Telecommunications policy - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Mobiele telefoon in hand

Het beleid voor Telecommunicatie maakt deel uit van het Europese beleid ter bevordering van de Informatiemaatschappij. Binnen dit beleid heeft de Europese Unie zichzelf ten doel gesteld om de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën te bevorderen. Voor de Europese burgers betekent dit dat de EU initiatieven steunt die het gebruik van deze nieuwe technologieën niet alleen gemakkelijker maken, maar vooral ook voor iedereen betaalbaar houden.

In het kader van dit laatste punt werkt de Europese Commissie sinds de jaren '90 aan de openstelling van de Europese telecommunicatiemarkt. Hierbij richt de Commissie zich naast het waarborgen van de betaalbaarheid ook op de bescherming van persoonsgegevens, de beveiliging van mobiele netwerken en de bestrijding van illegale activiteiten.

Het onderscheid tussen telecommunicatie en elektronische communicatie vervaagt steeds meer. Bellen via internet is daarvan een voorbeeld. De Europese Unie probeert daarom ook de ontwikkeling van nieuwe e-communicatiediensten en -technologieën te stimuleren.

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Eén van de meest in het oog springende ontwikkelingen op het terrein van het Telecommunicatiebeleid is de openstelling van de Europese telecommunicatiemarkt in de jaren '90 van de voorgaande eeuw. Het beleid streeft ernaar om één Europese telecommunicatiemarkt tot stand te brengen, waarvan zowel telecombedrijven als consumenten profiteren.

Een tastbaar voorbeeld hiervan is het afbreken van staatsmonopolies. Staatsbedrijven als de Nederlandse PTT en de Duitse Deutsche Bundespost werden gedwongen zich los te maken van de nationale overheden en de concurrentie aan te gaan met commerciële bedrijven uit hun sector. Dit leidde er in het Nederlandse geval toe dat PTT werd opgesplitst in de commerciële bedrijven TNT Post (voorheen TPG) en KPN.

In 1998 werden de telecommunicatiemarkten in de verschillende Europese lidstaten geliberaliseerd. Om alles in goede banen te leiden werd in 2002 een Telecompakket - een pakket van Europese regels en wetten - afgekondigd. In dit pakket stonden vijf punten centraal:

  • Vrije markttoegang voor telecommunicatiebedrijven in heel Europa
  • Onderlinge afstemming van de verschillende netwerken
  • Harmonisatie van technische standaarden
  • Bescherming van consumentenrechten
  • Toezicht op nationaal niveau op de telecommunicatiemarkt

Sinds 2002 is gebleken dat de uitwerking van het Telecompakket te wensen overliet. De Raad van telecom-ministers vroeg in 2006 om meer concurrentie in de sector. De Commissie heeft sindsdien verschillende voorstellen gedaan om meer marktwerking te bewerkstelligen. Toch heeft de Europese burger wel degelijk iets gemerkt van het bovengenoemde Telecompakket. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • beter inzicht in de kosten van telefoneren
  • lagere tarieven voor mobiel bellen in het buitenland
  • vrije keuze tussen verschillende aanbieders van telecommunicatiediensten
  • makkelijk kunnen overstappen naar een andere telecomaanbieder met nummerbehoud
  • toegang tot het Europese alarmnummer 112 waar burgers in meerdere talen te woord kunnen worden gestaan

Hier wil de Europese Commissie het nog niet bij laten. Per 1 juli 2014 wil de Commissie ervoor zorgen dat telecomklanten in een ander EU-land een nieuw contract kunnen aanvragen, met behoud van hetzelfde telefoonnummer.

Op 20 november 2009 heeft de Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie ingestemd met een hervormingsplan voor het uit 2002 stammende telecompakket. Dit betekent dat het pakket in december 2009 van kracht is geworden, waarna de Europese lidstaten tot en met juni 2011 de tijd hebben om de bepalingen om te zetten in nationale wetgeving.

Het plan bevat de volgende punten:

  • de procedure voor overstappen tussen telecomaanbieders moet worden versimpeld en versneld
  • betere voorlichting van consumenten door telecomaanbieders over kosten, rechten en verplichtingen
  • verbod op internetcensuur door nationale en regionale overheden
  • vrije keuze van internetaanbieders voor consumenten
  • het waarborgen van privacy van consumenten bij registratie als telecom- of internetgebruiker
  • verbeterde toegang tot het Europese alarmnummer 112
  • het waarborgen van de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders op de telecomsector
  • de oprichting van een Europese toezichthouder voor de telecommunicatiemarkt binnen de EU
  • uitbreiding van de mogelijkheden van de Europese Commissie om adviezen uit te brengen aan nationale toezichthouders
  • nationale toezichthouders krijgen de mogelijkheid om telecombedrijven te dwingen om zich te splitsen in het geval waarin een onevenwichtige concurrentiepositie de vrije markt bedreigt
  • betere toegang tot snel internet voor alle Europese burgers
  • het stimuleren van investeringen voor onderzoek en toepassing van nieuwe communicatietechnologieën

Europese toezichthouder voor de telecomsector

Als onderdeel van het bovengenoemde pakket maatregelen is in november 2009 een Europese toezichthouder voor de telecommunicatiemarkt binnen de EU opgericht. Het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) is per januari 2010 gestart met zijn werkzaamheden.

E-communicatie

Door de komst van kabel- en breedbandinternet vervaagt langzaam maar zeker het onderscheid tussen telecommunicatie en elektronische communicatie. Het Europese telecommunicatiebeleid wordt daarom steeds vaker gevoegd bij het ruimere kader van e-communicatiebeleid.

In februari 2013 maakt de Europese Commissie bij monde van eurocommissaris Neelie Kroes bekend in de aanloop naar 2020 € 50 miljoen te investeren in onderzoek voor 5G mobiele technologie zodat Europa haar leidende positie in de mondiale mobiele industrie weer terugkrijgt. In 2020 zal het wereldwijde mobiele verkeer 33 keer hoger zijn dan in 2010 waarbij internet zal worden gedomineerd door draadloze devices als smartphones, tablets, machines en sensoren.

In het algemeen heeft het e-communicatiebeleid de volgende uitgangspunten:

  • het terugbrengen van administratieve rompslomp, door nationale systemen van individuele licenties te vervangen door algemene markttoelatingsprocedures
  • zo min mogelijk regelgeving, die zo veel mogelijk de Europese mededingingsregels volgen - doelstelling is om sectorspecifieke regelgeving zo snel mogelijk uit te faseren
  • neutraliteit met betrekking tot het technologische platform - regelgeving heeft betrekking op "elektronische communicatie" en niet op "telecommunicatie" - dit geeft de wetgever meer flexibiliteit om in te spelen op nieuwe technologische ontwikkelingen
  • coherentie in de verschillende nationale regelgevingen, zodat één Europese markt kan ontstaan

De meeste nieuwe Europese regelgeving op dit gebied komt voort uit de zogenaamde Digitale Agenda, de opvolger van het  i2010-initiatief uit 2005.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Digitale agenda:

Ook de eurocommissaris belast met trans-europese netwerken speelt een rol:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over het  Telecommunicatiebeleid is de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland in de Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Industrie, Onderzoek en Energie de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

De volgende Europarlementariërs zijn voor Nederland in deze commissie plaatvervangend lid:

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Juridisch kader

Telecommunicatiebeleid is in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) nauw verweven met het concept van trans-Europese netwerken en heeft als zodanig haar basis in het VwEU:

  • trans-Europese netwerken: derde deel VwEU titel XVI (artikelen 170 t/m 172)

4.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek