Commissie wil einde aan kortzichtig visserijbeleid - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

Vissersboten

Met het kappen van oerbossen in onder andere Borneo en Brazilië gaan unieke en kostbare ecosystemen verloren. De Europese Unie spreekt er schande van. Maar in de eigen achtertuin, in de zeeën die de Unie omgeven, vindt een soortgelijke aantasting van visbestanden en ecosystemen plaats. Zo laat een onderzoek uit 2011 naar de visstanden in de Middellandse Zee zien dat 43 van de 519 onderzochte vissoorten met uitsterven bedreigd worden, waarvan 15 extreem bedreigd. Nog eens 22 soorten worden beschouwd als bijna bedreigd. Als de lidstaten geen drastische hervormingen toestaan, zullen veel vissoorten in de Middellandse Zee, het ‘Europese deel’ van de Atlantische Oceaan, de Noordzee en de Oostzee voorgoed verdwijnen.

Met een vangsthoeveelheid van naar schatting ruim 5,1 miljoen ton (cijfers 2007) staat de Europese Unie wereldwijd op de derde plaats van de belangrijkste visproducenten. China met bijna 14,7 miljoen ton en Peru met ruim 7,2 miljoen ton zijn de grootste vissers ter wereld. De zeevisserijsector in de Unie biedt werk aan ongeveer 141.000 mensen; in de visverwerkende sector werken nog eens 126.000 personen.

De waarde van de in Europese havens aangelande vis, inclusief die van niet-Europese vissers, wordt geschat op ruim 6,7 miljard euro. De verwerkende sector zet ruim 22 miljard euro om. De visserij is daarmee een industrie die behoorlijk bijdraagt aan de Europese economie.

De Europese Commissie, de hoeder van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB), onderneemt verwoede pogingen om alle betrokken partijen ervan te doordringen dat zonder ingrijpende hervormingen de visserij-industrie bijna helemaal verloren zal gaan. Middels een document over mogelijke hervormingen dat in 2009 door de Commissie werd uitbracht, hoopte zij een discussie los te krijgen over hoe de EU een situatie kan bereiken waarin de vangsthoeveelheden geen bedreiging vormen voor een gezond visbestand.

Eén en ander moet leiden tot een concreet plan dat in 2012 tot een nieuwe basisverordening zal leiden. Volgens belangrijke milieu-organisaties als Oceana en Greenpeace is dit de laatste kans voor de EU om de visserijsector om te vormen tot een voor de toekomst levensvatbare industrie. 

Contents

Sharing

enveloppe

1.

Overbevissing

Sinds de invoering van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid in 1983 is de Commissie er niet in geslaagd overbevissing een halt toe te roepen. Ondanks allerlei maatregelen bleef de capaciteit van de Europese vissersvloot veel te hoog voor een duurzaam evenwicht tussen vangst en visbestand. Met de huidige capaciteit kan de Europese vissersvloot twee tot drie keer de hoeveelheid vis binnenhalen die maximaal uit de zee gehaald zou mogen worden om een duurzaam evenwicht te behouden. Om de vloot te verkleinen is in het verleden een slooppremie voor oude vissersboten geïntroduceerd, maar de Commissie maakte in december 2011 bekend dat hiervoor geen geld meer is. Als reden werd genoemd dat het effect van de premies teniet werd gedaan doordat de nieuw aangeschafte boten juist meer opbrengsten genereerden.

Hoewel alle lidstaten het erover eens zijn dat de viswateren als natuurlijke hulpbronnen voor de Unie van grote waarde zijn en behouden moeten blijven, zijn het de grote visvangende landen die telkens weer voor hun eigen kortetermijnbelang kiezen. Angst voor de grote actiebereidheid van de vissers speelt daarin een belangrijke rol. Bovendien bestaat de vrees dat kleine kustgemeenschappen, die voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de visserij-industrie, harde klappen krijgen als er strengere wetgeving komt.

