Europese aanpak klimaatverandering - Hoofdinhoud
De Europese Unie neemt de strijd tegen klimaatverandering zeer serieus en spant zich zowel op Europees als internationaal niveau in om klimaatverandering tegen te gaan. In december 2008 hebben de Europese regeringsleiders afgesproken dat de uitstoot van het broeikasgas CO2 in 2020 met 20 procent moet zijn verminderd. Indien er overeenstemming komt over een wereldwijd klimaatverdrag zal de EU haar doelstelling verhogen naar 30% uitstootvermindering van CO2 in 2020.
Tijdens de Europese Raad van december 2008 hebben de Europese regeringsleiders een uitgebreid pakket van maatregelen (het 'klimaatpakket') vastgesteld om de doelstellingen te kunnen behalen.
De onderhandelingen waren niet gemakkelijk. Er stonden grote belangen op het spel en ook de financiële crisis zorgde ervoor dat er stevig onderhandeld werd door de lidstaten om de kosten voor de klimaatmaatregelen zo laag mogelijk te houden. Het klimaatpakket is uiteindelijk een ingewikkeld compromis geworden waarin voor bepaalde landen en industrieën uitzonderingsposities zijn opgenomen. De oorspronkelijke doelstelling van 20 procent minder uitstoot is echter wel overeind gebleven. Naast deze doelstelling zijn ook de andere doelstellingen die in maart 2007 zijn afgesproken, gehandhaafd.
De volgende drie doelstellingen voor 2020 (ten opzichte van 1990) waren al in maart 2007 overeengekomen:
-
-20% vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (dit kan oplopen tot 30% wanneer er een internationaal klimaatakkoord wordt gesloten)
-
-20% minder energieverbruik
-
-20% van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie
Bovendien moet in 2020 10% van de totale behoefte aan brandstoffen in de vervoerssector gedekt worden door biobrandstof. Het doel van deze afspraken is de gemiddelde, wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot minder dan 2°C: het niveau van vóór de opkomst van de industrie. Aan bovenstaande doelstellingen is dus vastgehouden in de onderhandelingen voor het nieuwe klimaatpakket.
De aarde wordt verwarmd door de zon. Een gedeelte van de zonnestraling wordt terug de ruimte in gekaatst, een ander deel verwarmt de aarde. In de lucht komen gassen voor, zoals waterdamp en CO2. Die zorgen ervoor dat de warmte die de aarde uitstraalt, gedeeltelijk wordt teruggekaatst: deze gassen leggen een soort 'warme deken' om de aarde. Dit noemt men het natuurlijke broeikaseffect. Zonder dit broeikaseffect zou de gemiddelde temperatuur op aarde -18 graden Celsius zijn, in plaats van de huidige 15 graden boven nul. Maar door menselijke activiteiten komen extra grote hoeveelheden broeikasgassen in de dampkring. Daardoor wordt het broeikaseffect behoorlijk versterkt, en stijgt de temperatuur op aarde heel langzaam. Dit wordt klimaatverandering genoemd.
Een van de belangrijkste stoffen die bijdragen aan de klimaatverandering is CO2. Het ontstaat onder andere bij de verbranding van brandstoffen als aardolie, kolen en aardgas. Zo stoten energiecentrales, auto's en machines CO2 uit. Het gebruik van energie voor verlichting, apparaten als tv's en computers en door auto's, neemt toe. Daardoor komt extra CO2 in de lucht terecht, wordt er minder warmte door de aarde teruggekaatst en stijgt de temperatuur. Door deze klimaatverandering smelten onder andere gletsjers en het ijs bij de Noord- en Zuidpool, waardoor de zeespiegel stijgt. Verwacht wordt dat door de klimaatverandering meer overstromingen, zware stormen en hevige buien zullen voorkomen. Maar op veel andere plaatsen kan juist extra droogte optreden. Al deze weerverschijnselen kunnen invloed hebben op de natuur, landbouw en voedselproductie.
Het klimaat is een zeer ingewikkeld systeem, daardoor is het erg moeilijk om de invloed van de mens op het klimaat voor honderd procent correct te bewijzen of te voorspellen. Maar de meeste wetenschappers zijn het erover eens dat er sprake is van klimaatverandering, veroorzaakt door de mens. Feit is dat de gemiddelde temperatuur op veel plekken stijgt. Bijna alle jaren na 1998 behoren tot de tien warmste jaren sinds 1850.
