bij Klimaatconferenties

Klimaatconferenties

Gedurende de jaren '90 werden politici wereldwijd zich steeds meer bewust dat klimaatverandering ernstige gevolgen kan hebben voor mens en milieu, en dat de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 door mensen hier een rol in speelt. Latere rapporten van de Verenigde Naties, waar veel wetenschappers het mee eens zijn, bevestigen deze vermoedens.

Een agentschap van de Verenigde Naties, de UNFCCC, coördineert het internationale klimaatbeleid door elk jaar een Conference of Parties (COP) te organiseren. Tijdens deze conferenties vergaderen ministers en hoge ambtenaren uit vrijwel alle landen ter wereld over het klimaat. Samen bespreken zij de laatste wetenschappelijke informatie en manieren waarop men de uitstoot van broeikasgassen kan verminderen om zo de verandering van het klimaat te beperken.

Een van de belangrijke COP's was de Conferentie van Kyoto (1997). Tijdens deze conferentie werd het Kyoto Protocol  opgesteld dat op 16 februari 2005 in werking is getreden. Eén van de afspraken uit het protocol is dat de landen de uitstoot van broeikasgassen in 2010 met gemiddeld vijf procent verminderd moesten hebben ten opzichte van 1990. Het Kyoto Protocol eindigt in 2012, daarom zijn nieuwe afspraken nodig.

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Klimaatconferentie Doha (2012)

Vanaf 26 november tot 7 december vond de achttiende jaarlijkse klimaatconferentie van de Verenigde Naties plaats in Doha, Qatar. Bovenaan de agenda stond het Kyoto-protocol dat eind 2012 zou aflopen. De deelnemende landen hebben besloten dit protocol uit 1997 dat afspraken bevat over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, te verlengen.

2.

Klimaatconferentie Durban (2011)

Eind november vond de 17e jaarlijkse klimaatconferentie plaats in Durban, Zuid Afrika. Belangrijkste opdracht was te komen tot een opvolger van het Kyoto Protocol. Dat is niet gelukt. wel komt er een 'routekaart' naar een nieuw bindend klimaatakkoord. Hierover zal tot 2015 onderhandeld worden en het nieuwe akkoord zou rond 2020 in moeten gaan. Dit akkoord moet bindend worden voor alle lidstaten.

Het Kyoto Protocol wordt verlengd tot 2017 of 2020, en de verlenging gebeurt op vrijwillige basis. De EU, Noorwegen en Zwitserland hebben toegezegd hieraan mee te doen. Samen zijn deze landen verantwoordelijk voor slechts 15 procent van de wereldwijde uitstoot. Verschillende grote vervuilende landen hebben echter al aangegeven zich niet aan het Protocol te gaan houden, waaronder Canada, de VS, China, Japan, Rusland en India.

Er werd wel een akkoord bereikt over de oprichting van een Groen Klimaat Fonds. Dit moet vanaf 2020 jaarlijks tot 74 miljard euro beschikbaar hebben voor arme landen, zodat deze zich kunnen wapenen tegen klimaatveranderingen. Wel blijft onduidelijk blijft waar het geld voor het Fonds vandaan moet komen.

3.

Klimaatconferentie Mexico (2010)

De klimaatconferentie van 2009 in Kopenhagen was georganiseerd om een nieuw verdrag op te stellen maar na veel onderhandelen lukte dit niet. Daarom werd vanaf 29 december 2010 tijdens de 16e klimaatconferentie in Cancún (Mexico) opnieuw gesproken over een opvolger van het Kyoto Protocol. Na moeizame onderhandelingen werd een akkoord bereikt. De gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging mag niet hoger zijn dan twee graden. Er zijn afspraken gemaakt over CO2-reductiecijfers en er komt een fonds dat arme landen moet helpen bij het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Ook zal ontbossing beter bestreden moeten worden. Er werd nog geen overeenstemming bereikt over verlenging van het Kyoto Protocol.

4.

De Klimaatconferentie van Kopenhagen (2009)

Sinds de klimaatconferentie in Bonn zijn de onderhandelingen voortgezet in Marrakech (november 2001), New Delhi (november 2002), Milaan (december 2003).

Omdat het Kyoto Protocol een looptijd heeft tot 2012 werd er tijdens de klimaattop in Kopenhagen onderhandeld over een nieuw klimaatverdrag dat als opvolger moet dienen. De conferentie eindigde echter zonder een juridisch bindend akkoord. De VS, China en enkele opkomende economieën sloten een niet-bindende overeenkomst over maatregelen tegen de klimaatverandering.

Afgesproken is dat er een fonds wordt opgericht voor arme landen die kampen met de gevolgen van klimaatverandering. In de beginperiode van 2010 tot 2012 moeten de rijke landen samen daar 30 miljard dollar (21 miljard euro) in storten. In de tekst is verder opgenomen dat de landen ernaar streven op een volgende klimaattop in december 2010 een juridisch bindend document op te stellen. Er wordt naar gestreefd de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius.

