RAAD VAN Brussel, 10 november 2008 (11.11)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
15484/08
CH 62 AGRILEG 199 VETER 32 AGRI 376
VOORSTEL
van:
de Europese Commissie
d.d.: 7 november 2008
Betreft: Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van Besluit nr. 1/2008 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité tot wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11
Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 7.11.2008 COM(2008) 683 definitief
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van Besluit nr. 1/2008 van
het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat
inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité tot
wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11
TOELICHTING
De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondstaat inzake de handel in landbouwproducten (hierna "de landbouwovereenkomst" genoemd) is op 1 juni 2002 in werking getreden.
De Zwitserse Bondsstaat heeft zich ertoe verbonden in zijn nationale wetgeving de bepalingen over te nemen van Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG, Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht, Richtln 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselke consumptie bestemde producten van dierlke oorsprong, Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn en van alle uitvoeringsbepalingen daarvan op het gebied van de controle van de invoer uit derde landen naar de Europese Unie.
Om te zorgen voor de nodige middelen voor de uitvoering van de controles op de invoer van producten van dierlijke oorsprong uit derde landen moet Zwitserland ten minste gedeeltelijk worden opgenomen in het systeem voor snelle waarschuwingen, ingesteld bij artikel 50 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot
vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de
levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden
De Zwitserse Bondsstaat heeft zich ertoe verbonden in zijn wetgeving de bepalingen over te nemen van Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wziging van Richtln 92/65/EEG van de Raad.
Krachtens artikel 19, lid 1, van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst is een Gemengd Veterinair Comité opgericht, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. Het comité onderzoekt elke kwestie die betrekking heeft op genoemde bijlage en op de uitvoering daarvan, en neemt bovendien alle taken in verband met deze bijlage op zich. Het Gemengd Veterinair Comité heeft met name de beslissingsbevoegdheid in de in bijlage 11 bedoelde gevallen. In artikel 19, lid 3, van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt het Gemengd Veterinair Comité gemachtigd om de aanhangsels van die bijlage te wijzigen, met name met de bedoeling deze aan te passen en bij te werken.
De Gemeenschap moet het standpunt vaststellen dat in het Gemengd Veterinair Comité moet worden ingenomen over de goedkeuring van de noodzakelijke wijzigingen in de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11. Overeenkomstig artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Besluit 2002/309/EG, Euratom wordt het standpunt van de Gemeenschap vastgesteld door de Raad, op voorstel van de Commissie.
De wijziging van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten en Besluit nr. 1/2008 van het Gemengd Veterinair Comité zullen in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van Besluit nr. 1/2008 van
het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat
inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité tot
wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 310 in samenhang met artikel 300, lid 2, tweede alinea,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt :
(1) Artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Besluit 2002/309/EG, Euratom van de Raad en, wat betreft de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking, van de Commissie van 4 april 2002 betreffende de sluiting van zeven overeenkomsten met de Zwitserse Bondsstaat bepaalt dat het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Veterinair Comité op voorstel van de Commissie door de Raad wordt vastgesteld.
(2) De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van
21
juni 1999 inzake de handel in landbouwproducten (hierna "de
landbouwovereenkomst" genoemd) is op 1 juni 2002 in werking getreden.
(5) De Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat hebben onderhandeld over een Overeenkomst tot wijziging van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 21 juni 1999 inzake de handel in landbouwproducten en hebben die overeenkomst ondertekend.
(6) De Gemeenschap moet het standpunt vaststellen dat zij in het Gemengd Veterinair Comité moet innemen over de goedkeuring van de noodzakelijke wijzigingen in de aanhangsels van bijlage 11 bij de overeenkomst,
BESLUIT:
Artikel 1
Het standpunt dat de Gemeenschap in het bij artikel 19, lid 1, van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité moet innemen over de wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11, is gebaseerd op het in de bijlage bij dit besluit opgenomen ontwerpbesluit van het Gemengd Veterinair Comité.
Artikel 2
Besluit nr. 1/2008 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité tot wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11 bij de overeenkomst wordt na vaststelling gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
BIJLAGE
Voorstel voor
BESLUIT Nr. 1/2008 VAN HET BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE
GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT
INZAKE DE HANDEL IN LANDBOUWPRODUCTEN
OPGERICHTE GEMENGD VETERINAIR COMITÉ
van ... 2008
tot wijziging van de aanhangsels 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11
(2008/.../EG)
HET COMITÉ,
Gelet op de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten (hierna "de landbouwovereenkomst" genoemd), en met name op artikel 19, lid 3, van bijlage 11,
Overwegende hetgeen volgt :
(1) De landbouwovereenkomst is op 1 juni 2002 in werking getreden.
(2) Bij artikel 19, lid 1, van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst wordt een Gemengd Veterinair Comité opgericht, dat elke kwestie die betrekking heeft op genoemde bijlage en op de uitvoering daarvan onderzoekt en bovendien alle taken in verband met deze bijlage op zich neemt. Overeenkomstig lid 3 van dat artikel kan het Gemengd Veterinair Comité besluiten de aanhangsels van bijlage 11 te wijzigen, met name met de bedoeling die aan te passen en bij te werken.
(4) De aanhangsels van bijlage 11 bij de landbouwovereenkomst zijn laatstelijk gewijzigd bij Besluit nr. 1/2006 van het bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité van 1 december 2006 tot wijziging van de aanhangsels 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11 bij de overeenkomst
2.
(5) De Zwitserse Bondsstaat heeft zich ertoe verbonden in zijn nationale wetgeving de bepalingen over te nemen van Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG
3, Richtlijn
97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht
4, Richtln 2002/99/EG van de Raad van 16
december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselke consumptie bestemde producten van dierlke oorsprong
5, Verordening (EG) nr.
882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn
6 en van alle
uitvoeringsbepalingen daarvan op het gebied van de controle van de invoer uit derde landen naar de Europese Unie.
(6) Om te zorgen voor de nodige middelen voor de uitvoering van de controles op de invoer van producten van dierlijke oorsprong uit derde landen moet Zwitserland ten minste gedeeltelijk worden opgenomen in het systeem voor snelle waarschuwingen, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid
en tot vaststelling van procedures voor
voedselveiligheidsaangelegenheden7.
(9) De tekst van de aanhangsels 2, 3, 4 en 6 van bijlage 11 bij voornoemde overeenkomst moet worden gewijzigd om rekening te houden met de wijzigingen in de communautaire en de Zwitserse wetgeving zoals die op 30 juni 2008 van kracht was,
BESLUIT:
Artikel 1
Aanhangsel 2 van bijlage 11 van de landbouwovereenkomst wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van bijlage I bij dit besluit onder voorbehoud van inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 23 december 2008 tot wijziging van bijlage 11 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 21 juni 1999 inzake de handel in landbouwproducten.
Artikel 2
De aanhangsels 3, 4, 5, 6 en 10 van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten worden gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van de bijlagen II tot en met VI bij dit besluit.
Artikel 3
Dit besluit, opgesteld in twee exemplaren, wordt ondertekend door de medevoorzitters of andere personen die gemachtigd zijn namens de partijen op te treden.
Artikel 4
Dit besluit wordt treedt in werking op 1 januari 2009.
BIJLAGE I
Aanhangsel 2 van bijlage 11 wordt als volgt aangevuld:
"X. NIET-COMMERCIEEL VERKEER VAN GEZELSCHAPSDIEREN
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
Europese Gemeenschap Zwitserland
Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 Verordening inzake de invoer van
gezelschapsdieren (OIAC) van 18 april 2007
(RS 916.443.14).
inzake veterinairrechtelijke
voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad (PB L 146 van 13.6.2003, blz. 1).
B. BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN
-
1.Het identificatiesysteem is dat bedoeld in Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003.
-
2.Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 998/2003 en Beschikking 2005/91/EG van de Commissie van 2 februari 2005 tot vaststelling van de periode waarna rabiësvaccinatie als geldig wordt beschouwd
9 wordt de geldigheid van de
vaccinatie en de eventuele hervaccinatie tegen rabiës erkend volgens de aanbevelingen van het laboratorium van productie.
BIJLAGE II
Aanhangsel 3 van bijlage 11 wordt vervangen door:
"Aanhangsel 3
INVOER UIT DERDE LANDEN VAN LEVENDE DIEREN EN SPERMA, EICELLEN
EN EMBRYO'S DAARVAN
I. EUROPESE GEMEENSCHAP WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
A. Hoefdieren, met uitzondering van paardachtigen
Richtlijn 2004/68/EG van de Raad van 26 april 2004 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in en de doorvoer via de Gemeenschap van bepaalde levende hoefdieren, tot wijziging van de Richtlijnen 90/426/EEG en 92/65/EEG en tot intrekking van Richtlijn 72/462/EEG (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 320).
B. Paardachtigen
Richtlijn 90/426/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 42).
C. Pluimvee en broedeieren
Richtlijn 90/539/EEG van de Raad van 15 oktober 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (PB L 303 van 31.10.1990, blz.
F. Sperma van runderen
Richtlijn 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10).
G. Sperma van varkens
Richtlijn 90/429/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 62).
H. Andere levende dieren
-
1.Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54).
-
2.Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad (PB L 146 van 13.6.2003, blz. 1).
I. Overige specifieke bepalingen
-
1.Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van -agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3).
-
2.Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en doorvoer per vliegtuig van dieren van oorsprong uit derde landen (OITA), (RS 916.443.12).
-
3.Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA), (RS 916.443.13).
-
4.Verordening van het DFE van 16 mei 2007 inzake de controle van de invoer en doorvoer van dieren en dierlijke producten (verordening inzake de OITE-controles),
(RS 916.443.106).
-
5.Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer van gezelschapsdieren (OIAC) (RS 916.443.14).
-
6.Verordening van 18 augustus 2004 inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (OMédV), (RS 812.212.27).
-
7.Verordening van 30 oktober 1985 inzake de door het Federaal Veterinair Bureau ontvangen retributies (OEVET), (RS 916.472).
III. UITVOERINGSBEPALINGEN
Het Federaal Veterinair Bureau past tegelijk met de lidstaten de invoervoorwaarden van punt I van dit aanhangsel, de uitvoeringsmaatregelen en de lijsten van inrichtingen waaruit de overeenkomstige invoer is toegestaan, toe. Deze verbintenis geldt voor alle relevante wetsbesluiten, ongeacht de datum van goedkeuring daarvan.
Het Federaal Veterinair Bureau kan strengere maatregelen nemen en aanvullende garanties eisen. Er vindt overleg plaats in het Gemengd Veterinair Comité teneinde adequate oplossingen te zoeken.
Het Federaal Veterinair Bureau en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de specifieke invoervoorwaarden die op bilateraal niveau zijn vastgesteld en niet op communautair niveau zijn geharmoniseerd.
BIJLAGE III
Aanhangsel 4 van bijlage 11 wordt vervangen door:
"Aanhangsel 4
ZOÖTECHNIEK, INVOER UIT DERDE LANDEN INBEGREPEN
A. WETGEVING
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
Europese Gemeenschap Zwitserland
Richtlijn 77/504/EEG van de Raad van 25 juli 1977 betreffende raszuivere fokrunderen (PB L 206 van 12.8.1977, blz. 8). Verordening van 14 november 2007 inzake veeteelt (RS 916.310).
Richtlijn 88/661/EEG van de Raad van 19 december 1988 betreffende de zoötechnische normen die gelden voor fokvarkens (PB L 382 van 31.12.1988, blz. 36).
Richtlijn 87/328/EEG van de Raad van 18 juni 1987 betreffende de toelating van raszuivere fokrunderen tot de voortplanting (PB L 167 van 26.6.1987, blz. 54).
Richtlijn 88/407/EEG van de Raad van 14 juni
1988 tot vaststelling van de
veterinairrechtelijke voorschriften van
toepassing op het intracommunautaire
Richtlijn 90/427/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van zoötechnische en genealogische voorschriften voor het intracommunautaire
handelsverkeer in
paardachtigen (PB L 224 van 18.8.1990, blz.
55).
Richtlijn 90/428/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen en houdende vaststelling van de voorwaarden voor deelneming aan deze wedstrijden (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 60).
Richtlijn 91/174/EEG van de Raad van 25 maart
1991 inzake zoötechnische en
genealogische voorschriften voor de handel in rasdieren en tot wijziging van de Richtlijnen 77/504/EEG en 90/425/EEG (PB L 85 van 5.4.1991, blz. 37).
Richtlijn 94/28/EG van de Raad van 23 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen inzake
de
zoötechnische en genealogische
voorschriften voor de invoer uit derde landen van dieren, alsmede van sperma, eicellen en embryo's en tot wijziging van Richtlijn 77/504/EEG
betreffende raszuivere
fokrunderen (PB L 178 van 12.7.1994, blz.
BIJLAGE IV
Aanhangsel 5 van bijlage 11 wordt vervangen door:
"Aanhangsel 5
LEVENDE DIEREN, SPERMA, EICELLEN EN EMBRYO'S: GRENSCONTROLES
EN RETRIBUTIES
HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen Traces-systeem
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
Europese Gemeenschap Zwitserland
Beschikking 2004/292/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de toepassing van het Traces-systeem en tot wijziging van Beschikking 92/486/EEG (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 63). 1. Wet van 1 juli 1966 inzake epizoötieën (LFE), (RS 916.40).
-
2.Verordening van 27 juni 1995 inzake epizoötieën (OFE), (RS 916.401).
-
3.Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke producten (OITE),
(RS 916.443.10).
B. UITVOERINGSBEPALINGEN
In samenwerking met het Federaal Veterinair Bureau neemt de Commissie Zwitserland op in het bij Beschikking 2004/292/EG van de Commissie ingestelde Traces-systeem.
Zo nodig worden in het Gemengd Veterinair Comité overgangs- en aanvullende maatregelen vastgesteld.
HOOFDSTUK II
Veterinaire en zoötechnische controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de
Gemeenschap en Zwitserland
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
De veterinaire en zoötechnische controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland worden uitgevoerd overeenkomstig de volgende bepalingen:
Europese Gemeenschap Zwitserland
-
1.Richtlijn 89/608/EEG van de Raad van 21 1. Wet inzake epizoötieën (LFE) van 1 juli 1966 (RS 916.40), met name artikel 57.
november 1989 betreffende
wederzijdse bijstand tussen de
administratieve autoriteiten van de lidstaten en samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie, met het oog op de juiste toepassing van de veterinaire en zoötechnische wetgeving (PB L 351 van 2.12.1989, blz. 34). 2. Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke producten (OITE),
(RS 916.443.10).
B. ALGEMENE UITVOERINGSBEPALINGEN
In de in artikel 8 van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde gevallen nemen de bevoegde autoriteiten van de plaats van bestemming onverwijld contact op met de bevoegde autoriteiten van de plaats van verzending. Zij nemen alle nodige maatregelen en delen aan de bevoegde autoriteit van de plaats van verzending en aan de Commissie de aard van de verrichte controles, de genomen beslissingen en de redenen daarvan mede.
Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 16 van Richtlijn 89/608/EEG en de artikelen 9 en 22 van Richtlijn 90/425/EEG.
C. BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN VOOR DIEREN BESTEMD VOOR
BEWEIDING IN HET GRENSGEBIED
-
1.Definities
Beweiding: het overbrengen van dieren naar weiden in een grensgebied dat beperkt is tot 10 km aan beide kanten van de grens tussen een lidstaat en Zwitserland. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de desbetreffende bevoegde autoriteiten toestemming geven voor een grotere afstand aan beide kanten van de grens tussen Zwitserland en de Gemeenschap.
Dagelijkse beweiding: beweiding waarbij dieren aan het einde van iedere dag naar het bedrijf van oorsprong in een lidstaat of in Zwitserland worden teruggebracht.
-
2.Voor de beweiding tussen de lidstaten en Zwitserland zijn de bepalingen van Beschikking 2001/672/EG van de Commissie van 20 augustus 2001 houdende vaststelling van bijzondere voorschriften voor het verplaatsen van runderen naar zomerweiden in bergstreken (PB L 235 van 4.9.2001, blz. 23) van overeenkomstige toepassing. In het kader van deze bijlage geldt artikel 1 van Beschikking 2001/672/EG echter onder voorbehoud van de volgende aanpassingen:
KANTON NIDWALD
KANTON GLARIS
KANTON ZUG
KANTON FREIBURG/FRIBOURG
KANTON SOLOTHURN
KANTON BASEL-STADT
KANTON BASEL-LAND
KANTON SCHAFFHAUSEN
KANTON APPENZELL AUSSERRHODEN
KANTON APPENZELL INNERRHODEN
KANTON ST. GALLEN
KANTON GRAUBÜNDEN
KANTON AARGAU
KANTON THURGAU
KANTON TICINO
KANTON VAUD
KANTON WALLIS/VALAIS
-
a)hij stelt op de datum van afgifte van het certificaat en uiterlijk 24 uur voor de geplande aankomst van de dieren via het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde geïnformatiseerde verbindingssysteem tussen veterinaire autoriteiten de bevoegde autoriteiten op de plaats van bestemming (lokale veterinaire dienst) in kennis van de verzending van de dieren;
-
b)hij onderzoekt de dieren minder dan 48 uur vóór hun vertrek voor beweiding;
de dieren moeten naar behoren geïdentificeerd zijn;
-
c)hij geeft een certificaat af volgens het in punt 9 opgenomen model.
-
4.Tijdens de gehele duur van de beweiding blijven de dieren onder douanetoezicht.
-
5.De eigenaar van de dieren moet:
-
a)schriftelijk verklaren dat hij zich, net als elke eigenaar uit een lidstaat of Zwitserland, zal houden aan alle bepalingen van deze bijlage en alle andere op plaatselijk niveau genomen maatregelen;
-
b)de uit de toepassing van deze bijlage voortvloeiende controlekosten betalen;
-
c)zijn volledige medewerking verlenen aan de door de officiële autoriteiten van het land van verzending of bestemming vereiste douane- of veterinaire controles.
-
6.Bij de terugkeer van de dieren aan het einde van het beweidingsseizoen of bij vervroegde terugkeer neemt de officiële dierenarts van het land waar het beweidingsgebied zich bevindt de volgende maatregelen:
-
a)hij stelt op de datum van afgifte van het certificaat en uiterlijk 24 uur voor de geplande aankomst van de dieren via het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde geïnformatiseerde verbindingssysteem tussen veterinaire autoriteiten de bevoegde autoriteiten op de plaats van bestemming (lokale veterinaire dienst) in kennis van de verzending van de dieren;
-
b)de eigenaar van de dieren verbindt zich ertoe de bevoegde veterinaire autoriteit in kennis te stellen van ieder contact met dieren van een ander bedrijf;
-
c)het in punt 9 vastgestelde gezondheidscertificaat moet ieder kalenderjaar bij de eerste invoer van de desbetreffende dieren in een lidstaat of Zwitserland aan de bevoegde veterinaire autoriteiten worden overgelegd. Dit certificaat moet op verzoek aan de bevoegde veterinaire autoriteiten kunnen worden overgelegd;
-
d)de punten 2 en 3 zijn alleen van toepassing op de eerste verzending van de dieren naar een lidstaat of naar Zwitserland in het desbetreffende kalenderjaar;
-
e)punt 6 is niet van toepassing;
-
f)de eigenaar van de dieren verbindt zich ertoe de bevoegde veterinaire autoriteit in kennis te stellen van het einde van het beweidingsseizoen.
