Kabinetscrisis 2002: LPF-crisis - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Op woensdag 16 oktober 2002 kwam het kabinet-Balkenende ten val. Na wekenlange geruzie tussen de LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek hadden de overige ministers, inclusief de LPF-collega's, aangedrongen op hun vertrek. Hoewel Bomhoff en Heinsbroek woensdagochtend de premier hun ontslag hadden aangeboden, zegden de fractievoorzitters van VVD en CDA, Zalm en Verhagen, op 16 oktober toch het vertrouwen in het kabinet op.

De dag ervoor, 15 oktober, vond in de Nieuwe Kerk in Delft de bijzetting plaats van Prins Claus, de echtgenoot van koningin Beatrix. Hij was op 6 oktober overleden. Nog diezelfde dag kwamen de LPF-bewindslieden bijeen en 's avonds vergaderde ook de ministerraad. Aan het op de agenda staande punt 'uitbreiding van de Europese Unie' kwamen de ministers niet meer toe, omdat de interne conflicten centraal stonden. 

LPF-minister De Boer vroeg, daarin gesteund door de overige ministers, Bomhoff en Heinsbroek om af te treden. Premier Balkenende koppelde daaraan de eis dat zij daarover de volgende ochtend vóór negen uur 's-ochtends uitsluitsel moesten geven. Besloten werd de volgende dag verder te vergaderen.

Inmiddels waren Verhagen en Zalm al tot de conclusie gekomen dat de LPF een te onbetrouwbare partner was. Het feit dat Mat Herben, die als stabiele figuur werd beschouwd, de fractieleiding inmiddels weer had overgenomen van Harry Wijnschenk, deed daaraan niets af. Het opzeggen van het vertrouwen in het kabinet was voor Bomhoff en daarna Heinsbroek reden om alsnog hun ontslag aan te bieden, maar de deadline van 9.00 uur was toen al verstreken.

Toen bij aanvang van de ministerraadsvergadering op 16 oktober bleek dat CDA en VVD - ondanks het vertrek van Bomhoff en Heinsbroek - het vertrouwen in de LPF als regeringspartner hadden opgezegd, konden de ministers niets anders doen dan concluderen dat de basis aan het kabinet was ontvallen. Die middag kondigde minister-president Balkenende aan dat hij de koningin het ontslag van zijn kabinet zou aanbieden. Dat deed de premier die avond per telefoon, omdat hij het op de dag na de uitvaart van prins Claus niet gepast vond om bij de Koningin langs te gaan.

De koningin nam een paar dagen rouwtijd in acht, maar begon toch al op maandag 21 oktober met haar consultaties. Zij ontving de voorzitters van de beide Kamers, de vicepresident van de Raad van State en minister-president Balkenende. De LPF trachtte de koningin nog per brief te bewegen tot een lijmpoging, desnoods in ruil voor een ministerspost ten gunste van de VVD. Maar VVD en CDA hadden duidelijk genoeg van de LPF: zij wezen het voorstel af.

De Tweede Kamer werd ontbonden en voor 22 januari 2003 werden nieuwe Tweede Kamerverkiezingen uitgeschreven. Het kabinet bleef demissionair aan. De posten van de afgetreden LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek werden overgenomen door respectievelijk de ministers Hoogervorst en De Geus. LPF-minister De Boer werd tweede vicepremier.


Achtergronden

enveloppe

Sharing