Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende een eerste beoordeling van nationale actieplannen voor energie-efficiëntie als vereist bij richtlijn 2006/32/eg betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Text

 

RAAD VAN Brussel, 29 januari 2008 (30.01)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

5822/08

ENER 26 ENV 47

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 24 januari 2008

aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger

Betreft: Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende een eerste beoordeling van nationale actieplannen voor energie-efficiëntie als vereist bij richtlijn 2006/32/eg betreffende energie- efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten

-

Samen verdere stappen ondernemen inzake energie-efficiëntie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 23.1.2008 COM(2008) 11 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

BETREFFENDE EEN EERSTE BEOORDELING VAN NATIONALE

ACTIEPLANNEN VOOR ENERGIE-EFFICIËNTIE ALS VEREIST BIJ RICHTLIJN

2006/32/EG BETREFFENDE ENERGIE-EFFICIËNTIE BIJ HET EINDGEBRUIK EN

ENERGIEDIENSTEN

SAMEN VERDERE STAPPEN ONDERNEMEN INZAKE ENERGIE-EFFICIËNTIE

INHOUDSOPGAVE

  • 1. 
    DE RICHTLIJN ENERGIE-EFFICIËNTIE EN ENERGIEDIENSTEN IN HET GEÏNTEGREERDE KLIMAAT- EN ENERGIEBELEID VAN DE EU ................... 3
  • 2. 
    DE TENUITVOERLEGGING TOT OP HEDEN VAN DE RICHTLIJN ENERGIEDIENSTEN ................................................................................................. 5
  • 3. 
    NATIONALE ACTIEPLANNEN VOOR ENERGIE-EFFICIËNTIE EEN EERSTE BEOORDELING.......................................................................................... 6
  • 4. 
    SAMEN VERDERE STAPPEN ONDERNEMEN - DE AGENDA ........................ 12
  • 5. 
    CONCLUSIES ........................................................................................................... 13

ANNEX 1: Calculation of CO

2 benefits from the achievement of the saving targets set by

Energy Services Directive ........................................................................................................ 15

ANNEX 2: New Commission initiatives ................................................................................. 16

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

BETREFFENDE EEN EERSTE BEOORDELING VAN NATIONALE

ACTIEPLANNEN VOOR ENERGIE-EFFICIËNTIE ALS VEREIST BIJ RICHTLIJN

2006/32/EG BETREFFENDE ENERGIE-EFFICIËNTIE BIJ HET EINDGEBRUIK EN

ENERGIEDIENSTEN

SAMEN VERDERE STAPPEN ONDERNEMEN INZAKE ENERGIE-EFFICIËNTIE

  • 1. 
    DE RICHTLIJN ENERGIE-EFFICIËNTIE EN ENERGIEDIENSTEN IN HET

GEÏNTEGREERDE KLIMAAT- EN ENERGIEBELEID VAN DE EU

In zijn conclusies1 van maart 2007 heeft de Europese Raad energie-efficiëntie aangewezen als

een essentieel onderdeel van de algemene strategie inzake klimaatverandering en energie, en de noodzaak beklemtoond om tegen 2020 de doelstelling van een besparing van 20% op de energieconsumptie

2 van de EU te bereiken. De Europese Raad voegde daaraan toe dat hiertoe

nuttig gebruik moest worden gemaakt van de nationale actieplannen voor energie-efficiëntie3.

Dit werd ook al in 2005 door het Europees Parlement onderlijnd4.

Verbeteringen van energiebesparing en energie-efficiëntie zijn steeds belangrijker bij de aanpak van duurzaamheid en zekerheid van de energievoorziening en inspanningen om broeikasgasemissies te verminderen. De nationale actieplannen voor energie-efficiëntie (NEEAP's) zijn de praktische manifestatie van de verbintenis van de lidstaten. Belangrijk is dat de plannen een middel aan de hand doen voor het delen van beste praktijken onder de vele spelers op het gebied van energie-efficiëntie op elk niveau, en voor het ontwikkelen van synergieën in het kader van de goedgekeurde strategieën en maatregelen.

De reeds bereikte efficiëntieverbeteringen hebben bijgedragen tot een vermindering in energie-intensiteit

5 van de EU-economie. Desondanks neemt echter de totale

rapportage over elk NEEAP plaatsvinden naarmate kennisgeving ervan aan de Commissie geschiedt.