-
9.Modelgezondheidscertificaat voor de beweiding in het grensgebied of voor de dagelijkse beweiding van runderen en voor de terugkeer van de beweiding in het
Modelgezondheidscertificaat voor de beweiding in het grensgebied of voor de dagelijkse
beweiding van runderen en voor de terugkeer van de beweiding in het grensgebied:
EUROPESE GEMEENSCHAPCertificaat voor de intracommunautaire handel
d i ng
I.1. VerzenderI.2. Referentienummer certificaatI.2.a. Lokaal referentienummmer
Naam
z e nI.3. Bevoegde centrale autoriteit
e nAdres Postcode
o dI.4. Bevoegde lokale autoriteit
I.5. GeadresseerdeI.6. Nr. van bijbehorende originele certificatenNr. van bijbehorende documenten
a ng e b
Naam
e
a
Adres Postcode
d e
d
I.7. Handelaar
NaamErkenningsnummer
f f e nI.8. Land van oorsprongISO-code I.9. Regio van oorsprongCodeI.10. Land van bestemming ISO-code I.11. Regio van bestemmingCode
e t r e
I.12. Plaats van oorsprong / Plaats van de vangstI.13. Plaats van bestemming
a t i e
b
BedrijfBedrijf
f or m
NaamErkenningsnummerNaamErkenningsnummer
AdresAdres
PostcodePostcode
I.14. Plaats van ladingI.15. Datum en uur van vertrek
D e
e
l
I
:
I n
Postcode
I.16. VervoermiddelenI.17. Vervoerder
VliegtuigVaartuigTreinwagonNaamErkenningsnummer
WegvoertuigAndereAdres
Identificatie:
PostcodeLidstaat
I.18. Diersoort / ProductI.19. Productcode (GN-code)
01 02
I.20. Aantal / Hoeveelheid
I.21.I.22. Aantal verpakkingen
I.23.I.24. Aard van de verpakking
I.25. Dieren / Producten gecertificeerd voor
EUROPESE GEMEENSCHAP 2005/22 Zomerbeweiding
II. Gezondheidsinformatie II.a. Referentienummer van het certificaat II.b. Plaatselijk referentie-
nummer
II.1. Gezondheidscertificaat voor de beweiding in het grensgebied (3) of de dagelijkse beweiding (3)
(4) van runderen.
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat:
II.1.1. elk dier uit de hierboven beschreven partij afkomstig is van een bedrijf van oorsprong en een gebied waarvoor overeenkomstig de communautaire of nationale wetgeving geen verbod of beperking geldt in verband met runderziekten, en
g
II.1.2. afkomstig is van een beslag dat zich bevindt in een lidstaat of in een gebied van een lidstaat:
e r t i f i c e r i na) waar een toezichtprogramma van kracht is, goedgekeurd bij Beschikking xx/xx/EG van de Commissie, of, voor Zwitserland, bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland van 21 juni 1999 (bijlage 11, aanhangsel 2, punt I);
D e
e
l
I
I
:
C
-
b)die/dat officieel erkend is als vrij van leukose, tuberculose en brucellose; en
II.1.3. een fokdier (3) of gebruiksdier (3) is dat:
-
a)volgens de beschikbare gegevens gedurende de laatste 30 dagen of als het minder dan 30 dagen oud is vanaf de geboorte in het bedrijf van oorsprong is gehouden, tijdens welke periode geen uit een derde land ingevoerd dier op het bedrijf is gebracht, tenzij dit volledig van alle andere dieren op het bedrijf afgezonderd is geweest;
-
b)gedurende de laatste 30 dagen niet in contact is gekomen met dieren waarvan het beslag niet voldoet aan de in punt II.1.2. vermelde voorwaarden;
II.1.4. de bovenbedoelde dieren op [datum invoegen], binnen 48 uur vóór hun geplande vertrek, zijn onderzocht en geen klinische verschijnselen vertoonden van een besmettelijke of infectieziekte;
II.1.5. voor het bedrijf van oorsprong en eventueel het erkende verzamelcentrum alsook het gebied waar zij zich bevinden overeenkomstig de communautaire of de nationale wetgeving geen verbod of beperking geldt in verband met runderziekten;
II.1.6. aan alle toepasselijke bepalingen van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad voldaan is;
II.1.7. de dieren voldoen aan de aanvullende garanties ten aanzien van IBR/IPV in overeenstemming met Beschikking 93/42/EG van de Commissie, waarvan de bepalingen volgens de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland van 21 juni 1999 van overeenkomstige toepassing zijn;
EUROPESE GEMEENSCHAP 2005/22 Zomerbeweiding
II. Gezondheidsinformatie II.a. Referentienummer van het certificaat II.b. Plaatselijk referentie-
nummer
Opmerkingen
Deel I:
· Het nummer van het gezondheidscertificaat dat wordt gebruikt voor de toegang tot het beweidingsgebied is aangegeven in deel I.6 van dit certificaat.
Deel II:
(1) De in dit certificaat op te nemen gegevens dienen op de datum van afgifte en uiterlijk 24 uur voor de geplande aankomst van de dieren in het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde geïnformatiseerde verbindingssysteem tussen veterinaire autoriteiten te worden ingevoerd.
(2) Dit certificaat is geldig gedurende een periode van 10 dagen na de in Zwitserland of de lidstaat van oorsprong uitgevoerde gezondheidscontrole. Het certificaat geldt in het geval van dagelijkse beweiding voor de gehele beweidingsperiode.
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Het certificaat geldt in het geval van dagelijkse beweiding voor de gehele beweidingsperiode.
(5) Deze verklaring ontslaat de vervoerders niet van hun verplichtingen krachtens de geldende communautaire bepalingen, met name met betrekking tot de geschiktheid van de dieren voor vervoer.
(6) De registratiecode van het weiland is aangegeven in deel I.13 (erkenningsnummer) van dit certificaat.
(7) Indien dieren om gezondheidsredenen gedurende de beweidingsperiode naar het bedrijf van oorsprong
terugkeren, vergezeld van een gezondheidscertificaat, moeten de
identificatiemerken van de oorspronkelijke lijst geschrapt worden; in dit geval dient de lijst door de officiële dierenarts getekend te worden.
(8) Deel II.1 in te vullen voor het vertrek voor beweiding in het grensgebied, of voor dagelijkse beweiding, deel II.2 in te vullen voor de terugkeer van beweiding in het grensgebied.
