Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van Besluit nr. 1/2008 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité tot wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11 - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Text

 

RAAD VAN Brussel, 10 november 2008 (11.11)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

15484/08

CH 62 AGRILEG 199 VETER 32 AGRI 376

VOORSTEL

van:

de Europese Commissie

d.d.: 7 november 2008

Betreft: Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van Besluit nr. 1/2008 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité tot wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 7.11.2008 COM(2008) 683 definitief

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van Besluit nr. 1/2008 van

het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat

inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité tot

wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondstaat inzake de handel in landbouwproducten (hierna "de landbouwovereenkomst" genoemd) is op 1 juni 2002 in werking getreden.

De Zwitserse Bondsstaat heeft zich ertoe verbonden in zijn nationale wetgeving de bepalingen over te nemen van Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG, Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht, Richtln 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselke consumptie bestemde producten van dierlke oorsprong, Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn en van alle uitvoeringsbepalingen daarvan op het gebied van de controle van de invoer uit derde landen naar de Europese Unie.

Om te zorgen voor de nodige middelen voor de uitvoering van de controles op de invoer van producten van dierlijke oorsprong uit derde landen moet Zwitserland ten minste gedeeltelijk worden opgenomen in het systeem voor snelle waarschuwingen, ingesteld bij artikel 50 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot

vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de

levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden

De Zwitserse Bondsstaat heeft zich ertoe verbonden in zijn wetgeving de bepalingen over te nemen van Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wziging van Richtln 92/65/EEG van de Raad.

Krachtens artikel 19, lid 1, van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst is een Gemengd Veterinair Comité opgericht, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. Het comité onderzoekt elke kwestie die betrekking heeft op genoemde bijlage en op de uitvoering daarvan, en neemt bovendien alle taken in verband met deze bijlage op zich. Het Gemengd Veterinair Comité heeft met name de beslissingsbevoegdheid in de in bijlage 11 bedoelde gevallen. In artikel 19, lid 3, van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt het Gemengd Veterinair Comité gemachtigd om de aanhangsels van die bijlage te wijzigen, met name met de bedoeling deze aan te passen en bij te werken.

De Gemeenschap moet het standpunt vaststellen dat in het Gemengd Veterinair Comité moet worden ingenomen over de goedkeuring van de noodzakelijke wijzigingen in de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11. Overeenkomstig artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Besluit 2002/309/EG, Euratom wordt het standpunt van de Gemeenschap vastgesteld door de Raad, op voorstel van de Commissie.

De wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten en Besluit nr. 1/2008 van het Gemengd Veterinair Comité zullen in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.

* * *

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van Besluit nr. 1/2008 van

het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat

inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité tot

wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 310 in samenhang met artikel 300, lid 2, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt :

(1) Artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Besluit 2002/309/EG, Euratom van de Raad en, wat betreft de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking, van de Commissie van 4 april 2002 betreffende de sluiting van zeven overeenkomsten met de Zwitserse Bondsstaat bepaalt dat het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Veterinair Comité op voorstel van de Commissie door de Raad wordt vastgesteld.

(2) De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van

21

juni 1999 inzake de handel in landbouwproducten (hierna "de

landbouwovereenkomst" genoemd) is op 1 juni 2002 in werking getreden.

(5) De Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat hebben onderhandeld over een Overeenkomst tot wijziging van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 21 juni 1999 inzake de handel in landbouwproducten en hebben die overeenkomst ondertekend.

(6) De Gemeenschap moet het standpunt vaststellen dat zij in het Gemengd Veterinair Comité moet innemen over de goedkeuring van de noodzakelijke wijzigingen in de aanhangsels van bijlage 11 bij de overeenkomst,

BESLUIT:

Artikel 1

Het standpunt dat de Gemeenschap in het bij artikel 19, lid 1, van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité moet innemen over de wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11, is gebaseerd op het in de bijlage bij dit besluit opgenomen ontwerpbesluit van het Gemengd Veterinair Comité.

Artikel 2

Besluit nr. 1/2008 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité tot wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11 bij de overeenkomst wordt na vaststelling gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE

Voorstel voor

BESLUIT Nr. 1/2008 VAN HET BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE

GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT

INZAKE DE HANDEL IN LANDBOUWPRODUCTEN

OPGERICHTE GEMENGD VETERINAIR COMITÉ

van ... 2008

tot wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11

(2008/.../EG)

HET COMITÉ,

Gelet op de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (hierna "de landbouwovereenkomst" genoemd), en met name op artikel 19, lid 3, van bijlage 11,

Overwegende hetgeen volgt :

(1) De landbouwovereenkomst is op 1 juni 2002 in werking getreden.

(2) Bij artikel 19, lid 1, van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt een Gemengd Veterinair Comité opgericht, dat elke kwestie die betrekking heeft op genoemde bijlage en op de uitvoering daarvan onderzoekt en bovendien alle taken in verband met deze bijlage op zich neemt. Overeenkomstig lid 3 van dat artikel kan het Gemengd Veterinair Comité besluiten de aanhangsels van bijlage 11 te wijzigen, met name met de bedoeling die aan te passen en bij te werken.

(4) De aanhangsels van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst zijn laatstelijk gewijzigd bij Besluit nr. 1/2006 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité van 1 december 2006 tot wijziging van de aanhangsels 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11 bij de overeenkomst

2.

(5) De Zwitserse Bondsstaat heeft zich ertoe verbonden in zijn nationale wetgeving de bepalingen over te nemen van Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG

3, Richtlijn

97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht

4, Richtln 2002/99/EG van de Raad van 16

december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselke consumptie bestemde producten van dierlke oorsprong

5, Verordening (EG) nr.

882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn

6 en van alle

uitvoeringsbepalingen daarvan op het gebied van de controle van de invoer uit derde landen naar de Europese Unie.

(6) Om te zorgen voor de nodige middelen voor de uitvoering van de controles op de invoer van producten van dierlijke oorsprong uit derde landen moet Zwitserland ten minste gedeeltelijk worden opgenomen in het systeem voor snelle waarschuwingen, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

en tot vaststelling van procedures voor

voedselveiligheidsaangelegenheden7.

(9) De tekst van de aanhangsels 2, 3, 4 en 6 van bijlage 11 bij voornoemde overeenkomst moet worden gewijzigd om rekening te houden met de wijzigingen in de communautaire en de Zwitserse wetgeving zoals die op 30 juni 2008 van kracht was,

BESLUIT:

Artikel 1

Aanhangsel 2 van bijlage 11 van de landbouwovereenkomst wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van bijlage I bij dit besluit onder voorbehoud van inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 23 december 2008 tot wijziging van bijlage 11 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 21 juni 1999 inzake de handel in landbouwproducten.

Artikel 2

De aanhangsels 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten worden gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van de bijlagen II tot en met VI bij dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit, opgesteld in twee exemplaren, wordt ondertekend door de medevoorzitters of andere personen die gemachtigd zijn namens de partijen op te treden.

Artikel 4

Dit besluit wordt treedt in werking op 1 januari 2009.

BIJLAGE I

Aanhangsel 2 van bijlage 11 wordt als volgt aangevuld:

"X. NIET-COMMERCIEEL VERKEER VAN GEZELSCHAPSDIEREN

A. WETGEVING*

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

Europese Gemeenschap Zwitserland

Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 Verordening inzake de invoer van

gezelschapsdieren (OIAC) van 18 april 2007

(RS 916.443.14).

inzake veterinairrechtelijke

voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad (PB L 146 van 13.6.2003, blz. 1).

B. BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN

  • 1. 
    Het identificatiesysteem is dat bedoeld in Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003.
  • 2. 
    Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 998/2003 en Beschikking 2005/91/EG van de Commissie van 2 februari 2005 tot vaststelling van de periode waarna rabiësvaccinatie als geldig wordt beschouwd

9 wordt de geldigheid van de

vaccinatie en de eventuele hervaccinatie tegen rabiës erkend volgens de aanbevelingen van het laboratorium van productie.

  • 3. 
    Het te gebruiken paspoort is dat bedoeld in Beschikking 2003/803/EG van de Commissie van 26 november 2003 tot vaststelling van een modelpaspoort voor het intracommunautair verkeer van honden, katten en fretten

BIJLAGE II

Aanhangsel 3 van bijlage 11 wordt vervangen door:

"Aanhangsel 3

INVOER UIT DERDE LANDEN VAN LEVENDE DIEREN EN SPERMA, EICELLEN

EN EMBRYO'S DAARVAN

I. EUROPESE GEMEENSCHAP WETGEVING*

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

A. Hoefdieren, met uitzondering van paardachtigen

Richtlijn 2004/68/EG van de Raad van 26 april 2004 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in en de doorvoer via de Gemeenschap van bepaalde levende hoefdieren, tot wijziging van de Richtlijnen 90/426/EEG en 92/65/EEG en tot intrekking van Richtlijn 72/462/EEG (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 320).

B. Paardachtigen

Richtlijn 90/426/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 42).

C. Pluimvee en broedeieren

Richtlijn 90/539/EEG van de Raad van 15 oktober 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (PB L 303 van 31.10.1990, blz.

6).

F. Sperma van runderen

Richtlijn 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10).

G. Sperma van varkens

Richtlijn 90/429/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 62).

H. Andere levende dieren

  • 1. 
    Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54).
  • 2. 
    Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad (PB L 146 van 13.6.2003, blz. 1).

I. Overige specifieke bepalingen

  • 1. 
    Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van -agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3).
  • 2. 
    Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en doorvoer per vliegtuig van dieren van oorsprong uit derde landen (OITA), (RS 916.443.12).
  • 3. 
    Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA), (RS 916.443.13).
  • 4. 
    Verordening van het DFE van 16 mei 2007 inzake de controle van de invoer en doorvoer van dieren en dierlijke producten (verordening inzake de OITE-controles),

(RS 916.443.106).

  • 5. 
    Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer van gezelschapsdieren (OIAC) (RS 916.443.14).
  • 6. 
    Verordening van 18 augustus 2004 inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (OMédV), (RS 812.212.27).
  • 7. 
    Verordening van 30 oktober 1985 inzake de door het Federaal Veterinair Bureau ontvangen retributies (OEVET), (RS 916.472).

III. UITVOERINGSBEPALINGEN

Het Federaal Veterinair Bureau past tegelijk met de lidstaten de invoervoorwaarden van punt I van dit aanhangsel, de uitvoeringsmaatregelen en de lijsten van inrichtingen waaruit de overeenkomstige invoer is toegestaan, toe. Deze verbintenis geldt voor alle relevante wetsbesluiten, ongeacht de datum van goedkeuring daarvan.

Het Federaal Veterinair Bureau kan strengere maatregelen nemen en aanvullende garanties eisen. Er vindt overleg plaats in het Gemengd Veterinair Comité teneinde adequate oplossingen te zoeken.

Het Federaal Veterinair Bureau en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de specifieke invoervoorwaarden die op bilateraal niveau zijn vastgesteld en niet op communautair niveau zijn geharmoniseerd.

BIJLAGE III

Aanhangsel 4 van bijlage 11 wordt vervangen door:

"Aanhangsel 4

ZOÖTECHNIEK, INVOER UIT DERDE LANDEN INBEGREPEN

A. WETGEVING

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

Europese Gemeenschap Zwitserland

Richtlijn 77/504/EEG van de Raad van 25 juli 1977 betreffende raszuivere fokrunderen (PB L 206 van 12.8.1977, blz. 8). Verordening van 14 november 2007 inzake veeteelt (RS 916.310).

Richtlijn 88/661/EEG van de Raad van 19 december 1988 betreffende de zoötechnische normen die gelden voor fokvarkens (PB L 382 van 31.12.1988, blz. 36).

Richtlijn 87/328/EEG van de Raad van 18 juni 1987 betreffende de toelating van raszuivere fokrunderen tot de voortplanting (PB L 167 van 26.6.1987, blz. 54).

Richtlijn 88/407/EEG van de Raad van 14 juni

1988 tot vaststelling van de

veterinairrechtelijke voorschriften van

toepassing op het intracommunautaire

Richtlijn 90/427/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van zoötechnische en genealogische voorschriften voor het intracommunautaire

handelsverkeer in

paardachtigen (PB L 224 van 18.8.1990, blz.

55).

Richtlijn 90/428/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen en houdende vaststelling van de voorwaarden voor deelneming aan deze wedstrijden (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 60).

Richtlijn 91/174/EEG van de Raad van 25 maart

1991 inzake zoötechnische en

genealogische voorschriften voor de handel in rasdieren en tot wijziging van de Richtlijnen 77/504/EEG en 90/425/EEG (PB L 85 van 5.4.1991, blz. 37).

Richtlijn 94/28/EG van de Raad van 23 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen inzake

de

zoötechnische en genealogische

voorschriften voor de invoer uit derde landen van dieren, alsmede van sperma, eicellen en embryo's en tot wijziging van Richtlijn 77/504/EEG

betreffende raszuivere

fokrunderen (PB L 178 van 12.7.1994, blz.

66).

BIJLAGE IV

Aanhangsel 5 van bijlage 11 wordt vervangen door:

"Aanhangsel 5

LEVENDE DIEREN, SPERMA, EICELLEN EN EMBRYO'S: GRENSCONTROLES

EN RETRIBUTIES

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen Traces-systeem

A. WETGEVING*

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

Europese Gemeenschap Zwitserland

Beschikking 2004/292/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de toepassing van het Traces-systeem en tot wijziging van Beschikking 92/486/EEG (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 63). 1. Wet van 1 juli 1966 inzake epizoötieën (LFE), (RS 916.40).

  • 2. 
    Verordening van 27 juni 1995 inzake epizoötieën (OFE), (RS 916.401).
  • 3. 
    Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke producten (OITE),

(RS 916.443.10).