De treurige situatie waarin de vis in Europese wateren verkeert, is voornamelijk het gevolg van het compromis om alle lidstaten evenredig van de visbestanden te laten profiteren. Die zogeheten relatieve stabiliteit staat een flexibel en efficiënt beheer van de gemeenschappelijke visgronden in de weg. Zo kan een individuele lidstaat de jaarlijks toegestane vangsthoeveelheid voor één specifieke vissoort alleen verhogen als de totale vangsthoeveelheid voor die vissoort naar boven wordt bijgesteld en alle lidstaten meer mogen vangen. Dat gebeurt weliswaar met regelmaat, maar heeft grote gevolgen voor het visbestand, ondanks alarmerende adviezen van wetenschappelijke visserij-instanties.

Een ander gevolg van het huidige beleid is het massaal teruggooien van ondermaatse vis, vis die te bewerkelijk is, te weinig opbrengt of vis waarvan de toegestane vangsthoeveelheid al is bereikt. Het gaat daarbij jaarlijks om honderdduizenden tonnen vis, waarvan het overgrote deel sterft. Een precieze schatting kan de Commissie overigens niet geven omdat dit soort bijvangsten niet wordt bijgehouden in de statistieken.

Het gevolg is dat inmiddels meer dan tachtig procent van de visbestanden waarover informatie bestaat, in de gevarenzone verkeert. Voor ongeveer dertig procent is het al bijna te laat om nog een gezonde populatiegrootte op te bouwen. Voor de visser heeft dat tot gevolg dat het steeds lastiger wordt om - binnen de regels - nog winstgevend te opereren. De vangsten dalen en het kost steeds meer energie om de vis op te sporen en binnen te halen.

2.

Geen adequate aanpak

Ondanks deze zorgelijke ontwikkelingen blijven veel lidstaten de kop in het zand steken. Een voorbeeld daarvan is de vangsthoeveelheid voor kabeljauw die in 2009 in de Noordzee mocht worden gevangen. Tegen alle wetenschappelijk onderbouwde adviezen in stelde de Raad van Visserijministers de vangsthoeveelheid met maar liefst dertig procent naar boven bij vergeleken met 2008. En dat terwijl er sterke aanwijzingen waren dat bijna negentig procent van het kabeljauwbestand nog niet in staat was geweest zich voort te planten.

Een ander aspect dat een grote rol speelt in de ontstane situatie is de gebrekkige naleving van de regels door de vissers en de soms al even gebrekkige controle daarop door de lidstaten. De Europese Rekenkamer bracht in 2007 een vernietigend rapport uit over de controlemechanismen in zes van de belangrijkste visnaties van de Europese Unie. Vooral Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk kregen er in het rapport flink van langs.

Om dit probleem aan te pakken, is per 1 januari 2010 de IOO-verordening in werking getreden, een Europese verordening die illegale, ongemelde en ongereglementeerde (IOO) visserij moet bestrijden. Sinds april 2011 is een deel van deze verordening geïmplementeerd. Het gaat hier om een controlesysteem dat ervoor zorgt dat de vis door de hele voedselketen heen traceerbaar blijft. Op deze manier wordt illegale visserij tegengegaan. Dit moet leiden tot eerlijke concurrentie in de visserij en voorkomen dat er te veel vis wordt gevangen.

3.

Voorstel Commissie

In haar discussievoorstel probeert de Commissie een nieuwe visie op het visserijbedrijf en alles wat daarmee samenhangt te schetsen. Eigen verantwoordelijkheid van de sector, verhandelbare visserijrechten en inbedding in het veel bredere maritieme beleid voor de kustregio's vormen de belangrijkste hoekstenen van deze visie. Bij verhandelbare visserijrechten krijgen vissers recht een bepaalde hoeveelheid vis te vangen; indien ze minder vangen, kunnen ze de resterende rechten aan anderen verkopen.

Daarnaast probeert de Commissie steun te krijgen voor de gedachte om het subsidiesysteem te saneren. Bij verhandelbare visserijrechten zouden grote visbedrijven voortaan zelf moeten zien te overleven. Subsidie zou alleen zijn weggelegd voor kleine vissers en gemeenschappen die zeer afhankelijk zijn van wat de zee hen biedt. Het onlangs gepresenteerde maritieme beleid zou behulpzaam kunnen zijn bij het creëren van nieuwe vormen van werkgelegenheid ter compensatie van het inkrimpen van de visserijsector.

Op 13 juli 2011 kwam eurocommissaris Damanaki met haar definitieve hervormingsplannen, waarin bovenstaande voorstellen terug te vinden zijn. Daarnaast stelt de Commissie zich onder meer ten doel om alle visbestanden 'tegen 2015' op duurzaam niveau te hebben gebracht. Verder moet teruggooi van ongewenste vangsten, met het oog op verspilling van voedselbronnen en economische verliezen, worden afgeschaft: alles wat wordt gevangen, moet aan land worden gebracht.

Ook wil de Commissie marktbeïnvloedende maatregelen inzetten om overbevissing tegen te gaan. Zo moet er een systeem komen van verhandelbare vangstaandelen, moeten kleinschalige visserijtakken worden gestimuleerd en worden alleen duurzame en milieuvriendelijke initiatieven financieel gesteund. Aquacultuur - het kweken van vissen - kan hierbij een belangrijke rol spelen.

De Commissie wil de precieze invulling van de hervormingen overlaten aan de lidstaten. Deze aanpak zou leiden tot adequate maatregelen die toegesneden zijn op regionale en lokale behoeften. Ook krijgen de visserijorganisaties zelf meer verantwoordelijkheden in het proces dat moet leiden tot een verkleining van de visserijvloot. Maar die verantwoordelijkheden kennen natuurlijk ook hun grenzen en die zouden het beste kunnen worden bewaakt door uitbreiding van de bevoegdheden van de Commissie, een voorstel dat momenteel binnen de Unie zeer gevoelig ligt.

Milieuorganisaties reageerden niet onverdeeld positief op de voorstellen. Het verplichten van meerjarenplannen om visbestanden op peil te houden wordt gezien als een stap in de goede richting, maar het WNF mist een concrete visie op verantwoordelijkheden en een tijdpad. Greenpeace en Stichting De Noordzee verwachten dat de huidige voorstellen geen einde gaan maken aan overbevissing. In Nederland benadrukt het Productschap Vis dat verdere maatregelen hier niet nodig zijn, daar het met de aantallen schol, haring, makreel en horsmakreel in de Nederlandse viswateren goed gaat. 

Eind september 2011 deed de Europese Commissie een voorstel over de vangstmogelijkheden voor 2012 voor sommige bestanden in de Atlantische Oceaan en de Noordzee. De Commissie stelt op basis van wetenschappelijk advies voor om de totaal toegestane vangsten (TAC's) voor 9 bestanden te verhogen en die voor 53 andere te verlagen. Verder stelt de Commissie voor om in 2012 de kabeljauw vangst ten westen van Schotland te verbieden omdat de staat van deze bestanden erg slecht is. Het doel van de Commissie is om de TAC's vast te stellen op basis van wetenschappelijk onderzoek om zo die bestanden te helpen herstellen en de visserij op de lange termijn duurzaam te maken.

Eind november presenteerde Damanaki haar maritieme strategie voor het Europese gedeelte van de Atlantische Oceaan. Hierin focust zij op drie aspecten, te weten

  • Langetermijnplannen voor het behoud van gehele ecosystemen in regionaal verband in plaats van de huidige praktijk van afzonderlijke maatregelen voor het beheer van visbestanden per soort.
  • Meer nadruk op ruimtelijke ordening in de kustwateren. Zo zouden ondernemers in aquacultuur meer moeten samenwerken met beheerders van windmolenparken. Onderzoekers van de Universiteit van Wageningen hebben geconstateerd dat windmolenparken op zee zich uitstekend lenen als leefgebied voor mosselen, krabben en kabeljauw.
  • Meer en betere monitoring van de viswateren om bijvoorbeeld effecten van klimaatverandering te voorspellen.

De plannen voor de Atlantische regio zullen eveneens deel gaan uitmaken van de gehele hervorming van het visserijbeleid.

