Burger centraal in werkprogramma 2009 Europese Commissie - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

Europese Commissie

Bron: euobserver.com

gebouw Europese Commissie in Brussel

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, ontvouwde in november 2008 haar beleidsplannen voor 2009. Dat was een belangrijk jaar voor Europa. In juni vonden de Europese Parlementsverkiezingen plaats en liep de termijn van de Commissie af. Ook werden, nadat alle lidstaten het Verdrag van Lissabon hadden goedgekeurd (geratificeerd), de herziene spelregels van de EU van kracht. Dit verdrag biedt de EU nieuwe mogelijkheden om effectiever, maar ook democratischer op te treden. Het was onzeker of alle lidstaten (met name Ierland) het verdrag in 2009 zouden goedkeuren.

Het werkprogramma voor 2009 vormde de laatste uitwerking van de vijfjaarlijkse strategische doelstellingen die de Commissie onder leiding van José Manuel Barroso in 2005 presenteerde. Hoofdlijnen van het beleid bleven gericht op het bevorderen van de welvaart, veiligheid en vrijheid, solidariteit en een krachtig en effectief Europa op het wereldtoneel. Maar de burger stond dit keer nadrukkelijk op het prioriteitenlijstje van de Commissie op de eerste plaats. Als belangrijkste zaken noemde de Commissie economische groei en meer banen, het bevorderen van duurzame consumptie en duurzaam industriebeleid, immigratiebeleid en een betere bescherming van de Europese burger. Daarnaast speelde het energiebeleid een belangrijke rol en wilde de Commissie meer vaart zetten achter het verminderen van de administratieve lasten. Verder wilde de Commissie een steviger buitenlands beleid voeren, en ook de communicatie over Europa met de burger verbeteren.

Contents

Sharing

enveloppe

1.

Oordeel Europees Parlement

Het Europees Parlement sprak in een resolutie zijn steun uit voor de beleidsplannen van de Commissie, maar plaatste ook enkele kanttekeningen. Zo wilde het Parlement dat de Commissie meer deed om te voorkomen dat er in de toekomst opnieuw een kredietcrisis zou onstaan door onverantwoord handelen van commerciële financiële instellingen. Het ging het Parlement onder andere om betere toezichtmaatregelen en een duidelijkere rol van zogeheten ratingbureaus (zij beoordelen bedrijven die leningen uitgeven op hun kredietwaardigheid).

Het Parlement vroeg verder meer aandacht voor de bescherming van passagiers bij lange bus-, trein- of bootreizen. Ook wilde de volksvertegenwoordiging dat de Commissie meer werk maakte van de aanpak van cybercriminaliteit en vaart zette achter de bestrijding van mensensmokkel. Daarnaast wilde het Parlement een duidelijke definitie van anti-terreurbeleid.

Bij de voorbereidingen voor de invoering van het Verdrag van Lissabon verzocht het Parlement de Commissie snel werk te maken van het initiatiefrecht voor burgers en ook om de toegang tot documenten te verbeteren en transparanter te maken.

2.

Overige plannen Commissie

In haar beleidsplannen voor groei en werkgelegenheid bleef de Commissie veel waarde hechten aan innovatie. Verder wilde zij het midden- en kleinbedrijf beter gaan ondersteunen via de invoering van een Europese MKB-regeling en zag zij een steeds grotere rol weggelegd voor creatieve bedrijfstakken.

De Europese burger zou het wat de Commissie betreft straks gemakkelijker krijgen om zijn recht op vrij verkeer binnen de Unie uit te oefenen of om naar landen buiten de Unie te reizen. Ook bleef de Commissie werken aan een gemeenschappelijke justitiële ruimte die de burger een betere toegang tot de rechter biedt en er voor zorgt dat gerechtelijke uitspraken in alle lidstaten worden erkend.

Aandacht was er ook voor de volksgezondheid. De Commissie kwam met nieuwe voorstellen voor het verbeteren van de voedselveiligheid en ook werd aandacht besteed aan de gezondheid en het welzijn van dieren. Voorts was de Commissie van plan bijzondere aandacht besteden aan de bestrijding van het gevaar van terroristische aanvallen van chemische, biologische of nucleaire aard.

Ten slotte zou de Commissie in het arbeidsmarktbeleid de nadruk leggen op de jeugd en de grensoverschrijdende mobiliteit.

3.

Meer informatie