  • 4. 
    Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en de doorvoer per vliegtuig van dieren van oorsprong uit derde landen (OITA), (RS 916.443.12).

B. UITVOERINGSBEPALINGEN

In samenwerking met het Federaal Veterinair Bureau neemt de Commissie Zwitserland op in het bij Beschikking 2004/292/EG van de Commissie ingestelde Traces-systeem.

Zo nodig worden in het Gemengd Veterinair Comité overgangs- en aanvullende maatregelen vastgesteld.

HOOFDSTUK II

Veterinaire en zoötechnische controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de

Gemeenschap en Zwitserland

A. WETGEVING*

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

De veterinaire en zoötechnische controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland worden uitgevoerd overeenkomstig de volgende bepalingen:

Europese Gemeenschap Zwitserland

  • 1. 
    Richtlijn 89/608/EEG van de Raad van 21 1. Wet inzake epizoötieën (LFE) van 1 juli 1966 (RS 916.40), met name artikel 57.

november 1989 betreffende

wederzijdse bijstand tussen de

administratieve autoriteiten van de lidstaten en samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie, met het oog op de juiste toepassing van de veterinaire en zoötechnische wetgeving (PB L 351 van 2.12.1989, blz. 34). 2. Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke producten (OITE),

(RS 916.443.10).

  • 3. 
    Verordening van DFE van 16 mei 2007 inzake de controle van de invoer en doorvoer van dieren en dierlijke producten

B. ALGEMENE UITVOERINGSBEPALINGEN

In de in artikel 8 van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde gevallen nemen de bevoegde autoriteiten van de plaats van bestemming onverwijld contact op met de bevoegde autoriteiten van de plaats van verzending. Zij nemen alle nodige maatregelen en delen aan de bevoegde autoriteit van de plaats van verzending en aan de Commissie de aard van de verrichte controles, de genomen beslissingen en de redenen daarvan mede.

Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 16 van Richtlijn 89/608/EEG en de artikelen 9 en 22 van Richtlijn 90/425/EEG.

C. BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN VOOR DIEREN BESTEMD VOOR

BEWEIDING IN HET GRENSGEBIED

  • 1. 
    Definities

Beweiding: het overbrengen van dieren naar weiden in een grensgebied dat beperkt is tot 10 km aan beide kanten van de grens tussen een lidstaat en Zwitserland. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de desbetreffende bevoegde autoriteiten toestemming geven voor een grotere afstand aan beide kanten van de grens tussen Zwitserland en de Gemeenschap.

Dagelijkse beweiding: beweiding waarbij dieren aan het einde van iedere dag naar het bedrijf van oorsprong in een lidstaat of in Zwitserland worden teruggebracht.

  • 2. 
    Voor de beweiding tussen de lidstaten en Zwitserland zijn de bepalingen van Beschikking 2001/672/EG van de Commissie van 20 augustus 2001 houdende vaststelling van bijzondere voorschriften voor het verplaatsen van runderen naar zomerweiden in bergstreken (PB L 235 van 4.9.2001, blz. 23) van overeenkomstige toepassing. In het kader van deze bijlage geldt artikel 1 van Beschikking 2001/672/EG echter onder voorbehoud van de volgende aanpassingen:

KANTON NIDWALD

KANTON GLARIS

KANTON ZUG

KANTON FREIBURG/FRIBOURG

KANTON SOLOTHURN

KANTON BASEL-STADT

KANTON BASEL-LAND

KANTON SCHAFFHAUSEN

KANTON APPENZELL AUSSERRHODEN

KANTON APPENZELL INNERRHODEN

KANTON ST. GALLEN

KANTON GRAUBÜNDEN

KANTON AARGAU

KANTON THURGAU

KANTON TICINO

KANTON VAUD

KANTON WALLIS/VALAIS

KANTON NEUCHÂTEL

  • a) 
    hij stelt op de datum van afgifte van het certificaat en uiterlijk 24 uur voor de geplande aankomst van de dieren via het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde geïnformatiseerde verbindingssysteem tussen veterinaire autoriteiten de bevoegde autoriteiten op de plaats van bestemming (lokale veterinaire dienst) in kennis van de verzending van de dieren;
  • b) 
    hij onderzoekt de dieren minder dan 48 uur vóór hun vertrek voor beweiding;

de dieren moeten naar behoren geïdentificeerd zijn;

  • c) 
    hij geeft een certificaat af volgens het in punt 9 opgenomen model.
  • 4. 
    Tijdens de gehele duur van de beweiding blijven de dieren onder douanetoezicht.
  • 5. 
    De eigenaar van de dieren moet:
  • a) 
    schriftelijk verklaren dat hij zich, net als elke eigenaar uit een lidstaat of Zwitserland, zal houden aan alle bepalingen van deze bijlage en alle andere op plaatselijk niveau genomen maatregelen;
  • b) 
    de uit de toepassing van deze bijlage voortvloeiende controlekosten betalen;
  • c) 
    zijn volledige medewerking verlenen aan de door de officiële autoriteiten van het land van verzending of bestemming vereiste douane- of veterinaire controles.
  • 6. 
    Bij de terugkeer van de dieren aan het einde van het beweidingsseizoen of bij vervroegde terugkeer neemt de officiële dierenarts van het land waar het beweidingsgebied zich bevindt de volgende maatregelen:
  • a) 
    hij stelt op de datum van afgifte van het certificaat en uiterlijk 24 uur voor de geplande aankomst van de dieren via het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde geïnformatiseerde verbindingssysteem tussen veterinaire autoriteiten de bevoegde autoriteiten op de plaats van bestemming (lokale veterinaire dienst) in kennis van de verzending van de dieren;
  • b) 
    de eigenaar van de dieren verbindt zich ertoe de bevoegde veterinaire autoriteit in kennis te stellen van ieder contact met dieren van een ander bedrijf;
  • c) 
    het in punt 9 vastgestelde gezondheidscertificaat moet ieder kalenderjaar bij de eerste invoer van de desbetreffende dieren in een lidstaat of Zwitserland aan de bevoegde veterinaire autoriteiten worden overgelegd. Dit certificaat moet op verzoek aan de bevoegde veterinaire autoriteiten kunnen worden overgelegd;
  • d) 
    de punten 2 en 3 zijn alleen van toepassing op de eerste verzending van de dieren naar een lidstaat of naar Zwitserland in het desbetreffende kalenderjaar;
  • e) 
    punt 6 is niet van toepassing;
  • f) 
    de eigenaar van de dieren verbindt zich ertoe de bevoegde veterinaire autoriteit in kennis te stellen van het einde van het beweidingsseizoen.
  • 9. 
    Modelgezondheidscertificaat voor de beweiding in het grensgebied of voor de dagelijkse beweiding van runderen en voor de terugkeer van de beweiding in het

grensgebied:

Modelgezondheidscertificaat voor de beweiding in het grensgebied of voor de dagelijkse

beweiding van runderen en voor de terugkeer van de beweiding in het grensgebied:

