Tweede Kamerverkiezingen 2006 (achtergrond) - Hoofdinhoud
Na de winst bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 was de PvdA van Wouter Bos de gedoodverfde winnaar van de Tweede Kamerverkiezingen. De partij kwam echter in electorale problemen door de opmars van de SP van de populaire Jan Marijnissen. Vanuit een ogenschijnlijk kansloze positie passeerde premier Balkenende de PvdA uiteindelijk toch weer met het CDA. Gebrekkige samenwerking tussen lijsttrekker Mark Rutte en Rita Verdonk, de nummer 2 op de lijst, teisterde de VVD-campagne.
Op 30 juni 2006 viel het kabinet-Balkenende II. Een week later was het overgangskabinet-Balkenende III al geformeerd. De belangrijkste taak van dit kabinet was het uitschrijven van vervroegde verkiezingen. Als datum was tijdens de formatie al 22 november 2006 genoemd.
Een recordaantal van 74 partijen stond geregistreerd bij de Kiesraad, maar vanwege gebrek aan financiële middelen zag een groot aantal partijen af van deelname aan de verkiezingen. Uiteindelijk deden 24 partijen mee aan de verkiezingen.
Meer over
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Maar liefst 15 partijen die nog niet in de Tweede Kamer vertegenwoordigd waren deden mee aan de verkiezingen. Daaronder een aantal als erfenis van Pim Fortuyn, zoals Eén NL van Marco Pastors en Joost Eerdmans, en de Partij voor Nederland van Hilbrand Nawijn.
![]() |
Twee eigenlijk niet nieuwe belangenpartijen deden ook weer mee. De ouderen waren, na een afwezigeheid in 2003, weer aanwezig met de Verenigde Seniorenpartij. Deze werd aangevoerd door Herman Troost. De Partij voor de Dieren was in 2003 als nieuweling redelijk succesvol, maar haalde destijds net niet de kiesdrempel en kreeg dus geen zetel.
![]() |
Nieuw waren twee klokkenluiderspartijen. Nederland Transparant was de Nederlandse afdeling van het Europa Transparant van Paul van Buitenen. Bij de Europese verkiezingen in 2004 veroverde deze partij meteen al twee van de 27 Nederlandse zetels in het Europees Parlement. Daarnaast probeerde Ad Bos, de klokkenluider die aan de wieg stond van de parlementaire enquête bouwnijverheid, met het Ad Bos Collectief de Tweede Kamer in te komen.
Daarnaast waren er partijen die vooral een betere samenleving wensten en/of daarbij kiezers meer invloed met behulp van internet wilden geven. Sommige van die partijen wilden een uitdrukkelijk verbod op dan wel juist het toestaan of kweken van hennep en cannabis.
Overigens deden niet alle partijen overal in Nederland mee. Nederland Transparant, De Partij voor de Dieren, Eén nl, de Partij voor de Vrijheid en Lijst 14 deden in heel Nederland mee aan de verkiezingen. De overige partijen deden alleen in een aantal kieskringen mee, variërend van 1 tot 18.
Bij het CDA nam Tweede Kamerfractievoorzitter Maxime Verhagen de tweede plaats op de kandidatenlijst in, gevolgd door minister Maria van der Hoeven. De PvdA zette mannen en vrouwen om en om op de kandidatenlijst. Daarop bezette de latere fractievoorzitter Jacques Tichelaar slechts de dertiende plaats.
Een achtergrond als medewerker van de Tweede Kamerfractie van de SP bleek bij de verkiezingen een kansrijke opstap naar het Kamerlidmaatschap: van de eerste 25 kandidaten op de lijst waren er 12 (oud-)fractiemedewerker. Onder hen waren de bekende Kamerleden Agnes Kant (nr. 2), Harry van Bommel (nr. 3), Jan de Wit (nr. 4), Krista van Velzen (nr. 5) en Ewout Irrgang (nr. 6).
De hoogste nieuwkomers die uiteindelijk ook tot Kamerlid werden gekozen, waren:
Kandidaat |
Partij |
Positie kandidatenlijst |
CDA |
11 |
|
PvdA |
5 |
|
SP |
7 |
|
VVD |
2 |
|
PVV |
2 |
|
GroenLinks |
4 |
|
ChristenUnie |
4 |
|
Alexander Pechtold |
D66 |
1 |
Marianne Thieme |
PvdD |
1 |
Behalve Rita Verdonk had de VVD meer nieuwkomers hoog op de lijst: Brigitte van der Burg op nummer 4 en de bekende officier van justitie Fred Teeven (eerder al Kamerlid voor Leefbaar Nederland) op nummer 6.
Een groot aantal leden keerde niet terug in de Kamer. Dit waren onder andere de (oud-)fractievoorzitters Jozias van Aartsen (VVD), Lousewies van der Laan (D66), Boris Dittrich (D66), Mat Herben (LPF) en Hilbrand Nawijn (hij deed aan de verkiezingen mee met de Partij voor Nederland).
Bert Bakker, de nummer 3 op de kandidatenlijst van D66, verloor zijn zetel omdat Fatma Koser Kaya op basis van voorkeursstemmen een zetel veroverde. Naast Bert Bakker vertrokken ook een aantal andere ervaren parlementariërs, zoals Siem Buijs (CDA), Henk de Haan (CDA), Pieter Hofstra (VVD), Ella Kalsbeek (PvdA), Ursie Lambrechts (D66), Saskia Noorman-den Uyl (PvdA), Bibi de Vries (VVD) en Klaas de Vries (PvdA). Joost Eerdmans werd niet herkozen.
De verkiezingscampagne stond in het begin vooral in het teken van de strijd tussen Bos en Balkenende. Balkenende wilde graag premier blijven, Bos wilde premier worden. Voor het oog van de televisiecamera's gingen ze naar Nederlandse begrippen venijnig in debat. Door de focus op Bos en Balkenende bleven veel andere grote partijen op de achtergrond.
De SP en GroenLinks gaven al in een vroeg stadium aan een links kabinet te willen met de PvdA. Maar Wouter Bos sprak zijn voorkeur niet uit. Dit leverde hem veel kritiek op. Onder druk van de opkomst van de SP gaf Bos later aan toch wel wat in een linkse coalitie te zien, maar al met al maakte zijn opstelling een nogal zwalkende indruk.
In september stond de Armeense genocide in het punt van belangstelling bij het CDA en PvdA. Beide partijen schrapten aspirant-Kamerleden van Turkse afkomst van hun kandidatenlijst, omdat zij de volkerenmoord op het Armeense volk in 1915 weigerden te erkennen. De kwestie van Armeense genocide was van belang bij de mogelijke toetreding van Turkije bij de EU. Nebahat Albayrak, eveneens van Turkse afkomst, deed als nummer 2 op de PvdA-kandidatenlijst wel mee aan de verkiezingen.
Opmerkelijk en nieuw aan de verkiezingscampagne was de campagnevoering van grote partijen op verkiezingsdag. Tot aan de sluiting van de stembureaus werd nog geprobeerd zoveel mogelijk kiezers te winnen.
In de aanloop van de verkiezingen werd de betrouwbaarheid van een aantal stemmachines in twijfel getrokken. Onderzoek wees uit dat met een aantal machines makkelijk gefraudeerd kon worden. Omdat deze stemmachines niet voor de verkiezingen van 22 november vervangen kon worden waren een aantal gemeenten verplicht om met het rode potlood te stemmen.
Bij de verkiezingen van 22 november waren er problemen met stempassen. Ongeveer 160.000 mensen (goed voor bijna drie Kamerzetels) konden niet stemmen omdat ze hun stempas niet hadden ontvangen of waren kwijtgeraakt. De gemeenten van deze stemgerechtigden deden mee aan het experiment 'stemmen in een willekeurig stemlokaal'. Hierdoor konden ruim tien miljoen mensen in ieder stembureau in hun gemeente te stemmen. In plaats van een oproepingskaart ontvingen zij een stempas. Bij verlies van de stempas kon echter niet meer met legitimatiebewijs gestemd worden op het eigen stembureau, dit was wel mogelijk met de oproepingskaart.
-
Uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2006
Bij deze vervroegde verkiezingen, die nodig waren door de val van het kabinet-Balkenende II, bleef het CDA wederom de grootste partij. De partij van Jan Peter Balkenende verloor wel 3 zetels en hield er 41 over. Grote winnaar was de SP. De partij van Marijnissen kreeg er 16 zetels bij en kwam op een zeteltal van 25. De Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders kwam met 9 zetels nieuw in de Kamer. De ChristenUnie verdubbelde naar 6 zetels. PvdA en VVD verloren beide veel zetels. De PvdA verloor 9 zetels, de VVD 6.
Meer over