Met dit rapport, dat gebaseerd is op de 17 voor 1 december 2007 ingediende NEEAP's8, geeft

de Commissie een eerste beoordeling van de door de lidstaten aangenomen strategieën, onder centraalstelling van de maatregelen die voorbeelden lijken te zijn van goede praktijk met speciale nadruk op de voorbeeldfunctie van de overheidssector en de verstrekking van informatie, waarover de lidstaten op grond van de richtlijn in hun eerste NEEAP moesten rapporteren. De vaart van deze strategieën en initiatieven moet worden verhoogd. De Commissie van haar kant zal wederzijdse ondersteuning bij de uitvoering vergemakkelijken en een aantal nieuwe initiatieven indienen die het EU-kader voor energie-efficiëntie in de verschillende eindgebruiksectoren versterken.

De relevantie voor het geïntegreerde klimaat- en energiebeleid van de EU van effectieve strategieën om de energie-efficiëntie te verbeteren, kan niet worden overdreven. Het technische en economische potentieel van kosteneffectieve energie-efficiëntieverbeteringen is, net als de hinderpalen die moeten worden overwonnen, goed onderzocht en wordt op ruime schaal erkend

  • 9. 
    Wanneer de beleidslijnen om deze barrières te overwinnen daadwerkelijk

worden uitgevoerd, kunnen energie-efficiëntieverbeteringen een zeer substantiële bijdrage leveren tot het bereiken van de EU-doelstellingen. Zo zouden bijvoorbeeld, indien de vermindering van het energieverbruik van de eindgebruikers, als beoogd in de Richtlijn betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten, zou kunnen worden bereikt, de CO

2-besparingen in 2020 393 Mt bedragen ten opzichte van een business as usual-

scenario (voor meer bijzonderheden zie bijlage 1). Deze besparing maakt bijna 10% uit van de EU-emissies in 1990

  • 10. 
    Tegelijk met een in belangrijke mate verminderde energievraag zou de

behoefte aan invoer van fossiele brandstoffen verminderen, zou de factuur van de energie- invoer dienovereenkomstig verlagen en zouden de consumenten tegen lagere facturen aankijken.

Het draagvlak voor een continue sterke strategische centraalstelling van energie-efficiëntie ziet er solide uit. De 2020-verbintenissen van de EU inzake broeikasgasemissies, hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie moeten de fundamenten van de beleidstabiliteit op elk niveau ondersteunen en moeten investeerders, consumenten en andere spelers in de verschillende sectoren van de energievoorziening en het energiegebruik aanmoedigen. De interne energiemarkt moet de komende jaren voor een verbeterde toegang en een verbeterd consumentenassortiment, sterker nog nieuwe markten zorgen

Het accent moet nu liggen op een effectieve uitvoering van strategieën en maatregelen, inclusief de ontwikkeling van beste praktijk en synergieën.

  • 2. 
    DE TENUITVOERLEGGING TOT OP HEDEN VAN DE RICHTLIJN

ENERGIEDIENSTEN

De Richtlijn vereist dat de lidstaten een indicatieve energiebesparingsstreefwaarde van 9 % in 2016 vaststellen

12 en de institutionele en juridische kaders en maatregelen instellen die nodig

zijn om de hinderpalen voor efficiënt energie-eindgebruik op te heffen. De Richtlijn beoogt hernieuwde en ambitieuzere energie-efficiëntie-initiatieven op alle niveaus van de Europese samenleving lokaal, regionaal, nationaal en communautair te katalyseren. De Richtlijn moet de nodige voorwaarden creëren voor de ontwikkeling en bevordering van een markt voor energiediensten en voor het aanbieden van andere maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie aan eindverbruikers.

Elke lidstaat diende een NEEAP op te stellen en dit voor 30 juni 2007 aan de Commissie ter kennis te brengen. NEEAP's moeten nationale strategieën vaststellen, het toekomstige traject uitzetten en dienen niet als een bureaucratische exercitie te worden beschouwd. Door verdere uitvoering, monitoring en evaluatie van de vastgestelde strategie en maatregelen, aangevuld met benchmarking en een proces van "peer review" op Europees niveau, moeten de lidstaten kunnen leren van de successen en fouten van anderen en moet de verspreiding van beste praktijken in de EU worden vergemakkelijkt.

Voor het eerste NEEAP moest elke lidstaat een voor eind 2016 te bereiken algemene nationale indicatieve energiebesparingsstreefwaarde van 9 % of hoger en een tussentijdse nationale indicatieve energiebesparingsstreefwaarde voor 2010 vaststellen

  • 13. 
    De lidstaten

moeten in hun eerste NEEAP ook laten zien hoe zij voornemens zijn deze energiebesparingsstreefwaarden te bereiken en de daartoe ingestelde strategie en maatregelen beschrijven. Zij moeten met name laten zien hoe zij voornemens zijn te voldoen aan de bepalingen inzake de voorbeeldfunctie van de overheidssector en het verstrekken van informatie en advies over energie-efficiëntie aan eindgebruikers

14.

  • 3. 
    NATIONALE ACTIEPLANNEN VOOR ENERGIE-EFFICIËNTIE - EEN

EERSTE BEOORDELING

De eerste beoordeling is hoegenaamd niet exhaustief en is niet op een wetenschappelijke evaluatiemethodologie gebaseerd. Zij biedt een eerste overzicht van de grote verscheidenheid van strategieën en maatregelen die door de lidstaten worden voorgesteld en een eerste greep van voorbeelden van goede praktijken die grondiger onderzoek verdienen. De Commissie heeft zich geconcentreerd op de evaluatie van het deel van de strategieën dat betrekking heeft op de voorbeeldfunctie van de overheidssector en de informatieverstrekking. De geschiktheid van een bepaalde maatregel of de opzet van een bepaald mechanisme hangen af van o.a. de context waarbinnen deze worden geïmplementeerd, de aard van het bestaande wet- en regelgevingskader en politieke, organisatorische en sociaal-culturele kwesties.

Ambitieniveau

Uit een eerste evaluatie van de 17 door de voormelde lidstaten ingediende NEEAP's15 blijkt

dat vijf lidstaten een besparingsstreefwaarde hebben vastgesteld die groter is dan de minimale indicatieve waarde van 9% Cyprus (10%), Litouwen (11%), Italië (9,6%), Roemenië (13,5%) en Spanje (11% tegen 2012).

Verschillende lidstaten, met name Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk zeggen dat zij hogere besparingwaarden willen bereiken. De Commissie juicht hun streven toe. Het ontbreken van duidelijke formele verbintenissen zou het sterke signaal ten gunste van energie- efficiëntie dat aan de marktactoren wordt gegeven echter kunnen verstoren. Dezen verwachten namelijk dat de overheden hun beleidsverbintenissen opschakelen door het nemen van ambitieuze initiatieven om een gunstig bedrijfsklimaat met voorzienbare langetermijn- investeringsvoorwaarden voor de verhoogde oppak van energie-efficiëntie te scheppen.

Verschillende NEEAP's beogen een vrij groot deel van de totale besparingen gedurende de periode van negen jaar te realiseren op basis van zogenaamde bestaande of "vroege acties"

16.

Zes NEEAP's17 bestrijken niet de hele periode van negen jaar als vereist door de Richtlijn18.

Bij het ontbreken van aannames over in de toekomst aan te nemen maatregelen bemoeilijkt dit elke beoordeling van de waarschijnlijkheid dat met deze strategieën de 2016- besparingsstreefwaarde worden bereikt.

Duitsland zich voor de overheidssector op een CO

2-reductiestreefwaarde voor 2012 van 30%

in vergelijking met niveaus van 1990 vastgelegd, die vooral door middel van maatregelen voor het verbeteren van de energie-efficiëntie moet worden bereikt. Het Verenigd Koninkrijk streeft naar koolstofneutrale gebouwen van de centrale overheid tegen 2012.

Om zijn streefwaarde te bereiken voert Ierland momenteel een breed programma van maatregelen in en zal het zijn voorbeeldfunctie communiceren via zijn Power of One campagne

  • 19. 
    Er zullen mechanismen worden opgezet voor het bevorderen van uitwisseling

van beste praktijken en navolging van goede ideeën door overheidsinstanties op lokaal, nationaal en internationaal niveau.

Duitsland zet momenteel een belangrijk vernieuwingsprogramma op voor zijn federale gebouwen en trekt er 120 miljoen euro per jaar voor uit gedurende een periode van vier jaar, van

2008 tot 2012. Het experimenteert momenteel ook met een

energieprestatiecontracteringsproject met het oog op uitbreiding ervan tot de overheidssector.

Van de grote verscheidenheid van maatregelen in de overheidssector noemen we de verplichtstelling door Denemarken van energieaudits. Alle resulterende aanbevelingen

20 met

een terugverdientijd van 5 jaar of minder moeten worden uitgevoerd. Ook Malta zorgt voor leiderschap van de overheidssector: een van de innovatieve aspecten van zijn strategie is de aanstelling van "groene voormannen" bij elk ministerie. De groene voormannen komen op voor energie-efficiëntie en initiatieven op het gebied van hernieuwbare energiebronnen, hetgeen de vooruitgang en prestatie sterk kan bevorderen.

Ook het Verenigd Koninkrijk wedijvert om de overheidssector leiderschap te laten tentoonspreiden en om ervoor te zorgen dat deze een voorbeeldfunctie vervult. Zo zal het VK bijvoorbeeld de Code for Sustainable Homes toepassen op al zijn huisvestingsprojecten en vereisen dat alle met overheidsfinanciering gebouwde nieuwe woningen voldoen aan Level 3 van de Code een verbetering van de energieprestatie met 25% ten opzichte van de building code. Oostenrijk wil dat zijn overheidsgebouwen een lichtend voorbeeld zijn, met een energieprestatie die voortdurend beter is dan wettelijk vereist.

