Europees Monetair Stelsel (EMS) - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

De oprichting in 1979 van het Europees Monetair Stelsel (EMS) was de eerste stap naar een gemeenschappelijk Europees monetair beleid. Afgesproken werd dat de wisselkoersen van de munten van de deelnemende landen slechts binnen een bepaalde bandbreedte zouden kunnen schommelen. Voor sterke munten was dat 2,5 procent, voor de wat zwakkere 6 procent. De centrale banken van de deelnemende landen zorgden voor deze 'bandbreedte' door middel van steuninterventies (aan- en verkopen van valuta) en het rente-instrument. Doel van het EMS was door een stabiele wisselkoers de interne handel te bevorderen.

De Economische en Monetaire Unie (EMU) uit 1992 is een uitwerking van EMS. Deelnemende landen moeten buitensporige tekorten vermijden en de schuld mag niet te hoog zijn. Als regel geldt dat tekorten niet hoger dan 3 procent mogen zijn. Ook werd een gemeenschappelijke munt ingevoerd: de ECU (European Currency Unit) die vanaf 1995 de Euro is gaan heten. Eén en ander is vastgelegd in het Stabiliteits- en groeipact uit 1997.