Transparantie van de Europese Unie - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society

Deze term "transparantie" duidt op de mate van openheid waarmee de instellingen van de Europese Unie werken. Het gaat er daarbij niet alleen om de toegang voor het publiek tot informatie te verbeteren, maar ook om deze informatie duidelijker en leesbaarder te maken.

Een project om de transparantie van de EU te verbeteren is gestart door de Europese Commissie en het Europees Parlement. In november 2010 zijn zij begonnen met het samenvoegen van hun lobbyregisters. De samenvoeging zal meer transparantie geven over het besluitvormingsproces van de EU en wie dit proces beïnvloeden. Dit nieuwe register is in juni 2011 gerealiseerd.

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Onder druk van de publieke opinie, die aandrong op meer openheid in het Europese bestuur, kwamen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement in oktober 1993 tijdens een inter-institutionele conferentie met een verklaring over democratie, transparantie en subsidiariteit.

De instellingen beloofden hun werk en hun werkmethoden toegankelijker voor het publiek te maken. De Raad besloot onder meer publiek toe te laten bij (delen van) bepaalde vergaderingen, stemmingen openbaar te maken, zijn archieven open te stellen voor publiek en Europese regelgeving te vereenvoudigen.

De Commissie op haar beurt kondigde aan meer consultatieronden te houden, voorafgaand aan de definitieve formulering van voorstellen, contacten met het publiek in het algemeen te intensiveren en een databank aan te leggen met informatie over lobby-organisaties.

Het witboek over European Governance (2001) leidde in juni 2002 tot een nieuwe reeks initiatieven van de Commissie. Die moesten tot meer openheid en een grotere doeltreffendheid van de werkmethoden van de EU leiden.

Openheid documenten

In 1995 oordeelde het Europese Hof van Justitie, dat de Raad de verplichting heeft tekst en uitleg te geven wanneer hij weigert informatie, zoals notulen van vergaderingen, vrij te geven aan de media. Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie regelt het recht op toegang tot documenten van de Raad, de Commissie en het Europees Parlement.

In mei 2001 nam de Raad hierover een verordening aan. Deze Euro-WOB (de Europese equivalent van de Nederlandse Wet openbaarheid van bestuur) stelt elke burger in staat bij de genoemde instellingen en de agentschappen van de Gemeenschap kosteloos documenten op te vragen (eventueel kan bij meer dan twintig A4'tjes wel een vergoeding gevraagd worden voor de werkelijke kosten van het maken van de kopieën en van de verzending). Bij weigering kan de aanvrager een klacht indienen bij het Europese Hof van Justitie of de Europese Ombudsman. Overigens hebben de Europese Commissie en lidstaten het recht om in samenspraak te besluiten bepaalde documenten niet te openbaren.

Per juni 2002 is er een openbaar register waarin alle documenten zijn opgenomen. Inzage in documenten kan geweigerd worden wanneer de stukken betrekking hebben op bijvoorbeeld het openbaar belang (veiligheid, militaire aangelegenheden), het monetair en economisch beleid of op commerciële belangen (vertrouwelijke bedrijfsgegevens).

Op 11 juli 2007 was een vergadering van de Raad van de Europese Unie voor het eerst live (op internet) te volgen.

In juli 2008 bepaalde het Europese Hof van Justitie dat Europese burgers inzicht mogen krijgen in de adviezen van de juridische diensten van de Europese Unie.

In juni 2012 is een nieuwe transparantieportaalsite gelanceerd. Dit portaal heeft als doel om de besluitvormingsprocessen van de Europese Commissie toegankelijker te maken voor burgers.

Lobbyen

Sinds 1996 kunnen lobbyisten en belangengroepen zich vrijwillig in laten schrijven in een speciaal register. Dat register is in 2011 samengevoegd met een soortgelijk register van de Commissie. Het Europees Parlement wil dat registratie verplicht moet worden, en dat ook de Raad van Ministers zich bij het register aansluit.

Om de onafhankelijkheid van eurocommissarissen te waarborgen en belangenconflicten te voorkomen, nam de Europese Commissie in april 2011 een nieuwe gedragscode aan. Volgens deze nieuwe code mogen eurocommissarissen niet in een leidende functie politiek actief zijn. Commissarissen die de Commissie verlaten hebben moeten gedurende achttien maanden informatie verstrekken over hun nieuwe activiteiten. Voorheen was dit twaalf maanden. De nieuwe richtlijn is mede opgesteld naar aanleiding van een rel rond de Duitse oud-commissaris Verheugen, die kort na zijn afscheid opnieuw de Europese arena betrad, nu als lobbyist.

2.

Meer informatie