World Trade Organisation - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute from science to society
 

Logo WTO

De World Trade Organisation (WTO), oftewel de Wereldhandelsorganisatie, heeft als doel de wereldhandel te stimuleren. Om dit doel te kunnen bereiken, onderhandelen de leden van de WTO over het afschaffen van handelsbelemmerende regels. De zogenaamde WTO-akkoorden, die de uitkomst zijn van deze onderhandelingen, ondersteunen producenten van goederen en diensten, exporteerders en importeerders bij het ondernemen. De WTO-akkoorden hebben betrekking op verschillende sectoren, zoals landbouw, textiel en kleding, telecommunicatie, aanbestedingen van overheden, productveiligheid en de bescherming van intellectuele eigendommen.

Meer exact, heeft de WTO de volgende functies:

  • onderhandelen over het afschaffen van handelsbelemmerende regels, zoals invoertarieven
  • toezicht houden op het naleven van de WTO-akkoorden
  • toezicht houden op het nationaal handelsbeleid van de leden
  • handelsconflicten beslechten tussen leden
  • technische ondersteuning verlenen aan minder ontwikkelde landen
  • samenwerken met andere internationale organisaties.

Het secretariaat van de WTO is gevestigd in Genève (Zwitserland) en heeft een jaarlijks budget van 130 miljoen euro. De WTO is in 1995 opgericht als resultaat van de GATT-onderhandelingen. Deze GATT-onderhandelingen gingen, in verschillende rondes sinds 1948, over het verminderen van handelsbelemmeringen. Begin 2013 traden Laos en Tajikistan toe, waarmee het aantal leden op 159 staat.

De volgende principes worden gevolgd binnen de WTO:

  • Geen onderscheid tussen landen maken. De meest gunstige voorwaarden voor het ene land moeten gelden voor alle andere landen. Er is ruimte voor enkele uitzonderingen; ontwikkelingslanden mogen extra voordelen genieten, en vrijhandelszones tussen groepen landen - de EU is hier een goed voorbeeld van - zijn toegestaan;
  • Geen onderscheid maken tussen buitenlandse of 'eigen' producten;
  • Overeengekomen tarieven van landen staan vast en kunnen alleen gewijzigd worden na onderhandelingen met de handelspartners;
  • Oneerlijke en concurrentieverstorende praktijken (dumping en exportsubsidies) tegengaan;
  • Handelsliberalisering, met oog voor de kwetsbare positie van ontwikkelingslanden.

Om naleving van de regels af te kunnen dwingen is het Dispute Settlement Body (DSB) opgericht. Alleen leden mogen een klacht indienen bij de DSB. Leden doen dit uit eigen overweging of namens gedupeerde ondernemingen. Lukt het niet een klacht tussen leden door overleg op te lossen dan wordt er een oordeel geveld door een panel. In beroep gaan is mogelijk, en valt binnen de structuur van de WTO. Na die fase is het oordeel definitief. Als een land zich niet aan de uiteindelijke uitspraak houdt mag een land van de WTO passende 'vergeldingsmaatregelen' instellen om de geleden schade op die manier te verhalen. Uitspraken en het niet-vertrouwelijke bewijsmateriaal van elke zaak worden gepubliceerd. Dat bevordert de transparantie en het vormen van een soort van jurisprudentie.

Om de handel verdergaand te liberaliseren - zowel door verlaging van tarieven en het wegnemen van andersoortige belemmeringen als door de regels toe te passen op meer sectoren - is in 2001 een ronde onderhandelingen van start gegaan, de zogeheten Doha-ronde. Deze had in 2005 tot een akkoord moeten leiden, maar de onderhandelingen duren nog steeds voort.

De Europese Unie in de WTO

De Europese Unie (EU) wordt in de WTO vertegenwoordigd door de Europese Commissaris voor handel. Waar het nieuwe beleidsterreinen betreft, zoals intellectueel eigendom en diensten, deelt de Europese Commissie de bevoegdheid met de lidstaten, als de lidstaten daar om vragen. Elk land heeft in de WTO een stem. Als blok heeft de EU 27 stemmen, ook als zij als één geheel opereert.

De EU is door andere landen regelmatig voor het DSB gedaagd omdat vooral het Europese landbouwbeleid vaak tot beschuldigingen van oneerlijke concurrentie heeft geleid. Op haar beurt heeft de EU anderen, en vooral de Verenigde Staten, beschuldigd van protectionistische maatregelen.

Inzet van de EU in de Doha-ronde is een substantiële afbouw van tarieven, en een flinke uitbreiding van het aantal sectoren waarvoor de regels van WTO zouden moeten gelden. De EU is bereid flink te snoeien in de subsidies voor de landbouw. Echter, sommige landen vinden die concessies niet ver genoeg gaan, en willen industrie niet onderbrengen onder de WTO.

Contents

enveloppe

Sharing

1.

Basiskenmerken

Stad

Genève

Land

Zwitserland

Website

http://www.wto.org/

Grondslag

Uruguayronde in GATT-onderhandelingen (1986-1994)

Opgericht

1 januari 1995

Aard organisatie

Handel

Directeur-Generaal

Pascal Lamy

2.

Organisatie

Officieel staat de Ministeriële Conferentie aan het hoofd van de WTO. Hierin nemen alle ministers uit de aangesloten leden plaats. Deze komen minimaal eens per twee jaar bijeen. Dit lichaam kent een algemene onderraad waar de DSB en de raad voor het toezicht op handelsbeleid mee zijn verbonden. De derde laag, onder de algemene onderraad, bestaat uit een drietal raden die gehele sectoren beslaan. Daar weer onder zijn vele comités en werkgroepen waar specifieke kwesties aan de orde komen, vaak technisch van aard. 

Besluiten worden in principe genomen door de Ministeriële Conferentie, bij algehele consensus. De formele mogelijkheid te stemmen is nog nooit in de praktijk gebracht.

Ter ondersteuning van de WTO is er een secretariaat opgericht. Dat houdt alle onderhandelingen bij, en verzorgt de informatievoorziening naar de aangesloten landen. Om minder ontwikkelde landen te helpen geeft het secretariaat hen technische en juridische ondersteuning. In de figuur van directeur-generaal Pascal Lamy speelt het secretariaat een grotere rol; informeel trekt en begeleidt Lamy het hele proces van onderhandelingen.

3.

Meer informatie

4.

Openstaande vacatures