Nieuws-items bij Transparantie van de Europese Unie
-
24-01De eerste 100 dagen van het Parlementarium druk bezocht
-
24-01Bemiddeling Europese ombudsman tussen NGO en Commissie succesvol (en)
-
12-01Ombudsman roept Europese Commissie op om recht op wederhoor te garanderen (en)
-
10-01Parlement begint met werk aan regelgeving rondom financieel toezicht op nationale economieën (en)
-
09-01Parlementsvoorzitter Buzek gaat 11 januari vragen beantwoorden tijdens facebookchat (en)
Transparantie van de Europese Unie - Hoofdinhoud
Deze term "transparantie" duidt op de mate van openheid waarmee de instellingen van de Europese Unie werken. Het gaat er daarbij niet alleen om de toegang voor het publiek tot informatie te verbeteren, maar ook om deze informatie duidelijker en leesbaarder te maken.
Een recent project om de transparantie van de EU te verbeteren is gestart door de Europese Commissie en het Europees Parlement. In november 2010 zijn zij begonnen met het samenvoegen van hun lobbyregisters. De samenvoeging zal meer transparantie geven over het besluitvormingsproces van de EU en wie dit proces beïnvloeden. Dit nieuwe register is in juni 2011 gerealiseerd.
Onder druk van de publieke opinie, die aandrong op meer openheid in het Europese bestuur, kwamen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement in oktober 1993 tijdens een interinstitutionele conferentie met een verklaring over democratie, transparantie en subsidiariteit.
De instellingen beloofden hun werk en hun werkmethoden toegankelijker voor het publiek te maken. De Raad besloot onder meer publiek toe te laten bij (delen van) bepaalde vergaderingen, stemmingen openbaar te maken, zijn archieven open te stellen voor publiek en Europese regelgeving te vereenvoudigen.
De Commissie op haar beurt kondigde aan meer consultatieronden te houden, voorafgaand aan de definitieve formulering van voorstellen, contacten met het publiek in het algemeen te intensiveren en een databank aan te leggen met informatie over lobby-organisaties.
In 1995 oordeelde het Europese Hof van Justitie, dat de Raad de verplichting heeft tekst en uitleg te geven wanneer hij weigert informatie, zoals notulen van vergaderingen, vrij te geven aan de media. Artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie regelt het recht op toegang tot documenten van de Raad, de Commissie en het Europees Parlement.
In mei 2001 nam de Raad hierover een verordening aan. Deze Euro-WOB (het communautaire equivalent van de Nederlandse Wet openbaarheid van bestuur) stelt elke burger in staat bij de genoemde instellingen en de agentschappen van de Gemeenschap kosteloos documenten op te vragen (eventueel kan bij meer dan twintig A4'tjes wel een vergoeding gevraagd worden voor de werkelijke kosten van het maken van de kopieën en van de verzending). Bij weigering kan de aanvrager een klacht indienen bij het Europese Hof van Justitie of de Europese Ombudsman. Overigens hebben Europese Commissie en lidstaten het recht om in samenspraak te besluiten bepaalde documenten niet te openbaren.
Naar aanleiding van het witboek over European Governance (2001) stelde de Commissie in juni 2002 een reeks initiatieven voor, die tot meer openheid en een grotere doeltreffendheid van de werkmethoden van de EU moeten leiden.
In juli 2008 bepaalde het Europese Hof van Justitie dat Europese burgers inzicht mogen krijgen in de adviezen van de juridische diensten van de Europese Unie.
Op 11 juli 2007 was een vergadering van de Raad van de Europese Unie voor het eerst live (op internet) te volgen.
Per juni 2002 is er een openbaar register waarin alle documenten zijn opgenomen. Inzage in documenten kan geweigerd worden wanneer de stukken betrekking hebben op bijvoorbeeld het openbaar belang (veiligheid, militaire aangelegenheden), het monetair en economisch beleid of op commerciële belangen (vertrouwelijke bedrijfsgegevens).
Om de onafhankelijkheid van eurocommissarissen te waarborgen en belangenconflicten te voorkomen, nam de Europese Commissie in april 2011 een nieuwe gedragscode aan. Volgens deze nieuwe nieuwe code mogen eurocommissarissen niet in een leidende functie politiek actief zijn. Commissarissen die de Commissie verlaten hebben moeten gedurende achttien maanden informatie verstrekken over hun nieuwe activiteiten. Voorheen was dit twaalf maanden. De nieuwe richtlijn is mede opgesteld naar aanleiding van een rel rond de Duitse oud-commissaris Verheugen, die kort na zijn afscheid opnieuw de Europese arena betrad, nu als lobbyist.



