Economische crisis - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

Economische crisis

Handelaar op de beursvloer

Bron: euobserver.com

De wereldwijde economie verkeert sinds eind 2007 in zwaar weer. De eerste tekenen hiervan werden merkbaar in december 2007 toen de huizenmarkt in de Verenigde Staten instortte. Een groot aantal Amerikanen kon de maandelijkse hypotheeklasten niet langer opbrengen, waardoor enkele grote hypotheekbanken zoals Fannie Mae en Fredie Mac op het randje van een faillissement werden gebracht.

Al snel bleek dat deze gebeurtenissen zich niet tot de VS beperkten. Als gevolg van de sterke verbondenheid tussen de internationale financiële markten raakten banken in Europa en Azië in de loop van 2008 ook in de financiële moeilijkheden. Ook in deze werelddelen kelderden de beurskoersen vervolgens met ongekende snelheid.

Door de problemen bij de banken kwam ook het bedrijfsleven in de problemen. Bedrijven konden geen kredieten meer krijgen en het vertrouwen in de economie daalde. De kredietcrisis ontwikkelde zich tot een brede economische crisis.

1.

Economische crisis in Europa

In november 2008 was er voor het eerst sprake van een recessie in de eurozone. In het vierde kwartaal van 2008 kromp de Europese economie gemiddeld met 1,2 procent, in het eerste kwartaal van 2009 zelfs met 2,8 procent. Vooral de nieuwe lidstaten hadden zwaar te lijden onder de negatieve ontwikkelingen in de wereldeconomie. Slowakije, Letland en Litouwen lieten bijvoorbeeld elk een economische krimp zien van meer dan 10 procent. Ook de werkloosheid binnen de Europese Unie nam gestaag toe.

Net als in de Verenigde Staten kwam ook in Europa een aantal grote banken zwaar in de problemen. Als gevolg van angst op de internationale kapitaalmarkt hielden banken wereldwijd de hand op de knip. Dit leidde ertoe dat banken geen leningen meer verstrekten, niet aan consumenten en ook niet aan elkaar. Grote banken als het Zwitserse UBS en het Nederlandse ING leden recordverliezen en moesten met steun van de overheid overeind gehouden worden. Het Engelse Northern Rock, de IJslandse Landsbanki, het Belgisch-Nederlandse Fortis en het Nederlandse ABN AMRO werden zelfs geheel genationaliseerd.

2.

Aanpak van de economische crisis

Met het oog op de bovenstaande ontwikkelingen kon een Europese reactie niet uitblijven. In oktober 2008 bereikten de Europese ministers van Financiën een principe-akkoord over het instellen van een garantie op spaartegoeden voor een bedrag van ten minste 50.000 euro per rekeninghouder. Nederland verhoogde die garantie zelfs tot 100.000 euro. Dit was bedoeld om te voorkomen dat mensen massaal hun geld opnamen uit angst om anders hun spaartegoeden te verliezen.

Om het vastgelopen financiële verkeer tussen banken te stimuleren besloten de vijftien landen van de eurozone in het bovengenoemde principe-akkoord ook om garant te staan voor leningen tussen banken. Daarnaast wilden zij 'gezonde' banken desgewenst financieel ondersteunen met leningen, om de Europese burger zo meer vertrouwen in de economie te geven.

Het geld dat werd gebruikt om de banken financieel te ondersteunen was afkomstig van de nationale overheden. Voor enkele landen bleek deze economische belasting echter te zwaar. Na IJsland (8,1 miljard dollar) en Oekraïne (16,5 miljard dollar) kreeg Hongarije eind oktober 2008 als eerste EU-land financiële hulp om de economische crisis te kunnen doorstaan. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de EU en de Wereldbank verstrekten gezamenlijk een lening van 20 miljard euro.

