RAAD VANBrussel, 18 september 2006 (20.09)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
9010/1/06 REV 1 ADD 1
Interinstitutioneel dossier:
2003/0252 (COD)
TRANS 108 CODEC 427
MOTIVERING VAN DE RAAD
Betreft:
GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT van de Raad van 18 september 2006 met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs (herschikking)
I. Inleiding
De Commissie heeft haar voorstel op dinsdag 21 oktober 2003 goedgekeurd.
Het Europees Parlement heeft op woensdag 23 februari 2005 advies in eerste lezing
uitgebracht.
De Raad heeft overeenkomstig artikel 251 van het Verdrag zijn gemeenschappelijk standpunt
vastgesteld op 18 september 2006.
De Raad heeft bij zijn werkzaamheden tevens rekening gehouden met het advies van het
Europees Economisch en Sociaal Comité.1
II. Analyse van het gemeenschappelijk standpunt
Het gemeenschappelijk standpunt weerspiegelt het resultaat van de informele contacten tussen
vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Commissie en de Raad. Hoewel het
voorstel terwille van de logica en de leesbaarheid geherstructureerd is, worden alle
belangrijke door de Commissie voorgestelde elementen in de tekst van het gemeenschappelijk
standpunt gehandhaafd.
Er is evenwel een aantal wijzigingen overeengekomen om rekening te houden met de punten
-
-de herindeling van voertuig-aanhangwagensamenstellen (artikel 4, lid 4, onder b),
en andere);
-
-de regeling inzake toegang tot motorrijwielen (artikel 4, lid 3, en andere);
-
-de aanpak van een rijbewijs per persoon (artikel 7, lid 5, en artikel 11, lid 4);
-
-het vraagstuk van de verplichte inwisseling van alle bestaande rijbewijs-
documenten (artikel 3, lid 3, en andere).
-
i)Herindeling van voertuig-aanhangwagensamenstellen
De Commissie stelde voor alle samenstellen van categorie B met een aanhangwagen van meer
dan 750 kg uit categorie B te halen en in categorie BE in te delen. Het Parlement en de Raad
vonden een dergelijke bepaling te stringent, omdat een aanzienlijk aantal "lichte" kampeer-
aanhangwagens door hun interieurontwerp dit maximale gewicht overschrijdt. Om te voldoen
aan de vereisten inzake verkeersveiligheid en terzelfder tijd een extra belasting van de burger
te voorkomen, hebben de twee medewetgevers besloten voor categorie B een bepaling op te
nemen die voorziet in een maximaal toegestane massa van 4250 kg voor voertuig-
aanhangwagensamenstellen. Voor samenstellen van meer dan 3500 kg zullen de nationale
instanties eisen dat ofwel een bijkomende opleiding wordt gevolgd, ofwel met goed gevolg
een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag wordt afgelegd, dan wel beide. De eisen met
betrekking tot de opleiding en de praktische tests staan vermeld in een nieuwe bijlage bij de
-
ii)De regeling inzake toegang tot motorrijwielen
In het licht van de verbetering van de verkeersveiligheid en met het oog op een evenwicht
tussen mobiliteit en veiligheid hebben de drie instellingen overeenstemming bereikt over het
beginsel van geleidelijke toegang tot de categorieën voor motorrijwielen en over de
minimumleeftijd voor de wederzijdse erkenning van rijbewijzen. De drie instellingen hebben
tevens besloten een bijzondere categorie voor bromfietsen in te voeren (categorie AM),
waarvoor op 16-jarige leeftijd een rijbewijs kan worden behaald nadat met succes een
theoretische proef is afgelegd. De lidstaten kunnen bijkomende vereisten opleggen en
desgewenst besluiten categorie AM in de aanpak van de geleidelijke toegang te integreren.
Met het oog op de verdere verbetering van de verkeersveiligheid en de vermindering van het
aantal ongevallen bij jonge of onervaren motorrijders hebben het Parlement en de Raad het
beginsel van de Commissie gevolgd van een gefaseerde (of geleidelijke) toegang tot een
hogere motorrijwielspecificatie. Daarom hebben zij de minimumleeftijd voor motorrijwielen
van categorie A1 (lichte motorrijwielen) vastgesteld op 16 jaar en voor categorie A2 (middel-
grote/middelzware motorrijwielen) op 18 jaar. Het leeftijdsverschil van 2 jaar moet ook in
acht worden genomen indien een lidstaat besluit pas op de leeftijd van 17 of 18 jaar
rechtstreeks toegang te verlenen tot categorie A1. Indien de aanvrager 2 jaar ervaring heeft
opgedaan in categorie A1, moet hij eerst met succes een rijvaardigheids- en rijgedragtest
afleggen of een opleiding voltooien alvorens hij met motorrijwielen van categorie A2 mag
-
iii)De aanpak van één rijbewijs per persoon
Fraude met rijbewijzen is inmiddels voor de politiediensten van de lidstaten een vertrouwd
verschijnsel. De diverse soorten fraude variëren van het verhandelen van het document zelf,
het onwettig verkrijgen van duplicaten tot het verkrijgen van een nieuw rijbewijs in een
andere lidstaat gedurende een rijverbod in de lidstaat van oorsprong.
