RAAD VANBrussel, 20 april 2004
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
7653/04
Interinstitutioneel dossier:
2003/0278 (CNS)
AGRI 77 AGRIFIN 35 AGRIORG 24 ELARG 46 OC 265
WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN
Betreft:
Verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG)
nr. 1786/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeen- schappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, en tot aanpassing daarvan in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie
GEMEENSCHAPPELIJKE BELEIDSLIJNEN aanvraagtermijn overleg: 19.4.2004
VERORDENING (EG) Nr. /2004 VAN DE RAAD
van
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1786/2003
tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen
inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid
en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, en tot aanpassing daarvan
in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen,
Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37,
lid 2, derde alinea,
Gelet op Protocol nr. 4 betreffende katoen 1, gehecht aan de Akte van toetreding van 1979, en met
name op punt 6,
Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen,
Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije 2, en met name op artikel 2, lid 3,
Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije,
Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, 1 en met name op artikel 57, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement 2,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 3,
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De ontkoppeling van de rechtstreekse steun aan de producenten en de invoering van de
bedrijfstoeslagregeling zijn essentiële elementen in het proces van hervorming van het
gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat erop is gericht over te schakelen van een beleid van
prijs- en productiesteun op een beleid van inkomenssteun aan de landbouwers. Bij
Verordening (EG) nr. 1782/2003 1 zijn deze elementen ingevoerd voor een reeks van
landbouwproducten.
(2) Om de kerndoelstellingen van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te
bereiken, dient de steun voor katoen, olijfolie en ruwe tabak grotendeels te worden
ontkoppeld en in de bedrijfstoeslagregeling te worden geïntegreerd, terwijl hop volledig in
die regeling dient te worden geïntegreerd.
(3) De voorschriften voor regelingen inzake de rechtstreekse steunverlening waarin
Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad voorziet, moeten worden gewijzigd om de
uitvoering ervan in Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen,
Slovenië en Slowakije mogelijk te maken.
(4) In de referentieperiode 2000 2002 bestond er voor katoen geen rechtstreekse steun aan de
producenten. Volgens de in die periode geldende regelingen ontvingen de producenten
echter zijdelings communautaire steun via de steun aan de egreneringsbedrijven. Deze steun
(5) De volledige integratie van de huidige steunregeling voor de katoensector in de bedrijfs-
toeslagregeling zou voor de katoenproducerende regio's van de Gemeenschap een aanzien-
lijk risico op ontwrichting van de productie meebrengen. Een deel van de steun dient daarom
aan de katoenteelt gekoppeld te blijven via een gewasspecifieke betaling per subsidiabele
hectare. Het bedrag ervan dient zo te worden berekend dat economische voorwaarden
worden gegarandeerd die in de voor deze teelt geschikte regio's de voortzetting van activiteit
in de katoensector mogelijk maken en die voorkomen dat katoen door andere gewassen
wordt weggeconcurreerd. Om dit doel te bereiken is het verantwoord om per lidstaat het
totale voor hectaresteun beschikbare bedrag vast te stellen op 40% van het nationale aandeel
in de zijdelings aan de producenten toegekende steun.
(6) De resterende 60% van het nationale aandeel in de zijdelings aan de producenten toegekende
steun, dient beschikbaar te zijn voor de bedrijfstoeslagregeling.
(7) Om milieuredenen moet een basisareaal per lidstaat worden vastgesteld, ter beperking van
de met katoen beteelde oppervlakten. De reductie per lidstaat dient gebaseerd te zijn op de
overschrijding van de gemiddelde gegarandeerde nationale hoeveelheden sinds de invoering
daarvan. Bovendien behoren alleen de oppervlakten waarvoor de lidstaten een vergunning
hebben verleend, subsidiabel te zijn.
(8) Om het de producenten en de egreneringsbedrijven mogelijk te maken de kwaliteit van de
katoen te verbeteren dient de oprichting van door de lidstaten te erkennen branche-
(9) Ter bevordering van de levering van een kwaliteitsproduct aan de industrie dienen de
erkende organisaties te worden gemachtigd tot differentiatie van de steun waarop de bij hen
aangesloten producenten recht hebben, in overeenstemming met een door hen vastgestelde
schaal. In de door de lidstaten goed te keuren schaal moet rekening worden gehouden met
vast te stellen criteria.
(10) Gezien recente internationale ontwikkelingen, met name als gevolg van de onder-
handelingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, dient de mogelijkheid om de
opneming van katoen in de bedrijfstoeslagregeling uit te stellen te worden uitgesloten.
(11) Een volledige integratie in de bedrijfstoeslagregeling van de huidige regeling betreffende
aan de productie gekoppelde steun in de sector olijven zou problemen kunnen meebrengen
voor bepaalde traditionele productiegebieden in de Gemeenschap. Er bestaat een aanzienlijk
risico op een wijdverbreide verstoring van het onderhoud van olijfbomen, die op haar beurt
tot een achteruitgang van het vegetatiedek en het landschap zou kunnen leiden of negatieve
maatschappelijke gevolgen zou kunnen hebben. Daarom dient een deel van de steun te
worden gekoppeld aan het onderhoud van in milieu- of maatschappelijk opzicht waardevolle
olijfgaarden.
(12) Bijgevolg dient 60% van het gemiddelde van de productiesteun die in de referentieperiode
van 2000 tot en met 2002 in de sector olijven is betaald, te worden omgezet in toeslag-
rechten in het kader van de bedrijfstoeslagregeling. Bedrijven met een omvang van minder
(13) Het aantal hectaren dat moet worden opgenomen in de berekening van het toeslagrecht in
het kader van de bedrijfstoeslag, dient te worden vastgesteld op basis van het geografische
informatiesysteem voor de olijventeelt, dat voortaan deel moet uitmaken van het
geïntegreerd beheers- en controlesysteem.
(14) De resterende 40% van de in de referentieperiode in de olijvensector betaalde productiesteun
dient door de lidstaten te worden gereserveerd als nationale totaalbedragen voor de toe-
kenning van steun aan de landbouwers teneinde bij te dragen aan het onderhoud van in
milieu- of maatschappelijk opzicht, waardevolle olijfgaarden, in het bijzonder in marginale
gebieden, mede rekening houdend met aspecten van plaatselijke tradities en cultuur.
Bedrijven van minder dan 0,3 GIS-ha olijven dienen eveneens hiervoor in aanmerking te
komen. Eenvoudigheidshalve dienen betalingen in het kader van deze regeling niet minder
dan 50 euro te bedragen.