De Europese leiders hebben de volgende afspraken gemaakt:
20 procent minder CO2-uitstoot
Vanaf 2013 moeten sommige bedrijven die CO2 uitstoten daarvoor gaan betalen door het kopen van zogenaamde emissierechten: rechten om CO2 uit te stoten. Voor deze rechten moet in principe worden betaald; dit wordt het veilen van emissierechten genoemd. Het oorspronkelijke doel was dat alle bedrijven, dus ook die uit de industriële sectoren, zouden moeten gaan betalen voor hun uitstoot doordat alle emissierechten zouden worden geveild. Onder druk van met name Duitsland en Italië wordt de (zware) industrie nu ontzien. Deze landen vreesden dat de klimaatmaatregelen nadelig zou zijn voor hun concurrentiepositie: doordat Europese bedrijven extra geld moeten betalen voor emissierechten, zijn landen waar het uitstoten van CO2 niets kost in het voordeel.
Afgesproken is dat deze bedrijfstak pas in 2025 moet gaan betalen voor alle uitstoot van CO2. In 2013 wordt nog maar 1/5 van de emissierechten geveild, dit zal stapsgewijs oplopen tot alle rechten in 2025. Op basis van wat nu is afgesproken zullen in 2013 waarschijnlijk 80 procent van de bedrijven in de industrie gratis emissierechten krijgen. Dat zij deze rechten gratis krijgen betekent echter niet dat het hun niets kost om te vervuilen. Ze krijgen alleen die rechten die ze nodig hebben als ze gebruik maken van de 'schoonst beschikbare technologie' in hun sector. Als bedrijven meer uitstoten, zullen ze daarvoor alsnog moeten betalen.
Energiebedrijven in de meeste landen moeten wel al vanaf 2013 gaan betalen voor hun uitstoot. Maar voor een aantal nieuwe Oost-Europese lidstaten geldt een uitzondering. Deze landen hebben nog veel oude energiecentrales die gebruik maken van kolen, en die daardoor veel CO2 uitstoten. Zij hoeven pas in 2020 te gaan betalen voor deze uitstoot.
De opvang en opslag van CO2 wordt verder uitgebreid. Er komt een budget van ruim €300 miljoen beschikbaar voor 12 commerciële proefprojecten en voor innovatieve duurzame energieprojecten.
Een van de concrete maatregelen die de Commissie heeft genomen om de toegezegde vermindering van de CO2-uitstoot te bereiken is het aan banden leggen van de verkoop van vervuilende bestelwagens en busjes.
In december 2010 is besloten dat nieuwe bestelauto's vanaf 2020 nog slechts 147 gram CO2 per kilometer mogen uitstoten. De uitstoot van bestelauto's is nu gemiddeld 203 gram per kilometer. In eerste instantie komt er een maximumnorm van 175 gram per kilometer in 2017. De nieuwe norm wordt geleidelijk ingevoerd. In 2014 moet 70 procent van de bestelauto's aan de norm van 175 gram voldoen. In 2015 is dat 75 procent, in 2016 80 procent en in 2017 geldt de norm van 175 gram per kilometer voor alle bestelauto's. Wanneer fabrikanten zich hier niet aan houden, krijgen ze een boete.
Klimaatconferenties
In Kopenhagen vonden in december 2009 de onderhandelingen plaats die hadden moeten leiden tot een opvolger van het Kyoto-protocol waarvan de afspraken in 2012 aflopen. Helaas is op deze klimaattop geen overeenstemming bereikt over hoe het Kyoto-protocol moet worden opgevolgd. Uiteindelijk is een niet-bindend akkoord bereikt waarin geen bindende afspraken zijn opgenomen wat betreft uitstootvermindering.
Op de volgende klimaattop eind 2010 in Mexico is wel een bindend akkoord bereikt. De deelnemende landen hebben hier bevestigd dat de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging niet hoger mag zijn dan twee graden. Verder zijn er afspraken gemaakt over CO2 -reductiecijfers en is besloten om een fonds op te stellen dat arme landen moet helpen bij het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Er was echter nog geen overeenstemming over verlenging van het Kyoto-protocol.
Op de klimaattop in Zuid-Afrika werd besloten dat het Kyoto-Protocol op vrijwillige basis wordt verlengd tot 2017 of 2020. Daarnaast moet er tot 2015 een routekaart komen voor een nieuw klimaatakkoord dat in 2020 in zal gaan. Over het Groene Klimaatfonds werd ook een akkoord bereikt. Dit fonds moet vanaf 2020 met 74 miljard euro arme landen helpen bij het bestrijden van klimaatverandering.