EUROPESE GEMEENSCHAPCertificaat voor de intracommunautaire handel

d i ng

I.1. VerzenderI.2. Referentienummer certificaatI.2.a. Lokaal referentienummmer

Naam

z e nI.3. Bevoegde centrale autoriteit

e nAdres Postcode

o dI.4. Bevoegde lokale autoriteit

I.5. GeadresseerdeI.6. Nr. van bijbehorende originele certificatenNr. van bijbehorende documenten

a ng e b

Naam

e

a

Adres Postcode

d e

d

I.7. Handelaar

NaamErkenningsnummer

f f e nI.8. Land van oorsprongISO-code I.9. Regio van oorsprongCodeI.10. Land van bestemming ISO-code I.11. Regio van bestemmingCode

e t r e

I.12. Plaats van oorsprong / Plaats van de vangstI.13. Plaats van bestemming

a t i e

b

BedrijfBedrijf

f or m

NaamErkenningsnummerNaamErkenningsnummer

AdresAdres

PostcodePostcode

I.14. Plaats van ladingI.15. Datum en uur van vertrek

D e

e

l

I

:

I n

Postcode

I.16. VervoermiddelenI.17. Vervoerder

VliegtuigVaartuigTreinwagonNaamErkenningsnummer

WegvoertuigAndereAdres

Identificatie:

PostcodeLidstaat

I.18. Diersoort / ProductI.19. Productcode (GN-code)

01 02

I.20. Aantal / Hoeveelheid

I.21.I.22. Aantal verpakkingen

I.23.I.24. Aard van de verpakking

I.25. Dieren / Producten gecertificeerd voor

Transhumance

EUROPESE GEMEENSCHAP 2005/22 Zomerbeweiding

II. Gezondheidsinformatie II.a. Referentienummer van het certificaat II.b. Plaatselijk referentie-

nummer

II.1. Gezondheidscertificaat voor de beweiding in het grensgebied (3) of de dagelijkse beweiding (3)

(4) van runderen.

Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat:

II.1.1. elk dier uit de hierboven beschreven partij afkomstig is van een bedrijf van oorsprong en een gebied waarvoor overeenkomstig de communautaire of nationale wetgeving geen verbod of beperking geldt in verband met runderziekten, en

g

II.1.2. afkomstig is van een beslag dat zich bevindt in een lidstaat of in een gebied van een lidstaat:

e r t i f i c e r i na) waar een toezichtprogramma van kracht is, goedgekeurd bij Beschikking xx/xx/EG van de Commissie, of, voor Zwitserland, bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland van 21 juni 1999 (bijlage 11, aanhangsel 2, punt I);

D e

e

l

I

I

:

C

  • b) 
    die/dat officieel erkend is als vrij van leukose, tuberculose en brucellose; en

II.1.3. een fokdier (3) of gebruiksdier (3) is dat:

  • a) 
    volgens de beschikbare gegevens gedurende de laatste 30 dagen of als het minder dan 30 dagen oud is vanaf de geboorte in het bedrijf van oorsprong is gehouden, tijdens welke periode geen uit een derde land ingevoerd dier op het bedrijf is gebracht, tenzij dit volledig van alle andere dieren op het bedrijf afgezonderd is geweest;
  • b) 
    gedurende de laatste 30 dagen niet in contact is gekomen met dieren waarvan het beslag niet voldoet aan de in punt II.1.2. vermelde voorwaarden;

II.1.4. de bovenbedoelde dieren op [datum invoegen], binnen 48 uur vóór hun geplande vertrek, zijn onderzocht en geen klinische verschijnselen vertoonden van een besmettelijke of infectieziekte;

II.1.5. voor het bedrijf van oorsprong en eventueel het erkende verzamelcentrum alsook het gebied waar zij zich bevinden overeenkomstig de communautaire of de nationale wetgeving geen verbod of beperking geldt in verband met runderziekten;

II.1.6. aan alle toepasselijke bepalingen van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad voldaan is;

II.1.7. de dieren voldoen aan de aanvullende garanties ten aanzien van IBR/IPV in overeenstemming met Beschikking 93/42/EG van de Commissie, waarvan de bepalingen volgens de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland van 21 juni 1999 van overeenkomstige toepassing zijn;

EUROPESE GEMEENSCHAP 2005/22 Zomerbeweiding

II. Gezondheidsinformatie II.a. Referentienummer van het certificaat II.b. Plaatselijk referentie-

nummer

Opmerkingen

Deel I:

· Het nummer van het gezondheidscertificaat dat wordt gebruikt voor de toegang tot het beweidingsgebied is aangegeven in deel I.6 van dit certificaat.

Deel II:

(1) De in dit certificaat op te nemen gegevens dienen op de datum van afgifte en uiterlijk 24 uur voor de geplande aankomst van de dieren in het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde geïnformatiseerde verbindingssysteem tussen veterinaire autoriteiten te worden ingevoerd.

(2) Dit certificaat is geldig gedurende een periode van 10 dagen na de in Zwitserland of de lidstaat van oorsprong uitgevoerde gezondheidscontrole. Het certificaat geldt in het geval van dagelijkse beweiding voor de gehele beweidingsperiode.

(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.

(4) Het certificaat geldt in het geval van dagelijkse beweiding voor de gehele beweidingsperiode.

(5) Deze verklaring ontslaat de vervoerders niet van hun verplichtingen krachtens de geldende communautaire bepalingen, met name met betrekking tot de geschiktheid van de dieren voor vervoer.

(6) De registratiecode van het weiland is aangegeven in deel I.13 (erkenningsnummer) van dit certificaat.

(7) Indien dieren om gezondheidsredenen gedurende de beweidingsperiode naar het bedrijf van oorsprong

terugkeren, vergezeld van een gezondheidscertificaat, moeten de

identificatiemerken van de oorspronkelijke lijst geschrapt worden; in dit geval dient de lijst door de officiële dierenarts getekend te worden.

(8) Deel II.1 in te vullen voor het vertrek voor beweiding in het grensgebied, of voor dagelijkse beweiding, deel II.2 in te vullen voor de terugkeer van beweiding in het grensgebied.

De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat.

HOOFDSTUK III

Voorwaarden voor het handelsverkeer tussen de Europese Gemeenschap en de

Zwitserse Bondsstaat

A. WETGEVING

Voor het handelsverkeer in levende dieren en sperma, eicellen en embryo's daarvan en de beweiding van runderen in het grensgebied tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland gelden de gezondheidscertificaten van deze bijlage, beschikbaar in het Traces- systeem, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van een geharmoniseerd model voor een certificaat en inspectieverslag voor het intracommunautaire handelsverkeer in dieren en producten van dierlijke oorsprong (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 44).