Finland plant zijn convenanten uit te breiden en wil dat informatie- en communicatieacties, die momenteel verplicht zijn voor gemeentelijke gebouwen, ook verplicht worden voor nationale overheidsgebouwen en activiteiten.

plan zijn koopkracht te gebruiken om de ontwikkeling te stimuleren van innovatieve concepten, producten en diensten in de huisvestings- en vervoerssector.

Op basis van de NEEAP's lijkt het erop dat sommige lidstaten maar traag volledig de kans hebben aangegrepen om de overheidssector een voorbeeldfunctie te laten vervullen. Verschillende lidstaten verklaren dat zij aan de bepalingen van de Richtlijn zullen voldoen, maar beschrijven niet duidelijk hoe. Het spreekt vanzelf dat duidelijke informering belangrijk is om te laten zien dat de overheid zich voor energie-efficiëntie inzet. Hiervan zou op zijn beurt een waardevolle stimulans uitgaan voor de bedrijven om te investeren in energie- efficiëntie en toekomstige markten voor energie-efficiënte producten en energiediensten te ontwikkelen.

Bevordering van energie-efficiëntie: bewustmaking, educatie en opleiding

De lidstaten kunnen energiebesparingen in alle sectoren stimuleren door bewustmaking van de noodzaak om maatregelen te nemen en van de praktische mogelijkheden die voorhanden zijn. De Richtlijn vereist dat de lidstaten ervoor zorgen dat de informatie over energie- efficiëntiemechanismen en financiële en rechtskaders transparant is en op ruime schaal verspreid wordt onder de marktactoren, en dat zij de efficiëntie van het energie-eindverbruik bevorderen.

Zij moeten ervoor zorgen dat informatie over de beste

energiebesparingspraktijken op grote schaal beschikbaar is. Dergelijke

informeringsmaatregelen, gekoppeld aan duidelijke prijssignalen, tarieven die energie- efficiëntie stimuleren en betere feedback over feitelijk verbruik door middel van verbeterde facturering en slimme meters, moeten de eindgebruikers in staat stellen beter geïnformeerde beslissingen te nemen over hun energiegebruik en incentives voor energie-efficiëntie op te pakken.

De NEEAP's lijken erop te wijzen dat de meeste lidstaten energie-efficiëntie aanbevelen via algemene

informatiecampagnes en/of gerichte inspanningen gekoppeld aan

stimuleringsprogramma's. De Ierse Power of One campagne is een voorbeeld van een zeer brede multimediacampagne, die betrekking heeft op verschillende energietypes en bronnen; effecten van inefficiënt gebruik in termen van kosten voor de gebruikers, de economie en het milieu; beste praktijken thuis en op het werk; een brede waaier communicatiekanalen - advertenties in de pers, website, road show, direct mail, bijlagen bij gas-, water- of elektriciteitsrekeningen, schoolprogramma's, seminars en sponsoring, tv-programma, en kwalificerings-, accrediterings- en certificeringsprogramma's.

Financiële en fiscale incentives zijn belangrijk bij het verminderen van transactiekosten en vermeende risico's in verband met het toepassen van nieuwe technologieën en baanbrekende praktijken. De NEEAP's stellen een berg stimuleringsprogramma's voor.

21 Vele ervan zijn

horizontaal van aard en hebben betrekking op meer dan een sector. Duitsland bijvoorbeeld zal zijn programma voor renovatie van gebouwen met het oog op een lagere CO

2-uitstoot

uitbreiden met het doel tegen 2016 het jaarlijkse percentage thermisch gerenoveerde gebouwen te verdubbelen van 1,3 tot 2,6%. Momenteel wordt sterke uitbreiding van passieve gebouwen of gebouwen met een laag energieverbruik gestimuleerd in de privé-sector alsook op federaal, regionaal en lokaal overheidsniveau. Aangezien gebouwen 40% van het totale energie-eindgebruik uitmaken, zou effectieve bevordering van passieve standaardgebouwen zeer hoge energiebesparingen in deze grootste eindgebruiksector mogelijk maken.

Oostenrijk heeft een soortgelijk gebouwenprogramma dat zowel op de publieke als op de private sector gericht is. Dit zou moeten bijdragen tot de doelstelling van Oostenrijk om zijn energie-intensiteit ten opzichte van business as usual tegen 2010 met 5% en tegen 2020 met 20% te verminderen.