De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van de kleur van de andere gegevens op het certificaat.
HOOFDSTUK III
Voorwaarden voor het handelsverkeer tussen de Europese Gemeenschap en de
Zwitserse Bondsstaat
A. WETGEVING
Voor het handelsverkeer in levende dieren en sperma, eicellen en embryo's daarvan en de beweiding van runderen in het grensgebied tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland gelden de gezondheidscertificaten van deze bijlage, beschikbaar in het Traces- systeem, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 599/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 tot vaststelling van een geharmoniseerd model voor een certificaat en inspectieverslag voor het intracommunautaire handelsverkeer in dieren en producten van dierlijke oorsprong (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 44).
HOOFDSTUK IV
Veterinaire controles voor de invoer uit derde landen
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
De controles op de invoer uit derde landen worden verricht overeenkomstig de volgende
bepalingen:
Europese Gemeenschap Zwitserland
-
1.Verordening (EG) nr. 282/2004 van de 1. Verordening van 18 april 2007 inzake de
Commissie van 18 februari 2004 invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke
betreffende de vaststelling van een document voor de aangifte en de veterinaire controle van uit derde landen afkomstige dieren die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PB L 49 van 19.2.2004, blz. 11). producten (OITE), (RS
916.443.10).
-
2.Verordening van 18 april 2007 inzake de
invoer en de doorvoer per vliegtuig van dieren van oorsprong uit derde landen (OITA), (RS 916.443.12).
-
2.Verordening (EG) nr. 882/2002 van het
Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1). 3. Verordening van 18 april 2007 inzake de
invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA), (RS 916.443.13).
-
4.Verordening van het DFE van 16 mei
2007 inzake de controle van de invoer en doorvoer van dieren en dierlijke producten (verordening inzake de OITE-controles),
(RS 916.443.106).
(PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3).
-
5.Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29
april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10).
-
6.Beschikking 97/794/EG van de
Commissie van 12 november 1997 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 91/496/EEG van de Raad met betrekking tot de veterinaire controles van uit derde landen in te voeren levende dieren (PB L 323 van 26.11.1997, blz.
31).
B. UITVOERINGSBEPALINGEN
-
1.Voor de toepassing van artikel 6 van Richtlijn 91/496/EEG zijn de grensinspectieposten van de lidstaten voor de veterinaire controles op levende dieren opgenomen in de bijlage bij Beschikking 2001/881/EG van de Commissie van 7 december 2001 tot vaststelling van een lst van grensinspectieposten die zn erkend voor de veterinaire controles van dieren en dierlke producten uit derde landen, en tot bwerking van de uitvoeringsbepalingen inzake de door deskundigen van de Commissie te verrichten controles, als gewijzigd.
Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor latere wijzigingen in de lijst van grensinspectieposten, hun inspectiecentra en hun erkenningstype.
Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor de controles ter plaatse op grond van met name artikel 19 van Richtlijn 91/496/EEG en artikel 57 van de Wet inzake epizoötieën.
-
3.Het Federaal Veterinair Bureau past tegelijk met de lidstaten de invoervoorwaarden van aanhangsel 3 van deze bijlage, alsook de uitvoeringsmaatregelen toe.
Het Federaal Veterinair Bureau kan strengere maatregelen nemen en aanvullende garanties eisen. Er vindt overleg plaats in het Gemengd Veterinair Comité teneinde adequate oplossingen te zoeken.
Het Federaal Veterinair Bureau en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de specifieke invoervoorwaarden die op bilateraal niveau zijn vastgesteld en niet op communautair niveau zijn geharmoniseerd.
-
4.De in punt 1 vermelde grensinspectieposten van de lidstaten voeren de controles op de invoer uit derde landen, bestemd voor Zwitserland, uit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV, punt A., van dit aanhangsel.
HOOFDSTUK V
Specifieke bepalingen
A. IDENTIFICATIE VAN DE DIEREN
-
1.WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
Europese Gemeenschap Zwitserland
-
1.Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 1. Verordening inzake epizoötieën (OFE)
november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren (PB L 355 van 5.12.1992, blz. 32). van 27 juni 1995 (RS 916.401), met name de artikelen 7 tot en met 20 (registratie en identificatie).
-
2.Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het 2. Verordening van 23 november 2005
Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad (PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1). betreffende de databank voor verplaatsing van dieren (RS 916.404).
-
2.BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN
B. BESCHERMING VAN DE DIEREN
-
1.WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
Europese Gemeenschap Zwitserland
-
1.Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad Verordening van 23 april 2008 inzake de bescherming van dieren (OPAn) (RS 455.1), met name de artikelen 169 tot en met 176.
van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PB L
3 van 5.1.2005, blz. 1).
-
2.Verordening (EG) nr. 1255/97 van de
Raad van 25 juni 1997 betreffende de communautaire criteria voor halteplaatsen en tot aanpassing van het in Richtlijn 91/628/EEG bedoelde reisschema (PB L 74 van 2.7.1997, blz. 1).
-
2.BIJZONDERE UITVOERINGSBEPALINGEN
-
a.De Zwitserse autoriteiten verbinden zich ertoe om in het handelsverkeer tussen Zwitserland en de Gemeenschap en bij de invoer uit derde landen Verordening (EG)
nr. 1/2005/EEG na te leven.
C. RETRIBUTIES
-
1.Er is geen retributie verschuldigd voor de veterinaire controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland.
-
2.Voor de veterinaire controles op de invoer uit derde landen verbinden de Zwitserse autoriteiten zich tot inning van de retributies in verband met de officiële controles, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 882/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1)."
BIJLAGE V
A. De bijzondere voorwaarden met betrekking tot de voor menselijke consumptie bestemde dierlijke producten, opgenomen in aanhangsel 6 van bijlage 11, worden als volgt aangevuld:
"11) In afwachting van de erkenning van de onderlinge aanpassing van de communautaire en de Zwitserse wetgeving, voor de uitvoer naar de
Gemeenschap, ziet Zwitserland toe op de naleving van de onderstaande wetsbesluiten en de uitvoeringsbepalingen daarvan:
-
-Richtlijn 88/344/EEG van de Raad van 13 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (PB L 157 van 24.6.1988, blz. 28)
-
-Richtlijn 88/388/EEG van de Raad van 22 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake aroma's voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma's (PB L 184 van 15.7.1988, blz.
