Internetpiraterij: een probleem of een zegen? - Hoofdinhoud
Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni 2009 deed in Zweden een wel heel merkwaardige partij mee. Deze zogeheten Piratpartiet (een partij met banden met Piratebay, een populaire bittorrent-site), sleepte twee zetels in het Europees Parlement in de wacht en profileerde zich als de enige echte 'pro-filesharing ' partij. De partij streeft ernaar om het verbod op het illegaal downloaden en aanbieden van onder andere muziek-, film- en spelbestanden in de gehele Europese Unie op te heffen. In recente jaren is namelijk ook in Europa veel te doen geweest over het al dan niet verbieden van het online delen van bestanden.
De illegale verspreiding van auteursrechtelijk materiaal speelde al vóór de opkomst van internet in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw. Het ging toen met name over het illegaal kopiëren van aangekochte cd's en de verkoop daarvan aan derden.
In de jaren zeventig en tachtig werd door zowel platenmaatschappijen als muzikanten fel geprotesteerd tegen de opkomst van het cassettebandje, waarmee eenvoudig muziek van de radio kon worden opgenomen. De discussie of dit al dan niet toelaatbaar en maatschappelijk verantwoord was, werd ook in die dagen op het scherp van de snede gevoerd. Desondanks bleef het mogelijk om cassettebandjes op te nemen omdat de juridische middelen om gecoördineerde actie te ondernemen simpelweg ontbraken. In dat verband is het interessant om te bekijken of de strijd tegen internetpiraterij uiteindelijk eenzelfde wending zal nemen.
Deze strijd tegen piraterij op internet wordt sinds enige jaren vurig gestreden. In Nederland voert bijvoorbeeld de Stichting BREIN een verbeten gevecht met onwettige aanbieders van auteursrechtelijk beschermd materiaal op het internet. Tot enkele jaren geleden bevonden de zogeheten peer-to-peer netwerken zoals bijvoorbeeld Kazaa het voornaamste aandachtspunt van dit soort belangenorganisatie en werd uiteindelijk met succes een verbod op het aanbieden van dergelijke services tot stand gebracht.
Veel internetpiraten stapten vervolgens over op het verschijnsel BitTorrent , waarbij het bestand (muziek, film e.d.) in delen bij verschillende gebruikers is opgeslagen. De site die bemiddelt slaat het illegale bestand dus niet zelf op, maar levert alleen de software die de gebruiker in staat stelt om het materiaal in bezit te krijgen.
Het blijkt een lastige opgave hiervoor een justitieel aanvaardbare aanpak op te stellen. Maar in Zweden zijn inmiddels vier internetpiraten veroordeeld tot gevangenisstraffen en hoge schadevergoedingen (zie: Actuele voorbeelden van piraterij).
Ook in de EU is intussen het besef doorgedrongen dat het optreden tegen deze nieuwe variant van file sharing lastig is, omdat de juridische middelen hiertoe feitelijk ontbreken.
In een verslag van de Franse Europarlementariër Guy Bono dat in april 2008 door het Europees Parlement werd goedgekeurd, werd dan ook uitdrukkelijk gesteld dat het blokkeren van internettoegang voor piraten niet de oplossing van het probleem is. Het druist in tegen het principe van recht op vrijheid en respect voor de mensenrechten: om de toegang van piraten tot internet te kunnen verbieden moet toegang tot hun computers worden verkregen, hetgeen een schending van de privacy van deze mensen is.
De EU zoekt daarom de oplossing vooral in zaken als de bewustmaking van het feit dat illegaal downloaden een misdrijf is.
Tegelijkertijd probeert de Unie duidelijk te maken dat de schade die door internetpiraterij geleden wordt ook niet overdreven moet worden. Slechts 13% van de Europese bevolking houdt zich bezig met illegaal downloaden en bovendien kunnen illegale downloads ook in het voordeel van de naamsbekendheid van de 'gedupeerde' artiesten en platenbazen werken. Jonge, nog onbekende artiesten zijn daarom vaak juist voorstander van het dowloaden van muziek van internet.
Een ander plan betreft het opzetten van een Europees programma voor de muziekindustrie dat bijvoorbeeld de btw-tarieven voor culturele producten in Europa verlaagt, om zo de geleden financiële schade te kunnen compenseren. Feit is dat de EU creatief meehelpt met het zoeken naar een structurele oplossing voor de problematiek.