Na de conferentie is de Europese Unie bezig gegaan met voorbereidingen om na 2012 door te gaan met de afspraken uit het Kyoto Protocol, zelfs als andere landen niet meedoen. Zo heeft de EU  inmiddels een markt voor emissiehandel (link) van start laten gaan die ook na 2012 zal doorlopen.

5.

De Klimaatconferentie van Bonn (2001)

De agenda van deze conferentie komt grotendeels voort uit de eerdere klimaatconferentie in Den Haag. Omdat het nog niet gelukt was  om het Kyoto Protocol te laten tekenen door grote landen zoals Rusland en de Verenigde Staten, werd in juli 2001 in Bonn opnieuw onderhandeld over beperking van de klimaatverandering.

Gedurende deze conferentie haakten de Verenigde Staten definitief af. De zojuist gekozen president Bush vond dat klimaatmaatregelen de Amerikaanse economie te veel zouden schaden. Ook zette Bush vraagtekens bij de wetenschappelijke onderbouwing van de oorzaken van het broeikaseffect. Dit was een grote tegenslag voor de andere deelnemers van de conferentie, omdat de VS verantwoordelijk waren voor de uitstoot van meer dan een derde  van alle broeikasgassen wereldwijd. Bonn werd echter toch een succes, omdat alle overige landen besloten om wel door te gaan.

In Bonn verplichtten de deelnemende landen zich om de Kyoto-doelstellingen te halen. Eventueel doen zij dit door projecten in het buitenland te financieren waarmee de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd. Wanneer een lidstaat niet aan het protocol voldoet zal een straf opgelegd worden, in de vorm van een verdere verplichting tot reductie van CO2-uitstoot. Er worden echter geen boetes opgelegd en de straffen golden pas vanaf 2008. Ook is het toegestaan CO2-uitstoot te compenseren met de aanplant van bossen.

Na de conferentie van Bonn besloten de landen van de Europese Unie gezamenlijk voorbereidingen te treffen voor het tekenen van het Kyoto Protocol. De officiële goedkeuring door de EU vond plaats op 31 mei 2002. Japan tekende na veel aarzelingen op 4 juni 2002.

In Canada en Australië ontstond vanaf 2001 veel discussie over het protocol, omdat deze landen een machtige energiesector hadden die bang was voor productiebeperkingen. Door de druk van de kolenindustrie kondigde de Australische regering op 6 juni 2002 aan dat het land niet mee zou doen. Ondanks het verzet van de Canadese olie-industrie tegen Kyoto, ondertekende de regering het Protocol op 19 december 2002.

Na langdurige onderhandelingen bleek uiteindelijk ook Rusland bereid om het Protocol te ondertekenen, in november 2004. Australië keurde het Protocol in 2007 alsnog goed.

6.

Het Protocol van Kyoto (1997)

Onderhandelingen in de jaren '90 over het verminderen van de uitstoot van broeikasversterkende gassen leidden in 1997 tot het Kyoto Protocol.  Dit verdrag zou pas in werking treden als 55 landen, die samen minstens 55 procent van alle CO2-uitstoot produceren, het verdrag hadden ondertekend. Aan deze voorwaarde is inmiddels voldaan. De Europese Unie, de EU-lidstaten, Canada en Japan tekenden in 2002, Rusland volgde in november 2004 en het verdrag trad als gevolg daarvan op 16 februari 2005 in werking.

De Kyoto-overeenkomst die voor alle deelnemers voor vijf jaar (van 2008 tot 2012) bindend is, heeft tot doel klimaatverandering tegen te gaan. In deze periode moeten alle geïndustrialiseerde landen gezamenlijk met de uitstoot van broeikasgassen ten minste 5 procent onder het niveau van het jaar 1990 komen. In Nederland moet verplicht de CO2-uitstoot in 2010 met 6 procent lager zijn ten opzichte van 1990, in de Europese Unie als geheel moet de uitstoot 8 procent lager zijn.

Het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen is in sommige landen gemakkelijker te bereiken dan in andere. Zo is de zware industrie in Nederland al behoorlijk schoner dan zware industrie in Oost-Europa. Om de schone Nederlandse fabrieken nóg schoner te maken, kost veel meer dan het verbeteren  van relatief vuile fabrieken zoals bijvoorbeeld in Oost-Europa en de derde wereld.

Ook het schoner maken van het verkeer, of het invoeren van duurzame energieprojecten is in Nederland (en West-Europa) vaak duurder dan in andere landen. Maar omdat klimaatverandering een wereldwijd probleem is, is het van belang dat zo veel mogelijk landen meedoen tegen zo laag mogelijke kosten. Daarom zijn er verschillende manieren bedacht om de CO2 uitstoot van een land te verlagen:

▪  Clean Development Mechanism (CDM)

▪  Joint Implementation (JI)