(15) De lidstaten moeten een bepaald percentage van de voor olijfgaarden te betalen steun
kunnen inhouden ter financiering van activiteiten op het gebied van productkwaliteit,
bewaking en voorlichting die in het kader van door erkende organisaties van markt-
deelnemers opgestelde activiteitenprogramma's worden ontplooid.
(16) Alleen oppervlakten waarop hetzij vóór 1 mei 1998 aangeplante olijfbomen hetzij
vervangende bomen staan of die onder een door de Commissie goedgekeurd programma
vallen, komen in aanmerking voor productiesteun in het kader van de huidige regeling en
(17) Voor Cyprus en Malta kunnen de maximale steunbedragen voor olijfgaarden pas definitief
worden vastgesteld als het geografisch informatiesysteem in die lidstaten is ingevoerd.
Derhalve moet voorzien worden in de mogelijkheid om de maximumbedragen voor die lid-
staten te herzien.
(18) De huidige steunregeling voor olijfolie verstrijkt aan het einde van het verkoopseizoen
2003/2004. Er moet voor een harmonische voortzetting van de inkomenssteun aan de
olijvenproducenten worden gezorgd en daarom dient de mogelijkheid om de invoering van
de bedrijfstoeslagregeling uit te stellen te worden uitgesloten.
(19) Om een ontwrichtend effect op de productie en de plaatselijke economie te voorkomen en
aanpassing van de marktprijs aan de nieuwe omstandigheden mogelijk te maken dient de
huidige steunregeling voor producenten van ruwe tabak geleidelijk ontkoppeld en in de
bedrijfstoeslagregeling geïntegreerd te worden. Daarom dient de bepaling van het toeslag-
recht per hectare in het kader van de nieuwe regeling in drie stappen te verlopen, waarbij dit
proces aanvangt in het kalenderjaar 2005 en moet worden voltooid bij het begin van het
kalenderjaar 2007.
(20) De huidige inkomenssteun aan de tabaksproducenten wordt betaald als een premie op basis
van de geproduceerde hoeveelheden tabak. Wat de bepaling van het toeslagrecht betreft,
wordt de berekening van het referentiebedrag gesplitst op basis van drie hoeveelheden tabak
waarvoor in de referentieperiode van 2000 tot en met 2002 premies zijn toegekend. Voor de
(21) Door toepassing van deze methode zullen kleine producenten van meet af aan een belangrijk
deel van hun inkomen als bedrijfstoeslag ontvangen. Voor grotere tabakproducerende
bedrijven dient in een overgangsperiode een deel van de steun gekoppeld te blijven.
(22) Het gedeelte van de steunregeling dat in de overgangsperiode gekoppeld moet blijven, houdt
verband met de steun die in de jaren 2000, 2001 en 2002 overeenkomstig Verordening
(EEG) nr. 2075/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke
ordening der markten in de sector ruwe tabak 1 aan de tabaksproducenten is verleend. Dat
onderdeel van de regeling is derhalve niet van toepassing op de nieuwe lidstaten omdat daar
geen steun is ontvangen. De producenten in de nieuwe lidstaten moeten daarom
onmiddellijk volledige toegang krijgen tot de bedrijfstoeslagregeling, indien die lidstaten
besluiten de regeling inzake een enkele areaalbetaling niet toe te passen.
(23) Uitstel van de integratie van de steun voor tabak in de bedrijftoeslagregeling is onverenig-
baar met de opzet en de beginselen van het nieuwe systeem zoals dit via de stapsgewijze
aanpak ten uitvoer zal worden gelegd, en daarom dient de mogelijkheid van een dergelijk
uitstel voor tabak te worden uitgesloten.
(24) Landbouwers die de tabakssector hebben verlaten door deel te nemen aan het programma
voor het opkopen van quota dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 14 van Verordening
(EEG) nr. 2075/92, en aan wie steun wordt toegekend in het kader van de bedrijfs-
toeslagregeling, mogen daarnaast niet ook de opkoopprijs ontvangen maar dienen de keuze
(25) Van de premie die in de oogstjaren 2005 en 2006 verder zal worden toegekend voor de
tabaksproductie, dient een bedrag ten belope van 4% voor het eerste jaar en 5% voor het
tweede jaar naar het communautair fonds voor tabak te worden overgedragen, ter
financiering van voorlichtingsacties om het publiek bewuster te maken van de schadelijke
effecten van tabaksverbruik.
(26) De volledige integratie van hop in de bedrijfstoeslagregeling verzekert de hopteler van een
stabiel inkomen. Indien de landbouwer, bijvoorbeeld wegens marktomstandigheden of
structurele factoren, het telen en oogsten van hop wil opgeven, kan hij daar vrij toe beslissen
zonder een inkomen te moeten derven.
(27) Om specifieke marktsituaties of regionale gevolgen het hoofd te bieden dient de lidstaat een
bepaald percentage van de ontkoppelde steun te kunnen inhouden om de hopproductie via
areaalsteun te ondersteunen.
(28) Ontkoppeling van de steun voor katoen en ruwe tabak kan herstructureringsmaatregelen
noodzakelijk maken. Extra communautaire steun voor de productiegebieden van de lidstaten
waar in de jaren 2000, 2001 en 2002 communautaire steun voor katoen en ruwe tabak is
toegekend, dient beschikbaar te worden gesteld door de overdracht van middelen van
rubriek 1 a naar rubriek 1 b van de financiële vooruitzichten. Deze extra steun dient te
worden gebruikt zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van
17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1782/2003 wordt als volgt gewijzigd:
-
1)In artikel 1 wordt het vierde streepje vervangen door:
" steunregelingen voor landbouwers die durumtarwe, eiwithoudende gewassen, rijst,
noten, energiegewassen, zetmeelaardappelen, melk, zaaizaad, akkerbouwgewassen,
schapen- en geitenvlees, rundvlees, zaaddragende leguminosen, katoen, tabak en hop
produceren en voor landbouwers die olijfgaarden onderhouden.";
-
2)artikel 11, lid 1, wordt vervangen door:
"1. Met ingang van het begrotingsjaar 2007 vindt, om ervoor te zorgen dat de bedragen ter
financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid die thans vallen onder
subrubriek 1 a) (marktmaatregelen en rechtstreekse steunverlening), niet de jaarlijkse maxima
overschrijden die zijn vastgesteld bij besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen der
lidstaten, op 18 november 2002 in het kader van de Raad bijeen, betreffende de conclusies
van de Europese Raad van Brussel van 24 en 25 oktober 2002, een aanpassing van de
-
3)in artikel 19, lid 1, wordt de tweede alinea vervangen door:
"Deze databank moet met name de mogelijkheid bieden om via de bevoegde autoriteit van de
lidstaat de gegevens betreffende de kalenderjaren en/of verkoopseizoenen vanaf 2000 en, voor
de op grond van titel IV, hoofdstuk 10 ter, toegekende steun, vanaf 1 mei 1998 rechtstreeks en
onmiddellijk te raadplegen.";
-
4)artikel 20 wordt vervangen door:
"Artikel 20
Systeem voor de identificatie van de percelen landbouwgrond
-
1.Het systeem voor de identificatie van de percelen landbouwgrond wordt opgezet op
basis van kaarten of kadastrale documenten of andere cartografische gegevens. Daarbij wordt
gebruik gemaakt van technieken op basis van een geautomatiseerd geografisch
informatiesysteem, bij voorkeur inclusief orthobeelden van lucht- of satellietopnamen, met
een homogene norm die een precisie waarborgt die ten minste overeenkomt met die van
kaarten op schaal 1:10000.
