-
19-0610th Anniversary International Conference on "Marine Navigation and Safety of Sea Transportation" TransNav 2013
-
19-06Jahreskongress "Maritime Wirtschaft 2013" des FORUM Instituts
-
19-06Ms Maria DAMANAKI meets Mr Rudy RALLIS, owner of Attica Zoological Park
-
19-06Black Sea Economic Cooperation Organisation (BSEC) Ministerial meeting, Odessa, Ukraine
-
20-06Meeting of the European ITS Committee - (EIC)
-
20-06Raadswerkgroep Visserij-Intern, Brussel
-
21-06Ms Maria DAMANAKI gives keynote speech at the 28th Meeting of the Council of Ministers of Foreign Affairs of the Black Sea Economic Cooperation Organization (Odessa, Ukraine)
-
21-06Raadswerkgroep Visserij-Intern, Brussel
-
21-06Raadswerkgroep Visserij-Intern, Brussel
-
24-06Raad Landbouw en Visserij, Brussel;Kirchberg;Kirchberg
-
24-06Raad Landbouw en Visserij, Kirchberg
-
25-06Hoorzitting over 'Lives lost in the Mediterranean Sea'
-
25-06Raadswerkgroep Veterinaire deskundigen: potsdam group, Brussel
Maritime and fisheries policy - Hoofdinhoud
© ANP-Photo
De Europese Unie is de derde visproducent ter wereld. Er werken in de visserij- en visverwerkende sector ongeveer 267.000 mensen. De EU-burger consumeert gemiddeld 22 kg vis per jaar.
De EU wil bij de visserij in Europese wateren meer rekening houden met het milieu en de hoeveelheid vis. Ze verstrekt daartoe vergunningen en voert controles uit. Het beleid van de EU richt zich op het garanderen van een betaalbaar visaanbod voor de consument, het behouden van de werkgelegenheid voor de vissers en het beschermen van het (zee)milieu.
Overbevissing is een groot probleem in de visserijsector in Europa. Een escalatie van het probleem kan leiden tot:
-
-schaarste; de consument zal geen betaalbare vis meer kunnen kopen
-
-werkloosheid onder de beroepsbevolking in de sector
-
-aftakeling van het zeemilieu door afnemende biodiversiteit
Om dit te voorkomen streeft de EU ernaar de visbestanden te behouden, het milieu te beschermen, de omvang van de vissersvloot te reguleren en de consument van betaalbare vis te voorzien. Zo is in november 2008 besloten de kabeljauwvisserij in de Europese wateren aan banden te leggen, omdat een eerder herstelplan niet tot de gehoopte resultaten heeft geleid. Ook is destijds besloten 600 miljoen euro extra subsidie aan vissers te geven om overbevissing tegen te gaan en om de visserij duurzamer te maken door gebruik te maken van zuinigere scheepsmotoren en duurzame vismethoden.
Sinds 2007 wordt het visserijbeleid betaald uit het Europees Visserijfonds (EVF), waarvoor in de meerjarenbegroting 2007-2013 in totaal ongeveer 4,3 miljard euro is gereserveerd. Voor 2012 is een bedrag van 672 miljoen euro beschikbaar; voor 2013 resteert nog 688 miljoen euro.
De Unie heeft in haar beleid contact met vissers uit de lidstaten en met vissers van landen buiten de EU.
De Europese Commissie heeft zichzelf ten doel gesteld het visserijbeleid op de volgende vijf punten te verbeteren.
-
-Overbevissing: de vangstcapaciteit in de EU is groter dan de visstand toelaat. Bij het tegengaan van deze overcapaciteit dringen partijen echter aan op een aanpak per onderdeel van de visserijsector. Mogelijke middelen om dit tegen te gaan zijn het instellen van een eenmalige sloopregeling ter vervanging van de oude vloot, individueel overdraagbare visquota of het verplicht terugdringen van de visserijvloot.
-
-Prioritering van het beleid: binnen het visserijbeleid zouden op termijn door middel van verduurzaming weinig conflicten meer moeten ontstaan tussen ecologische, sociale en economische doelstellingen. Partijen verschillen echter van mening over de vraag aan welke van deze drie pijlers het meeste belang moet worden gehecht.