HOOFDSTUK IV

Veterinaire controles voor de invoer uit derde landen

A. WETGEVING*

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

De controles op de invoer uit derde landen worden verricht overeenkomstig de volgende

bepalingen:

Europese Gemeenschap Zwitserland

  • 1. 
    Verordening (EG) nr. 282/2004 van de 1. Verordening van 18 april 2007 inzake de

Commissie van 18 februari 2004 invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke

betreffende de vaststelling van een document voor de aangifte en de veterinaire controle van uit derde landen afkomstige dieren die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PB L 49 van 19.2.2004, blz. 11). producten (OITE), (RS

916.443.10).

  • 2. 
    Verordening van 18 april 2007 inzake de

invoer en de doorvoer per vliegtuig van dieren van oorsprong uit derde landen (OITA), (RS 916.443.12).

  • 2. 
    Verordening (EG) nr. 882/2002 van het

Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1). 3. Verordening van 18 april 2007 inzake de

invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA), (RS 916.443.13).

  • 4. 
    Verordening van het DFE van 16 mei

2007 inzake de controle van de invoer en doorvoer van dieren en dierlijke producten (verordening inzake de OITE-controles),

(RS 916.443.106).

  • 3. 
    Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15

(PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3).

  • 5. 
    Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29

april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10).

  • 6. 
    Beschikking 97/794/EG van de

Commissie van 12 november 1997 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 91/496/EEG van de Raad met betrekking tot de veterinaire controles van uit derde landen in te voeren levende dieren (PB L 323 van 26.11.1997, blz.

31).

B. UITVOERINGSBEPALINGEN

  • 1. 
    Voor de toepassing van artikel 6 van Richtlijn 91/496/EEG zijn de grensinspectieposten van de lidstaten voor de veterinaire controles op levende dieren opgenomen in de bijlage bij Beschikking 2001/881/EG van de Commissie van 7 december 2001 tot vaststelling van een lst van grensinspectieposten die zn erkend voor de veterinaire controles van dieren en dierlke producten uit derde landen, en tot bwerking van de uitvoeringsbepalingen inzake de door deskundigen van de Commissie te verrichten controles, als gewijzigd.
  • 2. 
    Voor de toepassing van artikel 6 van Richtlijn 91/496/EEG zijn de grensinspectieposten voor Zwitserland als volgt:

Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor latere wijzigingen in de lijst van grensinspectieposten, hun inspectiecentra en hun erkenningstype.

Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor de controles ter plaatse op grond van met name artikel 19 van Richtlijn 91/496/EEG en artikel 57 van de Wet inzake epizoötieën.

  • 3. 
    Het Federaal Veterinair Bureau past tegelijk met de lidstaten de invoervoorwaarden van aanhangsel 3 van deze bijlage, alsook de uitvoeringsmaatregelen toe.

Het Federaal Veterinair Bureau kan strengere maatregelen nemen en aanvullende garanties eisen. Er vindt overleg plaats in het Gemengd Veterinair Comité teneinde adequate oplossingen te zoeken.

Het Federaal Veterinair Bureau en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de specifieke invoervoorwaarden die op bilateraal niveau zijn vastgesteld en niet op communautair niveau zijn geharmoniseerd.

  • 4. 
    De in punt 1 vermelde grensinspectieposten van de lidstaten voeren de controles op de invoer uit derde landen, bestemd voor Zwitserland, uit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV, punt A., van dit aanhangsel.
  • 5. 
    De in punt 2 vermelde grensinspectieposten van Zwitserland voeren de controles op de invoer uit derde landen, bestemd voor de lidstaten, uit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV, punt A., van dit aanhangsel.

HOOFDSTUK V

Specifieke bepalingen

A. IDENTIFICATIE VAN DE DIEREN

  • 1. 
    WETGEVING*
  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

Europese Gemeenschap Zwitserland

  • 1. 
    Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 1. Verordening inzake epizoötieën (OFE)

november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren (PB L 355 van 5.12.1992, blz. 32). van 27 juni 1995 (RS 916.401), met name de artikelen 7 tot en met 20 (registratie en identificatie).

  • 2. 
    Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het 2. Verordening van 23 november 2005

Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad (PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1). betreffende de databank voor verplaatsing van dieren (RS 916.404).

  • 2. 
    BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN
  • a. 
    Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor de toepassing van artikel 3, lid 2, en artikel 4, lid 1, onder a), vijfde alinea, en lid 2, van Richtlijn 92/102/EEG.

B. BESCHERMING VAN DE DIEREN

  • 1. 
    WETGEVING*
  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

Europese Gemeenschap Zwitserland

  • 1. 
    Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad Verordening van 23 april 2008 inzake de bescherming van dieren (OPAn) (RS 455.1), met name de artikelen 169 tot en met 176.

van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PB L

3 van 5.1.2005, blz. 1).

  • 2. 
    Verordening (EG) nr. 1255/97 van de

Raad van 25 juni 1997 betreffende de communautaire criteria voor halteplaatsen en tot aanpassing van het in Richtlijn 91/628/EEG bedoelde reisschema (PB L 74 van 2.7.1997, blz. 1).

  • 2. 
    BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN
  • a. 
    De Zwitserse autoriteiten verbinden zich ertoe om in het handelsverkeer tussen Zwitserland en de Gemeenschap en bij de invoer uit derde landen Verordening (EG)

nr. 1/2005/EEG na te leven.

  • b. 
    In de in artikel 26 van Verordening (EG) nr. 1/2005 bedoelde gevallen nemen de bevoegde autoriteiten van de plaats van bestemming onverwijld contact op met de bevoegde autoriteiten van de plaats van vertrek.

C. RETRIBUTIES

  • 1. 
    Er is geen retributie verschuldigd voor de veterinaire controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland.
  • 2. 
    Voor de veterinaire controles op de invoer uit derde landen verbinden de Zwitserse autoriteiten zich tot inning van de retributies in verband met de officiële controles, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 882/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1)."

BIJLAGE V

A. De bijzondere voorwaarden met betrekking tot de voor menselijke consumptie bestemde dierlijke producten, opgenomen in aanhangsel 6 van bijlage 11, worden als volgt aangevuld:

"11) In afwachting van de erkenning van de onderlinge aanpassing van de communautaire en de Zwitserse wetgeving, voor de uitvoer naar de

Gemeenschap, ziet Zwitserland toe op de naleving van de onderstaande wetsbesluiten en de uitvoeringsbepalingen daarvan:

  • Richtlijn 88/344/EEG van de Raad van 13 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (PB L 157 van 24.6.1988, blz. 28)
  • Richtlijn 88/388/EEG van de Raad van 22 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake aroma's voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma's (PB L 184 van 15.7.1988, blz.