-
2.Het identificatiesysteem omvat in voorkomend geval een geografisch informatiesysteem
voor de olijventeelt dat bestaat uit een geautomatiseerde alfanumerieke databank en een
geautomatiseerde grafische referentiedatabank inzake de olijfbomen en de betrokken
-
5)artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)in lid 1 wordt na het eerste streepje het volgende streepje ingevoegd:
" het aantal olijfbomen en de standplaats ervan in het perceel,";
-
b)lid 2 wordt vervangen door:
"2. De lidstaat kan besluiten dat in de steunaanvraag alleen de veranderingen ten
opzichte van de in het voorgaande jaar ingediende steunaanvraag hoeven te worden
opgegeven. De lidstaat verspreidt voorbedrukte formulieren die zijn gebaseerd op de in
het voorgaande jaar geconstateerde oppervlakten, en verstrekt grafisch materiaal dat de
ligging van die oppervlakten en, in voorkomend geval, de standplaats van de olijfbomen
aangeeft.";
-
6)artikel 35 wordt vervangen door:
"Artikel 35
Dubbele aanvragen
-
1.De met het aantal subsidiabele hectaren als gedefinieerd in artikel 44, lid 2, overeen-
komende oppervlakte waarvoor een aanvraag voor de bedrijfstoeslag wordt ingediend, kan het
-
2.Landbouwers die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2075/92 hebben deelgenomen
aan de regeling voor het opkopen van tabaksquota, hebben recht op hetzij de bedrijfs-
toeslag, hetzij de quotumopkoopprijs. Indien de quotumopkoopprijs echter hoger is dan
het voor tabak berekende bedrag dat wordt opgenomen in het referentiebedrag, heeft de
landbouwer behalve op de bedrijfstoeslag ook nog recht op het deel van de opkoopprijs
dat overeenstemt met het verschil tussen het bedrag van de prijs en het overeenkomstig
punt I van bijlage VII bij de onderhavige verordening berekende bedrag.";
-
7)in artikel 40 wordt lid 5 vervangen door:
"5. De leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing voor land-
bouwers die in de referentieperiode overeenkomstig de Verordeningen (EEG) nr. 2078/92 *
en (EG) nr. 1257/1999 landbouwmilieuverbintenissen moesten nakomen, voor hoptelers die
in dezelfde periode overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1098/98 ** een rooiverbintenis
moesten nakomen, en voor tabakstelers die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2075/92
hebben deelgenomen aan het programma voor het opkopen van quota.
In het geval dat de in de eerste alinea bedoelde maatregelen niet alleen de referentieperiode
betroffen, maar ook de in lid 2 genoemde periode, stellen de lidstaten op basis van objectieve
criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt
gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, een referentiebedrag
vast overeenkomstig door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure
-
8)in artikel 43, lid 2, wordt punt a) vervangen door:
"a) in het geval van steun voor aardappelzetmeel, gedroogde voedergewassen, zaaizaad,
olijfgaarden en tabak als genoemd in bijlage VII, het overeenkomstig bijlage VII,
punten B, D, F, H, en I, berekende aantal hectaren voor de productie waarvan de steun
in de referentieperiode is verleend;";
-
9)aan artikel 44, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:
"Onder "subsidiabele hectare" wordt tevens verstaan de oppervlakten die met hop zijn beplant
of waarvoor een verplichting het hopperceel tijdelijk uit productie te nemen moet worden
nagekomen, of de overeenkomstig bijlage VII, punt H, tweede alinea, berekende oppervlakten
waarop in een geografisch informatiesysteem geregistreerde vóór 1 mei 1998 (voor Cyprus en
Malta 31 december 2001) aangeplante olijfbomen of nieuwe olijfbomen ter vervanging van
bestaande olijfbomen of onder een goedgekeurd aanplantprogramma vallende olijfbomen
staan.";
-
10)artikel 51 wordt vervangen door:
"Artikel 51
Gebruik van de grond voor landbouw
-
b)de productie van de producten als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG)
nr. 2200/96 * en in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 **;
-
c)de productie van andere aardappelen dan de voor de zetmeelproductie bestemde
aardappelen waarvoor op grond van artikel 93 steun wordt verleend.
______________
-
*PB L 297 van 21.11.1996, blz. 1.
** PB L 297 van 21.11.1996, blz. 29.";
-
11)in artikel 60 wordt lid 1 vervangen door:
"1. Wanneer de lidstaat gebruik maakt van de in artikel 59 geboden mogelijkheid, kunnen
de landbouwers in afwijking van artikel 51 en overeenkomstig het onderhavige artikel de
percelen die zij overeenkomstig artikel 44, lid 3, hebben aangegeven, ook gebruiken voor de
productie van de producten bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 en in
artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 en van andere aardappelen dan de voor de
zetmeelproductie bestemde aardappelen waarvoor op grond van artikel 93 van de onderhavige
verordening steun wordt verleend, maar niet voor blijvende teelten behalve hop en behalve in
een geografisch informatiesysteem geregistreerde vóór 1 mei 1998 aangeplante olijfbomen of
nieuwe olijfbomen ter vervanging van bestaande olijfbomen of onder een goedgekeurd
aanplantprogramma vallende olijfbomen.";
-
12)aan titel III, hoofdstuk 5, afdeling 2, wordt het volgende artikel toegevoegd:
"Artikel 68 bis
Betalingen voor hop
Bij betalingen voor hop kunnen de lidstaten tot 25% inhouden van het gedeelte van de in
artikel 41 bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de areaalsteun voor hop en de
steun voor het tijdelijk uit productie nemen van hoppercelen, bedoeld in bijlage VII.