61)
-
-Richtlijn 89/107/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren mogen worden gebruikt (PB L 40 van 11.2.1989, blz. 27)
-
-Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 1)
-
-Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1)
-
-Richtlijn 94/35/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 juni 1994 inzake zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 237 van 10.9.1994, blz. 3)
-
-Richtlijn 95/2/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 61 van 18.3.1995, blz. 1)
-
-Richtlijn 95/31/EG van de Commissie van 5 juli 1995 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 178 van 28.7.1995, blz. 1)
-
-Richtlijn 95/45/EG van de Commissie van 26 juli 1995 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 226 van 22.9.1995, blz. 1)
-
-Verordening (EG) Nr. 2232/96 van het Europees Parlement en de Raad van 28 oktober 1996 tot vaststelling van een communautaire procedure voor in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken aromastoffen (PB L 299 van 23.11.1996, blz. 1)
-
-Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van -agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3)
-
-Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10)
-
-Richtlijn 96/77/EG van de Commissie van 2 december 1996 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 339 van 30.12.1996, blz. 1)
-
-Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 16)
-
-Richtlijn 1999/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari 1999 inzake de vaststelling van een communautaire lijst van voedsel en voedselingrediënten die mogen worden behandeld met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 24)
-
-Beschikking 2002/840/EG van de Commissie van 23 oktober 2002 tot goedkeuring van de lijst van erkende installaties in derde landen voor de doorstraling van levensmiddelen (PB L 287 van 25.10.2002, blz. 40)
-
-Verordening (EG) nr. 2065/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 10 november 2003 inzake in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken rookaroma's (PB L 309 van 26.11.2003, blz. 1)
-
-Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55)
-
-Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5)
B. Het deel betreffende niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, opgenomen in aanhangsel 6 van bijlage 11, wordt vervangen door:
"Niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten
Uitvoer van de Europese Gemeenschap naar Zwitserland en uitvoer van Zwitserland naar de Europese Gemeenschap
Handelsvoorwaarden
EG-normen* Zwitserse normen* Gelijkwaardigheid
Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001
houdende vaststelling van Verordening van 23 november 2005 inzake het slachten van dieren en de vleescontrole (OAbCV) (RS 817.190)
voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 147 van
Verordening van het DFE van 23 november 2005 inzake de hygiëne bij het slachten van dieren (OHyAb) (RS 817.190.1)
31.5.2001,
blz. 1). Verordening van 27 juni 1995 inzake epizoötieën (OFE) (RS 916.401) Ja, met bijzondere
voorwaarden
Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober
Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke producten (OITE), (RS 916.443.10)
2002 tot vaststelling van
gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1).
Verordening van 23 juni 2004 inzake de verwijdering van dierlijke bijproducten (OESPA) (RS 916.441.22)
Bijzondere voorwaarden
Voor zijn invoer past Zwitserland dezelfde bepalingen toe als in de bijlagen VII, VIII, X (certificaten) en XI (landen), overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1774/2002.
Op de handel in materiaal van categorie 1 en 2 zijn de bepalingen van artikel 8, leden 2 tot en met 6, van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van toepassing.
In het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland gaat materiaal van categorie 3 vergezeld van handelsdocumenten en gezondheidscertificaten volgens hoofdstuk III van bijlage II, overeenkomstig de artikelen 7 en 8 van Verordening (EG) nr. 1774/2002.
Overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1774/2002 stelt Zwitserland een lijst op van desbetreffende bedrijven.
Overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1774/2002 verbiedt Zwitserland vóór 1 juli 2011 het voederen van varkens met keukenafval. Deze kwestie zal door het Gemengd Veterinair Comité worden onderzocht."
BIJLAGE VI
Aanhangsel 10 van bijlage 11 wordt vervangen door:
"Aanhangsel 10
DIERLIJKE PRODUCTEN: GRENSCONTROLES EN RETRIBUTIES
HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
Europese Gemeenschap Zwitserland
Beschikking 2004/292/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de toepassing van het Traces-systeem en tot wijziging van Beschikking 92/486/EEG (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 63). 1. Wet inzake epizoötieën (LFE) van 1 juli
1966 (RS 916.40), met name artikel 57.
-
2.Verordening van 18 april 2007 inzake de
invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke
producten (OITE), (RS
Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen 916.443.10).
-
3.Verordening van 18 april 2007 inzake de
en voorschriften van de invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA), (RS 916.443.13).
levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een
Europese Autoriteit voor
voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures
voor 4. Verordening van het DFE van 16 mei
B. UITVOERINGSBEPALINGEN
-
1.In samenwerking met het Federaal Veterinair Bureau neemt de Commissie Zwitserland op in het bij Beschikking 2004/292/EG van de Commissie ingestelde Traces-systeem.
-
2.In samenwerking met het Federaal Veterinair Bureau en het Federaal Bureau voor de volksgezondheid neemt de Commissie Zwitserland op in het systeem voor snelle waarschuwingen, als bedoeld in artikel 50 van Verordening (EG) nr. 178/2002, wat betreft de bepalingen in verband met de weigering van dierlijke producten aan de grenzen.
Bij afkeuring van een partij, een container of een lading door een bevoegde autoriteit aan een grenspost van de Europese Unie stelt de Commissie Zwitserland daarvan onmiddellijk in kennis.
Zwitserland stelt de Commissie onmiddellijk in kennis van elke met een direct of indirect risico voor de gezondheid van de mens verband houdende afkeuring van een partij, container of lading levensmiddelen of diervoeders door een bevoegde autoriteit van een grenspost en leeft de in artikel 52 van Verordening (EG) nr. 178/2002 vastgestelde geheimhoudingsregels na.
De bijzondere maatregelen in verband met deze deelname worden in het Gemengd Veterinair Comité vastgesteld.
HOOFDSTUK II
Veterinaire controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en
Zwitserland
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
De veterinaire controles in het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland worden uitgevoerd overeenkomstig de volgende bepalingen:
Europese Gemeenschap Zwitserland
-
1.Richtlijn 89/608/EEG van de Raad van 21 1. Wet inzake epizoötieën (LFE) van 1 juli
november 1989 betreffende wederzijdse bijstand 1966 (RS 916.40), met name artikel 57.
tussen de administratieve
autoriteiten van de lidstaten en 2. Verordening van 18 april 2007 inzake de
samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie, met het oog op de juiste toepassing invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke
producten (OITE), (RS
van de veterinaire en 916.443.10).
zoötechnische wetgeving (PB L 351 van 2.12.1989, blz. 34).
-
3.Verordening van 18 april 2007 inzake de
invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA), (RS 916.443.13).