Litouwen stelt momenteel een verlaagd BTW-percentage van 9% voor het standaardpercentage is 18% - voor toepassing door leveranciers van diensten in verband met bouw, renovatie en isolatie van woonhuizen, dat gefinancierd wordt uit budgettaire middelen van de staat en de gemeenten alsook uit zachte kredieten die door de staat en speciale staatsfondsen aan de bouwsector worden toegekend. Nederland zal een Energie Investeringsaftrek invoeren, een regeling voor de aftrek van belastingen voor privé-bedrijven, die kan worden toegepast op de aankoop of productie van energie-efficiënte apparatuur en duurzame energie. In 2007 heeft Italië een regeling opgezet die voorziet in een bruto belastingaftrek tot 55% van de bedragen die belastingbetalers betalen voor een grote verscheidenheid van apparatuur zoals condensatieketels, koelkasten met een A+-rating, elektrische motoren, verlichtingsapparatuur en voor het renoveren van gebouwen om deze energie-efficiënter te maken.

Convenanten

In Finland komen convenanten tussen de nationale overheid en actoren uit de publieke en private sector veel voor. Zij maken momenteel ongeveer 60% uit van het energie-eindgebruik in de acht sectoren waarop zij betrekking hebben. De doelstelling is 90% in 2016. Er wordt gebruik gemaakt van door de overheid gesubsidieerde energieaudits om het potentieel te bepalen en streefwaarden vast te stellen. Monitoring en evaluatie zorgt voor bottom-up feedback over de bereikte energiebesparingen. Nederland gebruikt eveneens dergelijke convenanten

22 op zoek naar energie-efficiëntieverbeteringen in de industriële, tertiaire en

agrarische sector. De Deense "A-club", waar publieke en private organisaties zich tot energie- efficiënte inkoop verbinden, is een voorbeeld van een minder complex convenant.

Spanje en Polen zijn eveneens van plan convenanten in te voeren als een kerninstrument voor het bereiken van energiebesparingen in de industriële sector. In 2008 verwacht Roemenië de ondertekening van convenanten met industriële ondernemers. Het Verenigd Koninkrijk zet de Klimaatveranderingsovereenkomsten voort. In Ierland moeten de overeenkomsten absoluut in energiebeheer voorzien.

Markinstrumenten

Een aantal lidstaten geeft aan dat aan een groot deel van hun besparingsverplichting zal worden voldaan door de voortzetting of uitbreiding van marktinstrumenten voor de bevordering van energie-efficiëntie.

In het Verenigd Koninkrijk worden de Energy Efficiency Commitments (EEC), waarbij aan energieleveranciers verplichtingen worden opgelegd om energie-efficiëntie in de woonsector te implementeren, verlengd tot 2020. De EEC werden herdoopt tot Carbon Emission Reduction Target, die een bijna dubbel zo hoge besparingstarget voor de periode 2008-2011 hebben. Daarnaast zal een vrijwillig cap-and-trade programma, de Carbon Reduction Commitment, dat betrekking heeft op grote niet-energie-intensieve sectoren en de private en publieke sector worden geïmplementeerd.

In Italië blijft het wittecertificatenprogramma van kracht tot 201423. Het Italiaanse programma

commerciële energiediensten en een markt voor energie-efficiëntie zijn belangrijke doelstellingen van de Richtlijn.

Financiering en financieringsmechanismen

Bulgarije heeft kredietfaciliteiten ingesteld die gericht zijn op de commerciële en woonsector.

Roemenie heeft een nationaal programma opgestart voor thermische renovatie van torenflats;

34% van de financiering komt uit de nationale begroting, 33% is afkomstig van lokale overheden en 33% komt uit onderhoudsgelden van woonverenigingen. Roemenië zal ook subsidiesteunprogramma's ontwikkelen voor hoogefficiënte warmtekrachtkoppeling.

Het Verenigd Koninkrijk heeft via zijn Carbon Trust een grote verscheidenheid van financiële mechanismen of renouvellerende fondsen opgezet. De Tust verstrekt leningen aan organisaties die overeenkomstige financiering verlenen en een "geoormerkt" energie- efficiëntiefonds opzetten. Besparingen die voortkomen uit hergebruikte energie worden verdeeld tussen het renouvellerend fonds en frontlijndiensten. Deze fondsen mikken op KMO's en de industrie. Voor de publieke sector is er een Revolving Loan Fund (Salix).

Bevordering van energie-efficiëntie: voorzien in de institutionele infrastructuur om het

te laten gebeuren

Het verstrekken van informatie, educatie en opleiding vereist een specifieke institutionele structuur en capaciteit, waartoe vaak netwerken van organisaties uit de publieke en private sector behoren die alle samenwerken rond energie-efficiëntie.