In dit geval verricht de betrokken lidstaat jaarlijks binnen de grenzen van het overeenkomstig
artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum een extra betaling aan landbouwers.
De extra betaling wordt per hectare toegekend aan hopproducerende landbouwers, bedraagt
maximaal 25% van de in bijlage VI genoemde betalingen per hectare en wordt verleend
overeenkomstig titel IV, hoofdstuk 10 quinquies.";
-
13)artikel 71 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:
"De in de eerste alinea bedoelde overgangsperiode geldt niet voor katoen, olijfolie en
-
b)in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:
"Onverminderd het bepaalde in artikel 70, lid 2, past de betrokken lidstaat gedurende de
overgangsperiode de in bijlage VI genoemde rechtstreekse betalingen toe onder de
voorwaarden die zijn vastgesteld in respectievelijk, titel IV, hoofdstukken 3, 6 tot en
met 10, en 10 quinquies tot en met 13, van de onderhavige verordening, artikel 6 van
Verordening (EEG) nr. 2019/93, artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1452/2001,
artikel 13 en artikel 22, leden 2 tot en met 4, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en
artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 en, voor elk van deze rechtstreekse
betalingen, binnen de limiet van de begrotingsmaxima die overeenstemt met het aandeel
van deze rechtstreekse betalingen in het in artikel 41 bedoelde nationale maximum,
vastgesteld volgens de in artikel 144, lid 2, van de onderhavige verordening bedoelde
procedure.";
-
14)in artikel 71 octies wordt lid 1 vervangen door:
"1. "In afwijking van artikel 51 en overeenkomstig het bepaalde in het onderhavige artikel
kunnen de landbouwers de percelen die zij overeenkomstig artikel 44, lid 3, hebben
aangegeven, ook gebruiken voor de productie van in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG)
nr. 2200/96 en in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2201/96 bedoelde producten en
van andere aardappelen dan de voor de zetmeelproductie bestemde aardappelen waarvoor op
grond van artikel 93 van de onderhavige verordening steun wordt verleend, maar niet voor
-
15)aan titel IV worden de volgende hoofdstukken toegevoegd:
"Hoofdstuk 10 bis
Gewasspecifieke betaling voor katoen
Artikel 110 bis
Toepassingsgebied
Aan landbouwers die katoen van GN-code 5201 00 produceren, wordt steun verleend onder
de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden.
Artikel 110 ter
Subsidiabiliteit
-
1.De steun wordt toegekend per hectare subsidiabel katoenareaal. Om subsidiabel te zijn
moet het areaal bestaan uit landbouwgrond waarvoor de lidstaat een vergunning voor de
katoenproductie heeft verleend, zijn ingezaaid met toegelaten rassen en ten minste tot de
opening van de katoenbollen in normale groeiomstandigheden in stand worden gehouden.
Indien de katoen het stadium van de opening van de katoenbollen echter niet bereikt als
gevolg van door de lidstaat als zodanig erkende uitzonderlijke weersomstandigheden, blijven
volledig met katoen ingezaaide arealen voor de steun in aanmerking komen op voorwaarde
-
2.De lidstaten verlenen de vergunning, respectievelijk de toelating voor de in lid 1 bedoelde
grond en rassen overeenkomstig uitvoeringsbepalingen en voorwaarden die volgens de in
artikel 144, lid 2, bedoelde procedure worden vastgesteld.
Artikel 110 quater
Bedragen en arealen
-
1.De steun per subsidiabele hectare bedraagt in:
-
-Griekenland: 594 euro
-
-Spanje: 898 euro
-
-Portugal: 556 euro.
-
2.De volgende nationale basisarealen worden hierbij vastgesteld:
-
-Griekenland: 340 000 ha
-
-Spanje: 85 000 ha
-
-Portugal: 360 ha.
-
3.Indien in een bepaald jaar het subsidiabele katoenareaal in een bepaalde lidstaat het in lid 2
vastgestelde basisareaal overschrijdt, wordt het in lid 1 voor die lidstaat vastgestelde steunbedrag
verlaagd in verhouding tot de overschrijding van het basisareaal.
Artikel 110 quinquies
Erkende brancheorganisaties
-
1.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "erkende brancheorganisatie" verstaan een
rechtspersoon die is samengesteld uit katoenproducerende landbouwers en ten minste één
egreneringsbedrijf en zich met name de levering van kwalitatief geschikte niet-geëgreneerde katoen
aan het egreneringsbedrijf tot doel stelt. De lidstaat op wiens grondgebied de egreneringsbedrijven
zijn gevestigd, erkent de organisatie die voldoet aan de volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde
procedure vast te stellen criteria.
-
2.De erkende brancheorganisatie wordt gefinancierd door haar leden.
Artikel 110 sexies
Differentiatie van de steun door erkende brancheorganisaties
-
1.De erkende brancheorganisatie kan besluiten dat ten hoogste de helft van het totale bedrag
van de steun waarop de bij haar aangesloten landbouwers op basis van de subsidiabele arealen in de
zin van artikel 110 ter, lid 1, recht hebben, wordt gedifferentieerd volgens een door haar
vastgestelde schaal.
-
2.De in lid 1 bedoelde schaal wordt door de lidstaat goedgekeurd en voldoet aan de volgens de
in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vast te stellen criteria. Deze criteria hebben in het bijzonder
Artikel 110 septies
Betaling van de steun
-
1.De steun per subsidiabele hectare wordt aan de landbouwers toegekend overeenkomstig
artikel 110 quater.
-
2.Aan de bij een erkende brancheorganisatie aangesloten landbouwers wordt overeenkomstig
artikel 110 quater een steunbedrag per subsidiabele hectare toegekend, verhoogd met een bedrag
van 10 euro. In geval van differentiatie wordt het overeenkomstig artikel 110 quater toe te kennen
steunbedrag per subsidiabele hectare echter aangepast overeenkomstig artikel 110 sexies, lid 1. Het
aangepaste bedrag wordt verhoogd met een bedrag van 10 euro.
Hoofdstuk 10 ter
Steun voor olijfgaarden
Artikel 110 octies
Toepassingsgebied
Aan landbouwers wordt als bijdrage voor het onderhoud van in milieu- of maatschappelijk opzicht
waardevolle olijfgaarden steun verleend onder de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden.
