden gebruikt. Het IF lijkt als gevolg van bovenstaande voorstellen minder dan de voorziene 2,2 miljard te ontvangen. Nederland kan hier op zich mee leven, maar zou graag zien dat het bedrag dat beschikbaar is voor rentesubsidies en technische assistentie iets verhoogd wordt met middelen uit het voorwaardelijke miljard.
 

5.

Europese rechtsgrond

Deze Beschikking is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 300 lid 2 alinea 2, artikel 310 , Akkoord/acp-ce Slotacte jo l 317/00 en Intern akkoord EG-ACP Slotacte artikel 2 lid 2 jo l 317/00. Artikel 300 lid 2 alinea 2 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Internationale overeenkomsten' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op onderhandelen over en sluiten van overeenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen of internationale organisaties.

6.

Procedure

stemwijze Raad Raad besluit met stemwijze afhankelijk van het exacte beleidsonderwerp
datum online publicatie 17-02-2005

7.

Verwante dossiers

Aan dit dossier zijn de volgende trefwoorden toegekend: ACP countries, EDF, development aid.

8.

Betrokkenen

9.

Bronnen en disclaimer

Zie voor uitgebreidere informatie eventueel ook de volgende voor dit dossier gebruikte bronnen


Dit dossier wordt iedere nacht automatisch samengesteld op basis van bovenstaande dossiers. Hierbij is aan de technische programmering veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.