De meeste lidstaten hebben energieagentschappen. Deze spelen een belangrijke rol bij het implementeren van energie-efficiëntiebeleidslijnen en -programma's. Het mandaat en het werkterrein van de agentschappen verschillen. In Denemarken bijvoorbeeld richt de Stichting Elektriciteitsbesparing zich tot de woon- en overheidssector en richt deze Stichting zich meestal op apparatuur en gedrag via campagnes en kortingen. Er wordt momenteel een nieuw centrum opgericht dat energiebesparingen in gebouwen centraal stelt. Lokale comités voor energiebesparing coördineren alle lokale initiatieven, inclusief die van de distributiebedrijven.

In Italië treden regionale en lokale energieagentschappen namens de nationale overheid op op het gebied van informatie en communicatie. Dit is een gedecentraliseerde aanpak die voeling met de doelgroepen mogelijk maakt. Aangezien er in de EU meer dan 350 lokale en regionale agentschappen zijn, zou deze aanpak in andere lidstaten kunnen worden nagevolgd om beter gebruik te maken van de vindingrijkheid die deze agentschappen vertegenwoordigen.

momenteel ook een strategie voor beheer van de energievraag en verstrekt daarbij ook specifiek advies over energiegebruik en efficiëntie voor wagenparkbeheerders alsook instrumenten om mensen die een auto kopen te helpen een brandstofefficiëntere auto te kiezen.

Door middel van initiatieven inzake ecorijden beogen de lidstaten nu de brandstofefficiëntie van auto's te verbeteren, de broeikasgasemissies te verminderen, de verkeersveiligheid te verbeteren en het aantal ongevallen te verminderen. Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk bevorderen momenteel allemaal gedragsveranderingen via initiatieven inzake ecorijden.

Lering:

In verschillende van de door de Commissie geëvalueerde NEEAP's worden brede strategieën en plannen voorgesteld die waarschijnlijk besparingen boven de vereiste 9% zullen opleveren.

In sommige NEEAP's die een toekomstgerichte en vooruitstrevende aanpak volgen, wordt ervan uitgegaan dat het nog niet duidelijk is welke nieuwe maatregelen er zullen worden genomen en welke vorm zij zullen aannemen. In de meeste lijkt echter een business as usual- aanpak te worden voorgesteld en worden geen toekomstgerichte of vooruitziende strategieën uitgestippeld. Aldus zijn de bevindingen na een eerste beoordeling van de NEEAP's enigszins bemoedigend maar lijkt het erop dat in verschillende lidstaten een grote kloof bestaat tussen de beleidsbeloftes op het gebied van energie-efficiëntie enerzijds en de goedgekeurde of geplande maatregelen, als gerapporteerd in de NEEAP's, en toegewezen uitvoeringsmiddelen anderzijds.

  • 4. 
    SAMEN VERDERE STAPPEN ONDERNEMEN - DE AGENDA

Tenuitvoerlegging, wederzijdse ondersteuning, deelname van de stakeholders

Monitoren van de omzetting

In de komende maanden worden de door de Commissie ontvangen NEEAP's geanalyseerd om te beoordelen of de in de plannen vastgestelde besparingsstreefwaarden realistisch zijn. De Commissie zal met de lidstaten overleggen over de evaluatie van de NEEAP's alvorens de beoordeling wordt gepubliceerd. Tot die tijd blijft de inbreukprocedure tegen de lidstaten die nog NEEAP's dienen te notificeren, lopen, en zal de Commissie de verdere omzetting van de Richtlijn van dichtbij volgen.

Deelname van de stakeholders

De Commissie zal een stakeholdersplatform op het web lanceren om inbreng van stakeholders te verzamelen en te presenteren. Voor de industrieën en hun overkoepelende organisaties, lokale en regionale actoren alsmede niet-gouvernementele organisaties die de consumenten- en milieubelangen vertegenwoordigen, is een belangrijke rol weggelegd in de tenuitvoerlegging van de Richtlijn. Het Energy Efficiency Watch project

24, dat

medegefinancierd wordt door het Programma voor Intelligente Energie voor Europa, en ondersteund wordt door leden van het Europees Parlement, zal eveneens NEEAP's beoordelen. Hun bevindingen kunnen eveneens nuttig zijn voor de lidstaten. Door het leveren van kennisinbreng kunnen stakeholders waardevolle bijdragen leveren tot de ontwikkeling en keuze van maatregelen door lidstaten, en er daarmee voor zorgen dat belangrijke kansen voor het realiseren van energie-efficiëntiemaatregelen niet over het hoofd worden gezien. Het is te hopen dat deze activiteiten samen bijdragen tot een vlottere omzetting van de Richtlijn, en de tenuitvoerlegging van de NEEAP's door de lidstaten gemakkelijker maken. Tenslotte zouden deze activiteiten ook de weg moeten bereiden voor de werkzaamheden rond de opstelling van de tweede NEEAP's, die tegen 30 juni 2011 bij de Commissie moeten worden ingediend.

Een overzicht van de andere energie-efficiëntie-initiatieven van de Commissie is opgenomen

in bijlage 2.

  • 5. 
    CONCLUSIES

NEEAP's bieden een kans om energie-efficiëntie centraal te stellen, een punt dat van strategisch belang is voor het bereiken van de doelen van de EU. De bevindingen na een eerste analyse van de plannen zijn enigszins bemoedigend. Er lijkt evenwel in verschillende lidstaten ook een grote kloof te bestaan tussen de beleidstoezeggingen op het gebied van energie-efficiëntie en de goedgekeurde of geplande maatregelen, als gerapporteerd in de NEEAP's, en de toegewezen middelen om deze na te komen.

In verschillende van de zeventien door de Commissie geëvalueerde NEEAP's worden brede strategieën en plannen voorgesteld om besparingen boven de vereiste 9% te bereiken. In veel NEEAP's lijkt echter een business as usual-aanpak te worden voorgesteld. De Commissie ziet verdere plannen en de uitwisseling van ervaring en beste praktijk tegemoet. De Commissie zal het hare doen om de lidstaten te helpen bij de uitvoering van hun plannen.

De vooruitgang naar de in maart 2007 overeengekomen strategische doelstellingen toe zal worden geëvalueerd in het kader van de 2

e Strategische Energie-evaluatie. De Evaluatie moet

helpen bij het formuleren van aanbevelingen voor toekomstige beleidsontwikkeling en bij het bevorderen van de verdere werkzaamheden inzake een EU-energiebeleid voor Europa. Daartoe zal zeker energie-efficiëntie behoren.

ANNEX 1: Calculation of CO

2 benefits from the achievement of the saving targets set by

Energy Services Directive

This annex provides an estimate of the CO2 benefits from the achievement of the saving

targets set by the Directive with a perspective towards the 2020 objectives. The calculation assumes that all Member States use 9% less of the current final energy consumption in 2016 compared with what they would do under business-as-usual. The reference development used

is the PRIMES

25 baseline of 2007. It includes energy and climate policies implemented in the

Member States up to the end of 2006. As the fuel mix of the actual savings in 2016 cannot be known in advance, a saving of 9% is assumed for each fuel, i.e. the structure of final energy demand does not change. It is assumed that the transformation sectors develop as in the baseline.

The calculations exclude energy intensive sectors, as the Energy Services Directive does not cover the undertakings in the European Emission Trading Scheme (ETS). Statistics on energy intensive industries also include energy consumption from small installations in energy intensive sectors that do not fall under the ETS. This effect is (partly) compensated for by not deducting the energy consumption from armed forces (which are also excluded from the ESD).

With these assumptions, the CO

2 benefits of achieving the 9% savings target in 2016 can be

estimated at 275 Mt CO

2 for EU-27. Assuming that energy efficiency policies along the lines

of ESD will not cease in 2016 but continue for a few more years with roughly one additional percentage point saving per year gives cumulative savings of 13% for 2020. This would lead

to CO

2 savings of 393 Mt CO

2 in 2020. The following table gives an overview of effects.

Effects of end-use energy efficiency improvements through ESD

2016 2020

Reduction below baseline:

Final energy demand (Mtoe) 86 124

CO emissions (Mt CO) 275 393

ANNEX 2: New Commission initiatives

The implementation of the Energy Efficiency Action Plan adopted in October 200626 will

continue in 2008. Notable actions already adopted in 2007 were the amended Energy Star Regulation

27, introducing for the first time an obligation to use energy efficiency criteria at

least as demanding as the Energy Star efficiency levels in public procurement of office equipment; and a Green Paper on urban mobility

28, including a proposal on financing for

market introduction of efficient vehicles. The 3rd internal energy market package reinforces the requirements placed on energy regulators concerning energy efficiency. The Strategic Energy Technology Plan aims at accelerating the development of promising energy technologies and creating the conditions to bring such technologies to market. On 19 December 2007, the Commission adopted a proposal for a Regulation on emission performance standards for new passenger cars

29.

In 2008 and 2009 the Commission intends adopting a number of initiatives of importance to energy efficiency.

A Communication on Sustainable Production and Consumption and Sustainable Industrial Policy will present an integrated strategy to help the EU economy become more environmentally sustainable and competitive. In 2008, the Commission intends to adopt energy performance requirements and/or labelling measures for the following product

groups: public street lighting and office lighting equipment, stand-by and off-mode electricity losses, external power supplies, simple set top boxes for digital reception. In 2009, it also intends submitting for vote in the regulatory committee televisions, domestic refrigeration and freezers, washing machines, dishwashers, boilers and water heaters, personal computers, imagining equipment, commercial refrigeration, electric motors, pumps and fans.

A measure on domestic lighting (incandescent bulbs) is scheduled for adoption in early 2009.