-
b)alleen oppervlakten waarop hetzij vóór 1 mei 1998 (voor Cyprus en Malta 31 december 2001)
aangeplante olijfbomen, hetzij vervangende bomen staan of die onder een door de Commissie
goedgekeurd programma vallen, komen voor de steun in aanmerking;
-
c)het aantal olijfbomen in de olijfgaard verschilt niet meer dan 10% van het aantal dat op 1
januari 2005 is geregistreerd in het in artikel 20, lid 2, bedoelde geografische informatie-
systeem;
-
d)de olijfgaard bezit de kenmerken van de categorie van olijfgaarden waarvoor de steun wordt
aangevraagd;
-
e)de aangevraagde steun bedraagt ten minste 50 euro per aanvraag.
Artikel 110 decies
Bedrag
-
1.De steun voor olijfgaarden wordt toegekend per GIS-ha olijven. Een GIS-ha olijven is de
oppervlakte-eenheid die in het kader van een volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure
vast te stellen gemeenschappelijke methode wordt gebruikt op basis van gegevens uit het in
artikel 20, lid 2, bedoelde geografische informatiesysteem voor de olijventeelt.
-
2.De lidstaten stellen binnen de in lid 3 vastgestelde maximumbedragen waarop het overeen-
komstig lid 4 ingehouden bedrag in mindering is gebracht, een steunbedrag vast per GIS-ha olijven
van ten hoogste vijf categorieën van olijfgaardarealen.
Deze categorieën worden vastgesteld in overeenstemming met een volgens de in artikel 144, lid 2,
bedoelde procedure vast te stellen gemeenschappelijk kader van milieu- en maatschappelijke
criteria, met inbegrip van aspecten die betrekking hebben op het landschap en de maatschappelijke
tradities. In dit verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan de instandhouding van
olijfgaarden in marginale gebieden.
-
3.Het in lid 2 bedoelde maximumbedrag is:
in miljoen euro
Frankrijk 1,25
Griekenland 208,14
Italië 272,05
Cyprus 2,93
Malta 0,07
Spanje 404,45
Portugal 15,46
De maximumsteunbedragen voor Cyprus en Malta zijn voorlopig. Zij kunnen in 2005, na de
invoering volgens de procedure van artikel 144, lid 2, van het in artikel 20, lid 2, bedoelde
geografisch informatiesysteem herzien worden om de maximumbedragen voor Cyprus en Malta
dienovereenkomstig aan te passen.
-
4.De lidstaten kunnen tot 10% van de in lid 3 vastgestelde bedragen inhouden om overeen-
komstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. .../... houdende een gemeenschappelijke ordening der
markten voor olijfolie en tafelolijven * de communautaire financiering te verzekeren van
activiteitenprogramma's die worden opgesteld door erkende organisaties van marktdeelnemers.
Hoofdstuk 10 quater
Premie voor tabak
Artikel 110 undecies
Toepassingsgebied
Voor de oogstjaren 2005 en 2006 wordt aan landbouwers die ruwe tabak van GN-code 2401
produceren, steun verleend onder de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden.
Artikel 110 duodecies
-
a)de tabak moet afkomstig zijn uit een in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2848/98 van de
Commissie** genoemd productiegebied;
-
b)er moet worden voldaan aan de in Verordening (EG) nr. 2848/98 vastgestelde kwaliteitseisen;
-
c)de tabaksbladeren moeten door de landbouwer in het kader van een teeltcontract worden
geleverd aan het bedrijf voor eerste bewerking.
Artikel 110 terdecies
Bedrag
-
1.De totale steun, inclusief de in artikel 110 quaterdecies bedoelde bedragen die moeten worden
overgedragen naar het communautair fonds voor tabak, bedraagt maximaal:
2005 2006
miljoen euro miljoen euro
België 0,171 0,085
Duitsland 10,662 5,331
Griekenland 1,414 0,707
Spanje 39,129 19,565
Frankrijk 8,594 4,297
-
2.Het aan de landbouwer toe te kennen steunbedrag wordt berekend door het subsidiabele aantal
kilogram tabak als gedefinieerd in artikel 110 duodecies te vermenigvuldigen met het gemiddelde
bedrag van de premiebetalingen voor tabak per kilogram die in de kalenderjaren 2000, 2001
en 2002 overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2075/92 zijn toegekend. Het berekende bedrag
wordt aangepast door vermenigvuldiging met de coëfficiënt 2/3 voor het oogstjaar 2005 en 1/3 voor
het oogstjaar 2006 en wordt vervolgens verlaagd met het in artikel 110 quaterdecies bedoelde
bedrag.
Artikel 110 quaterdecies
Overdracht naar het communautair fonds voor tabak
Een bedrag gelijk aan 4% voor het kalenderjaar 2005 en 5% voor het kalenderjaar 2006 van de
overeenkomstig dit hoofdstuk toegekende steun wordt bestemd voor de financiering van voor-
lichtingsacties in het kader van het bij artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 2075/92 ingestelde
communautair fonds voor tabak.
Hoofdstuk 10 quinquies
Areaalsteun voor hop
Artikel 110 quindecies
Artikel 110 sexdecies
Subsidiabiliteit
Subsidiabele arealen zijn arealen die:
-
-liggen in de hop-productiegebieden die door de Commissie zijn bekendgemaakt
overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1784/77 van de Raad ***
-
-met hop zijn beplant en
-
-daadwerkelijk zijn geoogst.
______________
-
*Blz. van dit Publicatieblad.
** PB L 358 van 31.12.1998, blz. 17. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1983/2002 van de Commissie (PB L 306 van 8.11.2002, blz. 8).
*** PB L 200 van 8.8.1977, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte
van 2003";
-
16)in titel IV bis, artikel 143 quater, lid 2, wordt aan punt a) de volgende zin toegevoegd:
"Voor de in hoofdstuk 7 van titel IV van deze vserordening bedoelde rechtstreekse betalingen
gelden de volgende maximumpercentages: 85% in 2004, 90% in 2005, 95% in 2006 en 100%
-
17)de volgende titel IV ter wordt ingevoegd:
"TITEL IV TER
Financiële overdrachten
Artikel 143 quinquies
Financiële overdracht voor herstructurering in de katoenproducerende regio's
Vanaf 2006 is per kalenderjaar een bedrag van 103 miljoen euro, vastgesteld op basis van de
gemiddelde uitgaven voor katoen in de jaren 2000, 2001 en 2002, beschikbaar als extra
communautaire steun voor maatregelen in katoenproducerende regio's in het kader van de
programmering van de plattelandsontwikkeling die overeenkomstig Verordening (EG)
nr. 1257/1999 wordt gefinancierd uit de afdeling Garantie van het EOGFL.
Artikel 143 sexies
Financiële overdracht voor herstructurering in de tabakproducerende regio's
Vanaf 2006 is een bedrag op basis van het driejaarsgemiddelde van het totale steunbedrag
voor gesubsidieerde tabak in de jaren 2000, 2001 en 2002, beschikbaar als extra communau-
taire steun voor maatregelen in tabakproducerende regio's in het kader van de programmering
van de plattelandsontwikkeling die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1257/1999 wordt
gefinancierd uit de afdeling Garantie van het EOGFL voor de lidstaten waar de tabaks-
-
-99 miljoen euro voor het kalenderjaar 2005;
-
-149 miljoen euro voor het kalenderjaar 2006;
-
-207 miljoen euro vanaf het kalenderjaar 2007.";
-
18)aan artikel 145 worden de volgende punten toegevoegd:
"r) met betrekking tot katoen, uitvoeringsbepalingen inzake:
-
-de berekening van de in artikel 110 quater, lid 3, bedoelde verlaging van de steun,
de erkende brancheorganisaties, in het bijzonder de financiering ervan en een
controle- en sanctieregeling;
-
s)de aanpassingen van de in artikel 143 sexies vastgestelde bedragen die noodzakelijk
kunnen worden om rekening te houden met budgettaire ontwikkelingen als gevolg van
de ter uitvoering van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2075/92 vastgestelde
rechten.";
-
19)aan artikel 152 worden de volgende punten toegevoegd:
"d) titels I en II van Verordening (EEG) nr. 2075/92. Dat artikel blijft evenwel van toe-
-
e)de artikelen 12 en 13 van Verordening (EEG) nr. 1696/71 *. Die artikelen blijven
evenwel van toepassing voor de aanvragen om rechtstreekse betalingen voor de
oogst 2004.
______________
-
*PB L 175 van 4.08.1971, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2320/2003 (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 18).";
-
20)in artikel 153 worden de volgende leden ingevoegd:
"4bis. Verordening (EG) nr. 1051/2001 van de Raad* wordt ingetrokken. Die verordening
blijft evenwel van toepassing voor het verkoopseizoen 2004/2005.
4 ter. Verordening (EG) nr. 1098/98 wordt ingetrokken. Die verordening blijft evenwel
van toepassing tot en met 31 december 2004.
______________
-
*PB L 148 van 1.06.2001, blz. 3.";
-
21)het volgende artikel 155 bis wordt ingevoegd:
-
22)aan artikel 156, lid 2, worden de volgende punten toegevoegd:
"g) Titel IV, hoofdstuk 10 bis, is van toepassing met ingang van 1 januari 2005 voor de op
of na die datum ingezaaide katoen.
-
h)Titel IV, hoofdstuk 10 ter, is van toepassing met ingang van het verkoopseizoen
2004/2005.
-
i)Titel IV, hoofdstuk 10 quater, is van toepassing van 1 januari 2005 tot en met
31 december 2006.
-
j)Titel IV, hoofdstuk 10 quinquies, is van toepassing met ingang van 1 januari 2005.";
-
23)de bijlagen worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2004.
BIJLAGE
De bijlagen worden als volgt gewijzigd:
-
1)Bijlage I wordt vervangen door:
"BIJLAGE I
Lijst van de steunregelingen die voldoen aan de criteria van artikel 1
Sector Rechtsgrond Opmerkingen
Bedrijfstoeslag Titel III van deze verordening Ontkoppelde betaling (zie bijlage VI) (*)
Een enkele areaalbetaling Titel IV bis, artikel 143 ter van deze verordening
Ontkoppelde betaling ter vervanging van alle in deze bijlage bedoelde rechtstreekse betalingen
Durumtarwe Titel IV, hoofdstuk 1, van deze verordening
Eiwithoudende gewassen Areaalsteun (kwaliteitspremie)
Titel IV, hoofdstuk 2, van deze verordening Areaalsteun
Rijst
Noten Titel IV, hoofdstuk 3, van deze verordening Areaalsteun
Energiegewassen
Titel IV, hoofdstuk 4, van deze verordening
Zetmeelaardappelen Areaalsteun
Melk en zuivel- producten Titel IV, hoofdstuk 5, van deze verordening Areaalsteun
Titel IV, hoofdstuk 6, van deze verordening Productiesteun
Titel IV, hoofdstuk 7, van deze verordening Melkpremie en extra betaling
Sector Rechtsgrond Opmerkingen
Rundvlees Titel IV, hoofdstuk 12, van deze verordening (*****) Speciale premie (***), seizoencorrectiepremie, zoogkoeienpremie (ook bij betaling voor vaarzen en inclusief de aanvullende nationale zoogkoeienpremie indien medegefinancierd) (***), slachtpremie (***), extensiverings- bedrag en extra betalingen
Zaaddragende leguminosen Titel IV, hoofdstuk 13, van deze verordening (*****) Areaalsteun
Specifieke soorten landbouw en kwaliteits- productie Artikel 69 van deze verordening (****)
Gedroogde voedergewassen Artikel 71, lid 2, tweede alinea, van deze verordening (*****)
Regeling voor kleine land- bouwers Artikel 2 bis van Verordening (EG)
nr. 1259/1999 Areaalsteun die als overgangsmaatregel wordt verleend aan landbouwers die minder dan 1 250 euro ontvangen
Olijfolie Titel IV, hoofdstuk 10 ter, van deze verordening Areaalsteun
Zijderupsen Artikel 1 van Verordening (EEG)
nr. 845/72 Steun ter bevordering van de zijderupsenteelt
Bananen Artikel 12 van Verordening (EEG)
nr. 404/93 Productiesteun
Rozijnen en krenten Artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2201/96 Areaalsteun
Sector Rechtsgrond Opmerkingen
POSEIMA De artikelen 13 (**)(*****), 16 en 17 en artikel 28, lid 1, artikel 21, artikel 22, leden 2 tot en met 4 (**)(*****) en lid 7, de artikelen 27 en 29 en artikel 30, leden 1, 2 en 4 van Verordening (EG)
nr. 1453/2001 Sectoren: rundvlees; melk; aardappelen; suiker; teenwilgen; ananas, tabak, pootaardappelen, cichorei en thee
POSEICAN De artikelen 5 (**)(*****), 9 en 14 van Verordening (EG) nr. 1454/2001 Sectoren: rundvlees en schapen en geiten;
aardappelen
Eilanden in de Egeïsche Zee De artikelen 6 (**)(*****), 8, 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 2019/93 Sectoren: rundvlees; aardappelen;
olijven; honing
Katoen Titel IV, hoofdstuk 10 bis, van deze verordening Areaalsteun
(*) Met ingang van 1 januari 2005, of later in geval van toepassing van artikel 71. Voor 2004, of later in geval van toepassing van artikel 71, worden de in bijlage VI genoemde rechtstreekse betalingen, met uitzondering van die voor gedroogde voedergewassen en katoen, opgenomen in bijlage I.
