Gelijke kansen en non-discriminatie - Hoofdinhoud
Roma
Gelijkheid en non-discriminatie nemen een belangrijke plek in op de agenda van de Europese Unie. Door middel van wetgeving zorgt de EU ervoor dat burgers overal in de Europese Unie dezelfde mate van bescherming tegen discriminatie genieten.
De EU zet zich in voor de rechten van de vrouw, onder meer op de arbeidsmarkt. Zo werd reeds in de jaren vijftig in het EEG-verdrag de regel opgenomen dat mannen en vrouwen gelijk loon voor gelijk werk moeten krijgen. Toch is de ongelijkheid tussen man en vrouw nog duidelijk zichtbaar in de Europese Unie.
De Europese vrouw is momenteel gemiddeld hoger opgeleid dan de man, maar vrouwen verdienen nog altijd gemiddeld 18 procent minder. In Nederland ligt het verschil zelfs op 23,6 procent. Daarnaast is de kans op een leidinggevende functie voor vrouwen half zo groot als voor mannen. De werkloosheid onder vrouwen ligt 16 procent hoger dan onder mannen: ruim driekwart van de mannen in de EU heeft een baan, van de vrouwen werkt iets meer dan de helft. Vanuit vrouwenorganisaties klinkt ook kritiek op de EU, omdat de EU geen duidelijke doelstellingen zou formuleren.
De Europese Commissie introduceerde in de tweede helft van 2010 een vijfjarenstrategie voor de gelijke behandeling van mannen en vrouwen: de Strategie voor gelijkheid. Hiermee wil de Commissie gendergelijkheid in al haar beleidslijnen bevorderen en richt zich daarmee met name op: gelijke beloning voor gelijk werk, gelijke economische onafhankelijkheid voor vrouwen en mannen en gelijkheid in besluitvormingsposities.
Op 24 januari 2013 maakte de Europese Commissie bekend dat het Nederland voor het Europese Hof van Justitie zal dagen. Nederland voerde namelijk de regelgeving omtrent gelijke arbeidsvoorwaarden voor mannen en vrouwen niet uit.
Wat betreft de gelijke kansen en de non-discriminatie voor etnische minderheden, maakt de EU zich voornamelijk zorgen om de positie van de Roma in Centraal- en Oost-Europa. Naast werkloosheid en verlies van zekerheid omtrent woon- en gezondheidszorg, worden de Roma openlijk het slachtoffer van racistisch geweld en indirecte discriminatie in openbare diensten, tewerkstelling, onderwijs en gezondheidszorg.
Sommige Roma benoemen zichzelf niet als Roma uit vrees voor vervolging en racisme. In december 2003 kwamen acht Centraal- en Oost-Europese landen op initiatief van de Wereldbank, de Europese Commissie, de Europese Ontwikkelingsbank en de regeringen van Finland en Zweden bijeen voor een conferentie op hoog niveau. Zij beloofden om in de tien jaar die daarop volgden in hun land de welvaartskloof tussen de Roma en de niet-Roma hoog op de politieke agenda te plaatsen.
Onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting voor Roma werden tot prioriteit benoemd. Ook armoede, discriminatie en genderproblematiek binnen de Roma-gemeenschap moesten worden aangepakt. De regeringen van de betrokken landen hebben afgesproken hervormingen door te voeren en op nationaal vlak actieplannen op te zetten en budgetten vrij te maken, in samenwerking met internationale fondsen en donoren.
In 2008 kwam het Roma Platform bijeen voor de Eerste Roma Conferentie. Dit platform bespreekt maatregelen die genomen kunnen worden om Roma actief in de samenleving te integreren.
De Europese Unie strijdt ook tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid. Vanuit het Europees Parlement Informatiebureau Nederland worden ook activiteiten georganiseerd om de problemen met homohaat in onze maatschappij bespreekbaar te maken.
Met name in de nieuwe lidstaten is de tolerantie voor homo's na de toetreding tot de Europese Unie toegenomen. Net als in Nederland zijn er vele homobewegingen ontstaan en groeit het aantal horecagelegenheden voor homo's. In België, Denemarken, Frankrijk, Nederland, Portugal, Spanje en Zweden is inmiddels het homohuwelijk mogelijk gemaakt.
