Nieuws-items bij Great Britain
-
07-02Onafhankelijk Schotland doet niet mee aan euro (en)
-
06-02Minister Opstelten spreekt Britse collega Herbert over Nationale Politie
-
03-02BBC geeft toe miljoenen aan EU-garanties te ontvangen (en)
-
03-02Britse conservatieve parlementsleden tegen EU-logo op voetbalshirts (en)
-
26-01Britse premier Cameron noemt belasting op financiële transactie 'idioot' (en)
Great Britain - Hoofdinhoud
Het Verenigd Koninkrijk omvat Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland. Hoewel het Verenigd Koninkrijk niet langer het centrum is van een machtig imperium, blijft het één van de machtigste Europese landen. Sinds 1973 maakt het deel uit van de Europese Unie (destijds Europese Gemeenschap). Wel bestaat er huiver voor een te sterke Europese invloed. In 2002 werd ervoor gekozen de euro niet in te voeren.
Groot-Brittannië was één van de eerste landen met een parlementair bestel, dat al in 1204 werd ingesteld. Vanaf de zeventiende en achttiende eeuw kende het land een grote overzeese expansie, die onder meer leidde tot een belangrijke emigratiestroom naar Noord-Amerika, Australië en zuidelijk Afrika.
In de negentiende eeuw vestigde Groot-Brittannië een wereldwijd koloniaal imperium, dat onder meer India, gedeeltes van Zuidoost-Azië, Australië en grote delen van Afrika omvatte. Na de Tweede Wereldoorlog verloor het land zijn dominante rol op het wereldtoneel, maar maakte het een geslaagde omschakeling naar een moderne welvaartsstaat. Er is met vele voormalige koloniën wel een band blijven bestaan via het Commonwealth (Gemenebest).
Prominente Britse schrijvers uit de twintigste eeuw zijn Joseph Conrad, Rudyard Kipling, J.R.R. Tolkien, Bertrand Russell, William Golding en Ian Welsh. Van de vele Britse componisten kunnen worden genoemd Elgar, Holst, Britten en Tippett. Pop-iconen als de Beatles, de Rolling Stones, Eric Clapton en David Bowie hebben de moderne popmuziek blijvend beïnvloed, terwijl acteurs als Sean Connery, Peter Ustinov, Vanessa Redgrave, Alec Guinnes en Peter Sellers grote successen boekten op het witte doek.
Hoogtepunten uit de Britse sportgeschiedenis zijn de prestaties van de nationale voetbal- en rugbyteams, die in 1966 respectievelijk 2004 wereldkampioen werden. Tijdens de Olympische Spelen van 1992 won Linford Christie de gouden medaille op de 100 meter atletiek. In 2008 won de baanrenner Chris Hoy drie keer goud en waren er successen bij het zeilen. Stanley Matthews, Bobby Charlton, George Best, Gary Lineker en David Beckham hebben een belangrijke stempel gedrukt op het Britse voetbal. De wielrenner Mark Cavendish werd in 2011 wereldkampioen op de weg.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Sinds de parlementsverkiezingen van 6 mei 2010 regeert een coalitiekabinet van Conservatieven en Liberaal-Democraten onder leiding van de conservatieve premier David Cameron. Bij de verkiezingen verloor de sociaaldemocratische Labour Party de meerderheid die zij sinds 1997 had.
In de eerste naoorlogse jaren regeerde, ondanks de populariteit van Churchill als oorlogsleider, een Labour-kabinet met Attlee als premier. De verkiezingen van 1951 brachten echter de conservatieven aan de macht, die zij behielden tot 1964. In die jaren regeerden de conservatieve kabinetten-Churchill (1951-1955), -Eden (1955-1957), -MacMillan (1957-1963) en -Douglas Home (1963-1964).
In 1964 won Labour de verkiezingen en kwam het kabinet-Wilson aan het bewind. Tussen 1969 en 1974 regeerden opnieuw de conservatieven (kabinet-Heath). Tijdens dat kabinet kwam de Britse toetreding tot de EEG tot stand. Vanaf 1974 regeerde een Labour-minderheidskabinet (met steun van de Liberalen). Een parlementaire nederlaag van het kabinet-Callaghan, gevolgd door een verkiezingsnederlaag was het begin van het tijdperk-Thatcher (1979-1990). Na een interne leiderschapstrijd werd Margaret Thatcher in 1990 opgevolgd door John Major.
Tony Blair leidde een zich gematigder opstellend Labour ('New Labour') in 1997 naar een enorme verkiezingswinst. Zijn premierschap duurde tot 2007, toen hij terugtrad en minister van Financiën Gordon Brown de leiding van de regering overnam.
Binnen de EU neemt het Verenigd Koninkrijk nogal eens een afwijkende positie in.