(**) In geval van toepassing van artikel 70.
(***) In geval van toepassing van de artikelen 66, 67, 68 of 68 bis.
(****) In geval van toepassing van artikel 69. (*****) In geval van toepassing van artikel 71.";
-
2)Bijlage II wordt vervangen door:
"BIJLAGE II
Nationale maxima als bedoeld in artikel 12, lid 2
miljoen euro
Lidstaten 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
België 4,7 6,2 7,7 7,7 7,7 7,7 7,7 7,7
Denemarken 7,7 10,3 12,9 12,9 12,9 12,9 12,9 12,9
Duitsland 40,4 54,6 68,3 68,3 68,3 68,3 68,3 68,3
Griekenland 45,4 60,6 75,7 75,7 75,7 75,7 75,7 75,7
Spanje 56,9 76,5 95,5 95,5 95,5 95,5 95,5 95,5
Frankrijk 51,4 68,7 85,9 85,9 85,9 85,9 85,9 85,9
Ierland 15,3 20,4 25,5 25,5 25,5 25,5 25,5 25,5
Italië 62,3 83,7 104,6 104,6 104,6 104,6 104,6 104,6
Luxemburg 0,2 0,3 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4
Nederland 6,8 9,2 11,5 11,5 11,5 11,5 11,5 11,5
Oostenrijk 12,4 17,1 21,3 21,3 21,3 21,3 21,3 21,3
Portugal 10,8 14,6 18,2 18,2 18,2 18,2 18,2 18,2
Finland 8,0 10,8 13,6 13,6 13,6 13,6 13,6 13,6
Zweden 6,6 8,8 11,0 11,0 11,0 11,0 11,0 11,0
Verenigd Koninkrijk 17,7 23,6 29,5 29,5 29,5 29,5 29,5 29,5
-
3)Bijlage V wordt vervangen door:
"BIJLAGE V
Compatibele steunregelingen als bedoeld in artikel 26
Sector Rechtsgrond Opmerkingen
Rozijnen en krenten Artikel 7, lid 1, van Verordening (EG)
nr. 2201/96 Areaalsteun
Agromilieumaatregelen Titel II, hoofdstuk VI (artikelen 22 tot en Areaalsteun
met 24), en artikel 55, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1257/1999
Bosbouw Artikel 31 en artikel 55, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 Areaalsteun
Probleemgebieden en gebieden met specifieke beperkingen op milieugebied Titel II, hoofdstuk V (artikelen 13 tot en met 21), en artikel 55, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 Areaalsteun
Gedroogde voedergewassen De artikelen 10 en 11 van Verordening (EG) nr. 603/95 Productiesteun
Citrusvruchten voor verwerking Artikel 1 van Verordening (EG)
nr. 2202/96 Productiesteun
Tomaten voor verwerking Artikel 2 van Verordening (EG)
nr. 2201/96 Productiesteun
Wijn De artikelen 11 tot en met 15 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 Herstructureringssteun
-
4)Aan bijlage VI worden de volgende rijen toegevoegd:
"Katoen Punt 3 van Protocol nr. 4 betreffende katoen, gehecht aan de Akte van toetreding van Griekenland Steun via de betaling voor niet-geëgreneerde katoen
Olijfolie Artikel 5 van Verordening nr. 136/66/EEG Productiesteun
Tabak Artikel 3 van Verordening (EEG)
nr. 2075/92 Productiesteun
Hop Artikel 12 van Verordening (EEG)
nr. 1696/71 Areaalsteun
Artikel 1 van Verordening (EG)
nr. 1098/98 Steun voor het tijdelijk uit productie nemen van hoppercelen";
-
5)Aan bijlage VII wordt de volgende tekst toegevoegd:
"G. Katoen
Voor een landbouwer die met katoen beteelde oppervlakten heeft aangegeven,
berekenen de lidstaten het in het referentiebedrag op te nemen bedrag door het aantal
hectaren, uitgedrukt tot twee cijfers achter de komma, waarop katoen is geproduceerd
en waarvoor in elk jaar van de referentieperiode overeenkomstig punt 3 van Protocol
nr. 4 betreffende katoen* steun is toegekend, te vermenigvuldigen met de volgende
H. Olijfolie
Voor een landbouwer die productiesteun voor olijfolie heeft ontvangen, wordt het bedrag
berekend door het aantal tonnen waarvoor in de referentieperiode (d.w.z. respectievelijk in elk
van de verkoopseizoenen 2000/2001, 2001/2002 en 2002/2003) een dergelijke betaling is
toegekend, te vermenigvuldigen met het desbetreffende eenheidsbedrag van de steun zoals
vastgesteld bij de Verordeningen (EG) nr. 1271/2002**, (EG) nr. 1221/2003*** en (EG)
nr. 1794/2003**** van de Commissie, uitgedrukt in euro/ton en vermenigvuldigd met de
coëfficiënt 0,6. Deze coëfficiënt wordt niet toegepast voor landbouwers met een gemiddeld
aantal GIS-ha olijven in de referentieperiode van minder dan 0,3, exclusief het aantal GIS-ha
olijven dat overeenstemt met supplementaire bomen die na 1 mei 1998 buiten een goed-
gekeurd aanplantprogramma zijn om aangeplant. Het aantal GIS-ha olijven wordt met een
volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vast te stellen gemeenschappelijke
methode berekend op basis van gegevens uit het geografische informatiesysteem voor de
olijventeelt.