61)

  • Richtlijn 89/107/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren mogen worden gebruikt (PB L 40 van 11.2.1989, blz. 27)
  • Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 1)
  • Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1)
  • Richtlijn 94/35/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 juni 1994 inzake zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 237 van 10.9.1994, blz. 3)
  • Richtlijn 94/36/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 juni 1994 inzake kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 237 van 10.9.1994, blz. 13)
  • Richtlijn 95/2/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 61 van 18.3.1995, blz. 1)
  • Richtlijn 95/31/EG van de Commissie van 5 juli 1995 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 178 van 28.7.1995, blz. 1)
  • Richtlijn 95/45/EG van de Commissie van 26 juli 1995 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 226 van 22.9.1995, blz. 1)
  • Verordening (EG) Nr. 2232/96 van het Europees Parlement en de Raad van 28 oktober 1996 tot vaststelling van een communautaire procedure voor in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken aromastoffen (PB L 299 van 23.11.1996, blz. 1)
  • Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van -agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3)
  • Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10)
  • Richtlijn 96/77/EG van de Commissie van 2 december 1996 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 339 van 30.12.1996, blz. 1)
  • Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 16)
  • Richtlijn 1999/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 inzake de vaststelling van een communautaire lijst van voedsel en voedselingrediënten die mogen worden behandeld met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 24)
  • Beschikking 1999/217/EG van de Commissie van 23 februari 1999 tot vaststelling van een repertorium van in levensmiddelen gebruikte aromastoffen, dat is samengesteld in toepassing van Verordening (EG) nr. 2232/96 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 84 van 27.3.1999, blz. 1)
  • Beschikking 2002/840/EG van de Commissie van 23 oktober 2002 tot goedkeuring van de lijst van erkende installaties in derde landen voor de doorstraling van levensmiddelen (PB L 287 van 25.10.2002, blz. 40)
  • Verordening (EG) nr. 2065/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 10 november 2003 inzake in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken rookaroma's (PB L 309 van 26.11.2003, blz. 1)
  • Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55)
  • Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5)
  • Verordening (EG) nr. 884/2007 van de Commissie van 26 juli 2007 inzake noodmaatregelen tot opschorting van het gebruik van E 128 Rood 2G als levensmiddelenkleurstof (PB L 195 van 27.7.2007, blz. 8)"

B. Het deel betreffende niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, opgenomen in aanhangsel 6 van bijlage 11, wordt vervangen door:

"Niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten

Uitvoer van de Europese Gemeenschap naar Zwitserland en uitvoer van Zwitserland naar de Europese Gemeenschap

Handelsvoorwaarden

EG-normen* Zwitserse normen* Gelijkwaardigheid

Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001

houdende vaststelling van Verordening van 23 november 2005 inzake het slachten van dieren en de vleescontrole (OAbCV) (RS 817.190)

voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 147 van

Verordening van het DFE van 23 november 2005 inzake de hygiëne bij het slachten van dieren (OHyAb) (RS 817.190.1)

31.5.2001,

blz. 1). Verordening van 27 juni 1995 inzake epizoötieën (OFE) (RS 916.401) Ja, met bijzondere

voorwaarden

Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober

Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke producten (OITE), (RS 916.443.10)

2002 tot vaststelling van

gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1).

Verordening van 23 juni 2004 inzake de verwijdering van dierlijke bijproducten (OESPA) (RS 916.441.22)

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

Bijzondere voorwaarden

Voor zijn invoer past Zwitserland dezelfde bepalingen toe als in de bijlagen VII, VIII, X (certificaten) en XI (landen), overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1774/2002.

Op de handel in materiaal van categorie 1 en 2 zijn de bepalingen van artikel 8, leden 2 tot en met 6, van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van toepassing.

In het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland gaat materiaal van categorie 3 vergezeld van handelsdocumenten en gezondheidscertificaten volgens hoofdstuk III van bijlage II, overeenkomstig de artikelen 7 en 8 van Verordening (EG) nr. 1774/2002.

Overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1774/2002 stelt Zwitserland een lijst op van desbetreffende bedrijven.

Overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1774/2002 verbiedt Zwitserland vóór 1 juli 2011 het voederen van varkens met keukenafval. Deze kwestie zal door het Gemengd Veterinair Comité worden onderzocht."

BIJLAGE VI

Aanhangsel 10 van bijlage 11 wordt vervangen door:

"Aanhangsel 10

DIERLIJKE PRODUCTEN: GRENSCONTROLES EN RETRIBUTIES

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

A. WETGEVING*

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

Europese Gemeenschap Zwitserland

Beschikking 2004/292/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de toepassing van het Traces-systeem en tot wijziging van Beschikking 92/486/EEG (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 63). 1. Wet inzake epizoötieën (LFE) van 1 juli

1966 (RS 916.40), met name artikel 57.

  • 2. 
    Verordening van 18 april 2007 inzake de

invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke

producten (OITE), (RS

Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen 916.443.10).

  • 3. 
    Verordening van 18 april 2007 inzake de

en voorschriften van de invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA), (RS 916.443.13).

levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een

Europese Autoriteit voor

voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures

voor 4. Verordening van het DFE van 16 mei

B. UITVOERINGSBEPALINGEN

  • 1. 
    In samenwerking met het Federaal Veterinair Bureau neemt de Commissie Zwitserland op in het bij Beschikking 2004/292/EG van de Commissie ingestelde Traces-systeem.
  • 2. 
    In samenwerking met het Federaal Veterinair Bureau en het Federaal Bureau voor de volksgezondheid neemt de Commissie Zwitserland op in het systeem voor snelle waarschuwingen, als bedoeld in artikel 50 van Verordening (EG) nr. 178/2002, wat betreft de bepalingen in verband met de weigering van dierlijke producten aan de grenzen.

Bij afkeuring van een partij, een container of een lading door een bevoegde autoriteit aan een grenspost van de Europese Unie stelt de Commissie Zwitserland daarvan onmiddellijk in kennis.

Zwitserland stelt de Commissie onmiddellijk in kennis van elke met een direct of indirect risico voor de gezondheid van de mens verband houdende afkeuring van een partij, container of lading levensmiddelen of diervoeders door een bevoegde autoriteit van een grenspost en leeft de in artikel 52 van Verordening (EG) nr. 178/2002 vastgestelde geheimhoudingsregels na.

De bijzondere maatregelen in verband met deze deelname worden in het Gemengd Veterinair Comité vastgesteld.

HOOFDSTUK II

Veterinaire controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en

Zwitserland

A. WETGEVING*

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

De veterinaire controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland worden uitgevoerd overeenkomstig de volgende bepalingen:

Europese Gemeenschap Zwitserland

  • 1. 
    Richtlijn 89/608/EEG van de Raad van 21 1. Wet inzake epizoötieën (LFE) van 1 juli

november 1989 betreffende wederzijdse bijstand 1966 (RS 916.40), met name artikel 57.

tussen de administratieve

autoriteiten van de lidstaten en 2. Verordening van 18 april 2007 inzake de

samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie, met het oog op de juiste toepassing invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke

producten (OITE), (RS

van de veterinaire en 916.443.10).

zoötechnische wetgeving (PB L 351 van 2.12.1989, blz. 34).

  • 3. 
    Verordening van 18 april 2007 inzake de

invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA), (RS 916.443.13).

  • 2. 
    Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11

december 1989 inzake veterinaire

controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13).