-
2.Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11
december 1989 inzake veterinaire
controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13).
-
4.Verordening van het DFE van 16 mei
2007 inzake de controle van de invoer en doorvoer van dieren en dierlijke producten (verordening inzake de OITE-controles),
(RS 916.443.106).
B. UITVOERINGSBEPALINGEN
In de in artikel 8 van Richtlijn 89/662/EEG bedoelde gevallen nemen de bevoegde autoriteiten van de plaats van bestemming onverwijld contact op met de bevoegde autoriteiten van de plaats van verzending. Zij nemen alle nodige maatregelen en delen aan de bevoegde autoriteit van de plaats van verzending en aan de Commissie de aard van de verrichte controles, de genomen beslissingen en de redenen daarvan mede.
Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 16 van Richtlijn 89/608/EEG en de artikelen 9 en 16 van Richtlijn 89/662/EEG.
HOOFDSTUK III
Veterinaire controles voor de invoer uit derde landen
A. WETGEVING*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als laatstelijk gewijzigd.
De controles op de invoer uit derde landen worden verricht overeenkomstig de volgende
bepalingen:
Europese Gemeenschap Zwitserland
-
1.Verordening (EG) nr. 136/2004 van de 1. Wet inzake epizoötieën (LFE) van 1 juli
Commissie van 22 januari 2004 tot vaststelling van procedures voor de veterinaire 1966 (RS 916.40), met name artikel 57.
controles in de 2. Verordening van 18 april 2007 inzake de
grensinspectieposten van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PB L 21 van 28.1.2004, blz. 11). invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke
producten (OITE), (RS
-
4.Verordening (EG) nr. 882/2004 van het
Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1).
-
6.Verordening van 30 oktober 1985 inzake
de door het Federaal Veterinair Bureau ontvangen retributies (OEVET) (RS 916.472).
-
7.Wet van 9 oktober 1992 inzake
levensmiddelen (LDAL), (RS 817.0).
-
5.Richtlijn 89/608/EEG van de Raad van 21
november 1989 betreffende wederzijdse bijstand 8. Verordening van 23 november 2005
tussen de administratieve betreffende levensmiddelen en
autoriteiten van de lidstaten en gebruiksvoorwerpen (ODAlOUs), (RS 817.02).
samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie, met het oog op de juiste toepassing
van de veterinaire en 9. Verordening van 23 november 2005
zoötechnische wetgeving (PB L 351 van 2.12.1989, blz. 34). inzake de uitvoering van de
levensmiddelenwetgeving (RS
817.025.21).
-
6.Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29
april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van -agonisten en tot intrekking 10. Verordening van DFI van 26 juni 1995
inzake vreemde stoffen in en de bestanddelen
van levensmiddelen
(OSEC), (RS 817.021.23).
van de Richtlijnen
81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3).
-
7.Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29
april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10).
-
9.Beschikking 2002/657/EG van de
Commissie van 12 augustus 2002 ter uitvoering van Richtlijn 96/23/EG van de Raad
wat de prestaties van
analysemethoden en de interpretatie van resultaten betreft (PB L 221 van 17.8.2002, blz. 8).
-
10.Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16
december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11).
-
11.Beschikking 2005/34/EG van de
Commissie van 11 januari 2005 tot vaststelling van geharmoniseerde normen voor analyses op bepaalde residuen in producten van dierlijke oorsprong die uit derde landen worden ingevoerd (PB L 16 van 20.1.2005, blz. 61).
B. UITVOERINGSBEPALINGEN
-
1.Voor de toepassing van artikel 6 van Richtlijn 97/78/EG zijn de grensinspectieposten van de lidstaten als volgt: de grensinspectieposten die zijn erkend voor de veterinaire controles op dierlijke producten en die zijn opgenomen in de bijlage bij Beschikking 2001/881/EG van de Commissie van 7 december 2001 tot vaststelling van een lijst van grensinspectieposten die zijn erkend voor de veterinaire controles van dieren en dierlijke producten uit derde landen, en tot bijwerking van de uitvoeringsbepalingen inzake de door deskundigen van de Commissie te verrichten controles, als gewijzigd.
Het Gemengd Veterinair Comité is bevoegd voor latere wijzigingen in de lijst van grensinspectieposten, hun inspectiecentra en hun erkenningstype.
Het Gemengd Veterinair Comité is verantwoordelijk voor de uitvoering van de controles ter plaatse op grond van met name artikel 45 van Verordening (EG) nr. 882/2004 en artikel 57 van de Wet inzake epizoötieën.
HOOFDSTUK IV
Gezondheidsvoorwaarden en controlevoorwaarden voor het handelsverkeer tussen de
Europese Gemeenschap en Zwitserland
Wat betreft de sectoren waarvoor beide partijen de gelijkwaardigheid van de wetgevingen erkennen, zijn op dierlijke producten waarin tussen de lidstaten van de Gemeenschap en Zwitserland wordt gehandeld, dezelfde voorwaarden van toepassing als op dierlijke producten waarin tussen de lidstaten van de Gemeenschap wordt gehandeld. Zo nodig gaan deze producten vergezeld van de voor het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Gemeenschap of in deze bijlage vastgestelde gezondheidscertificaten, die via het Traces-systeem beschikbaar zijn.
Voor de andere sectoren blijven de in hoofdstuk II van aanhangsel 6 vastgestelde gezondheidsvoorwaarden van toepassing.
HOOFDSTUK V
Gezondheidsvoorwaarden en controlevoorwaarden voor de invoer uit derde landen
-
1.Europese Gemeenschap Wetgeving*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
A. VOLKSGEZONDHEIDSVOORSCHRIFTEN
-
4.Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 1).
-
5.Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1).
-
6.Richtlijn 94/35/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 juni 1994 inzake zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 237 van 10.9.1994, blz. 3).
-
7.Richtlijn 94/36/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 30 juni 1994 inzake kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 237 van 10.9.1994, blz. 13).
-
8.Richtlijn 95/2/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PB L 61 van 18.3.1995, blz. 1).
-
9.Richtlijn 95/31/EG van de Commissie van 5 juli 1995 tot vaststelling van specifieke zuiverheidseisen voor zoetstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 178 van 28.7.1995, blz. 1).
-
10.Richtlijn 95/45/EG van de Commissie van 26 juli 1995 tot vaststelling van
specifieke zuiverheidseisen voor kleurstoffen die in levensmiddelen mogen worden gebruikt (PB L 226 van 22.9.1995, blz. 1).
-
11.Richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op
het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van -agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PB L 125 van 23.5.1996, blz. 3).