Daarom steunen het Parlement en de Raad ten volle de aanpak van de Commissie van één
rijbewijs per persoon, om deze vormen van fraude in de toekomst te voorkomen. In het
gemeenschappelijk standpunt wordt dus eens te meer het beginsel bevestigd dat één persoon
slechts één rijbewijs mag bezitten. Naast de verplichte regelmatige administratieve verlenging
van het document worden bij het gemeenschappelijk standpunt ook nieuwe bepalingen
ingevoerd die een lidstaat verplichten:
-
-te weigeren een rijbewijs af te geven wanneer wordt vastgesteld dat de aanvrager reeds
houder is van een rijbewijs;
-
-en met betrekking tot de afgifte, vervanging, verlenging of inwisseling van een
rijbewijs, bij de andere lidstaten na te gaan of er een redelijk vermoeden bestaat dat de
aanvrager reeds houder is van een rijbewijs.
De lidstaten zullen tevens verplicht zijn te weigeren een rijbewijs af te geven aan een persoon
wiens rijbewijs in een andere lidstaat is beperkt, geschorst of ingetrokken, dan wel te
-
iv)Verplichte inwisseling van alle bestaande rijbewijsdocumenten
In haar voorstel heeft de Commissie een nieuw rijbewijsmodel ingevoerd, dat uiteindelijk het
enige in de Gemeenschap gebruikte model moet worden. De Commissie heeft ook bepalingen
voorgesteld waarbij een beperkte administratieve geldigheid van rijbewijzen wordt ingevoerd
voor alle na de inwerkingtreding van deze richtlijn afgegeven rijbewijzen. Deze beperkte
administratieve geldigheid zou gelden voor alle categorieën voertuigen. In het Commissie-
voorstel is niet voorzien in een verplichte inwisseling van bestaande rijbewijzen.
Het Parlement en de Raad hechtten weliswaar hun goedkeuring aan het nieuwe rijbewijs van
Europees model en de verplichting tot verlenging van het document, maar besloten nog een
stap verder te gaan en overeenstemming te bereiken over een bepaling waarbij de verplichting
wordt opgelegd alle rijbewijzen die vóór de datum van inwerkingtreding van de huidige
Richtlijn zijn uitgereikt en nog steeds geldig en in omloop zijn, uiterlijk 26 jaar na de
inwerkingtreding van deze richtlijn door het nieuwe rijbewijsmodel te vervangen. Aldus
zorgen de twee medewetgevers ervoor dat er - vanaf een bepaald tijdstip - in de hele
Gemeenschap één enkel model van rijbewijs in gebruik zal zijn.
-
v)Andere punten
Invoering van een vermogen/gewichtscriterium voor lichte motorrijwielen
Nieuwe technische kenmerken voor middelzware motorrijwielen
Teneinde te voorkomen dat het vermogen van zware motorrijwielen gereduceerd wordt en om
aldus het ongevallenrisico te verminderen, hebben het Parlement en de Raad besloten in te
gaan op het voorstel van de Commissie om een bijkomende bepaling voor motorrijwielen van
categorie A2 op te nemen, die luidt dat voertuigen van deze categorie niet mogen worden
afgeleid van voertuigen waarvan het vermogen meer dan tweemaal zo groot is.
Invoering van een nieuw rijbewijsmodel
Teneinde de bescherming tegen fraude te verbeteren en het aantal in omloop zijnde rijbewijs-
modellen te verminderen, hebben het Parlement en de Raad besloten het papieren
communautair rijbewijs geleidelijk af te schaffen. Nadat de nieuwe wetgeving in werking is
getreden, mogen in de Gemeenschap alleen nog rijbewijzen worden uitgereikt die de vorm
hebben van een plastic kaart die het formaat en de afmetingen heeft van een creditcard,
waardoor de documentveiligheid zal verbeteren en meer bescherming wordt geboden tegen
vervalsingspogingen.
Minimumeisen voor examinatoren
De vigerende communautaire wetgeving bevat geen normen voor de opleiding van
examinatoren; deze vertonen sterke verschillen binnen de Unie. Daarom heeft de Commissie
III. Conclusie
Het gemeenschappelijk standpunt betreffende deze richtlijn bevat alle belangrijke
elementen van het Commissievoorstel, die op een evenwichtige en adequate manier zijn
aangepast teneinde tegemoet te komen aan de opmerkingen van de Raad en het
Parlement. Het is het resultaat van de contacten tussen de drie betrokken instellingen in
het kader van de gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering van de
nieuwe medebeslissingsprocedure.2
De Raad heeft nota genomen van de in de context van deze contacten gedane
toezegging van de voorzitter van de Commissie vervoer en toerisme van het Europees
Parlement om het Europees Parlement aan te bevelen deze tekst in tweede lezing zonder
amendement goed te keuren, waarna de richtlijn geacht zal worden te zijn aangenomen
overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt.
__________________
| 21 okt '03 |
COM(2003)621 - Driving licences (Recasting) |
| publication date | 18-09-2006 |
|---|---|
| reference | 9010/1/06 REV 1 ADD 1 |
