European Financial Stability Facility (EFSF) - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

European Financial Stability Facility

Dit tijdelijke noodfonds moet de financiële stabiliteit in de eurozone bewaren. Dit probeert het EFSF te bereiken door leningen te verstrekken aan eurolanden die financiële problemen hebben. Die leningen krijgen landen onder strikte voorwaarden van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank (ECB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Na 30 juni 2013 kan er geen aanspraak meer worden gedaan op het EFSF, vanwege afspraken rondom het permanente noodfonds, het Europees Stabiliteitsmechanisme.

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Achtergrond

Op 7 juni 2010 bereikten de ministers van Financiën van de eurolanden een akkoord over een tijdelijk noodfonds voor eurolanden. Ze kondigden een noodpakket van 750 miljard euro aan om de afname van het vertrouwen in de euro te stoppen. Dit pakket bestond uit een bijdrage van 250 miljard euro van het IMF, 60 miljard euro van de Europese Commissie en een garantie van 440 miljard euro van de EU-lidstaten via het nieuwe noodfonds.

Het EFSF moet de eurolanden ondersteunen wanneer hun kredietwaardigheid zo ver afneemt dat ze niet meer kunnen lenen op de financiële markten. Wanneer een lidstaat een lening wil krijgen, moet het land voldoen aan strenge voorwaarden. Bovendien kunnen regeringen verplicht worden hervormingen door te voeren.

Het EFSF is op 9 mei 2010 voor een aanvankelijke periode van 3 jaar opgericht door de (toen nog) zestien EU-lidstaten die de euro hebben ingevoerd als nationale valuta. De lidstaten zijn aandeelhouder binnen de faciliteit en zij zitten in de directie van het EFSF.

Het EFSF is gevestigd in Luxemburg. De Duitser Klaus Regling is de voorzitter. Regling leidt ook het permanente noodfonds, het ESM.

2.

Werking van het fonds

Het fonds heeft zelf geen geld in kas. Het leent tegen lage rentes geld van de kapitaalmarkten en leent dat vervolgens tegen gunstige voorwaarden uit aan landen die in financiële moeilijkheden zitten.

Het fonds kan geld lenen tegen een lage rente omdat de EU-lidstaten borg staan voor de leningen. Financieel solide landen dekken het risico af, voor het geval dat landen aan wie geld uitgeleend wordt, de lening niet kunnen aflossen. Het voordeel voor de landen die geld lenen van het fonds is dat ze een veel hogere rente zouden moeten betalen ze als ze zelf direct geld op de kapitaalmarkten zouden lenen. Ook de landen die borg staan hebben een voordeel; de rente die de landen aan het EFSF betalen vloeit terug naar de landen die garant staan.

De lidstaten staan garant voor een bedrag van 440 miljard euro.

3.

Aanpassing juli 2011

Op de Europese top van 21 juli 2011 zijn de regeringsleiders van de eurozone in principe overeengekomen dat het EFSF op een aantal punten werd aangepast:

  • de looptijd van leningen werd verlengd tot minimaal 15 en maximaal 30 jaar
  • de rente op uitstaande leningen zou nauwelijks boven de rente liggen die het EFSF moest betalen
  • EFSF-gelden konden, op basis van analyses van de ECB, worden gebruikt om staatsleningen op te kopen wanneer omstandigheden op de financiële markten tot onaanvaardbare risico's leiden
  • EFSF-gelden mochten gebruikt worden door lidstaten om geld te lenen aan financiële instellingen

Na 30 juni 2013 kan er geen aanspraak meer worden gedaan op het EFSF, vanwege de afspraken rondom het Europees Stabiliteitsmechanisme begin 2011. Vanaf oktober 2012 is het permanente noodfonds, het Europees Stabiliteitsmechanisme operationeel; daarnaast blijft het tijdelijke noodfonds actief.

4.

Extra mogelijkheden om geld aan te trekken

Door ontwikkelingen op de financiële markten ontstond er onzekerheid of de 440 miljard aan garanties van de lidstaten in het EFSF wel genoeg was. Er is al voor ruim 200 miljard aan leningen uit het fonds verstrekt. Op de Europese top van 26 op 27 oktober 2011 is besloten om twee extra mogelijkheden te creëren voor het fonds om geld aan te trekken.

De eerste manier is dat het EFSF voor een deel garant gaat staan voor staatsleningen van landen die in de problemen zitten. Op die manier is het risico voor een belegger voor een deel afgewenteld op het noodfonds, wat de staatsleningen veel aantrekkelijker maakt: de landen betalen door die garanties een lagere rente op de leningen, waardoor de financiële druk op die landen wordt verlicht.

De tweede manier is het oprichten van zogenaamde "Special Purpose Vehicles" waar geld van particuliere beleggers en overheidsinstellingen in wordt gebundeld. Die "Special Purpose Vehicles" kunnen vervolgens geld lenen aan landen in de problemen.

Het voordeel voor de lidstaten bij deze constructies is dat de lidstaten zelf hun garanties niet hoeven uit te breiden, maar dat het EFSF voor iedere euro die het ter beschikking heeft, een veelvoud aan kapitaal kan aantrekken. Omdat het noodfonds garant staat voor afbetaling van de lening, zouden private investeerders interesse kunnen hebben in deze constructies.

Afhankelijk van de omstandigheden op de financiële markten zou het EFSF het vier- of vijfvoudige aan extra kapitaal kunnen aantrekken, het zogenaamde hefboomeffect. Nu had het fonds bij het opstellen van deze opties al ruim 200 miljard aan leningen uitstaan. Als het de rest van het geld op deze manier kan inzetten, dan zou het noodfonds de beschikking krijgen over ongeveer 1.000 miljard euro. Hierdoor is het fonds slagvaardiger gemaakt zonder daadwerkelijk extra geld in het EFSF te steken.

De verwachting was dat door deze constructies het effect van het fonds verviervoudigd zou worden, maar eind november werd duidelijk dat dit hooguit een verdrievoudiging zou zijn. Hierdoor zal het noodfonds te beperkt zijn als grote landen zoals Italië of Spanje in de problemen komen.

Om toch de slagkracht van het EFSF te vergroten besloten de ministers van Financiën van de eurozone op 29 november 2011 het IMF om hulp te roepen. De lidstaten daarvan, binnen en buiten Europa, zullen extra geld in het IMF moeten steken zodat met dit geld landen met schuldproblemen kunnen worden geholpen. Grote niet-Europese IMF-leden zoals China en India hebben zich al bereid verklaard om extra geld in het IMF te steken, op voorwaarde dat de eurolanden ook een extra bijdrage leveren. 

5.

Aanpassingen december 2011

Op 7 december werd bekend gemaakt dat het fonds ook schuldpapieren met looptijden van 3, 6 en 12 maanden gaat uitgeven. Topman Klaus Regling stelde dat het de bedoeling is dat de financiering van het fonds door deze maatregelen flexibeler wordt.

Op de Europese Top van 8 en 9 december besloten de Europese regeringsleiders 200 miljard euro aan het IMF te verstrekken om landen in financiële problemen te helpen. Daarnaast werd er besloten de invoering van het permanente noodfonds, het ESM, te vervroegen. Aanvankelijk zou het permanente noodfonds medio 2013 het EFSF vervangen, maar om de eurocrisis sneller te boven te komen is het ESM in oktober 2012 van kracht geworden.

In maart 2012 maakten de ministers van Financiën van de zeventien eurolanden bekend dat de nog niet verstrekte gelden van het EFSF (240 miljard euro) langer beschikbaar blijven. Deze gelden mogen niet bij het ESM (500 miljard euro) worden opgeteld, maar kunnen wel worden ingezet om het ESM versneld aan te vullen tot 500 miljard euro.

Medio 2012 verstrekte leningen aan Europese landen, zoals aan Cyprus en Spanje, kwamen uit de pot van het EFSF.

6.

Meer informatie

 
 
internet website
oriëntatie
tel. +352) 260 962 20
fax (+352) 260 962 62
adres 43, avenue John F.Kennedy
L-1855 - (Luxembourg)
voorzitter Klaus Regling