Submenu:
Nieuws-items bij Gekloond vlees: verbieden of niet?
-
04-07-2011De discussie over klonen laait weer op in de EU
-
17-05-2011Raad: uitleg Europarlement van juridisch advies over verbod op gekloond voedsel onjuist (en)
-
11-05-2011Parlement doet dringende oproep voor regelgeving voor gekloonde voedingsmiddelen
-
11-05-2011Hongaars voorzitterschap wil compromis gekloond vlees (en)
-
11-05-2011Onduidelijkheid over invoerverbod kloonvlees volgens regels Wereldhandelsorganisatie
Gekloond vlees: verbieden of niet? - Hoofdinhoud
Heeft u er ooit bij stilgestaan hoe een gekloond speklapje eigenlijk smaakt? Waarschijnlijk niet, en voorlopig hoeft u dat ook nog niet te doen. De verantwoordelijke commissie van het Europees Parlement wil dat vlees van gekloonde dieren en hun jongen niet op de Europese markt komt. Ook de lidstaten en de Europese Commissie waren aanvankelijk voorstander van dit plan.
Het voorstel van de Parlementaire commissie voor Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid werd door de Nederlandse Europarlementariër Kartika Liotard (Verenigd Links/onafhankelijk lid) gepresenteerd in het Europees Parlement. Op 7 juli 2010 keurde het Parlement haar voorstel goed. Bij de lidstaten bestonden echter bezwaren tegen een verbod op gekloond vlees. De onderhandelingen over de precieze invulling van de regelgeving tussen Europees Parlement en de Raad van Ministers zijn in maart 2011 mislukt. Daardoor komt er nu (voorlopig) helemaal geen regelgeving.
Inhoudsopgave van deze pagina:
De andere wetgevers van de Europese Unie, de Europese Commissie en de Raad van Ministers wilden in eerste instantie dat gekloond voedsel onder de wet 'nieuwe voedingsmiddelen' in de EU zou vallen. De Europarlementariërs waren het daar echter niet mee eens en vroegen om een apart wetsvoorstel om voedsel te verbieden dat uit gekloonde dieren of hun nakomelingen voortkomt. Liotard verklaarde in de zomer van 2010: "Voor zover wij weten, bestaat er op de Europese markt geen voedsel dat van gekloonde dieren afkomstig is en het Parlement wil dat dit in de toekomst zo blijft. Wij eisen dat dit onderwerp apart wordt behandeld. Wij willen niet dat dieren worden gekloond voor de voedselproductie en wij willen ook geen nakomelingen van gekloonde dieren op de markt."
Het Europees Parlement heeft op 8 september 2010 opnieuw opgeroepen tot een verbod op de verkoop van vlees van gekloonde dieren en hun nakomelingen, omdat de Europese Commissie tot dat moment nog geen actie had ondernomen.
Naar aanleiding van deze hernieuwde oproep maakte de Commissie op 19 oktober 2010 een voorstel bekend om het klonen van dieren voor een periode van vijf jaar te verbieden. Ook het verhandelen van voedingsmiddelen die van gekloonde dieren afkomstig zijn, zou niet langer toegestaan zijn op de Europese markt. Hoewel eurocommissaris John Dalli zich eerder nog uitsprak tegen een dergelijk verbod, heeft de Commissie onder politieke druk van onder meer het Parlement dus haar standpunt herzien.
Op 29 maart 2011 werd echter bekend dat de onderhandelingen tussen Commissie, Raad en Parlement niet tot een akkoord hebben geleid. Dit betekent dat er geen verbod komt op het verhandelen van gekloond vlees in de EU. De wensen van de lidstaten, Commissie en Parlement lagen te ver uit elkaar. De Europese Commissie en de Raad wilden alleen gekloond vlees opnemen in de regelgeving, terwijl het Parlement verder wilde gaan, en ook het vlees van nakomelingen van gekloonde dieren van de voedselmarkt wilde weren.
Volgens de EU bestaan nieuwe voedingsmiddelen uit voedsel dat niet op de EU-markt was vóór 15 mei 1997. Toen werd de eerste wetgeving over nieuwe voedingsmiddelen ingevoerd. De voedingsmiddelen moeten op EU-niveau worden goedgekeurd, voor ze op de markt kunnen worden gebracht. Het doel van deze wetgeving is om de voedselveiligheid te beschermen. Alleen voedingsmiddelen op de EU-lijst mogen op de markt komen. Nieuwe voedingsmiddelen kunnen van alles zijn: van een nieuw specerij uit Brazilië, tot een sushi-ingrediënt uit Japan, maar ook voedsel dat wordt gemaakt uit nieuwe technologieën, zoals klonen.
De wetgeving waar de commissie van het Parlement mee is gekomen, past binnen het Europese voedselbeleid. Voedselveiligheid en consumentenbescherming moeten het zwaarst wegen bij de beoordeling of een nieuw voedingsmiddel mag worden toegelaten tot de Europese markt. Daarnaast moeten de bescherming van het milieu, de dierengezondheid en ethische aspecten een belangrijke rol spelen bij die beoordeling.
Het rapport van Kartika Liotard bevatte niet alleen een voorstel over gekloond voedsel. Ook nieuwe voedingsmiddelen met zogenaamde 'nano-deeltjes' mogen niet in de winkels totdat er een test bestaat die kan bepalen of ze veilig zijn. Nano-deeltjes zorgen er bijvoorbeeld voor dat een product langer houdbaar blijft, of een product beter schenkbaar maakt. De aanwezigheid van nano-deeltjes moet ook op het etiket worden vermeld.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de toelatingsregels van nieuwe voedingsmiddelen, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger.
Tip: na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Het is belangrijk dat Europa wetgeving maakt over het toelaten van nieuwe voedselproducten. Dit is beter voor de gezondheid, de interne markt en de voedselindustrie.
Eén orgaan dat zorgt voor de toelating van nieuwe voedselproducten voorkomt uiteenlopende niveaus van voedselveiligheid en bescherming van de menselijke gezondheid binnen de Europese Unie. Het voorkomt ook problemen aan de grens. Als we op dit gebied niet samenwerken, kan het zo zijn dat Nederland gekloond vlees wel verbiedt, maar België niet. Zo kunnen Nederlanders toch blootstaan aan de mogelijke risico's van het vlees. Ook biedt een centrale aanpak een betere garantie voor een soepele werking van de interne markt voor nieuwe voedingsmiddelen en kan het de concurrentiepositie van de Europese voedselindustrie versterken.
-
Voor het klonen van dieren zijn aparte regels nodig
Het klonen van dieren kan leiden tot ernstige gezondheids- en welzijnsproblemen bij zowel de gekloonde dieren zelf als hun surrogaatmoeders. De geboorte van de dieren verloopt vaak moeizaam en veel klonen overlijden al tijdens de zwangerschap of in de eerste weken na hun geboorte aan allerlei afwijkingen of gebreken. Voedselproducten afkomstig van deze dieren horen daarom niet thuis in de regels die het Parlement maakt. Als ondernemingen al voedselproducten van dergelijke dieren op de markt willen brengen, moeten zij zich houden aan speciale regels.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.