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland is een parlementaire monarchie, met ministeriële verantwoordelijkheid. Er is geen formele Grondwet, maar wel een constitutioneel bestel dat zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld. Verder zijn er specifieke wetten zoals de Parliament Acts, die onder meer de wetgevende procedures regelen.
De landsdelen van het Verenigd Koninkrijk kennen een grote mate van autonomie. Schotland en Noord-Ierland hebben een eigen parlement en (deel)regering.
De Britse kabinetten zijn volledig parlementair, de bewindslieden komen uit het Lagerhuis of Hogerhuis. Een kabinet kan regeren zolang het het vertrouwen van de meerderheid van het parlement geniet. Geregeld komen tussentijdse ministerswisselingen voor (reshuffles).
De grootste oppositiepartij vormt een schaduwkabinet. In het Lagerhuis zitten regering en oppositie tegenover elkaar. Een kabinet kan zelf verkiezingen uitschrijven. Dat moet eens in de vijf jaren gebeuren.
Naast een gekozen Lagerhuis (House of Commons) is er een Hogerhuis (House of Lords), dat bestaat uit erfelijke en niet-erfelijke adel (peers) en geestelijken. In totaal zijn er ruim 700 leden, maar niet alle leden zijn actief. De geestelijke leden hebben geen politieke rol. Verheffing in de adelstand is gebruikelijk om toegang tot het Hogerhuis te kunnen verlenen. In het Hogerhuis zitten veel oud-ministers en oud-Lagerhuisleden, maar ook wetenschappers, rechters en ondernemers. Het Hogerhuis kan wetgeving vertragen, maar uiteindelijk niet tegenhouden.
kiesstelsel
Het Britse kiesstelsel is een meerderheidsstelsel met districten. De 650 Lagerhuisleden worden in evenzoveel districten gekozen, waarbij het principe geldt: wie de meeste stemmen krijgt, wint de zetel. Er is dus geen absolute meerderheid vereist en er zijn geen herstemmingen als geen der kandidaten een absolute meerderheid behaalt. Bij het ontstaan van een tussentijdse vacature wordt in het betreffende district een verkiezing (by-election) gehouden.
Het stelsel bevordert een sterke positie van grote partijen. Als regel kan de winnaar van de verkiezingen direct het kabinet vormen met de partijleider als minister-president. Incidenteel komt een parlement voor waarin geen partij een meerderheid heeft (zoals bij de verkiezingen van 2010).
partijen
De twee grote partijen zijn de Conservatives en de Labour Party (Arbeiderspartij). De Conservatieven staan rechts in het politieke spectrum en zijn verwant aan de christendemocraten en conservatief-liberalen. Labour is een gematigd sociaaldemocratische partij. De derde partij, de Liberal-Democrats, zijn ontstaan door het samengaan van de Liberalen en de SDP, een rechtse afsplitsing van Labour. De partij is verwant aan D66.
Daarnaast zijn er regionale partijen in Schotland, Wales en Noord-Ierland, zoals de Schotse Nationalistische Partij, Plaid Cymru in Wales en Sinn Fein (SF) en de Ulster Unionisten in Noord-Ierland.
Het kabinet-Cameron is op 11 mei 2010 aangetreden. Vicepremier is Nick Clegg, leider van de Liberaal-Democraten (LibDem). Minister van Buitenlandse Zaken is William Hague (Cons.) en minister van Financiën George Osborne (eveneens Cons.) De LibDem's hebben vijf ministers in het kabinet en er zijn 18 conservatieve ministers. Het kabinet steunt op 364 van 650 Lagerhuisleden.