Ook maakte de eurocommissaris bekend dat het Europees Visserijfonds (EVF) vanaf 2014 plaats zal maken voor het Europees Fonds voor Maritieme zaken en Visserij (EFMZV). Dit fonds zal meer geld spenderen aan kleinschalige visserij en aquacultuur. Het budget is vooralsnog vastgesteld op 6,5 miljard euro.

4.

Europees Parlement

Het Europees Parlement is van mening dat de geplande hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) beter rekening moet houden met de enorme verschillen die tussen de lidstaten bestaan, bijvoorbeeld als het gaat om de vissersvloot en de visserijpraktijk. Ook de visserijregio's zouden meer verantwoordelijkheid moeten krijgen. Daarnaast moeten de problemen met betrekking tot de overcapaciteit van de vloot worden opgelost en moet het traditionele quotasysteem verbeterd worden. Het Parlement wil ook dat een sterke viskwekerijsector en een systeem voor eco-etikettering verder worden uitgebouwd. Daarom heeft het Parlement de Commissie verzocht om een radicale hervorming van het visserijbeleid. Het Parlement is van mening dat er anders helemaal geen vis of visserijsector meer overblijft om te hervormen.

De Europarlementsleden gaven aan dat de hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid begin 2011 voltooid moest zijn. Dan zouden deze hervormingen nog kunnen worden opgenomen in het financieel kader voor 2014-2020. De Commissie is uiteindelijk in juli 2011 met de definitieve voorstellen gekomen, maar wil de hervorming wel in 2012 afronden. Tevens wil het Parlement dat er voldoende geld beschikbaar wordt gesteld, zodat de hervormingen ook werkelijk kunnen worden doorgevoerd.

Het verslag van het Parlement is een reactie op het hierboven genoemde discussievoorstel van de Commissie, waarvan de resultaten in maart 2010 zijn samengevat. In de tweede helft van 2010 hebben de lidstaten het toekomstig beleid gestalte gegeven. De Commissie heeft in juli 2011 haar voorstellen gepresenteerd, zodat de onderhandelingen over het beleid kunnen worden gestart. Het Parlement en de Raad zullen hier uiteindelijk samen over beslissen.

In november 2011 gaf het EP al wel toestemming om 40 miljoen euro vrij te maken voor verschillende proefprojecten voor een geïntegreerd maritiem beleid in de periode 2011-2013.

5.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over het Europees visserijbeleid waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • Het moet afgelopen zijn met de bevoorrechte positie van de Europese visserijsector

    De visserij-industrie genereert naar verhouding slechts een bescheiden aantal banen. Toch wordt deze sector al decennia lang de hand boven het hoofd gehouden. Dat gaat ten koste van gemeenschappelijke visbestanden die toebehoren aan alle inwoners van de Europese Unie. Het wordt tijd dat de sector wordt afgerekend op onverantwoord gedrag en gedwongen wordt zich te gedragen als een normale marktpartij met de daarbij behorende rechten en plichten.

  • Het visserijbeleid moet deel gaan uitmaken van het maritieme beleid, dat met meer belangen rekening houdt

    De visserij kan niet meer los worden gezien van de verdere ontwikkeling van de Europese kustgebieden. Toerisme, aqua-cultuur, havens, windmolenparken, sportvisserij eisen allemaal hun plek op. De visserijsector moet daarom worden ingebed in een Gemeenschappelijk Maritiem Beleid, dat de strijd om de ruimte op zee in goede, ecologische verantwoorde banen leidt.

  • De visserij moet worden beschermd

    De visserij is goed voor meer dan 200.000 banen in Europa. Het specifieke karakter van vissersstadjes trekt veel toeristen aan en zorgt daardoor voor extra werk. De visserij behoort bovendien tot het Europese cultuurgoed. Dat mag niet verloren gaan.

  • De inperking van visquota heeft alleen zin als dat wereldwijd gebeurt

    Als Europese vissers minder mogen vangen, wordt hun plaats ingenomen door vissers uit andere werelddelen. Alleen een wereldwijde aanpak van de overbevissing is zinvol.           

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

6.

Meer informatie