-
19-06Meeting EP Committee: Environment, Public Health and Food Safety, Brussel
-
19-06Meeting EP Committee: Environment, Public Health and Food Safety, Brussel
-
19-06Bijeenkomst: Smarter rules for safer food within the EU
-
20-0675th Meeting of the Rural Development Committee
-
20-06Mr Tonio BORG delivers keynote speech at the IFAH-Europe (International Animal Health Organisation) annual conference 2013 (Brussels)
-
20-06Mr Tonio BORG delivers a key address at the Joint Meeting of the High-Level Group on Nutrition and Health, Brussels
-
20-06Mr Tonio BORG receives Mr Piero DI LORENZO, President of IRBM (Istituto di Ricerche di Biologia Molecolare) Science Park
-
20-06Mr Tonio BORG receives a delegation from UNESDA (Union of European Soft Drinks Associations)
-
20-06Mr Tonio BORG receives Mr Guido RASI, Executive Director of the European Medicines Agency
-
20-06Meeting EP Committee: Environment, Public Health and Food Safety, Brussel
-
20-06Raadswerkgroep Codex Alimentarius (Comité Culturele zaken), Brussel
-
20-06Meeting EP Committee: Environment, Public Health and Food Safety, Brussel
-
20-06Raadswerkgroep Codex Alimentarius (Comité Culturele zaken), Brussel
Food safety policy - Hoofdinhoud
|
|
De landbouw- en voedselsector in Europa is van groot belang voor de Europese economie. Zo is de Europese Unie de tweede exporteur van landbouwproducten ter wereld.
Voor een onbelemmerde interne markt is het belangrijk dat de gezondheids-, milieu-, en dierenwelzijnsnormen voor voedsel in alle Europese lidstaten gelijk zijn.
Op Europees niveau bestaat daarom een systeem van normering en etikettering van voedselproducten in het belang van de voedselveiligheid, het welzijn van dieren en het milieu.
De basis voor het huidige beleid van voedselveiligheid ligt in het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). In het begin (1962) werd er vooral belang aan gehecht dat Europa genoeg voedsel produceerde voor de eigen burgers. De Europese Eenheidsakte van 1986 besteedde voor het eerst aandacht aan de belangen van de consument. Daardoor kon de Commissie maatregelen voorstellen gericht op het beschermen van consumenten.
De voedselcrises van 1990 lieten de beperkingen zien van het beleid voor consumentenbescherming en voedselveiligheid. Om het debat over de bestaande wetgeving aan te wakkeren publiceerde de Europese Commissie in 1997 een groenboek over de algemene principes van voedselregels in de Europese Unie. De hervorming van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid eind vorige eeuw maakte het mogelijk meer prioriteit te geven aan voedselveiligheid en -kwaliteit.
In 2000 kondigde de Europese Commissie de ontwikkeling aan van regelgeving voor de gehele voedselketen: 'van boer tot bord'. Ook werd de noodzaak benadrukt om burgers duidelijke en precieze informatie te leveren over de kwaliteit, mogelijke risico's en voedselsamenstelling. Begin 2002 werden er regels aangenomen die de basis waren voor een nieuwe benadering. Zo werd de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) opgezet samen met het Permanente Comité voor de Voedselketen en de Dierengezondheid.
Deze instanties voorzien de Europese Commissie van wetenschappelijk advies, zodat de Commissie haar besluiten mede op basis daarvan kan nemen. De adviezen worden ook gepubliceerd, zodat ook burgers ze kunnen raadplegen.
De Europese Commissie speelt een grote rol in de aanpak van grensoverschrijdende epidemieën als de gekkekoeienziekte, de varkenspest, de vogelgriep en schandalen rond dioxine en paardenvlees. Door deze crises is het vertrouwen van de consument in de veiligheid van levensmiddelen de afgelopen jaren aangetast. De Europese Unie wil dit vertrouwen door een pakket van activiteiten weer herstellen.
Bij een nieuwe uitbraak van een ziekte wordt onmiddellijk een Europees standaardpakket aan regels en controles uitgevoerd. Het gaat om strenge controles in de nabije omgeving van de uitbraak, transportverboden en de beperkte vernietiging van dieren.
Voedselnormen
De Europese Unie grijpt niet alleen in in geval van crises. De EU krijgt steeds meer invloed op de formulering van voedselnormen. Zo zorgt de EU voor regelgeving op het gebied van genetisch gemodificeerde producten, verpakkingsvoorschriften, diervoeders en toevoegingen als kleur- en smaakstoffen. In juli 2006 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan om ook Europese regels voor enzymen op te stellen. Bovendien is voorgesteld om de procedure voor het goedkeuren van voedingsstoffen te vereenvoudigen.