The Commission Communication entitled "Addressing the challenge of Energy Efficiency through Information and Communication Technologies" showing how ICT can be an enabler in improving energy efficiency in a number of sectors will be issued in early 2008.

Measures addressing vehicles will include a revision of the Directive on car labelling30,

A Commission Decision on detailed guidelines for Directive 2004/08/EC on the promotion of cogeneration and a Communication on the implementation of Directive 2004/08/EC on the promotion of cogeneration will be issued.

The Commission will review the Energy Taxation Directive to facilitate more targeted and coherent use of energy taxation by integrating notably energy efficiency considerations and environmental aspects. It will also consider costs and benefits of tax credits as incentives for enterprises to produce more energy-efficient appliances and for consumers to promote the purchase of such appliances and equipment.

To improve energy efficiency in industrial installations, a Reference document on Best Available Techniques regarding Energy Efficiency will be adopted in 2008 under the IPPC Directive

  • 32. 
    The Commission will also revise its Community eco-management and audit

scheme (EMAS). This voluntarily management tool requires reporting on and continuous improvement of environmental performance, including energy consumption in public and private organisations.

The Commission foresees the adoption of a Communication on green public procurement setting targets and the establishment of a process for identifying environmental specifications to be used in tender documents. It will include energy efficiency related criteria.

The Covenant of Mayors will bring together mayors of pioneering EU cities with the aim of exchanging and applying good practices improving energy efficiency significantly in the urban environment, where local action is essential. Many more initiatives promoting energy efficiency and sustainable transport, including changing energy behaviour will be supported by the Intelligent Energy-Europe programme as part of the CIP.

In contrast to action at the local level, the launch of the International Platform on Energy Efficiency will focus and contribute to strengthening energy efficiency world-wide, by facilitating closer co-operation between both developed and developing countries on energy efficiency measurement, standards and evaluation, labelling and certification, energy audits, stand-by losses, codes of conduct, and more.

be considered as priorities for Eco-design implementing measures

· Review of the Energy Taxation Directive to facilitate more targeted and coherent use

of energy taxation by integrating notably energy efficiency considerations and environmental aspects.

· An examination, in the framework of the debate launched on VAT reduced rates, of the

effectiveness of VAT reduced rates in some circumstances.

· Launch of the International Platform on Energy Efficiency.

· Launch of the Covenant of Mayors.

· Commission Decision on detailed guidelines for Directive 2004/08/EC on the

promotion of cogeneration

· Commission Communication on the implementation of Directive 2004/08/EC on

the promotion of cogeneration

· Proposal aiming at the reduction of CO2 emission from light-duty vehicles

.

· Revision of the Directive on car labelling37

· Proposal for a Regulation regarding minimum efficiency requirements for mobile air-

conditioning systems, the compulsory fitting of tyre pressure monitoring systems, setting maximum rolling resistance limits for tyres, and the use of gear shift indicators.

· Commission Communication on Sustainable Production and Consumption and

Sustainable Industrial Policy (SCP-SIP)

· Commission Communication "Addressing the challenge of Energy Efficiency through

Information and Communication Technologies

· Commission Decision establishing the 2008 Intelligent Energy-Europe Work

Programme

· Reference Document on Best Available Techniques regarding energy efficiency for

industrial installations under the IPPC Directive38

· Commission Communication on green public procurement

· Revision of the EMAS Regulation

39

· 2nd Strategic Energy Review

2.

Original view

afbeelding document
 
 

3.

More information

23 jan
'08
COM(2008)11 - First assessment of national energy efficiency action plans as required by Directive 2006/32/EC on energy end-use efficiency and energy services - Moving forward together on energy efficiency


19 dec
'07
COM(2007)856 - Emission performance standards for new passenger cars as part of the EC's integrated approach to reduce CO2 emissions from light-duty vehicles


25 sep
'07
COM(2007)551 - Green Paper - Towards a new culture for urban mobility


19 sep
'07
COM(2007)529 - Amendment of Directive 2003/55/EC concerning common rules for the internal market in natural gas


19 sep
'07
COM(2007)530 - Agency for the Cooperation of Energy Regulators


19 sep
'07
COM(2007)531 - Amendment of Regulation (EC) No 1228/2003 on conditions for access to the network for cross-border exchanges in electricity


19 sep
'07
COM(2007)532 - Amendment of Regulation (EC) No 1775/2005 on conditions for access to the natural gas transmission networks


19 sep
'07
COM(2007)528 - Amendment of Directive 2003/54/EC concerning common rules for the internal market in electricity


10 dec
'03
COM(2003)739 - Energy end-use efficiency and energy services


1 aug
'03
COM(2003)453 - Establishing a framework for the setting of Eco-design requirements for Energy-Using Products


 
 
publication date 29-01-2008
reference 5822/08

Contents