Indien de toepassing van de in artikel 2, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1638/98*****
vastgestelde maatregelen van invloed is geweest op de steunbetalingen tijdens de referentie-
periode, wordt de in de derde alinea bedoelde berekening als volgt aangepast:
-
-ingeval de maatregelen slechts tijdens één verkoopseizoen zijn toegepast, is het aantal
voor het betrokken jaar in aanmerking te nemen tonnen gelijk aan het aantal tonnen
-
-ingeval de maatregelen tijdens twee opeenvolgende verkoopseizoenen zijn toegepast,
wordt het aantal voor het eerste betrokken jaar in aanmerking te nemen tonnen
vastgesteld overeenkomstig het eerste streepje en is het aantal voor het daaropvolgende
jaar in aanmerking te nemen tonnen gelijk aan het aantal tonnen waarvoor steun is
toegekend tijdens het laatste verkoopseizoen vóór de referentieperiode waarop de
toepassing van de maatregelen geen invloed heeft gehad."
De lidstaten berekenen het aantal in de berekening van de bedrijfstoeslag op te nemen
hectaren als het aantal GIS-ha olijven dat met een volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde
procedure vast te stellen gemeenschappelijke methode wordt verkregen op basis van gegevens
uit het geografische informatiesysteem voor de olijventeelt, exclusief het aantal GIS-ha
olijven dat overeenstemt met supplementaire bomen die na 1 mei 1998 (voor Cyprus en Malta
31 december 2001) buiten een goedgekeurd aanplantprogramma zijn aangeplant.
I. Ruwe tabak
Voor een landbouwer die een premiebetaling voor tabak heeft ontvangen, wordt het
referentiebedrag als volgt berekend:
Het driejaarsgemiddelde van het totale aantal kilogrammen ruwe tabak waarvoor in de
referentieperiode een dergelijke betaling is toegekend, wordt als volgt verdeeld in drie
-
-de hoeveelheid van meer dan 3,5 ton maar niet meer dan 10 ton;
-
-de hoeveelheid boven 10 ton.
Het in het referentiebedrag op te nemen bedrag is de som van drie bedragen die worden verkregen
door het aantal kilogrammen binnen elke hoeveelheidsgroep te vermenigvuldigen met het gewogen
driejaarsgemiddelde van het per kilogram toegekende steunbedrag, de totale hoeveelheid ruwe
tabak van alle soortengroepen in aanmerking genomen. Elk van deze drie bedragen wordt, voordat
zij bij elkaar worden opgeteld, aangepast door vermenigvuldiging met de coëfficiënt voor de
betrokken hoeveelheidsgroep, namelijk:
-
-voor de hoeveelheid van niet meer dan 3,5 ton, een coëfficiënt 1,0;
-
-voor de hoeveelheid van meer dan 3,5 ton maar niet meer dan 10 ton, een coëfficiënt 0,75;
-
-voor de hoeveelheid boven 10 ton, een coëfficiënt 1/6 voor het kalenderjaar 2005, een
coëfficiënt 1/3 voor het kalenderjaar 2006 en een coëfficiënt 45% voor het kalenderjaar 2007
Indien de toepassing van de in artikel 50 van Verordening (EEG) nr. 2848/98 vastgestelde
maatregelen van invloed is geweest op de steunbetalingen tijdens de referentieperiode, wordt
de in de derde alinea bedoelde berekening als volgt aangepast:
-
-ingeval de premie geheel of gedeeltelijk is gereduceerd, zijn de voor het betrokken jaar
in aanmerking te nemen bedragen van de steunbetaling gelijk aan de bedragen die
zonder de reductie zouden zijn toegekend;
-
-ingeval het productiequotum geheel of gedeeltelijk is gereduceerd, zijn de voor het
betrokken jaar in aanmerking te nemen bedragen van de steunbetaling gelijk aan de
premiebedragen die in het voorbije jaar zonder de premiereductie zouden zijn
toegekend, op voorwaarde dat het in het laatste teeltcontract opgegeven productieareaal
niet gebruikt werd voor de teelt van een gewas dat uit hoofde van een andere
rechtstreekse-steunregeling in het betrokken jaar voor steun in aanmerking komt.
J. Hop
Voor een landbouwer die areaalsteun voor hop of steun voor het tijdelijk uit productie nemen
van hoppercelen heeft ontvangen, berekenen de lidstaten de in het referentiebedrag op te
nemen bedragen door het aantal hectaren, uitgedrukt tot twee cijfers achter de komma,
waarvoor respectievelijk in elk jaar van de referentieperiode een betaling is toegekend, te
vermenigvuldigen met een bedrag van 480 euro per hectare.
-
6)Bijlage VIII wordt vervangen door:
"BIJLAGE VIII
Nationale maxima als bedoeld in artikel 41
miljoen euro
Lidstaten 2005 2006 2007 en
verdere jaren
België 414 414 532
Denemarken 838 838 996
Duitsland 4 507 4 510 5 500
Griekenland 1 847 1 844 1 867
Spanje 4 028 4 033 4 238
Frankrijk 7 264 7 262 8 123
Ierland 1 136 1 136 1 322
Italië 3 162 3 181 3 552
Luxemburg 27 27 37
Nederland 386 386 779
Oostenrijk 614 614 712
Portugal 481 483 551
-
7)Bijlage VIII bis wordt vervangen door:
"BIJLAGE VIII BIS
Nationale maxima als bedoeld in artikel 71 quater
De maxima zijn berekend met inachtneming van de in artikel 143 bis vastgestelde
toenameregeling en dienen derhalve niet te worden verlaagd.
miljoen euro
Kalenderjaar Tsjechië Estland Cyprus Letland Litouwen Hongarije Malta Polen Slovenië Slowakije
2005 228,8 23,4 10,7 33,9 92,0 360,7 0,71 755,8 35,9 99,2
2006 266,7 27,3 12,5 39,6 107,3 420,2 0,83 881,7 41,9 115,4
2007 343,6 40,4 16,3 55,6 146,9 508,3 1,64 1140,8 56,1 146,6
2008 429,2 50,5 20,4 69,5 183,6 634,9 2,05 1425,9 70,1 183,2
2009 514,9 60,5 24,5 83,4 220,3 761,6 2,46 1711,0 84,1 219,7
2010 600,5 70,6 28,6 97,3 257,0 888,2 2,87 1996,1 98,1 256,2
2011 686,2 80,7 32,7 111,2 293,7 1014,9 3,28 2281,1 112,1 292,8
2012 771,8 90,8 36,8 125,1 330,4 1141,5 3,69 2566,2 126,1 329,3
volgende jaren 857,5 100,9 40,9 139,0 367,1 1268,2 4,10 2851,3 140,2 365,9
".
_______________
| publication date | 20-04-2004 |
|---|---|
| reference | 7653/04 |