Economisch herstelplan

Eind november 2008 besloot de Europese Commissie om een Europees Economisch Herstelprogramma te lanceren. Door een kapitaalinjectie van 200 miljard euro moest de Europese economie een positieve impuls krijgen. Door onder andere meer belastingmaatregelen, de aanleg van wegen en de uitbreiding van Europese internetfaciliteiten hoopte de Commissie de vraag naar goederen en diensten te verhogen. Hiermee moest de kans op een langdurige recessie worden verkleind. Van iedere lidstaat werd verwacht dat het minimaal 1,5 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) in economische stimuleringsmaatregelen zou steken.

Ook werd een groot deel van het budget voor 2010 ingezet om de Europese economie er weer bovenop te helpen. Het scheppen van banen en de concurrentiepositie van de Europese Unie in de wereld versterken werden daarbij speerpunten.

Begrotingsregels EU

De Europese begrotingsregels, waarbij onder meer een tekort van maximaal drie procent van het bruto binnenlands product is toegestaan, bleven gehandhaafd. Wel wilde de Commissie deze begrotingsregel flexibel toepassen. Bij overtreding van de drie-procent norm moeten lidstaten ervoor zorgen zo snel mogelijk weer onder dit plafond te komen.

3.

Economische crisis in internationaal perspectief

Op 15 november 2008 vond in Washington een topontmoeting van de twintig machtigste industrielanden (G20) plaats. Tijdens deze ontmoeting werd door de deelnemende landen besproken hoe de economische crisis wereldwijd effectief kon worden aangepakt. Hieruit kwamen zes punten naar voren.

  • het IMF moest een versterkte centrale rol krijgen in het internationale financiële systeem
  • er moest strenger internationaal toezicht komen op het naleven van wetten op financieel en fiscaal gebied
  • belastingparadijzen werden taboe en boekhoudstandaarden moesten worden geharmoniseerd
  • er moest een internationale gedragscode komen die de huidige 'graaicultuur' zou tegengaan
  • er moest meer en beter toezicht komen op de wereldwijde bankensector
  • het moest voorkomen worden dat landen protectionistische maatregelen nemen om de eigen industrie te beschermen

De landen konden echter niet tot een gezamenlijk plan voor fiscale stimuleringsmaatregelen komen, zoals de door Europa gewenste belastingverlagingen en een verhoging van de overheidsuitgaven om de economie te stimuleren.

In april 2009 kwam de G20 opnieuw bij elkaar in Londen. Tijdens deze bijeenkomst werd besloten de middelen van het IMF te verdrievoudigen. Dominique Strauss-Kahn, voormalig hoofd van het IMF, stelde dat het IMF daarmee terug op de kaart staat. Daarnaast werd 180 miljard euro voor nieuwe handelskredieten beschikbaar gesteld.

In juni 2010 werd in het Europees Parlement een akkoord bereikt over het vanaf 2011 aan banden leggen van bonussen voor bankiers en over het opleggen van strengere kapitaaleisen aan banken.

4.

Verscherpt Europees toezicht

Medio 2009 diende de Europese Commissie een voorstel in voor Europese regelgeving voor een verscherpt toezicht op banken in Europa. Het meest in het oog springende punt uit dit voorstel betrof het oprichten van een Europees Systeem van Financiële Toezichthouders (ESFT). Het ESFT heeft als doel om de samenwerking tussen de verschillende financiële autoriteiten binnen de EU beter te laten verlopen.

Onder druk van het Europees Parlement hebben de ministers van Financiën van de EU-landen daarnaast op 13 juli 2010 ingestemd met de oprichting van Europese toezichthouders. Deze toezichthouders controleren financiële instellingen en treffen indien nodig maatregelen tegen banken en verzekeraars. Bovendien moeten deze toezichthouders ingrijpen als nationale toezichthouders het niet eens zijn met elkaar over een grensoverschrijdende bank of verzekeraar.

Europese financiële waakhonden

Deze zijn het Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR) en het Europees Systeem van Financiële Toezichthouders (ESFT) geworden. Deze twee nieuwe toezichthouders namen de taken over van drie reeds bestaande adviserende instanties, te weten het Comité van Europese bankentoezichthouders (CEBT), het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen (CETVB) en het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER).