20 procent minder energieverbruik
Deze norm van 20 procent minder energieverbruik moet onder meer worden bereikt door strengere regelgeving op milieubelastende producten en het ontwikkelen van nog zuinigere elektronische apparaten en auto's die minder brandstof verbruiken. Zo worden gloeilampen bijvoorbeeld vanaf 2012 verboden.
20 procent van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie
In 2020 moet 20 procent van het Europese energiegebruik uit hernieuwbare energiebronnen komen, zoals wind- en zonne-energie. Er zijn juridisch bindende doelen afgesproken voor iedere lidstaat. Voor Nederland geldt dat het aandeel energie gewonnen uit hernieuwbare energiebronnen omhoog moet naar 14 procent in 2020. In 2005 bedroeg dit aandeel in Nederland nog maar 2,5 procent, anno 2008 was dat nog maar 3,4 procent. Snel is de stijging dus niet te noemen.
In iedere lidstaat moet in 2020 10 procent van de verkeersbrandstof uit hernieuwbare bronnen komen. Er zijn afspraken gemaakt zodat alleen biobrandstoffen gebruikt worden die geen andere negatieve invloed hebben op het milieu. Dit moet ook het gebruik van elektrische auto's stimuleren. Verder is afgesproken dat nieuwe auto's zuiniger moeten worden. Autofabrikanten worden daarom gedwongen energiezuiniger auto's te maken. Indien zij dit niet doen, riskeren zij een boete van de Europese Commissie.
De gemaakte afspraken tijdens de Europese Raad van december 2008 volgen op de eerder gemaakte afspraken in maart 2007 en het door de Europese Commissie gepresenteerde klimaat-en energiepakket van 23 januari 2008. Het in januari bereikte akkoord was in feite een afspraak die door de Europese regeringsleiders verder uitgewerkt moest worden. Dat is gebeurd op de Europese Raad in december 2008. Het Europees Parlement heeft vervolgens via een speciale versnelde procedure, waarbij zij slechts de mogelijkheid had om 'ja' of 'nee' te stemmen, met een ruime meerderheid ingestemd met de nieuwe maatregelen die het klimaat- en energiepakket verder concreet maken. Daardoor wordt het klimaat- en energiepakket in 2013 van kracht.
Het pakket bestaat uit de volgende zes concrete maatregelen:
-
1.Herziening van de handel in emissierechten (ETS - zie hieronder), waarbij de regels voor minder CO2-uitstoot zullen gaan gelden
-
2.Het opstellen van nationale doelstellingen om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 10% te bereiken in sectoren die buiten het emissiehandelssysteem vallen (onder meer transport, landbouw en afvalverwerking). De Nederlandse doelstelling werd vastgesteld op 16 procent.
-
3.Minder broeikasgassen uit transportbrandstoffen
-
4.Nieuwe regels die de opvang en opslag van CO2 bevorderen
-
5.20 procent hernieuwbare energie in de totale EU-energieconsumptie, waarbij de doelstellingen per lidstaat bepaald zullen worden
-
6.Vermindering van CO2-uitstoot van nieuwe auto's
Bij het vaststellen van de specifieke doelstellingen van het klimaat- en energiepakket per lidstaat is uitgegaan van het principe 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten'. Voor Nederland komen de doelstellingen neer op een reductie van 15 % van de uitstoot van broeikasgassen, en een percentage van 14% hernieuwbare energie op het totale energieverbruik.
Emissiehandelssysteem (ETS)
Dit systeem bevoordeelt schone industrieën en ondernemingen die investeren in schone technologieën en projecten elders in Europa of de wereld. Het principe is als volgt: bedrijven krijgen een bepaalde hoeveelheid rechten om te vervuilen toegekend. Als ze minder vervuilen dan is toegestaan, houden ze emissierechten over. Vervuilende fabrieken die hun uitstoot van broeikasgassen niet verminderen, zien zich in dit systeem gedwongen voor veel geld emissierechten over te nemen van 'schone ondernemingen' om door te kunnen produceren. Doordat vervuiling geld gaat kosten, kan het goedkoper en dus aantrekkelijker worden om 'schoon' te produceren. De CO2-uitstoot door bedrijven die deelnemen aan het ETS is, in de hele EU, gedaald met 11,6 procent. Nederlandse bedrijven lopen hiermee achter: met een reductie van 3 procent daalde de uitstoot veel minder sterk dan gemiddeld.
Energie-Stappenplan 2050
Om de CO2-uitstoot in 2050 met 80% verminderd te hebben, presenteerde de Europese Commissie in december 2011 het Energie-stappenplan 2050. Dit stappenplan bevat verschillende scenario's waarbij energieproductie koolstofvrij zou moeten worden. Ook worden van deze scenario's de consequenties beschreven. Aan de hand van deze scenario's kunnen lidstaten keuzes maken voor hun eigen beleid.
Het stappenplan concludeert wel dat de volgende vijf elementen van belang zijn voor de werking van alle scenario's:
-
1.Ontkoling van het energiesysteem
-
2.Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie
-
3.Vroege investeringen
-
4.Prijsstijgingen in de hand houden
-
5.Gezamenlijk actie ondernemen
Om CO2-emissies wereldwijd terug te dringen en de Europese doelstellingen te halen, moet volgens de EU gebruik worden gemaakt van opvang en opslag van CO2 (carbon capture and storage - CCS) . Met dit proces wordt CO2 opgevangen, via buizen vervoerd en diep onder de grond opgeslagen. Dit betekent dat de CO2 voor onbeperkte duur opgeslagen is en daardoor niet bijdraagt aan de klimaatverandering. In het kader van het EU-emissiehandelssysteem zal CO2 dat wordt opgevangen en opgeslagen als 'niet-uitgestoten' worden beschouwd. De EU hoopt dat deze aanpak stimulerend zal werken voor de brede invoering van CO2-opvang en -opslag. Verwacht wordt dat CO2-opvang en -opslag in 2030 goed is voor 15 procent van de in Europa benodigde emissiereductie.
Het pakket is ontwikkeld aan de hand van vijf uitgangspunten:
-
1.Respect voor de doelstellingen; de gemaakte afspraken moeten ook daadwerkelijk worden nagekomen
-
2.Erkenning van de verschillende uitgangsposities en verschillende investeringsmogelijkheden van de afzonderlijke lidstaten
-
3.Aandacht voor de economische gevolgen die de maatregelen hebben en voorkomen dat de concurrentiepositie van Europese bedrijven slechter wordt ten opzichte van bedrijven in andere landen
-
4.De doelstelling van een internationaal klimaatakkoord niet uit het oog verliezen
-
5.De noodzaak om nu al naar de langeretermijndoelstelling van 50% reductie van broeikasgasuitstoot in 2050 te streven
In de eerste plaats leveren de plannen uiteraard een schoner milieu en een concrete aanpak van de klimaatverandering op. Daarnaast biedt het klimaat- en energiepakket Europa de kans zichzelf als goed voorbeeld te laten zien, en zo een leidende rol te nemen in het internationale klimaatdebat.
Commissievoorzitter José Manuel Barroso gaf na goedkeuring door het Europees Parlement van het klimaatpakket aan dat het pakket aan maatregelen onderdeel vormt van de oplossing van zowel de klimaatcrisis, als de huidige financiële en economische crisis. Het ingrijpende pakket aan klimaatafspraken zal gunstig zijn voor de concurrentiepositie van de EU als ook andere landen in de wereld strenge regels opstellen over de uitstoot van broeikasgassen. De ontwikkeling naar een economie die gebaseerd is op een beperkte uitstoot van broeikasgassen zal nieuwe uitvindingen stimuleren. Dat leidt tot nieuwe kansen voor het bedrijfsleven en het creëren van nieuwe 'groene' werkgelegenheid. De Europese Commissie verwacht bijvoorbeeld dat hernieuwbare energie in 2020 1 miljoen banen zal opleveren.
Eurocommissaris Connie Hedegaard (Klimaatactie) heeft inmiddels gezegd dat de crisis niet alleen deels opgelost kan worden door het klimaatpakket, maar dat deze ook een trigger kan zijn om de CO2-doelstelling te verhogen. Haar analyse heeft aangetoond dat de kosten van het verhogen van de doelstelling door de crisis minder hoog zijn dan eerder gedacht. Volgens dit rapport zijn de kosten om van 20%-reductiedoel geslonken van €70 miljard per jaar naar €48 miljard. Aangezien het is geschat dat een doelstelling van 30 procent €81 miljard per jaar zou kosten, lijkt dit doel ineens een stuk aantrekkelijker. Aan de andere kant, vanwege dezelfde crisis zijn bedrijven minder geneigd om te investeren in duurzame ontwikkeling op korte termijn.