  • 4. 
    Verordening van het DFE van 16 mei

2007 inzake de controle van de invoer en doorvoer van dieren en dierlijke producten (verordening inzake de OITE-controles),

(RS 916.443.106).

  • 3. 
    Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16

B. UITVOERINGSBEPALINGEN

In de in artikel 8 van Richtlijn 89/662/EEG bedoelde gevallen nemen de bevoegde autoriteiten van de plaats van bestemming onverwijld contact op met de bevoegde autoriteiten van de plaats van verzending. Zij nemen alle nodige maatregelen en delen aan de bevoegde autoriteit van de plaats van verzending en aan de Commissie de aard van de verrichte controles, de genomen beslissingen en de redenen daarvan mede.

Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 16 van Richtlijn 89/608/EEG en de artikelen 9 en 16 van Richtlijn 89/662/EEG.

HOOFDSTUK III

Veterinaire controles voor de invoer uit derde landen

A. WETGEVING*

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als laatstelijk gewijzigd.

De controles op de invoer uit derde landen worden verricht overeenkomstig de volgende

bepalingen:

Europese Gemeenschap Zwitserland

  • 1. 
    Verordening (EG) nr. 136/2004 van de 1. Wet inzake epizoötieën (LFE) van 1 juli

Commissie van 22 januari 2004 tot vaststelling van procedures voor de veterinaire 1966 (RS 916.40), met name artikel 57.

controles in de 2. Verordening van 18 april 2007 inzake de

grensinspectieposten van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PB L 21 van 28.1.2004, blz. 11). invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke

producten (OITE), (RS

916.443.10).

  • 4. 
    Verordening (EG) nr. 882/2004 van het

Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1).

  • 6. 
    Verordening van 30 oktober 1985 inzake

de door het Federaal Veterinair Bureau ontvangen retributies (OEVET) (RS 916.472).

  • 7. 
    Wet van 9 oktober 1992 inzake

levensmiddelen (LDAL), (RS 817.0).

  • 5. 
    Richtlijn 89/608/EEG van de Raad van 21

november 1989 betreffende wederzijdse bijstand 8. Verordening van 23 november 2005

tussen de administratieve betreffende levensmiddelen en

autoriteiten van de lidstaten en gebruiksvoorwerpen (ODAlOUs), (RS 817.02).

samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie, met het oog op de juiste toepassing

van de veterinaire en 9. Verordening van 23 november 2005

zoötechnische wetgeving (PB L 351 van 2.12.1989, blz. 34). inzake de uitvoering van de

levensmiddelenwetgeving (RS

817.025.21).

  • 6. 
    Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29

april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van -agonisten en tot intrekking 10. Verordening van DFI van 26 juni 1995

inzake vreemde stoffen in en de bestanddelen

van levensmiddelen

(OSEC), (RS 817.021.23).

van de Richtlijnen

81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3).

  • 7. 
    Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29

april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10).

  • 9. 
    Beschikking 2002/657/EG van de

Commissie van 12 augustus 2002 ter uitvoering van Richtlijn 96/23/EG van de Raad

wat de prestaties van

analysemethoden en de interpretatie van resultaten betreft (PB L 221 van 17.8.2002, blz. 8).

  • 10. 
    Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16

december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11).

  • 11. 
    Beschikking 2005/34/EG van de

Commissie van 11 januari 2005 tot vaststelling van geharmoniseerde normen voor analyses op bepaalde residuen in producten van dierlijke oorsprong die uit derde landen worden ingevoerd (PB L 16 van 20.1.2005, blz. 61).

B. UITVOERINGSBEPALINGEN

  • 1. 
    Voor de toepassing van artikel 6 van Richtlijn 97/78/EG zijn de grensinspectieposten van de lidstaten als volgt: de grensinspectieposten die zijn erkend voor de veterinaire controles op dierlijke producten en die zijn opgenomen in de bijlage bij Beschikking 2001/881/EG van de Commissie van 7 december 2001 tot vaststelling van een lijst van grensinspectieposten die zijn erkend voor de veterinaire controles van dieren en dierlijke producten uit derde landen, en tot bijwerking van de uitvoeringsbepalingen inzake de door deskundigen van de Commissie te verrichten controles, als gewijzigd.

Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor latere wijzigingen in de lijst van grensinspectieposten, hun inspectiecentra en hun erkenningstype.

Het Gemengd Veterinair Comité is verantwoordelijk voor de uitvoering van de controles ter plaatse op grond van met name artikel 45 van Verordening (EG) nr. 882/2004 en artikel 57 van de Wet inzake epizoötieën.

HOOFDSTUK IV

Gezondheidsvoorwaarden en controlevoorwaarden voor het handelsverkeer tussen de

Europese Gemeenschap en Zwitserland

Wat betreft de sectoren waarvoor beide partijen de gelijkwaardigheid van de wetgevingen erkennen, zijn op dierlijke producten waarin tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland wordt gehandeld, dezelfde voorwaarden van toepassing als op dierlijke producten waarin tussen de lidstaten van de Gemeenschap wordt gehandeld. Zo nodig gaan deze producten vergezeld van de voor het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap of in deze bijlage vastgestelde gezondheidscertificaten, die via het Traces-systeem beschikbaar zijn.

Voor de andere sectoren blijven de in hoofdstuk II van aanhangsel 6 vastgestelde gezondheidsvoorwaarden van toepassing.

HOOFDSTUK V

Gezondheidsvoorwaarden en controlevoorwaarden voor de invoer uit derde landen

  • 1. 
    Europese Gemeenschap Wetgeving*
  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

A. VOLKSGEZONDHEIDSVOORSCHRIFTEN

  • 4. 
    Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 1).
  • 5. 
    Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1).
  • 6. 
    Richtlijn 94/35/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 juni 1994 inzake zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 237 van 10.9.1994, blz. 3).
  • 7. 
    Richtlijn 94/36/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 juni 1994 inzake kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 237 van 10.9.1994, blz. 13).
  • 8. 
    Richtlijn 95/2/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 61 van 18.3.1995, blz. 1).
  • 9. 
    Richtlijn 95/31/EG van de Commissie van 5 juli 1995 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 178 van 28.7.1995, blz. 1).
  • 10. 
    Richtlijn 95/45/EG van de Commissie van 26 juli 1995 tot vaststelling van

specifieke zuiverheidseisen voor kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 226 van 22.9.1995, blz. 1).

  • 11. 
    Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op

het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van -agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3).

  • 15. 
    Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari

1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 16).

  • 16. 
    Richtlijn 1999/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari

1999 inzake de vaststelling van een communautaire lijst van voedsel en voedselingrediënten die mogen worden behandeld met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 24).

  • 17. 
    Beschikking 1999/217/EG van de Commissie van 23 februari 1999 tot

vaststelling van een repertorium van in levensmiddelen gebruikte aromastoffen, dat is samengesteld in toepassing van Verordening (EG) nr. 2232/96 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 84 van 27.3.1999, blz. 1).

  • 18. 
    Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22

mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1).