Belangrijkste ministers:
Prime minister |
David Cameron |
Cons. |
|---|---|---|
viceminister-president |
Nick Clegg |
LibDem |
Buitenlandse Zaken |
William Hague |
Cons. |
Binnenlandse Zaken |
Therese May |
Cons |
Financiën |
George Osborne |
Cons. |
Defensie |
Liam Fox, tot 14 okt 2011 Philip Hammond |
Cons. |
Justitie |
Kenneth Clarke |
Cons |
Milieu, Voedsel en Platteland |
Caroline Spelman |
Cons. |
Werk en Pensioenen |
Ian Duncan Smith |
Cons. |
Bedrijfsleven, Innovatie en Kennis |
Vince Cable |
LibDem |
Energie en Klimaat |
Chris Huhne |
LibDem |
Vervoer |
Philip Hammond, tot 14 okt. 2011 Justine Greening |
Cons. |
jaar |
Cons. |
Lab. |
LibDem. |
Lib. |
SNP |
PC |
SF |
DU |
UU |
Ov. |
tot. |
datum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1970 |
330 |
287 |
6 |
1 |
2 |
6 |
630 |
18 juni |
||||
1974 |
297 |
301 |
14 |
7 |
2 |
1 |
7 |
7 |
635 |
28 febr. |
||
1974 |
277 |
319 |
13 |
11 |
3 |
1 |
6 |
5 |
635 |
10 okt. |
||
1979 |
339 |
269 |
11 |
2 |
2 |
3 |
5 |
4 |
635 |
3 mei |
||
1983 |
397 |
209 |
23 |
2 |
2 |
1 |
3 |
11 |
2 |
650 |
9 juni |
|
1987 |
377 |
229 |
22 |
3 |
3 |
1 |
3 |
9 |
650 |
11 juni |
||
1992 |
335 |
271 |
20 |
3 |
4 |
3 |
9 |
5 |
650 |
9 april |
||
1997 |
165 |
418 |
46 |
6 |
4 |
2 |
2 |
10 |
2 |
655 |
1 mei |
|
2001 |
166 |
412 |
52 |
5 |
4 |
4 |
5 |
6 |
4 |
658 |
7 juni |
|
2005 |
198 |
356 |
62 |
6 |
3 |
5 |
9 |
1 |
6 |
646 |
5 mei |
|
2010 |
307 |
258 |
57 |
6 |
3 |
5 |
8 |
6 |
650 |
6 mei |
naam |
periode |
kleur |
partijen |
belangrijke ministers |
|---|---|---|---|---|
Heath |
19 juni 1970-12 maart 1974 |
rechts |
Cons. |
BuZa: Douglas Home Def: Carrington O&W: Thatcher toetreding EEG: Rippon (juli 1970-nov. 72) |
Wilson |
12 maart 1974-8 april 1976 |
soc.dem. |
Labour |
BuZa: Callaghan Fin: Healey BiZa: Jenkins Industrie: Benn |
Callaghan |
8 april 1976-5 mei 1979 |
soc.dem. |
Labour |
BuZa: Crosland 1977 Owen Fin: Healey Energie: Benn |
Thatcher |
5 mei 1979-28 november 1990 |
rechts |
Cons. |
BuZa: Lord Carrington 1982 Pym 1983 Howe 1989 Major 1990 Hurd Fin: Howe 1983 Lawson 1989 Major Begroting: Brittan (1981-1983), Major (1987-1989) Def: Pym 1981 Nott 1983 Heseltine 1986 Younger 1989 King vp: Whitelaw 1989 Howe |
Major |
28 november 1990-2 mei 1997 |
rechts |
Cons. |
BuZa: Hurd 1995 Rifkind Fin: Lamont 1993 Clarke vp: Heseltine |
Blair |
2 mei 1997- 27 juni 2007 |
centrumlinks |
Labour |
BuZa: Cook 2001 Straw 2006 Beckett Fin: Brown vp: Prescott |
Brown |
27 juni 2007-11 mei 2010 |
centrumlinks |
Labour |
BuZa: David Miliband Fin: Darling Just: Straw |
Cameron |
11 mei 2010- |
centrumrechts |
Cons./ LibDem |
BuZa: Hague (C.) Fin: Osborne (C.) vp: Clegg (LD) |
hoofdstad |
Londen |
|---|---|
staatshoofd |
Koningin Elizabeth II (vanaf 6 februari 1952); Kroonprins Charles (zoon van the koningin, geboren op 14 november 1948) |
regeringsleider |
Premier David Cameron (vanaf 11 mei 2010) |
aantal inwoners |
62.971.202 |
12,5% van de EU |
|---|---|---|
% van de bevolking jonger dan 15 |
17.3% (mannen: 5575119/vrouwen: 5301301) |
|
% van de bevolking van 15 t/m 64 |
66.2% (mannen: 20979401/vrouwen: 20500913) |
|
% van de bevolking ouder dan 65 |
16.5% (mannen: 4564375/vrouwen: 5777253) |
|
gemiddelde levensverwachting |
80.05 jaar |
|
geletterdheid |
99% |
|
bruto binnenlands product (bbp) |
$2261836000000E0 |
14,6% van de EU |
|---|---|---|
bijdrage van landbouw aan bbp |
0.7% |
|
bijdrage van industrie aan bbp |
21.6% |
|
bijdrage van dienstensector aan bbp |
77.7% |
|
werkloosheid |
7.9% |
|
oppervlakte |
244.382 km² |
5,5% van de EU |
|---|---|---|
laagste punt |
The Fens -4 m |
|
hoogste punt |
Ben Nevis 1343 m |
|
aantal zetels in het |
72 van de 736 zetels |
||||
|---|---|---|---|---|---|
stemgewicht in de |
29 van de 345 stemmen |
||||
gastland Europese |
Agentschap Europese Unie: |
||||
prominenten in |
Europese Commissie:
Hoge Autoriteit gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid:
|