De Europese Unie is niet bevoegd om het homohuwelijk dwingend op te leggen aan de lidstaten. De Commissie kan echter wel afdwingen dat het homohuwelijk en het geregistreerd partnerschap, zoals we dat ook in Nederland kennen, door andere EU-landen op zijn minst worden gerespecteerd. In 2011 gaf eurocommissaris Reding aan dat er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen heteroparen en paren van gelijk geslacht. Toch heeft zij geen stappen genomen om deze uitspraken te ondersteunen. Het Europees Parlement blijft er bij haar en de Commissie op aandringen dat er verdere stappen ondernomen moeten worden.
Het Europees Parlement is tevreden dat de meeste lidstaten de richtlijnen omtrent gelijke kansen en non-discriminatie hebben opgenomen in hun nationale wetgeving. Toch wil het EP dat:
-
-lidstaten ervoor zorgen dat slachtoffers van discriminatie in gerechtelijke procedures kosteloos worden bijgestaan, ook wanneer zij daar zelf niet de financiële middelen voor hebben
-
-lidstaten aan verenigingen, organisaties en andere rechtspersonen de mogelijkheid geven om slachtoffers van discriminatie te ondersteunen in het nemen van gerechtelijke stappen
-
-lidstaten nationale plannen opstellen tegen alle vormen van discriminatie
-
-de Commissie met een gemeenschappelijke, Europese definitie van positieve actie moet komen, zodat alle lidstaten met dezelfde definities kunnen werken in het bestrijden van discriminatie
-
-minderheidsgroepen, zoals de Roma, specifieke en maatschappelijke bescherming krijgen
Parlementsleden maken zich nog zorgen over de geringe kennis over de anti-discriminatiewetgeving bij de burgers in de lidstaten. Het Parlement herinnert de lidstaten aan hun verplichting om hun burgers voor te lichten en om campagnes te steunen voor meer bewustwording ten aanzien van de nationale wetgeving en over de instanties die betrokken zijn bij de bestrijding van discriminatie. De nationale regeringen moeten dus meer doen om hun burgers bekend te maken met de wet- en regelgeving op het gebied van gelijke kansen en non-discriminatie.
Het Europees Parlement pleit voor Europese regelgeving. Parlementsleden stellen dat het geen zin heeft om discriminatie op bepaalde gebieden te verbieden en op andere gebieden toe te staan. Hoewel enkele lidstaten tegen gecentraliseerd Europees beleid op het gebied van antidiscriminatie zijn, is de Europese Commissie gezwicht voor de druk van het Europees Parlement. In juli 2008 maakte de Commissie haar plan bekend voor een allesomvattende antidiscriminatierichtlijn. Hiermee wordt het discrimineren op basis van leeftijd, handicap, seksuele geaardheid en religie verboden, ook buiten de werksfeer.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over discriminatie, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Wanneer er Europese wetgeving is omtrent non-discriminatie is elke lidstaat verplicht zijn verantwoordelijkheden te nemen en gelijke kansen voor iedereen te garanderen.
Wanneer vanuit de EU wetten over non-discriminatie worden uitgevaardigd, moeten alle lidstaten deze regels in hun eigen systeem van wetten opnemen. Voor alle burgers van de Europese Unie gelden dan exact dezelfde regels betreffende non-discriminatie en gelijke kansen. Wanneer zij menen dat zij worden gediscrimineerd, kunnen zij zich op dezelfde regels baseren en gebruik maken van dezelfde juridische procedures.
-
Wanneer lidstaten niet hun verantwoordelijkheden nemen om hun burgers te beschermen tegen discriminatie, kan de Europese Unie ingrijpen en aan de hand van de Europese wetgeving de burgers helpen.
Nationale regeringen zijn soms niet bij machte om hun burgers te allen tijde te beschermen. In het geval dat er Europese wetgeving komt voor non-discriminatie en gelijke kansen, kan een Europees orgaan ingrijpen en slachtoffers helpen in het starten van juridische procedures. Daarnaast heeft de EU dan het recht om de nationale lidstaten op hun falen aan te spreken.
-
De lidstaten weten zelf het beste hoe zij de specifieke discriminatieproblemen in hun land moeten bestrijden. Europese wetgeving is niet nodig.
De samenlevingen van alle Europese lidstaten zijn uniek. In elke staat gelden andere gebruiken, normen en waarden. Centrale wetgeving vanuit de EU kan geen rekening houden met alle specifieke kenmerken van een bepaald land. Elke staat kan problemen met discriminatie dan ook het beste op haar eigen manier oplossen. Zo zullen de oplossingen het beste aansluiten bij de eigen samenleving en de eigen bevolking.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.