  • 19. 
    Beschikking 2002/840/EG van de Commissie van 23 oktober 2002 tot

goedkeuring van de lijst van erkende installaties in derde landen voor de doorstraling van levensmiddelen (PB L 287 van 25.10.2002, blz. 40).

  • 20. 
    Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van

17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PB L 325 van 12.12.2003, blz.

1).

  • 21. 
    Verordening (EG) nr. 2065/2003 van het Europees Parlement en de Raad van

10 november 2003 inzake in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken rookaroma's (PB L 309 van 26.11.2003, blz. 1).

  • 25. 
    Beschikking 2005/34/EG van de Commissie van 11 januari 2005 tot

vaststelling van geharmoniseerde normen voor analyses op bepaalde residuen in producten van dierlijke oorsprong die uit derde landen worden ingevoerd (PB L 16 van 20.1.2005, blz. 61).

  • 26. 
    Verordening (EG) nr. 401/2006 van de Commissie van 23 februari 2006 tot

vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op het mycotoxinegehalte in levensmiddelen (PB L 70 van 9.3.2006, blz. 12).

  • 27. 
    Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot

vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).

  • 28. 
    Verordening (EG) nr. 1883/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot

vaststelling van bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle op het gehalte aan dioxinen en dioxineachtige pcb's in bepaalde levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 32).

  • 29. 
    Verordening (EG) nr. 333/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 tot

vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in levensmiddelen ( PB L 88 van 29.3.2007, blz. 29).

  • 30. 
    Verordening (EG) nr. 884/2007 van de Commissie van 26 juli 2007 inzake

noodmaatregelen tot opschorting van het gebruik van E 128 Rood 2G als levensmiddelenkleurstof (PB L 195 van 27.7.2007, blz. 8).

B. DIERGEZONDHEIDSVOORSCHRIFTEN

  • 1. 
    Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van

de

veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het

handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49).

  • 4. 
    Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11).
  • 5. 
    Richtlijn 2006/88/EG van de Raad van 24 oktober 2006 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PB L 328 van 24.11.2006, blz. 14).

C. ANDERE SPECIFIEKE MAATREGELEN*

  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
  • 1. 
    Interim-overeenkomst inzake handel en een douane-unie tussen de Europese Economische

Gemeenschap en de Republiek San Marino -

Gemeenschappelijke verklaring - Verklaring van de Gemeenschap (PB L 359 van 9.12.1992, blz. 14).

  • 2. 
    Besluit 94/1/EG van de Raad en de Commissie van 13 december 1993 betreffende de sluiting van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte tussen de Europese Gemeenschappen, hun lidstaten en de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, de Republiek IJsland, het Vorstendom Liechtenstein, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat (PB L 1 van 3.1.1994, blz. 1).
  • 3. 
    Besluit 97/132/EG van de Raad van 17 december 1996 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PB L 57 van 26.2.97, blz. 4).
  • 7. 
    Besluit 1999/201/EG van de Raad van 14 december 1998 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Canada inzake sanitaire maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid en de diergezondheid bij de handel in levende dieren en dierlijke producten (PB L 71 van 18.3.1999, blz. 1).
  • 8. 
    Besluit 1999/778/EG van de Raad van 15 november 1999 betreffende de sluiting van een protocol inzake veterinaire vraagstukken, als aanvulling op de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de regering van Denemarken en de landsregering van de Faeröer anderzijds (PB L 305 van 30.11.1999, blz. 25).
  • 9. 
    Aanvullend protocol inzake veterinaire vraagstukken bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de regering van Denemarken en de landsregering van de Faeröer anderzijds (PB L 305 van 30.11.1999, blz. 26).
  • 10. 
    Besluit 2002/979/EG van de Raad van 18 november 2002 betreffende de

ondertekening en de voorlopige toepassing van de bepalingen van de Overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds (PB L 352 van 30.12.2002, blz. 1).

  • 2. 
    Zwitserland Wetgeving*
  • Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.

A Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke producten (OITE).

B Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA).

  • 3. 
    Uitvoeringsbepalingen

B De in hoofdstuk III, punt B.1, van dit aanhangsel vermelde

grensinspectieposten van de lidstaten voeren de controles op de invoer uit derde landen, bestemd voor Zwitserland, uit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III, punt A., van dit aanhangsel.

C De in hoofdstuk III, punt B.2, van dit aanhangsel vermelde

grensinspectieposten van Zwitserland voeren de controles op de invoer uit derde landen, bestemd voor de lidstaten, uit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III, punt A., van dit aanhangsel.

D Overeenkomstig de bepalingen van de Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA) (RS 916.443.13) behoudt de Zwitserse Bondsstaat de mogelijkheid van de invoer van rundvlees, afkomstig van runderen die met groeihormonen kunnen zijn behandeld. De uitvoer van dit vlees naar de Europese Gemeenschap is verboden. De Zwitserse Bondsstaat:

  • beperkt het gebruik van dit vlees tot de rechtstreekse verkoop aan de consument

door detailhandelsbedrijven onder passende

etiketteringsvoorwaarden;

  • beperkt het binnenbrengen daarvan tot Zwitserse grensinspectieposten en
  • handhaaft een passend traceerbaarheids- en kanalisatiesysteem om elke mogelijkheid van het later binnenbrengen van het vlees op het grondgebied van de lidstaten te voorkomen;
  • dient jaarlijks bij de Commissie een verslag over de oorsprong en de bestemming van de invoer en een lijst van de uitgevoerde controles in om de Commissie in staat te stellen na te gaan of bovenbedoelde voorwaarden zijn nageleefd.
  • Als zich problemen voordoen, worden deze bepalingen door het Gemengd Veterinair Comité onderzocht.

2.

Original view

afbeelding document
 
 

3.

More information

7 nov
'08
COM(2008)683 - EC position on Decision No 1/2008 of the Joint Veterinary Committee set up by the Agreement with Switzerland on trade in agricultural products regarding the amendment of Appendices 2, 3, 4, 5, 6 and 10 to Annex 11 to the Agreement


23 aug
'05
COM(2005)362 - Animal health requirements for aquaculture animals and products thereof, and on the prevention and control of certain diseases in aquatic animals


9 feb
'04
COM(2004)71 - Repeal of Directive 72/462/EEC


1 okt
'03
COM(2003)570 - Animal health rules for the importation into the EC of certain live ungulate animals


16 jul
'03
COM(2003)425 - Protection of animals during transport and related operations


5 feb
'03
COM(2003)52 - Official feed and food controls


3 okt
'02
COM(2002)536 - Signature and provisional application of certain provisions of an Association Agreement with Chile


15 jul
'02
COM(2002)400 - Smoke flavourings used or intended for use in or on foods


11 jul
'02
COM(2002)377 - Specific rules for the organisation of official controls on products of animal origin intended for human consumption


1 aug
'01
COM(2001)452 - Control of salmonella and other food-borne zoonotic agents and amending Council Directives 64/432/EEC, 72/462/EEC and 90/539/EEC


 
 
publication date 10-11-2008
reference 15484/08

Contents