-
15.Richtlijn 1999/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari
1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de behandeling van voedsel en voedselingrediënten met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 16).
-
16.Richtlijn 1999/3/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 februari
1999 inzake de vaststelling van een communautaire lijst van voedsel en voedselingrediënten die mogen worden behandeld met ioniserende straling (PB L 66 van 13.3.1999, blz. 24).
-
17.Beschikking 1999/217/EG van de Commissie van 23 februari 1999 tot
vaststelling van een repertorium van in levensmiddelen gebruikte aromastoffen, dat is samengesteld in toepassing van Verordening (EG) nr. 2232/96 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 84 van 27.3.1999, blz. 1).
-
18.Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22
mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1).
-
19.Beschikking 2002/840/EG van de Commissie van 23 oktober 2002 tot
goedkeuring van de lijst van erkende installaties in derde landen voor de doorstraling van levensmiddelen (PB L 287 van 25.10.2002, blz. 40).
-
20.Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van
17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PB L 325 van 12.12.2003, blz.
1).
-
21.Verordening (EG) nr. 2065/2003 van het Europees Parlement en de Raad van
10 november 2003 inzake in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken rookaroma's (PB L 309 van 26.11.2003, blz. 1).
-
25.Beschikking 2005/34/EG van de Commissie van 11 januari 2005 tot
vaststelling van geharmoniseerde normen voor analyses op bepaalde residuen in producten van dierlijke oorsprong die uit derde landen worden ingevoerd (PB L 16 van 20.1.2005, blz. 61).
-
26.Verordening (EG) nr. 401/2006 van de Commissie van 23 februari 2006 tot
vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op het mycotoxinegehalte in levensmiddelen (PB L 70 van 9.3.2006, blz. 12).
-
27.Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot
vaststelling van maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).
-
28.Verordening (EG) nr. 1883/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot
vaststelling van bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle op het gehalte aan dioxinen en dioxineachtige pcb's in bepaalde levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 32).
-
29.Verordening (EG) nr. 333/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 tot
vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en benzo(a)pyreen in levensmiddelen ( PB L 88 van 29.3.2007, blz. 29).
-
30.Verordening (EG) nr. 884/2007 van de Commissie van 26 juli 2007 inzake
noodmaatregelen tot opschorting van het gebruik van E 128 Rood 2G als levensmiddelenkleurstof (PB L 195 van 27.7.2007, blz. 8).
B. DIERGEZONDHEIDSVOORSCHRIFTEN
-
1.Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van
de
veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het
handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49).
-
4.Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11).
-
5.Richtlijn 2006/88/EG van de Raad van 24 oktober 2006 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PB L 328 van 24.11.2006, blz. 14).
C. ANDERE SPECIFIEKE MAATREGELEN*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
-
1.Interim-overeenkomst inzake handel en een douane-unie tussen de Europese Economische
Gemeenschap en de Republiek San Marino -
Gemeenschappelijke verklaring - Verklaring van de Gemeenschap (PB L 359 van 9.12.1992, blz. 14).
-
2.Besluit 94/1/EG van de Raad en de Commissie van 13 december 1993 betreffende de sluiting van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte tussen de Europese Gemeenschappen, hun lidstaten en de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, de Republiek IJsland, het Vorstendom Liechtenstein, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat (PB L 1 van 3.1.1994, blz. 1).
-
7.Besluit 1999/201/EG van de Raad van 14 december 1998 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Canada inzake sanitaire maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid en de diergezondheid bij de handel in levende dieren en dierlijke producten (PB L 71 van 18.3.1999, blz. 1).
-
8.Besluit 1999/778/EG van de Raad van 15 november 1999 betreffende de sluiting van een protocol inzake veterinaire vraagstukken, als aanvulling op de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de regering van Denemarken en de landsregering van de Faeröer anderzijds (PB L 305 van 30.11.1999, blz. 25).
-
9.Aanvullend protocol inzake veterinaire vraagstukken bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de regering van Denemarken en de landsregering van de Faeröer anderzijds (PB L 305 van 30.11.1999, blz. 26).
-
10.Besluit 2002/979/EG van de Raad van 18 november 2002 betreffende de
ondertekening en de voorlopige toepassing van de bepalingen van de Overeenkomst tot oprichting van een associatie tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds (PB L 352 van 30.12.2002, blz. 1).
-
2.Zwitserland Wetgeving*
-
*Elke verwijzing naar een wetsbesluit geldt, tenzij anders aangegeven, als een verwijzing naar het desbetreffende besluit, als gewijzigd vóór 30 juni 2008.
A Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer, doorvoer en uitvoer van dieren en dierlijke producten (OITE).
B Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA).
B De in hoofdstuk III, punt B.1, van dit aanhangsel vermelde
grensinspectieposten van de lidstaten voeren de controles op de invoer uit derde landen, bestemd voor Zwitserland, uit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III, punt A., van dit aanhangsel.
C De in hoofdstuk III, punt B.2, van dit aanhangsel vermelde
grensinspectieposten van Zwitserland voeren de controles op de invoer uit derde landen, bestemd voor de lidstaten, uit overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III, punt A., van dit aanhangsel.
D Overeenkomstig de bepalingen van de Verordening van 18 april 2007 inzake de invoer en de doorvoer per vliegtuig van dierlijke producten van oorsprong uit derde landen (OITPA) (RS 916.443.13) behoudt de Zwitserse Bondsstaat de mogelijkheid van de invoer van rundvlees, afkomstig van runderen die met groeihormonen kunnen zijn behandeld. De uitvoer van dit vlees naar de Europese Gemeenschap is verboden. De Zwitserse Bondsstaat:
-
-beperkt het gebruik van dit vlees tot de rechtstreekse verkoop aan de consument
door detailhandelsbedrijven onder passende
etiketteringsvoorwaarden;
-
-beperkt het binnenbrengen daarvan tot Zwitserse grensinspectieposten en
-
-handhaaft een passend traceerbaarheids- en kanalisatiesysteem om elke mogelijkheid van het later binnenbrengen van het vlees op het grondgebied van de lidstaten te voorkomen;
-
-dient jaarlijks bij de Commissie een verslag over de oorsprong en de bestemming van de invoer en een lijst van de uitgevoerde controles in om de Commissie in staat te stellen na te gaan of bovenbedoelde voorwaarden zijn nageleefd.
-
-Als zich problemen voordoen, worden deze bepalingen door het Gemengd Veterinair Comité onderzocht.
| publication date | 10-11-2008 |
|---|---|
| reference | 15484/08 |