In 2009 werd vanuit Brussel een nieuw initiatief opgestart in de vorm van een Observatorium voor Vervalsing en Piraterij. Dit Observatorium houdt zich bezig met het verzamelen van piraterijgegevens en het vergroten van het bewustzijn van de schade van illegaal downloaden. Ook wil het de dialoog tussen de bedrijven en de verschillende nationale overheden stimuleren om zo tot een effectievere aanpak te komen. Het Observatorium is sinds 2 april 2009 actief.
Een ander punt in de discussie wordt gevormd door de terughoudende rol van de internetproviders om mee te helpen om op piraten te jagen. Met de gebruikersgegevens van deze providers zou het immers zeer eenvoudig zijn om te traceren wie er precies bestanden online zet om ze met anderen te kunnen delen en wie van deze bestanden gebruik maakt.
Met het oog op de privacywetgeving weigeren de providers tot nog toe hun informatie te delen met toezichthouders als de Stichting BREIN. Het Europees Hof van Justitie lijkt eveneens over dit standpunt te beschikken. Op 24 november 2011 maakte het Hof namelijk bekend dat rechters in EU-lidstaten een internetprovider niet mogen verplichten een filtersysteem te installeren dat het illegaal downloaden van muziekbestanden moet voorkomen.
Mede door het gebrek aan samenwerking tussen toezichthouders en internetproviders kan de internetpiraterij heden ten dage niet of nauwelijks bestreden worden en zijn bewustmakingscampagnes het enige middel om de illegale downloads aan te pakken.
Hoewel het EP zich in het rapport van Guy Bono duidelijk uitspreekt voor een bewustmakende aanpak, is nog geen sprake geweest van concrete juridische actie. Vaak speelt de jacht op internetpiraterij zich nog vooral op nationaal niveau af, zoals blijkt uit de rechtszaak tegen de site The Pirate Bay, die op 16 februari 2009 in Zweden diende.
De entertainmentindustrie zou het bedrijf graag berecht zien voor het aanbieden van torrents , maar doordat de bestanden op dusdanig veel computers staan die zich overal ter wereld bevinden, was het lastig om aan te tonen dat de torrents daadwerkelijk door The Pirate Bay zijn aangeboden.
In april 2009 legde een rechtbank in Stockholm de vier verantwoordelijken van de website The Pirate Bay een gevangenisstraf op van een jaar wegens inbreuk op auteursrechten. Daarnaast moesten zij een schadevergoeding van 30 miljoen kroon (2,7 miljoen euro) betalen aan de entertainmentindustrie. The Pirate Bay moest alle links naar illegale bestanden van hun site verwijderen.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over internetpiraterij, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Illegaal downloaden is geen misdrijf, maar een vrijheid
Het illegaal downloaden van mediabestanden is geen misdrijf, maar valt eerder als vrijheid aan te merken. De veronderstelde schade aan de entertainmentbranche is lang niet zo groot als wordt gesuggereerd en het downloaden van bijvoorbeeld muziek kan ook een stimulerende werking hebben op de verkoopcijfers van cd's. Het is daarom belachelijk dat justitie zich hier überhaupt mee wil bemoeien.
-
Internetpiraterij is een misdrijf
Internetpiraterij is een misdrijf omdat er op illegale wijze auteursrechtelijk beschermd materiaal wordt verkregen. Los van het vraagstuk of dit schade toebrengt aan de muziekbranche, is het principieel niet aanvaardbaar dat mensen internet gebruiken om andermans eigendommen te kapen. Internetpiraterij en in het bijzonder de verspreiding van beschermd materiaal moet daarom met wortel en tak worden uitgeroeid zodat degenen die gewerkt hebben voor de aangeboden producten, de rechtmatige beloning krijgen die daar bij hoort.
-
Er moet Europese regelgeving komen die piraterij verbiedt
Europa moet niet enkel proberen de mentaliteit van mensen te veranderen, maar moet met juridische middelen harder tegen piraterij optreden. Dat daarbij de bescherming van privacy in het gedrang komt, moet voor lief genomen worden. Bij de bestrijding van terrorisme wordt de privacywetgeving immers ook ondergeschikt gemaakt aan het algemeen belang. Alleen met een Europese gestructureerde aanpak van internetpiraterij kan op de lange termijn dit verschijnsel de kop worden ingedrukt.
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.