Uiteindelijk zijn in 2008 drie verordeningen aangenomen in het Warenbesluit additieven, aroma's en enzymen in levensmiddelen, die in augustus 2009 in Nederland in wetgeving zijn geïmplementeerd.
De algemene principes van voedselveiligheid zijn vastgelegd in een in 2002 goedgekeurde verordening, die ook bekend staat als de algemene levensmiddelenwet. In deze nieuwe wet wordt vooral de nadruk gelegd op diervoeder, omdat besmet diervoeder een belangrijke rol speelde in alle voedselschandalen van de afgelopen jaren. De Commissie controleert of de EU-wetgeving goed in de lidstaten wordt ingevoerd en of de voorschriften worden nageleefd. Dit laatste gebeurt op basis van verslagen van de lidstaten en het uitvoeren van inspecties.
Een andere belangrijke kwestie binnen het terrein voedselveiligheid betreft de discussie over het zogenaamde 'nieuwe voedsel'. Dit zijn voedingsmiddelen die nog niet op de markt waren vóór 15 mei 1997, toen de eerste wetgeving over nieuw voedsel werd geïntroduceerd. In mei 2010 eiste de parlementaire commissie Milieu, Volksgezondheid en Voedselveiligheid dat voedsel dat met behulp van nanotechnologie is geproduceerd niet op de markt komt. Kartika Liotard (EUL/NGL): "Wij hebben er op aangedrongen dat geen voedingsmiddelen die door nanotechnologie worden gemaakt of nanodeeltjes bevatten op de markt kunnen worden gebracht tenzij zij een gevalideerde risicoberekening hebben ondergaan en veilig gebleken zijn."
De Europarlementariërs hebben destijds ook gevraagd om een wetsvoorstel dat voedsel uit gekloonde dieren moet verbieden. Liotard: "Voor zover wij weten, is er geen voedsel dat van gekloonde dieren afkomstig is op de Europese markt en het Parlement wil dat dit in de toekomst zo blijft. De Commissie probeert om wetgeving naar voren te brengen over deze controversiële kwestie zonder zelfs een openbaar debat. Wij eisen dat deze kwestie in een afzonderlijke verordening wordt behandeld. Wij willen niet dat dieren worden gekloond voor de voedselproductie en wij willen ook geen nakomelingen van gekloonde dieren op de markt." In oktober 2010 stelde de Commissie een moratorium in op het klonen van dieren voor consumptiedoeleinden.
Etiketten
Er wordt niet alleen gewerkt aan veiliger voedsel; de EU heeft ook regels opgesteld over de etikettering van levensmiddelen. Consumenten hebben het recht te weten wat ze kopen en zij kunnen daardoor bijvoorbeeld beter ingrediënten herkennen waarvoor zij allergisch zijn. Daarnaast wordt momenteel gestreefd naar verplichte vakjes op verpakkingen met daarin informatie over het gehalte zout, suiker, vet en andere dikmakers in een product. Deze informatie op producten is bedoeld om overgewicht tegen te gaan. Op 5 juli 2011 stemde het Europees Parlement in tweede lezing in met de nieuwe regels. Op 29 september 2011 ging ook de Raad van Ministers akkoord met deze nieuwe regelgeving.
Verpakkingsmaterialen
In december 2006 lanceerde de Europese Commissie het Communautair referentielaboratorium (CRL). Het CRL is een netwerk van nationale laboratoria dat onderzoekt welke invloed verpakkingsmaterialen op voedsel hebben. De onderzoeksresultaten kunnen worden gebruikt bij het opstellen van wetgeving voor verpakkingsmaterialen.
Advisering
Alle besluiten die de EU op dit beleidsterrein neemt zijn gebaseerd op wetenschappelijk advies. Hierbij speelt de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) in Parma een belangrijke rol. Deze instantie verstrekt de Europese Commissie wetenschappelijk advies. De adviezen worden ook gepubliceerd, zodat de burgers ze kunnen raadplegen.
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
NL |
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.
Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie
Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Gezondheid en consumentenbescherming:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.
De raadsformatie die beslist over Voedselveiligheid is de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:
Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:
De volgende Europarlementariërs zijn in deze commissie namens Nederland plaatsvervangend lid:
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt doorgevoerd.
Voedselveiligheid is in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) niet als apart beleidsterrein opgenomen, maar (zeer) indirect wel genoemd in een paar artikelen
-
-volksgezondheid: derde deel VwEU titel XIV (art. 168 lid 4)
-
-consumentenrechten: derde deel VwEU titel XV (art. 169)
-
-beperking interne markt: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 3 art. 114
Hot issues
Nederland
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties