Mededeling Actieprogramma verkeersveiligheid - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

1.

Text

2.

Titel

Mededeling van de Commissie: Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid «Terugdringing van het aantal verkeersslachtoffers in de Europese Unie met de helft in de periode tot 2010: een gedeelde verantwoordelijkheid

3.

Datum Raadsdocument

4 juni 2003

4.

Nr Raadsdocument

9713/03

5.

Nr. Commissiedocument

COM(2003)311 def

6.

Eerstverantwoordelijk ministerie

V&W i.o.m. JUST, BZK, VROM, FIN

7.

Behandelingstraject in Brussel

Raadswerkgroep Vervoer; TTE Raad; tevens bespreking in Concurrentievermogen Raad.

8.

Achtergrond, korte inhoud en doelstelling van het voorstel

Dit is het derde Actieprogramma verkeersveiligheid. In dit programma geeft de Commissie aan welke voorstellen te verwachten zijn om, in samenwerking met o.a. de lidstaten de verkeersveiligheid in de EU voor de periode tot 2010 te verbeteren en de doelstelling, een halvering van het aantal slachtoffers, te halen.

Het actieprogramma richt zich op:

  • · 
    het stimuleren van weggebruikers om hun gedrag te verbeteren, met name door zich beter te houden aan de bestaande regelgeving, basisen vervolgtraining voor bestuurders en het bestrijden van gevaarlijke gewoonten;
  • · 
    het veiliger maken van voertuigen, met name door technische harmonisatie en het steunen van technische vooruitgang;
  • · 
    het verbeteren van de weg infrastructuur, met name door het definiëren van «best practices» en het signaleren en wegnemen van gevaarlijke situaties (black spots).

9.

Rechtsbasis van het voorstel

n.v.t. (mededeling)

Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: n.v.t. (mededeling)

10.

Instelling nieuw Comitologie-comité

n.v.t. (mededeling)

11.

Subsidiariteit en proportionaliteit

Verkeersveiligheid heeft art 77 als juridische basis en valt onder gedeelde bevoegdheid van Commissie en lidstaten. In haar mededeling houdt de Commissie hiermee rekening en refereert ook aan de verantwoordelijkheden van lokale, regionale en nationale overheden. Daarnaast blijkt dit ook uit de waarde die de Commissie hecht aan het bevorderen van uitwisseling van kennis en informatie tussen de lidstaten en de aangekondigde initiatieven op dit punt. In de mededeling wordt melding gemaakt van een heel scala aan lopende en te verwachten voorstellen op verschillende terreinen. Ieder van de concrete nieuwe voorstellen zal afzonderlijk op subsidiariteit en proportionaliteit kritisch worden beoordeeld. In het algemeen kan worden gesteld dat met name op het terrein van verkeersgedrag het subsidiariteitsprincipe zorgvuldig getoetst dient te worden. De Commissie erkent dat en is terughoudend om met voorstellen te komen die meer inhouden dan de huidige activiteiten, zoals informatievergaring, uitwisseling van ervaringen en voorstellen die met bestaande rijbewijsrichtlijn te maken hebben. Wat betreft betere afstemming van controle systemen/handhaving gaat het om transnationale aspecten. De subsidiariteitskwestie speelt veel minder op het terrein van voertuigeisen en de harmonisatie daarvan binnen de EU. Wel zal bij die voorstellen gekeken worden naar de proportionaliteit.

12.

Consequenties voor de EU-begroting

Uit de mededeling vloeien geen directe consequenties voort. Eventuele financiële consequenties van toekomstige voorstellen die het gevolg zijn van de mededeling zullen t.z.t. kritisch worden bezien.

13.

Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger

De mededeling zelf heeft geen directie consequenties. Eventuele financiële consequenties van toekomstige voorstellen komen ten laste van de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement.

14.

Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen /zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)

Eén van de onderdelen van de mededeling is een EU Handvest verkeersveiligheid, waarbij op vrijwillige basis lokale, regionale overheden en organisaties die zich betrokken voelen bij verkeersveiligheid, kunnen aangeven welke stappen en acties zij ondernemen om de doelstelling van het halveren van het aantal verkeersslachtoffers te bereiken.

15.

Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

n.v.t. (mededeling)

16.

Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling

Verkeersveiligheid heeft voor Nederland een hoge prioriteit, gezien de enorme sociaal-economische kosten van verkeersonveiligheid en de omvang van het menselijk leed dat het gevolg is van verkeersonveiligheid. De ambitieuze doelstelling uit het Actieprogramma bevestigt het belang om verkeersveiligheid krachtig en Europees breed aan te pakken. De beoogde halvering van het aantal verkeersdoden voor de EU als geheel zal per lidstaat verschillend uitpakken. Vooral de nu nog niet zo goed presterende landen zullen een aanzienlijke bijdrage moeten leveren. Nederland behoort al tot de best presterende landen van de EU en streeft als doelstelling een reductie na van het aantal verkeersdoden van tegen de 20%. Bij het nationale veiligeheidsbeleid is Nederland op het terrein van verbetering van voertuigveiligheid en de ontwikkeling van «intelligentere» voertuigen, afhankelijk van de Europese industrie en de voorstellen van de Commissie die nieuwe ontwikkelingen stimuleren op die terreinen. Ook op andere terreinen, zoals gedragsbeïnvloeding, uitwisseling van gegevens, ongevalsanalyses, meer toezicht EU breed op naleving van regels mbt het beroepsgoederen- en personenvervoer is zeker behulpzaam voor de verbetering van de verkeersveiligheid in Nederland. Dit alles neemt niet weg dat in het Actieprogramma weinig nieuwe voorstellen staan aangegeven. Nogal wat voorstellen zijn bekend, en voor andere, vooral op het terrein van voertuigtechnologie, wordt verwezen naar nog komende mededelingen.

Overigens is het een goede zaak dat ontwikkelingen waar de Commissie in het verleden aarzelend tegenover stond, zoals ISA, of terreinen die door Nederland expliciet zijn getrokken, zoals de Electronische Voertuig Identificatie, nu uitdrukkelijk aandacht krijgen in het Actieprogramma. Nederland zal bij verder invulling van voorstellen door de Commissie, zoals ook in het verleden een, actieve en stimulerende houding innemen.

17.

Onderdeel van

2 okt
'03
Brief staatssecretaris met tien fiches, opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) - Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Buitenlandse Zaken (BUZA)
22112, nr. 286
 
 
 
publication date 02-10-2003
reference 22112, 286, 3