Het takenpakket van het ECSR en het ESFT bestaat uit:

  • het voorstellen van technische normen waarbij gelet wordt op de beginselen van betere regelgeving;
  • het oplossen van meningsverschillen tussen nationale toezichthouders wanneer deze op grond van wetgeving moeten samenwerken of overeenstemming moeten bereiken;
  • het bijdragen tot een goede toepassing van technische gemeenschappelijke regels (onder meer via collegiale toetsingen);
  • het uitoefenen van direct toezicht met betrekking tot kredietbeoordelaars door de Europese Autoriteit voor effecten en markten;
  • het vervullen van een coördinerende rol in noodsituaties.

Bovenstaande maatregelen kwamen voort uit het idee dat een verbeterd financieel toezicht de Europese economie zou behoeden voor de gevolgen van een toekomstige economische crisis.

Het aantal toezichthouders werd in september 2010 uitgebreid met nog eens drie toezichthoudende autoriteiten, te weten de Europese Bankenautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) en de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (EAVB). Deze drie financiële toezichthouders zijn per 1 januari 2011 aan de slag gegaan.

De bankentaks

Vestiging Lloyds bank

Sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2007 bestaat er wereldwijd groeiende steun voor het heffen van belasting op banken. Met behulp van deze 'bankentaks' zouden banken de tijdens de crisis verkregen overheidssteun kunnen terugbetalen. Verder zou een dergelijke maatregel ervoor zorgen dat bij een toekomstige crisis niet overheden, maar de banken zelf kunnen voorzien in eventuele noodzakelijke kapitaalinjecties. Via de bankentaks bouwen banken immers een eigen 'noodfonds' op. Daarnaast zou een dergelijke belasting het wereldwijde financiële systeem stabieler en minder gevoelig voor agressieve beleggingsstrategieën moeten maken.

Er is veel discussie rondom het invoeren van een bankentaks. Naast de voor- en tegenargumenten, is er de vraag op welk niveau de belasting toegepast moet worden. Binnen de EU hebben Frankrijk, Hongarije, Oostenrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Zweden reeds individueel een belastingstelsel ingevoerd. Tijdens zijn jaarlijkse 'state of the union' op 28 september 2011 pleitte de voorzitter van de Europese Commissie Barroso voor de invoering van de bankentaks op Europees niveau. Dit stuitte echter op tegenstand van vooral Nederland en het Verenigd Koninkrijk. 

Tijdens de Eurotop eind oktober 2011, waarin een akkoord moest worden bereikt over de aanpak van de Europese schuldencrisis, is besloten wetgeving op te stellen voor een heffing op financiële transacties. 

5.

Eurocrisis

Toen in 2009 de Europese economie weer langzaam aantrok, ontstond in Griekenland een nieuwe crisis: de eurocrisis.  In de loop van 2010 neemt het vertrouwen in de euro af omdat meerdere eurolanden blijken te kampen met grote tekorten op hun begroting en flinke staatsschulden. Vooral landen in Zuid-Europa en Ierland hebben grote financiële problemen. Door drastisch te bezuinigen, en in sommige gevallen met financiële steun van buitenaf, proberen deze landen hun huishoudboekje weer op orde te brengen en het vertrouwen in de euro te herstellen.

Noodfonds eurozone

In 2010 is een tijdelijk noodfonds in werking gesteld om eurolanden met financiële problemen bij te staan en de stabiliteit van de euro te waarborgen. Dit tijdelijke fonds  (European Financial Stability Facility) zal lopen tot 2013. Een permanent noodfonds moet vanaf medio 2013 voorkomen dat landen met financiële problemen de euro verzwakken. De hulp kan volgens de nieuwe afspraken alleen worden toegepast als deze onmisbaar is voor de stabiliteit van de hele eurozone. Alle vereiste hulp wordt verbonden aan strikte voorwaarden.

6.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de economische crisis, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. De argumenten gaan over de rol die de EU in de discussie zou moeten spelen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

7.

Meer informatie

Documentation Centre for Dutch Political PartiesFaculty of Law, Department of Public Law, Maastricht UniversityCampus The Hague Leiden UniversityCentre for Parliamentary HistoryParliamentary Documentation Centre
Stuur door