De kosten van bovenstaande maatregelen zullen op 0,5% van het Europese Bruto Nationaal Product uitkomen. Dit komt neer op 3 euro per week per Europese burger. In een rapport van de Britse onderzoeker Stern wordt uitgegaan van een prijskaartje dat tien maal zo hoog zal zijn wanneer de klimaatverandering niet wordt aangepakt.
Uit gegevens van het Europees Milieuagentschap blijkt dat veel lidstaten in 2008 vooruitgang hebben geboekt met het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. De emissies van de EU-15 landen (de landen die al lid waren langer vóór de uitbreidingsrondes in 2004 en 2007) zijn met 1,9% gedaald ten opzichte van het jaar 2007. Dat is tot 6,9% onder het niveau van het referentiejaar (voor de meeste landen is dat het jaar 1990).
De emissies voor de EU-27 zijn met 2,0% gedaald en liggen nu 11,3% onder het niveau van het referentiejaar. De recessie, die in de tweede helft van 2008 begon, heeft veel invloed gehad op de daling van de uitstoot van broeikasgassen. Het meest opvallend was dat voor de eerste keer sinds 1992, de internationale vliegtuigindustrie ook een lagere broeikasgasuitstoot noteerde ten opzichte van het jaar ervoor. Voor de vervoersector geldt dat hoge olieprijzen mede verantwoordelijk waren voor reductie van CO2-uitstoot. In december 2008 werd bovendien een voorlopig akkoord bereikt over het zuiniger en milieuvriendelijker maken van nieuwe auto's die vanaf 2012 op de markt komen.
Het jaarlijkse voortgangsverslag van de Europese Commissie, stelt dat de lidstaten goede vooruitgang boeken bij hun inspanningen om te voldoen aan hun afzonderlijke doelstellingen volgens de binnen de EU afgesproken lastenverdeling. Hierdoor liggen de meeste lidstaten dan ook op schema om de Kyoto-doelstellingen in 2012 te halen. Volgens de laatste metingen liggen de EU-lidstaten comfortabel op koers om 20 procent van het totale energiegebruik uit hernieuwbare bronnen te halen in 2020.
Begin 2011 rezen bij de Europese Commissie twijfels over de mogelijkheid om de klimaatdoelstellingen voor 2050 te behalen met de voorgenomen CO2-reductie voor 2020. Volgens eurocommissaris Hedegaard (klimaat) zou een besparing van 25 procent in plaats van 20 procent in 2020 nodig zijn om aan langetermijndoelstellingen te voldoen. In de in maart gepubliceerde '2050 Roadmap' kwamen deze twijfels echter niet meer terug. In plaats daarvan benadrukte de Commissie dat als het huidige beleid wordt voortgezet in 2020 een beperking in de CO2-uitstoot van 25 procent haalbaar is, in plaats van 20 procent.
Daarnaast werd in de '2050 Roadmap' bericht dat de EU als geheel goed op weg was om aan één van de twee andere doelstellingen te voldoen: In 2020 zal meer dan 20 procent van de energie in de Europese Unie afkomstig zijn uit hernieuwbare energiebronnen.
Wat beperking van het energiegebruik betreft, blijft de EU achter bij de doelstellingen, wat de Europese Commissie ertoe bracht een plan voor efficiënter energiegebruik op te stellen.
Toenmalig Europarlementariër Dorette Corbey was tevreden dat de oliemaatschappijen 10 procent minder CO2 mogen veroorzaken per liter benzine of diesel. Corbey, die namens het Europees Parlement de onderhandelingen over deze richtlijn voerde, verwachtte daarom meer biobrandstoffen en meer elektrische auto's.
CDA'er Lambert van Nistelrooij beloonde de afspraken met het cijfer acht. Volgens hem boden ze een goed uitgangspunt voor onderhandelingen tijdens de internationale klimaattop in Kopenhagen. ,,We zijn erin geslaagd de tanker 10 procent te laten draaien. Dat is een hele prestatie'', aldus het EP-lid.
GroenLinks was daarentegen teleurgesteld. Het steunde maar drie van de zes milieuwetten die samen het klimaatpakket vormen. De rest schoot serieus tekort om de Europese economie om te vormen tot een minder vervuilende, aldus het toenmalige EP-lid Kathalijne Buitenweg.
Toenmalig eurocommissaris van milieu, Dimas, was erg blij met het pakket aan concrete maatregelen die het mogelijk maken de doelstelling van 20 procent minder uitstoot in 2020 te halen. Het laat volgens hem ook goed de betrokkenheid van de EU zien bij het tegengaan van klimaatverandering. Het zal daarbij ook andere landen aanzetten dit goede voorbeeld te volgen.
Toenmalig eurocommissaris van energie, Piebalgs, was ook erg tevreden met de uitkomst. Volgens hem is de EU nu goed op weg naar een economie gebaseerd op een lage CO2-uitstoot waarin duurzame energie een belangrijke rol speelt.
Milieuorganisaties reageerden niet positief op het nieuwe klimaat- en energiepakket. Zij vinden dat de regeringleiders het plan hebben uitgekleed. 'Een zwarte dag voor het klimaat' aldus WNF, OXFAM, en Greenpeace. Greenpeace verweet het Europees Parlement dat het geen lef had om de maatregelen te verscherpen. ' Het pakket maatregelen is nog niet de helft van wat nodig is in de strijd tegen klimaatverandering, zei campagnedirecteur Joris den Blanken van Greenpeace. Het WNF vond de besluiten niet bepaald de revolutie die was verwacht. Een groot deel van de CO2-maatregelen mag worden uitgevoerd in projecten ver buiten de EU, verweet WNF-specialist Delia Villagrasa.
Het beoogde nieuwe doel van 30 procent minder CO2-uitstoot is warm verwelkomd door GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout. Volgens hem is een hogere klimaatambitie essentieel om de stap naar een groene economie te kunnen maken. Hij krijgt bijval van Judith Merkies, EP-lid voor de PvdA. Ook zij hoopt dat een CO2-reductie van 30 procent het formele doel wordt. Wel waarschuwt ze dat bedrijven ondersteund moeten worden bij de extra inspanningen die zij moeten leveren om dit doel te bereiken. Ook Greenpeace toonde zich verheugd.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de Europese aanpak van klimaatverandering, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
De maatregelen uit het klimaat- en energiepakket zijn schadelijk voor de internationale concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven
Dat Europa het goede voorbeeld wil geven in de wereld is mooi, maar dit mag niet ten koste gaan van het Europese bedrijfsleven. Milieuvriendelijker produceren en energiezuiniger werken vereisen innovatie, en innovatie kost geld. Wanneer Europese bedrijven deze kosten moeten doorberekenen in hun vraagprijzen, zullen zij de concurrentieslag met andere werelddelen verliezen. Daarom is het zo essentieel dat andere werelddelen zich aansluiten bij de Europese klimaatinitiatieven. Als Europa hierin alleen blijft staan, zal dit economische gevolgen hebben.
-
Het ontzien van de 'zwakkere' lidstaten geeft het verkeerde signaal af aan opkomende economieën elders in de wereld
Hoe denkt de Europese Unie opkomende economieën als China, India en Brazilië ervan te overtuigen mee te doen aan de klimaatplannen, wanneer zij zelf haar 'zwakkere' lidstaten als Roemenië en Bulgarije ontziet in de gestelde doelstellingen? Het principe van 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten' zal zich op deze manier wreken op de Europese Unie.
-
Een beter milieu begint bij jezelf; door het goede voorbeeld te geven kan Europa een leidende rol aannemen in het wereldwijde klimaatdebat
Europa is een van de meest welvarende en vooruitstrevende regio's in de wereld. Met recht iets om trots op te zijn. Op het gebied van de klimaatproblematiek ligt er een kans voor de Europese Unie om deze positie eens te meer waar te maken. Een daadkrachtig optreden in het klimaatdebat zet Europa internationaal op de kaart, en geeft ons de kans om tegemoet te komen aan de morele verplichting die wij als welvarende regio hebben ten opzichte van het klimaat.
-
De CO2-uitstoot moet in Europa verminderd worden met 30 procent in 2020, in plaats van met 20 procent
Het is aangetoond dat de doelstelling voor vermindering van de CO2-uitstoot zonder al te veel extra geraamde kosten verhoogd kan worden van 20 naar 30 procent. Nu is de tijd om actie te ondernemen en voor een langere termijn een ambitieus doel te stellen. Alleen zo kan de EU leiderschap tonen in het klimaatdebat, na het fiasco in Kopenhagen. Economieën als Brazilië en Zuid-Korea kennen al duurzamere technieken dan in Europa gebruikt worden. Met een ambitieuzere doelstelling kan de EU op gelijke voet concurreren met deze landen.
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.