Verordening van de Raad houdende aanpassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Text

 

-

RAAD VANBrussel, 30 oktober 2003 (31.10)

(OR. fr)

DE EUROPESE UNIE

14164/03

-

ELARG 107 AGRI 326 AGRIFIN 134

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

mevrouw Patricia BUGNOT, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 28 oktober 2003

aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger

Betreft: Verordening van de Raad houdende aanpassing van Verordening (EG)

nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 27.10.2003 COM(2003) 640 definitief

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

houdende aanpassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van

gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening

in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde

steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een

gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en

Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het

Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) in verband met de

toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen,

Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie

.

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

AANPASSING VAN TEKSTEN OVER DE HERVORMING

VAN HET GLB EN OVER DE UITBREIDING

Inleiding

Op 29 september 2003 heeft de Raad een pakket tot hervorming van het GLB vastgesteld waarmee belangrijke wijzigingen zijn aangebracht in het acquis waarop de toetredingsonderhandelingen waren gebaseerd. De teksten over de hervorming van het GLB houden in hun huidige vorm geen rekening met de resultaten van die onderhandelingen of zelfs maar met de uitbreiding zelf. Daarom moeten het pakket tot hervorming van het GLB en de Toetredingsakte beide vóór de toetreding worden aangepast om ervoor te zorgen dat zij compleet en onderling verenigbaar zijn, d.w.z. dat zij in een uitgebreide Gemeenschap kunnen functioneren. Meer in het bijzonder is het noodzakelijk:

  • de op het GLB betrekking hebbende bijlagen bij de Toetredingsakte zo aan te passen te wijzigen dat de onderhandelingsresultaten passen bij het nieuwe acquis (dit is nodig waar in de Toetredingsakte verwijzingen voorkomen die nu verouderd zijn, en waar de onderhandelingsresultaten niet zonder meer verenigbaar zijn met het hervormde GLB);
  • de teksten over de hervorming van het GLB zo aan te passen dat zij kunnen worden toegepast voor de nieuwe lidstaten en dat de onderhandelingsresultaten erin worden verwerkt die anders (in de toekomst) verloren zouden gaan.

Om die twee doelstellingen te bereiken heeft de Commissie twee regelgevingsvoorstellen voor respectievelijk een besluit en een verordening uitgewerkt. Beide teksten zijn gebaseerd op de volgende leidende beginselen:

  • de fundamentele kenmerken en beginselen van het in Kopenhagen overeengekomen pakket dienen behouden te blijven en te worden toegepast op welke nieuwe elementen ook. Er mag geen "erosie" zijn van de toetredingsvoorwaarden waarover de toetredende landen hebben onderhandeld;
  • waar door de hervorming van het GLB nieuwe elementen worden geïntroduceerd die bij de toetredingsonderhandelingen over de landbouw niet werden behandeld, dienen de nieuwe lidstaten op soortgelijke wijze te worden behandeld als de huidige lidstaten, behalve waar zulks strijdig is met het hierboven beschreven allesoverheersende beginsel;

Bedrijfstoeslagregeling (BTR)

Bij de horizontale verordening van het pakket tot hervorming van het GLB wordt voor de EU-15

een nieuwe regeling voor rechtstreekse betalingen ingevoerd: de

bedrijfstoeslagregeling (BTR). Met ingang van 1 januari 2005 zal deze regeling het merendeel van de klassieke regelingen voor rechtstreekse betalingen vervangen door één enkele ontkoppelde toeslag per hectare. Bij de standaardversie van de BTR worden de betrokken

"toeslagrechten" berekend op basis van rechtstreekse betalingen die gedurende een

referentieperiode (2000 2002) aan de betrokken landbouwer zijn toegekend, zodat de waarde van het toeslagrecht (per hectare) van landbouwer tot landbouwer zal verschillen. Het aan een landbouwer toegekende aantal toeslagrechten zal echter gelijk zijn aan het gemiddelde aantal hectaren op zijn bedrijf dat gedurende de referentieperiode recht heeft gegeven op de betrokken rechtstreekse betalingen. Binnen de BTR worden de lidstaten verschillende uitvoeringsmogelijkheden geboden, waaronder de uitsluiting van sommige rechtstreekse betalingen op tijdelijke basis, het gedeeltelijk gekoppeld houden van sommige betalingen of de toepassing van de toeslag per hectare op regionale basis.

Het probleem bij de uitbreiding is hoe de BTR toe te passen voor de nieuwe lidstaten, aangezien deze voor de berekening van de toeslagrechten van de landbouwers niet beschikken over cijfers met betrekking tot de te gebruiken historische referentieperiode. De oplossing gebruik te maken van een toekomstige referentieperiode, d.w.z. de toeslagrechten in de nieuwe lidstaten te baseren op de in de periode 2004 2006 toegepaste

"klassieke" regelingen

voor rechtstreekse betalingen, is uitgesloten omdat deze oplossing :

  • niet coherent zou zijn met de behandeling van de EU-15,
  • zou leiden tot kunstmatige verschuivingen van de productie naar sectoren die een optimale opeenstapeling van toeslagrechten beloven,
  • de nieuwe lidstaten ertoe zou dwingen het "klassieke" systeem toe te passen tot

eind 2006 en

  • daardoor noodzakelijkerwijze de invoering van de regeling inzake een enkele areaalbetaling (REAB) zou verhinderen.
  • gegevens over vóór de toetreding toegekende soortgelijke rechtstreekse betalingen als die van de EU zouden kunnen worden aanvaard als

"objectieve criteria" voor

zowel i) de verdeling van het nationale totaalbedrag over de regio's als ii) de verdeling van de reserve;

  • de 10%-optie als bedoeld in artikel 69 van de horizontale verordening ook beschikbaar zou zijn voor de nieuwe lidstaten, wat het mogelijk zou maken extra middelen uit te trekken voor landbouwers in specifieke sectoren zoals de biologische landbouw;
  • in het geval dat een nieuwe lidstaat een gedeeltelijke ontkoppeling zou wensen toe te passen, de toeslagrechten zouden worden bepaald volgens dezelfde regels als die welke in het kader van de regionale optie gelden voor de EU-15.

Randvoorwaarden

Verscheidene toetredende landen hebben een overgangsperiode bedongen voor bepaalde richtlijnen (bv. de habitatrichtlijn) die krachtens de verordeningen tot hervorming van het GLB deel zullen gaan uitmaken van de randvoorwaarden. In de onderhavige voorstellen wordt ervoor gezorgd dat die overgangsperiode van kracht blijft en dat in die periode dus geen op de betrokken richtlijnen gebaseerde randvoorwaarden zullen worden toegepast voor de landbouwers in de nieuwe lidstaten in kwestie.

In het kader van de hervorming van het GLB is de verplichte toepassing van randvoorwaarden ingevoerd. Wat echter de REAB betreft, lijkt het passend vast te houden aan een facultatieve toepassing van randvoorwaarden omdat dit in de Toetredingsakte zo is geregeld (zie

artikel 1 ter van Verordening (EG) nr. 1259/1999 van de Raad in combinatie met artikel 3 van die verordening). Bovendien is het duidelijk dat een verplichte toepassing van randvoorwaarden de REAB veel ingewikkelder zou maken, wat moet worden voorkomen. Daarom wordt voorgesteld de bestaande regeling inzake randvoorwaarden te handhaven als basisregeling, maar tevens te voorzien in de facultatieve toepassing van de nieuwe regels in het kader van de REAB vanaf 2005.

Bedrijfsadviseringssysteem

Compensatie voor rogge

In het kader van de hervorming van het GLB is de interventie voor rogge afgeschaft. Om de effecten van dit besluit te verzachten is het volgende mechanisme ingesteld:

"Gelet op de druk om structurele aanpassingen door te voeren ten gevolge van de afschaffing van de interventie voor rogge, is de volgende overgangsmaatregel van

toepassing: indien het aandeel van rogge in de totale graanproductie van een lidstaat gemiddeld meer bedraagt dan 5% tijdens de drie jaren 2000 2002 en zijn aandeel in de totale communautaire roggeproductie in dezelfde periode meer bedraagt dan 50%, zal het bedrag van het in die lidstaat gegenereerde modulatiegeld tot het eind van de volgende financiële vooruitzichten ten belope van minimaal 90% naar die lidstaat worden teruggesluisd. In dat geval moet ten minste 10% van het modulatiegeld in roggeproducerende regio's worden besteed.

1".

De bovengenoemde regeling is voor de nieuwe lidstaten in feite niet relevant omdat de modulatie voor hen niet zal gelden. Ook voor belangrijke roggeproducenten onder de nieuwe lidstaten is het mogelijk hun (aanzienlijke) toewijzing voor plattelandsontwikkeling toe te spitsen op roggeproducerende regio's of roggetelers om diversificatie te bevorderen.

Quota en maxima

In het pakket tot hervorming van het GLB is sprake van een aantal nationale of communautaire maxima, quota en gegarandeerde maximumhoeveelheden. Om rekening te houden met de toetredende landen wordt een aantal aanpassingen voorgesteld. Het gaat om het volgende:

Artikel 74 en bijlage X van de horizontale verordening: durumtarwe (nationale basisarealen)

Cyprus en Hongarije worden toegevoegd aan de lijst van de begunstigde landen en in bijlage

X worden de traditionele productiegebieden in Cyprus en Hongarije opgenomen. De betrokken cijfers zijn reeds vastgesteld bij de toetredingsonderhandelingen en deze aanpassing levert dan ook geen problemen op.

In artikel 80 wordt de steun voor Hongarije vastgesteld op basis van de referentieopbrengst waarover bij de toetredingsonderhandelingen overeenstemming is bereikt. Het gaat om 548,7 euro/ha voor het verkoopseizoen 2004/05 en 232,5 euro/ha vanaf het verkoopseizoen 2005/06.

Artikel 84 van de horizontale verordening: noten (GMA en NGA's)

Het GMA van 800.000 ha is verdeeld in nationale gegarandeerde arealen (NGA's). Voorgesteld wordt NGA's voor de nieuwe lidstaten vast te stellen om rekening te houden met hun productie en het GMA dienovereenkomstig te verhogen. Net als voor de huidige lidstaten is een verlaging met 20% toegepast.

Artikel 89 van de horizontale verordening: energiegewassen (gegarandeerd maximumareaal)

In het pakket tot hervorming van het GLB is een GMA van 1.500.000 ha vastgesteld op basis van globale gegevens, waarbij grotendeels is uitgegaan van de momenteel met energiegewassen beteelde oppervlakten. Oorspronkelijk was deze steun bedoeld als compensatie voor de afschaffing van de mogelijkheid om op braakgelegde grond niet voor voeding of vervoedering bestemde gewassen te telen. Aangezien die mogelijkheid echter weer is opgenomen in de eindteksten over de hervorming van het GLB, is deze regeling voor energiegewassen minder aantrekkelijk geworden en wordt een overschrijding van het GMA onwaarschijnlijk. Daarom wordt voorgesteld het GMA te handhaven op het niveau dat in het kader van de hervorming van het GLB is overeengekomen.

Artikel 56, lid 3, van de horizontale verordening: teelt van niet voor voeding of vervoedering bestemde gewassen op braakgelegde grond (geraamde hoeveelheden die in het kader van contracten beschikbaar zullen komen)

De hoeveelheid voor voeding of vervoedering bestemde bijproducten die beschikbaar komt als gevolg van de teelt van oliehoudende zaden op braakgelegde grond, mag niet meer bedragen dan 1 miljoen metrieke ton, uitgedrukt in sojameelequivalent. Deze limiet is vastgesteld in het Blair House-akkoord, wat betekent dat over elke wijziging ervan zou moeten worden onderhandeld met de VS. Daarom wordt voorgesteld deze overeengekomen limiet niet aan te passen maar te handhaven.

Extra rechtstreekse betaling in de zuivelsector

Slovenië en Polen hebben voor de toekenning van de individuele melkquota een overgangsperiode van één jaar verkregen. Daarom rijst de vraag wat in die landen moet worden gebruikt als basis voor de toekenning van de nieuwe gekoppelde zuivelbetalingen in 2004. Voor Polen is het antwoord eenvoudig: aangezien dit land heeft meegedeeld voornemens te zijn de REAB toe te passen, zullen de zuivelbetalingen reeds in het nationale REAB-totaalbedrag zijn begrepen. Voor Slovenië, dat waarschijnlijk zal kiezen voor het "klassieke" systeem van rechtstreekse betalingen, stelt de Commissie voor de betalingen toe te kennen op basis van de voorlopig toegekende quota of op basis van de geleverde melk.

Plattelandsontwikkeling

Gezien de korte programmeringsperiode is bij de Toetredingsakte de mogelijkheid geopend om in de hoofdprogramma's maatregelen van het LEADER+-type op te nemen in plaats van met een afzonderlijke LEADER+-programmering te werken. Voor de nieuwe lidstaten is de in het kader van de hervorming van het GLB ingevoerde maatregel "beheer van geïntegreerde strategieën voor plattelandsontwikkeling door plaatselijke partnerschappen" dan ook niet nodig omdat de maatregelen van het LEADER+-type daarop betrekking hebben.

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

houdende aanpassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van

gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening

in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde

steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een

gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en

Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het

Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) in verband met de

toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen,

Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, inzonderheid op artikel 2, lid 3,

Gelet op de Akte van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, inzonderheid op artikel 57, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad3 zijn enerzijds gemeenschappelijke

(4) De landbouwers in de nieuwe lidstaten zullen rechtstreekse betalingen ontvangen volgens een regeling voor een geleidelijke invoering van die betalingen. Om voor een passend evenwicht tussen de beleidsinstrumenten ter bevordering van duurzame landbouw en die ter bevordering van plattelandsontwikkeling te zorgen, dient de modulatieregeling in de nieuwe lidstaten niet te worden toegepast totdat het niveau van de rechtstreekse betalingen in de nieuwe lidstaten ten minste gelijk is aan het niveau in de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004.

(5) In verband met de niveaus van de rechtstreekse betalingen die voor de landbouwers in de nieuwe lidstaten zullen gelden als gevolg van de geleidelijke invoering van die betalingen, dient het instrument van de financiële discipline in de nieuwe lidstaten niet te worden toegepast totdat het niveau van de rechtstreekse betalingen in de nieuwe lidstaten ten minste gelijk is aan het niveau in de Gemeenschap in haar samenstelling

op 30 april 2004.

(6) De rechtstreekse betalingen in het kader van de bedrijfstoeslagregeling worden gebaseerd op in het verleden ontvangen rechtstreekse betalingen die als referentiebedrag worden gebruikt, of op geregionaliseerde betalingen per hectare. Voor de kalenderjaren 2000, 2001 en 2002 hebben de landbouwers in de nieuwe lidstaten geen rechtstreekse betalingen van de Gemeenschap ontvangen en hebben zij dus geen historische referenties. Daarom dient de bedrijfstoeslagregeling in de nieuwe lidstaten te worden gebaseerd op geregionaliseerde betalingen per hectare, met een verdeling over regio's volgens objectieve criteria en vervolgens een verdeling over de landbouwers wier bedrijf in de betrokken regio ligt en die voldoen aan de subsidiabiliteitscriteria.

(7) Voor de nieuwe lidstaten dient het bedrag aan rechtstreekse betalingen dat in het kader van de bedrijfstoeslagregeling als nationaal maximum geldt, te worden gebaseerd op de bij de toetredingsonderhandelingen overeengekomen quota, maxima en hoeveelheden, vermenigvuldigd met de desbetreffende steunbedragen per hectare, dier of ton bepaald in de Toetredingsakte.

(8) Per 1 april 2005 wordt de marktmaatregel voor de productie van gedroogde voedergewassen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1786/2003 van de Raad

(10) De nieuwe lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben de bedrijfstoeslagregeling

gedeeltelijk toe te passen en/of bepaalde sectoren ervan uit te sluiten.

(11) De sectorale maxima voor een gedeeltelijke toepassing van de bedrijfstoeslagregeling

en/of de uitsluiting van bepaalde sectoren van die regeling dienen te worden gebaseerd op de bij de toetredingsonderhandelingen overeengekomen quota, maxima en hoeveelheden.

(12) De overgang van de regeling inzake een enkele areaalbetaling naar de

bedrijfstoeslagregeling en andere steunregelingen kan gepaard gaan met aanpassingsproblemen die niet in deze verordening worden behandeld. Met het oog op deze eventualiteit dient in Verordening (EG) nr. 1782/2003 een algemene bepaling te worden opgenomen die het de Commissie mogelijk maakt de voor een bepaalde periode noodzakelijke overgangsmaatregelen vast te stellen.

(13) Wegens de korte programmeringsperiode is bij de Toetredingsakte de mogelijkheid

geopend om in de hoofdprogramma's maatregelen van het type LEADER+ op te nemen in plaats van met een afzonderlijke LEADER+-programmering te werken. Daarom is de maatregel "beheer van geïntegreerde strategieën voor plattelandsontwikkeling door plaatselijke partnerschappen" die is ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad

5, voor de nieuwe lidstaten niet nodig

omdat deze maatregel tot de maatregelen van het type LEADER+ behoort.

(14) De Verordeningen (EG) nr. 1782/2003, (EG) nr. 1786/2003 en (EG) nr. 1257/1999

moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1782/2003 wordt als volgt aangepast:

  • 1. 
    Aan artikel 5, lid 2, eerste alinea, wordt de volgende zin toegevoegd :
  • 3. 
    Na artikel 12 wordt het volgende artikel 12 bis ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Toepassing voor de nieuwe lidstaten

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn voor de nieuwe lidstaten van toepassing vanaf het kalenderjaar waarvoor het niveau van de rechtstreekse betalingen dat

overeenkomstig artikel 143 bis in de nieuwe lidstaten geldt, ten minste gelijk is aan het niveau van die betalingen dat dan geldt in de Gemeenschap in haar samenstelling

op 30 april 2004.".

  • 4. 
    Aan artikel 54, lid 2, eerste alinea, wordt de volgende zin toegevoegd:

"Voor de nieuwe lidstaten wordt de voor de aanvragen om oppervlaktesteun voor

2003 vastgestelde datum geacht de datum 30 juni 2003 te zijn.".

  • 5. 
    Aan titel III wordt het volgende hoofdstuk 6 toegevoegd:

"Hoofdstuk 6

Tenuitvoerlegging in de nieuwe lidstaten

Artikel 71 bis

  • 1. 
    Tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald, zijn de bepalingen van deze titel van toepassing voor de nieuwe lidstaten.

De artikelen 33, 34, 37, 38 en 39, artikel 40, leden 1, 2, 3 en 5, en de artikelen 41, 42, 43, 47 tot en met 50, 53 en 58 tot en met 63 zijn niet van toepassing.

  • 2. 
    Elke nieuwe lidstaat die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepast, neemt de in artikel 64, lid 1, en artikel 71, leden 1 en 2, bedoelde besluiten uiterlijk op 1 augustus van het jaar vóór het jaar waarin hij de bedrijfstoeslagregeling voor het eerst zal toepassen.

Artikel 71 quater

Maximum

De nationale maxima voor de nieuwe lidstaten worden vastgesteld in bijlage VIII bis .

Artikel 71 quinquies

Nationale reserve

  • 1. 
    Elke nieuwe lidstaat past op zijn nationale maximum een lineaire procentuele verlaging toe om een nationale reserve te vormen. Deze verlaging bedraagt niet meer dan 3% onverminderd de toepassing van artikel 71 ter , lid 3.
  • 2. 
    De nieuwe lidstaten gebruiken de nationale reserve om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, toeslagrechten toe te kennen aan landbouwers die zich in een bijzondere, door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure te omschrijven situatie bevinden.
  • 3. 
    Gedurende het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling kunnen de nieuwe lidstaten de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, toeslagrechten toe te kennen aan landbouwers in specifieke sectoren die zich in een bijzondere situatie bevinden als gevolg van de overgang naar de bedrijfstoeslagregeling.

Dergelijke toeslagrechten worden verdeeld

overeenkomstig door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vast te stellen voorschriften.

  • 4. 
    De nieuwe lidstaten passen lineaire verlagingen toe op de toeslagrechten indien hun nationale reserve niet voldoende is om de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen te dekken.
  • 3. 
    Elke nieuwe lidstaat verdeelt zijn nationale maximum als bedoeld in

artikel 71 quater na alle verlagingen overeenkomstig artikel 71 quinquies op basis van objectieve criteria over de regio's.

Artikel 71 septies

Regionalisering van de bedrijfstoeslagregeling

  • 1. 
    Alle landbouwers wier bedrijf in een bepaalde regio is gelegen, ontvangen toeslagrechten waarvan het eenheidsbedrag wordt berekend door het overeenkomstig artikel 71 sexies vastgestelde maximum te delen door het aantal subsidiabele hectaren in de zin van artikel 44, lid 2, zoals dit op regionaal niveau is vastgesteld.
  • 2. 
    Het aantal toeslagrechten per landbouwer is gelijk aan het aantal hectaren dat hij overeenkomstig artikel 44, lid 2, heeft aangegeven in het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling, behoudens overmacht of uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 40, lid 4.

Artikel 71 octies

Gebruik van de grond

  • 1. 
    In afwijking van artikel 51 en overeenkomstig het bepaalde in het onderhavige artikel kunnen de landbouwers de percelen die zij overeenkomstig artikel 44, lid 3, hebben aangegeven, ook gebruiken voor de productie van in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad

6 en in artikel 1, lid 2, van

Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad7 bedoelde producten en van andere

aardappelen dan de voor de zetmeelproductie bestemde aardappelen waarvoor op grond van artikel 93 van de onderhavige verordening steun wordt verleend, maar niet voor blijvende teelten.

  • 2. 
    De nieuwe lidstaten bepalen het aantal hectaren dat overeenkomstig lid 1 mag worden gebruikt, door het gemiddelde van het aantal hectaren dat in de driejarige periode 2000-2002 op nationaal niveau voor de productie van de in lid 1 bedoelde producten is gebruikt, volgens objectieve criteria te verdelen over de overeenkomstig artikel 71 sexies , lid 2, gedefinieerde regio's. Het gemiddelde aantal hectaren op nationaal niveau en het aantal hectaren op regionaal niveau worden door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld op basis van de door de nieuwe lidstaat meegedeelde gegevens.
  • b) 
    in afwijking van artikel 71 bis , lid 2, in geval van overeenkomstige toepassing van artikel 40 en artikel 42, lid 4, tot een aantal hectaren dat wordt vastgesteld volgens objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen.
  • 4. 
    Binnen de grenzen van het aantal hectaren dat na toepassing van lid 3 beschikbaar blijft, krijgen landbouwers toestemming om de in lid 1 bedoelde producten te produceren op een aantal andere hectaren dan het aantal onder lid 3 vallende hectaren binnen de grenzen van een in 2004 en/of 2005 voor de productie van de in lid 1 bedoelde producten gebruikt aantal hectaren, waarbij binnen de grenzen van het in 2004 gebruikte aantal hectaren prioriteit wordt gegeven aan de landbouwers die de producten reeds in 2004 hebben geproduceerd.

In geval van toepassing van artikel 71 of artikel 143 ter worden 2004 en 2005 vervangen door respectievelijk het jaar vóór het jaar waarin de bedrijfstoeslagregeling van toepassing wordt, en het jaar zelf waarin de bedrijfstoeslagregeling van toepassing wordt.

  • 5. 
    Voor de bepaling van de in de leden 3 en 4 bedoelde individuele maxima maken de nieuwe lidstaten gebruik van de individuele gegevens over de landbouwer voorzover deze beschikbaar zijn, of van welk ander bewijs ook dat ten genoegen van deze lidstaten door de landbouwer wordt geleverd.
  • 6. 
    Het aantal hectaren waarvoor de in de leden 3 en 4 bedoelde toestemming wordt verleend, is in geen geval groter dan het aantal subsidiabele hectaren als bedoeld in artikel 44, lid 2, dat is aangegeven in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling.
  • 7. 
    De toestemming wordt binnen de betrokken regio gebruikt samen met het bijbehorende toeslagrecht.
  • 8. 
    Het in artikel 60 bedoelde verslag heeft mede betrekking op de nieuwe lidstaten.

Artikel 71 decies

Melkpremie en extra betalingen

Vanaf 2007 worden, in afwijking van de artikelen 44 en 71 septies , de bedragen die voortvloeien uit de in 2007 overeenkomstig de artikelen 95 en 96 te verlenen melkpremie en extra betalingen, opgenomen in de bedrijfstoeslagregeling.

De nieuwe lidstaten kunnen evenwel besluiten dat de bedragen die voortvloeien uit de melkpremie en extra betalingen waarin de artikelen 95 en 96 voorzien, vanaf 2005 geheel of gedeeltelijk in de bedrijfstoeslagregeling worden opgenomen. De op grond van deze alinea vastgestelde toeslagrechten worden dienovereenkomstig gewijzigd.

Het bedrag dat wordt gebruikt voor de vaststelling van de op die betalingen gebaseerde toeslagrechten, is gelijk aan de overeenkomstig de artikelen 95 en 96 te verlenen bedragen, berekend op basis van de individuele referentiehoeveelheid voor melk die op het bedrijf beschikbaar is op 31 maart van het jaar waarin die betalingen geheel of gedeeltelijk in de bedrijfstoeslagregeling worden opgenomen.

In afwijking van artikel 71 bis , lid 1, zijn de artikelen 48, 49 en 50 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 71 undecies

Braakleggingstoeslagrechten

  • 1. 
    De landbouwers ontvangen een deel van hun toeslagrechten in de vorm van braakleggingstoeslagrechten.
  • 2. 
    Het aantal braakleggingstoeslagrechten wordt vastgesteld door de subsidiabele grond in de zin van artikel 54, lid 2, van de landbouwer die in het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling wordt aangegeven, te vermenigvuldigen met het geldende braak te leggen percentage.

Het braak te leggen percentage wordt berekend door het op 10% vastgestelde basispercentage van de braakleggingsverplichting te vermenigvuldigen met de verhouding, in de betrokken regio, tussen het regionale basisareaal of de regionale basisarealen als bedoeld in artikel 101, derde alinea, en de subsidiabele grond in de zin van artikel 54, lid 2.

Artikel 71 duodecies

Voorwaarden voor de toeslagrechten

  • 1. 
    In afwijking van artikel 46, lid 1, kunnen krachtens dit hoofdstuk vastgestelde toeslagrechten alleen worden overgedragen binnen dezelfde regio of tussen regio's waar de toeslagrechten per hectare dezelfde zijn.
  • 2. 
    Tot uiterlijk 1 augustus van het jaar vóór het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling kunnen de nieuwe lidstaten ook, in overeenstemming met de algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht, besluiten dat krachtens dit hoofdstuk vastgestelde toeslagrechten progressief worden gewijzigd volgens van tevoren bepaalde stappen en op basis van objectieve

criteria.

Artikel 71 terdecies

Facultatieve uitvoering

  • 1. 
    De afdelingen 2, 3 en 4 van hoofdstuk 5 gelden voor de nieuwe lidstaten op de in dit artikel vastgestelde voorwaarden. Afdeling 4 geldt echter niet voor de lidstaten die de bij artikel 143 ter ingestelde regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen.
  • 2. 
    Elke verwijzing naar artikel 41 in de afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 5, in het bijzonder wat de nationale maxima betreft, geldt als een verwijzing naar

artikel 71 quater .

  • 3. 
    Het in artikel 64, lid 3, bedoelde verslag heeft mede betrekking op de in dit hoofdstuk vastgestelde facultatieve regelingen.

"

  • 6. 
    Artikel 74, lid 1, wordt vervangen door:

"1. De steun wordt verleend voor nationale basisarealen in de in bijlage X

vermelde traditionele productiegebieden.

  • 8. 
    Artikel 80, lid 2, wordt vervangen door: "2. Op grond van de fysieke opbrengsten in de betrokken lidstaten bedraagt de

steun:

Verkoopseizoen 2004/05 en

in geval van toepassing van Verkoopseizoen 2005/06

artikel 70 en volgende

(euro/ha) (euro/ha)

Griekenland 1323,96 561,00

Spanje 1123,95 476,25

Frankrijk:

-- Europees grondgebied

-- Guyana

971,73 411,75 563,25

1329,27

Italië 1069,08 453,00

Hongarije 548,70 232,50

Portugal 1070,85 453,75"

  • 9. 
    Artikel 81 wordt vervangen door:

"Artikel 81

Arealen

Hierbij wordt voor elke producerende lidstaat een nationaal basisareaal vastgesteld. Voor Frankrijk worden evenwel twee basisarealen vastgesteld. De basisarealen zijn

de volgende:

Griekenland 20 333 ha

Spanje 104 973 ha

Frankrijk:

-- Europees grondgebied

-- Guyana

19 050 ha

4 190 ha

Italië 219 588 ha

Hongarije 3 222 ha

Portugal 24 667 ha.

Een lidstaat kan zijn basisareaal of zijn basisarealen op basis van objectieve criteria in subbasisarealen onderverdelen.".

  • 3. 
    Het in lid 2 vastgestelde gegarandeerde maximumareaal wordt verdeeld in de

volgende NGA's:

Nationaal gegarandeerd areaal (NGA)

België 100 ha

Duitsland 1 500 ha

Griekenland 41 100 ha

Spanje 568 200 ha

Frankrijk 17 300 ha

Italië 130 100 ha

Cyprus 3 100 ha

Luxemburg 100 ha

Hongarije 2 900 ha

Nederland 100 ha

Oostenrijk 100 ha

Polen 1 000 ha

Portugal 41 300 ha

Slovenië 300 ha

Slowakije 3 100 ha

Verenigd Koninkrijk 100 ha

  • 4. 
    Een lidstaat kan zijn NGA op basis van objectieve criteria onderverdelen in subarealen, met name op regionaal niveau of in relatie tot de productie.".
  • 11. 
    Artikel 90 wordt vervangen door:

"Artikel 90

Voorwaarden voor subsidiabiliteit

De steun wordt uitsluitend verleend voor oppervlakten waarvan de productie onder een contract tussen de landbouwer en de verwerkende industrie valt, tenzij de verwerking door de landbouwer zelf op het bedrijf wordt uitgevoerd.

Oppervlakten waarvoor een aanvraag in het kader van de regeling voor energiegewassen is ingediend, mogen niet worden geteld als zijnde braakgelegd om te voldoen aan de braakleggingseis in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG)

nr. 1251/1999 en in artikel 54, lid 2, artikel 63, lid 2, artikel 71 undecies en artikel 107, lid 1, van de onderhavige verordening.".

Wanneer het totaalbedrag van de gevraagde steun het vastgestelde maximum overschrijdt, wordt de steun per landbouwer in dat jaar proportioneel verlaagd.".

  • 14. 
    In artikel 101 wordt de volgende alinea ingevoegd na de tweede alinea:

"Het/de regionale basisareaal/basisarealen in de nieuwe lidstaten wordt/worden evenwel door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld binnen de grenzen van de in bijlage XI ter vastgestelde nationale basisarealen.".

  • 15. 
    In artikel 103 wordt de volgende alinea ingevoegd na de eerste alinea:

"Bij wijze van alternatief wordt voor een nieuwe lidstaat die in 2004 de in

artikel 143 ter bedoelde regeling inzake een enkele areaalbetaling toepast en kiest voor de toepassing van artikel 66, het regioplan op basis van objectieve criteria opgesteld uiterlijk op 1 augustus van het laatste toepassingsjaar van de regeling inzake een enkele areaalbetaling. In dit geval blijven de gecombineerde regionale basisarealen en de gewogen gemiddelde referentieopbrengst in de regio's binnen de grenzen van het nationale basisareaal en de referentieopbrengst zoals vastgesteld in

bijlage XI ter .".

  • 16. 
    Artikel 105 wordt vervangen door:

"Artikel 105

Toeslag voor durumtarwe

  • 1. 
    Voor met durumtarwe ingezaaide oppervlakten in de in bijlage X genoemde traditionele productiegebieden wordt een toeslag op de areaalbetaling uitgekeerd van:
  • 291 euro/ha voor het verkoopseizoen 2005/06,
  • 285 euro/ha vanaf het verkoopseizoen 2006/07,

zulks tot de onderstaande maximumarealen:

  • 2. 
    Als in een verkoopseizoen de som van de oppervlakten waarvoor een toeslag op de areaalbetaling wordt aangevraagd, groter is dan het bovenvermelde maximum, wordt de oppervlakte per landbouwer waarvoor de toeslag kan worden uitgekeerd, proportioneel verlaagd.

De lidstaten kunnen echter, met inachtneming van de in lid 1 vastgestelde maxima per lidstaat, de in dat lid vermelde arealen over de in bijlage X genoemde productiegebieden of, voor de lidstaten van de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004, zo nodig over de productiegebieden van het regioplan verdelen op basis van de omvang van de productie van durumtarwe in de periode van 1993 tot en met 1997. Als in dit geval in een verkoopseizoen de som van de oppervlakten waarvoor in een productiegebied een toeslag op de areaalbetaling wordt aangevraagd, groter is dan het betrokken regionale maximum, wordt de oppervlakte per landbouwer in dat productiegebied waarvoor de toeslag kan worden uitgekeerd, proportioneel verlaagd.

Deze verlaging wordt toegepast nadat in de lidstaat de nog beschikbare oppervlakten van de productiegebieden die niet hun regionale maximum hebben bereikt, zijn verdeeld over de productiegebieden die dat maximum hebben overschreden.

  • 3. 
    In niet in bijlage X genoemde regio's met een goed ingeburgerde productie van durumtarwe wordt voor het verkoopseizoen 2005/06 een specifiek steunbedrag ten belope van 46 euro/ha verleend voor ten hoogste het onderstaande aantal

hectaren:

(hectare )

Duitsland 10 000

Spanje 4 000

Frankrijk 50 000

Italië 4 000

Hongarije 4 305

Slowakije 4 717

  • 18. 
    Artikel 116, lid 2, wordt vervangen door:

"2. De lidstaten doen het nodige om ervoor te zorgen dat de som van de

premierechten voor hun grondgebied het in lid 4 van dit artikel vastgestelde nationale maximum niet overschrijdt en dat de in artikel 118 bedoelde nationale reserve kan worden gehandhaafd. Uiterlijk één jaar na de datum van toetreding wijzen de nieuwe lidstaten individuele maxima toe aan de producenten en vormen zij de nationale reserve uit het in lid 4 voor elk van deze nieuwe lidstaten vastgestelde totale aantal premierechten.".

  • 19. 
    Artikel 116, lid 4, wordt vervangen door:

"4. De volgende maxima zijn van toepassing:

Lidstaat Rechten

(x 1 000 )

België 70

Tsjechië 66,733

Denemarken 104

Duitsland 2 432

Estland 48

Griekenland 11 023

Spanje 19 580

Frankrijk 7 842

Ierland 4 956

Italië 9 575

Cyprus 472,401

Letland 18,437

Litouwen 17,304

Luxemburg 4

Hongarije 1 146

Malta 8,485

Nederland 930

Oostenrijk 206

Polen 335,88

Portugal* 2 690

Slovenië 84,909

  • 20. 
    Artikel 119, lid 3, wordt vervangen door:

"3. De volgende totaalbedragen zijn van toepassing:

(x 1000 euro)

België 64

Tsjechië 71

Denemarken 79

Duitsland 1 793

Estland 51

Griekenland 8 767

Spanje 18 827

Frankrijk 7 083

Ierland 4 875

Italië 6 920

Cyprus 441

Letland 19

Litouwen 18

Luxemburg 4

Hongarije 1 212

Malta 9

Nederland 743

Oostenrijk 185

Polen 355

Portugal 2 275

Slovenië 86

Slowakije 323

Finland 61

Zweden 162

Verenigd Koninkrijk 20 162"

  • 21. 
    Aan artikel 119 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

"4. In de nieuwe lidstaten worden de totaalbedragen toegepast overeenkomstig de

bij artikel 143 bis vastgestelde toenameregeling.".

  • 22. 
    Artikel 123, lid 8, wordt vervangen door:

"8. De volgende regionale maxima zijn van toepassing:

België 235 149

Tsjechië 244 349

Denemarken 277 110

Duitsland 1 782 700

Estland 18 800

Griekenland 143 134

Spanje 713 999*

Frankrijk 1 754 732**

Ierland 1 077 458

Italië 598 746

Cyprus 12 000

Letland 70 200

Litouwen 150 000

Luxemburg 18 962

Hongarije 94 620

Malta 3 201

Nederland 157 932

Oostenrijk 373 400

Polen 926 000

Portugal 175 075*** ****

Slovenië 92 276

Slowakije 78 348

Finland 250 000

Zweden 250 000

Verenigd Koninkrijk 1 419 811*****

** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1452/2001.

*** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1453/2001.

**** Moet worden aangepast bij het verstrijken van de geldigheidsduur van Verordening (EG) nr. 1017/94.

***** Dit maximum wordt tijdelijk met 100 000 verhoogd tot 1 519 811 totdat levende dieren van minder dan zes maanden mogen worden uitgevoerd.

"

  • 23. 
    Artikel 126, lid 1, wordt vervangen door:
  • 25. 
    Artikel 126, lid 5, wordt vervangen door:

"5. De volgende nationale maxima zijn van toepassing:

België 394 253

Tsjechië * 90 300

Denemarken 112 932

Duitsland 639 535

Estland * 13 416

Griekenland 138 005

Spanje** 1 441 539

Frankrijk*** 3 779 866

Ierland 1 102 620

Italië 621 611

Cyprus * 500

Letland * 19 368

Litouwen * 47 232

Luxemburg 18 537

Hongarije * 117 000

Malta * 454

Nederland 63 236

Oostenrijk 375 000

Polen * 325 581

Portugal **** ***** 416 539

Slovenië * 86 384

Slowakije * 28 080

Finland 55 000

Zweden 155 000

Verenigd Koninkrijk 1 699 511

  • Geldig vanaf de datum van toetreding.

** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1454/2001.

*** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1452/2001.

**** Onverminderd de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1453/2001.

***** Moet bij het verstrijken van de geldigheidsduur van Verordening (EG)

nr. 1017/94 worden verhoogd met de premies die voortvloeien uit de toepassing van die verordening in 2003 en 2004."

  • 27. 
    Artikel 133, lid 3, wordt vervangen door:

"3. De volgende totaalbedragen zijn van toepassing:

(miljoen euro )

België 39,4

Tsjechië 8,776017

Denemarken 11,8

Duitsland 88,4

Estland 1,13451

Griekenland 3,8

Spanje 33,1

Frankrijk 93,4

Ierland 31,4

Italië 65,6

Cyprus 0,308945

Letland 1,33068

Litouwen 4,942267

Luxemburg 3,4

Hongarije 2,936076

Malta 0,0637

Nederland 25,3

Oostenrijk 12,0

Polen 27,3

Portugal 6,2

Slovenië 2,964780

Slowakije 4,500535

Finland 6,2

Zweden 9,2

Verenigd Koninkrijk 63,8"

  • 28. 
    Aan artikel 135, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende streepje toegevoegd: "

wat de nieuwe lidstaten betreft: dat gelijk is aan het in artikel 123, lid 8, vastgestelde maximum of dat gelijk is aan het gemiddelde aantal geslachte mannelijke runderen in de jaren 2001, 2002 en 2003 volgens de Eurostat- statistieken voor die jaren of andere gepubliceerde officiële statistische gegevens voor die jaren die door de Commissie zijn geaccepteerd.".

  • 32. 
    Aan artikel 139, eerste alinea, wordt de volgende zin toegevoegd: "Voor de nieuwe lidstaten evenwel stemt het door de Commissie overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum overeen met de component van elk van de betrokken rechtstreekse betalingen in het in artikel 71 quater bedoelde maximum.".
  • 33. 
    Artikel 143 wordt vervangen door:

"Artikel 143

Maximum

De som van de aangevraagde steun mag niet groter zijn dan een door de Commissie overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgesteld maximum dat overeenstemt met de in bijlage VI genoemde component areaalbetalingen voor zaaddragende leguminosen in het in artikel 41 bedoelde nationale maximum. Voor de nieuwe lidstaten echter stemt het door de Commissie overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum overeen met de in bijlage VI genoemde component areaalbetalingen voor zaaddragende leguminosen in het in artikel 71 quater bedoelde nationale maximum.

Overschrijdt het totale bedrag van de aangevraagde steun het vastgestelde maximum, dan wordt het steunbedrag per landbouwer dat jaar proportioneel verlaagd.".

  • 34. 
    In artikel 145 wordt punt d) vervangen door: "d) met betrekking tot de bedrijfstoeslagregeling, uitvoeringsbepalingen inzake

met name de vorming van een nationale reserve, de overdracht van toeslagrechten, de definitie van blijvende teelten, blijvend grasland en grasland, de in titel III, hoofdstukken 5 en 6, vastgestelde facultatieve regelingen en de lijst van gewassen waarvan de teelt is toegestaan op de braakgelegde grond, alsmede uitvoeringsbepalingen inzake de naleving van het bij Besluit 93/355/EEG* goedgekeurde Memorandum van Overeenstemming betreffende bepaalde oliehoudende zaden tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika in het kader van de GATT;

  • PB L 147 van 18.6.1993, blz. 25.".
  • 36. 
    In artikel 145 wordt punt q) vervangen door: "q) de maatregelen die nodig en naar behoren gerechtvaardigd zijn om in een

noodsituatie praktische en specifieke problemen op te lossen, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de uitvoering van titel II, hoofdstuk 4, en titel III, hoofdstukken 5 en 6. Deze maatregelen kunnen afwijken van sommige delen van deze verordening, maar slechts zolang en voorzover dat absoluut noodzakelijk is.".

  • 37. 
    Artikel 146 wordt vervangen door:

"Artikel 146

Informatieverstrekking aan de Commissie

De lidstaten verstrekken de Commissie uitvoerige informatie over de ter uitvoering van deze verordening genomen maatregelen, en met name over de maatregelen betreffende de artikelen 5, 13, 42, 58, 71 quinquies en 71 sexies .".

  • 38. 
    Het volgende artikel 154 bis wordt ingevoegd na artikel 154:

"Artikel 154 bis

Overgangsbepalingen voor de nieuwe lidstaten

  • 1. 
    Indien voor de nieuwe lidstaten overgangsmaatregelen nodig zijn ter vergemakkelijking van de overgang van de regeling inzake een enkele areaalbetaling naar de bedrijfstoeslagregeling en andere steunregelingen als bedoeld in de titels III en IV, worden die maatregelen vastgesteld volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde maatregelen kunnen worden vastgesteld gedurende een periode die aanvangt op 1 mei 2004 en afloopt op 30 juni 2009, en worden na deze datum niet langer toegepast. De Raad kan deze periode op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen verlengen.".
  • 39. 
    Na bijlage VIII wordt de volgende bijlage VIII bis ingevoegd:

"Bijlage VIII bis

Nationale maxima als bedoeld in artikel 71 quater

De maxima zijn berekend met inachtneming van de in artikel 143 bis vastgestelde toenameregeling. Daarom worden deze maxima niet verlaagd om rekening te houden

met artikel 143 bis .

miljoen euro

Kalender-

jaar Tsjechië Estland Cyprus Letland Litouwen Hongarije Malta Polen Slovenië Slowakije

2005 227,9 23,4 8,9 33,9 92,0 350,8 0,67 724,3 35,5 97,6

2006 265,7 27,3 10,4 39,6 107,3 408,7 0,78 845,0 41,4 113,6

2007 342,4 40,4 13,9 55,6 146,9 495,1 1,59 1 098,8 55,5 144,5

2008 427,8 50,5 17,4 69,5 183,6 618,5 1,99 1 373,4 69,4 180,5

2009 513,2 60,5 20,9 83,4 220,3 741,9 2,38 1 648,0 83,3 216,6

2010 598,5 70,6 24,4 97,3 257,0 865,2 2,78 1 922,5 97,2 252,6

2011 683,9 80,7 27,8 111,2 293,7 988,6 3,18 2 197,1 111,0 288,6

2012 769,3 90,8 31,3 125,1 330,4 1 111,9 3,57 2 471,7 124,9 324,6

2013 854,6 100,9 34,8 139,0 367,1 1 235,3 3,97 2 746,3 138,8 360,6"

  • 40. 
    Bijlage X wordt aangevuld met de volgende gedeelten:

"CYPRUS

HONGARIJE

Regio's

Dél Dunamenti síkság

Dél-Dunántúl

Közép-Alföld

Mez föld

Berettyo-K rös-Maros vidéke".

Bijlage XI ter

Nationale basisarealen voor akkerbouwgewassen en referentieopbrengsten

in de nieuwe lidstaten als bedoeld in de artikelen 101 en 103

Basisareaal Referentieopbrengst

(hectare) (t/ha)

Tsjechië 2 253 598 4,20

Estland 362 827 2,40

Cyprus 79 004 2,30

Letland 443 580 2,50

Litouwen 1 146 633 2,70

Hongarije 3 487 792 4,73

Malta 4 565 2,02

Polen 9 454 671 3,00

Slovenië 125 171 5,27

Slowakije 1 003 453 4,06"

Artikel 2

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1786/2003 wordt vervangen door:

"2. De in lid 1 vastgestelde gegarandeerde maximumhoeveelheid wordt als volgt over de lidstaten verdeeld:

Nationale gegarandeerde hoeveelheid (in ton )

Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU) 8 000

Tsjechië 27 942

Denemarken 334 000

Duitsland 421 000

Griekenland 37 500

Spanje 1 325 000

Frankrijk 1 605 000

Ierland 5 000

Italië 685 000

Artikel 3

Aan artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De in de tweede alinea, laatste streepje, bepaalde maatregel is niet van toepassing voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en

Slowakije.".

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2004 onder voorbehoud van de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, [...] -

Voor de Raad -

De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

  • 1. 
    BEGROTINGSPOST: Onderafdeling B1 KREDIETEN:

44 762,45 miljoen

  • 2. 
    TITEL VAN DE MAATREGEL: Voorstel voor een verordening van de Raad houdende aanpassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003, tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Uie.
  • 3. 
    RECHTSGRONDSLAG: Toetredingsakte Artikel 57
  • 4. 
    DOEL VAN DE MAATREGEL: Het Toetredingsverdrag aanpassen in verband met het besluit tot hervorming van het GLB.
  • 5. 
    FINANCIËLE CONSEQUENTIES PERIODE LOPEND VOLGEND

12 MAANDEN BEGROTINGS-BEGROTINGS-

JAAR 2004 JAAR 2005

(miljoen euro) (miljoen euro) (miljoen euro)

5.0 UITGAVEN TEN LASTE VAN

  • - 15,6

DE BEGROTING EG

(RESTITUTIES/INTERVENTIES)

-

NAT. BEGROTINGEN

  • ANDERE

5.1 ONTVANGSTEN

-

EIGEN MIDDELEN EG

(HEFFINGEN/DOUANERECHTEN)

-

OP NATIONAAL VLAK

2006 2007 2008 2009

Bijlage: Rubriek 1A -

miljoen

2004 2005 2006

Kopenhagen prijzen van 1999 327 2032 2322

Kopenhagen lopende prijzen 361 2288 2667

Lopende prijzen

ZUIVEL

Premie

Kopenhagen 46

Voorstel 54 130

Verschil 0,0 54,0 84,0

Marktuitgaven

Kopenhagen 154 392 452

Voorstel 154 316 332

Verschil 0,0 -76,0 -120,0

Uitbreiding GMA eiwithoudende gewassen

Kopenhagen (9,5/t * opbrengst ) 1,5 1,8

Uitbreiding GMA (200 000 ha * 55/t) 2,8 3,3

Verschil 0,0 1,3 1,5

NOTEN

Kopenhagen

Voorstel (10 400 ha * 120,75 euro) 0,0 1,3 1,3

Verschil 0,0 1,3 1,3

DURUMTARWE

Kopenhagen 1,1 0,0

Voorstel 1,1 1,0

2.

Original view

afbeelding document
 
 

3.

More information

27 okt
'03
COM(2003)640 - Adaptation of Regulation (EC) No 1782/2003, establishing common rules for direct support schemes under the common agricultural policy and establishing certain support schemes for farmers, Regulation (EC) No 1786/2003 on the common organisation of the market in dried fodder, and Regulation (EC) No 1257/1999 on support for rural development from the European Agricultural Guidance and Guarantee Fund (EAGGF) by reason of the accession of the Czech Republic, Estonia, Cyprus, Latvia, Lithuania, Hungary, Malta, Poland, Slovenia and Slovakia to the EU


21 jan
'03
COM(2003)23 - Common rules for direct support schemes under the common agricultural policy and support schemes for producers of certain crops


21 jan
'03
COM(2003)23 - Common organisation of the market in dried fodder for the marketing years 2004/05 to 2007/08


21 jan
'03
COM(2003)23 - Amendment of Regulation (EC) No 1257/1999 on support for rural development from the European Agricultural Guidance and Guarantee Fund (EAGGF)


29 nov
'00
COM(2000)791 - Specific measures for certain agricultural products for the Canary Islands


29 nov
'00
COM(2000)791 - Specific measures for certain agricultural products for the French overseas departments


29 nov
'00
COM(2000)791 - Specific measures for certain agricultural products for the Azores and Madeira


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Support for Rural Development from the European Agricultural Guidance and Guarantee Fund (EAGGF)


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Common rules for direct support schemes under the common agricultural policy


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Support system for producers of certain arable crops


 
 
publication date 30-10-2003
reference 14164/03

Contents