Verordening GLB-steun plattelandsontwikkeling uit EOGFL - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

1.

Text

2.

Titel

3.

Voorstel

voor een Verordening van de Raad houdende aanpassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije tot de Europese Unie

4.

Datum Raadsdocument

5.

Nr Raadsdocument

Nr. Commissie- COM(2003) 640 definitief (17 oktober 2003)

document:

6.

Eerstverantwoordelijk ministerie

LNV i.o.m. FIN, EZ, BZ

7.

Behandelingstraject in Brussel

Raadswerkgroep Uitbreiding, Landbouwen Visserijraad

8.

Achtergrond, korte inhoud en doelstelling van het voorstel

Voorliggend voorstel betreft alleen de aanpassingen van de Verordeningen 1782/2003, 1786/2003 en 1257/1999 met betrekking tot de toetreding van tien nieuwe lidstaten (Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije). Het gaat hierbij om de Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, de Verordening (EG) nr. 1786/2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen en de Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL).

De aanpassingen van deze drie Verordeningen hangen samen met het voorstel voor het aanpassen van de Toetredingsakte aan de overeengekomen hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid dat apart zal worden behandeld. In de huidige vorm houden de Verordeningsteksten nog geen rekening met de onderhandelingsresultaten met betrekking tot de uitbreiding van de EU.

De Commissie heeft daarom voorgesteld om zowel de Toetredingsakte als de GLB-verordeningen aan te passen zodat deze teksten functioneel zijn in een uitgebreide EU en de nieuwe lidstaten zo soepel mogelijk in de EU kunnen worden geïntegreerd.

In sommige gevallen waren verwijzingen nodig vanwege het feit dat door de hervorming van het GLB verwijzingen in de Akte van Toetreding verloren gingen, in andere gevallen waren sommige regelingen niet langer conform het nieuwe GLB. Een wijziging in de Verordeningen betreft onder meer de mechanismen financiële discipline en modulatie. De Commissie stelt voor dat deze mechanismen, indachtig het niveau van infasering, nog niet hoeven te gelden voor de nieuwe lidstaten totdat het niveau van infasering van directe betalingen in die lidstaten het EU-niveau heeft bereikt. Een andere wijziging betreft «cross compliance». De nieuwe lidstaten zullen vallen onder de GLB-hervorming vanaf 2005, maar in het voorstel zijn twee uitzonderingen voorzien. Namelijk de overgangstermijnen die zijn overeengekomen blijven staan en voor de nieuwe lidstaten die kiezen voor het nieuwe, op hectare gebaseerd, «single area payment system» (in plaats van de «single farm payment system») zullen de nieuwe GLB-hervormingsregels optioneel zijn.

9.

Rechtsbasis van het voorstel

artikel 57 van de Akte van Toetreding (in relatie met artikel 23 van de Akte van Toetreding).

Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: Aanpassing van de Verordeningen is door gekwalificeerde meerderheid van de Raad zonder advisering door het Europees Parlement.

10.

Instelling nieuw Comitologie-comité

nee

11.

Subsidiariteit en proportionaliteit

12.

Subsidiariteit

Positief. Het voorgenomen optreden behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap.

13.

Proportionaliteit

Positief. Het feit dat op 1 mei 2004 de Uitbreiding van de EU zal plaatsvinden rechtvaardigt het wijzigen van de Toetredingsakte. Immers in de huidige vorm houden de Verordeningsteksten nog geen rekening met de onderhandelingsresultaten met betrekking tot de Uitbreiding van de EU. Bij de wijzingen heeft de Commissie drie uitgangspunten gehanteerd: het Kopenhagen-pakket mag niet eroderen, nieuwe lidstaten worden gelijk behandeld, zo lang het Kopenhagen-pakket niet anders bepaalt en de wijzigingen moeten beperkt blijven tot het absoluut noodzakelijke en gaan over het algemeen niet verder dan nodig is om de doelstellingen te verwezenlijken.

14.

Consequenties voor de EU-begroting

In 2005 vindt een besparing plaats van 15.6 miljoen euro, in 2006 vindt een besparing plaats van 32 miljoen euro. Begin december zijn nieuwe cijfers gepresenteerd, namelijk een besparing in 2005 van 19.1 miljoen euro en in 2006 een besparing van 33.3 miljoen euro.

15.

Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger

nee

16.

Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen/zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)

nee

17.

Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

De verordening treedt in werking op 1 mei 2004 onder voorbehoud van de inwerkingtreding van het Toetredingsverdrag.

18.

Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling

Het voorstel van de Commissie draagt er onder meer toe bij dat het niveau van inkomens-ondersteuning in de huidige EU en de nieuwe lidstaten sneller gelijk wordt getrokken waardoor er eerder sprake is van een gelijkwaardige concurrentiepositie tussen de huidige en nieuwe EU-lidstaten. Dit is van belang voor het goed functioneren van de interne markt.

De voorgestelde wijzigingen van de Commissie vloeien voort uit het bestaand akkoord van Luxemburg (2003) dat de belangrijkste afspraken bevat over de hervorming van het GLB. Voor Nederland is een leidend principe bij de standpuntbepaling, dat een bestaand akkoord niet onnodig moet worden opengebroken en dat de integratie van de nieuwe lidstaten in de EU, op basis van de onderhandelingsresultaten soepel moet verlopen.

Afgezien van enkele technische vragen ter opheldering van de teksten van de Commissie, onderschrijft Nederland het voorstel van de Commissie.

19.

Onderdeel van

16 jan
'04
Brief staatssecretaris met 9 fiches, opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen - Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Buitenlandse Zaken (BUZA)
22112, nr. 301
 
 
 
publication date 16-01-2004
reference 22112, 301, 6