-
-Besluitvormingskader: wie beslist over welk onderwerp? Lidstaten willen het visserijbeleid vaker op regionaal of nationaal niveau bepalen in plaats van op het niveau van de Commissie. Ook wil men een grotere rol voor regionale adviesraden en belanghebbenden in de sector. Het visserijbeleid rond de Oostzee zou bijvoorbeeld alleen door de lidstaten en belanghebbende partijen in die regio moeten worden bepaald. De Commissie zou in een dergelijke raad als lid of waarnemer kunnen optreden.
-
-Verantwoordelijkheid voor het visserijbeheer: verschillende lidstaten vinden dat deze meer bij de producentenorganisaties en vissersorganisaties zou moeten liggen. De sector heeft zelf wel oren naar meer controle over bijvoorbeeld de technische invulling van het beleid, maar wil niet dat eventuele mislukkingen op de vissers worden afgeschoven. Milieu-organisaties staan voorzichtiger tegenover dergelijke ontwikkelingen, die zij alleen mogelijk achten in combinatie met strikte controle en handhaving. Liever zien zij gedeelde verantwoordelijkheid door overheden en de sector.
-
-Nalevingscultuur: om deze te verbeteren is een controleverordening opgesteld die de steun heeft van de meeste lidstaten. Op dit moment gelden de complexiteit van de regels, overcapaciteit, problemen met gegevensverzameling en uiteenlopend sanctiebeleid als de belangrijkste redenen voor niet-naleving. NGO's en enkele lidstaten hebben hun steun uitgesproken voor een sterker verband tussen financiële steun en naleving van regels.
Aquacultuur
Aquacultuur is een bio-industrie, waarbij vis wordt gekweekt in bassins. De gehele wereldwijde visproductie bestaat volgens de FAO sinds 2009 voor meer dan de helft uit aquacultuurvis. Slechts 4 procent van de aquacultuurvis is afkomstig uit Europa, en dan met name uit Noorwegen, dat geen EU-lidstaat is. Daaruit is op te maken dat deze industrie kan uitgroeien tot een effectieve vervanger voor vis uit zee.
De EU steunt deze industrie met financiële middelen en beleidsmaatregelen, en zet hiermee het eigen visserijbeleid kracht bij. Behalve een bescherming van de vispopulatie in zee, wordt er ook gezorgd voor extra werkgelegenheid in gebieden waar visserij normaal gesproken een seizoensgebonden beroep is.
Maritiem beleid
Omdat de twee beleidsgebieden milieu en visserij nog weinig geïntegreerd zijn, blijken beleidsmaatregelen en hun consequenties op deze gebieden nog vaak ondoorzichtig. De Europese Commissie is daarom gestart met een onderzoek naar de mogelijkheid voor een integraal maritiem beleid waarin milieu en de exploitatie van zee- en oceaanrijkdommen beter op elkaar worden afgestemd.
Dit vanuit het besef dat alles wat met de Europese zeeën en oceanen te maken heeft met elkaar verweven is. Daarom is het van belang op een 'holistische' wijze naar maritieme aangelegenheden te kijken. Deze geïntegreerde en sectoroverschrijdende aanpak moet leiden tot een innoverende, concurrerende en duurzame maritieme sector waarin economische en ecologische belangen op elkaar zijn afgestemd. Dit ligt ook in lijn met de strategie van Lissabon (tot en met 2010) en de Europa 2020-strategie (2011-2020).
Naast de maritieme activiteiten vormt ook de levenskwaliteit in kustgebieden onderdeel van het maritieme beleid. In 2006 heeft de Commissie een groenboek integraal maritiem beleid uitgebracht waarin de Commissie verschillende onderdelen van het maritiem beleid uiteen heeft gezet. Dit heeft geleid tot de presentatie van een actieplan in 2007. Een aantal aandachtspunten van het integraal maritiem beleid zijn:
-
-de maritieme sector moet een aanzienlijke bijdrage leveren aan de de vermindering van uitstoot van broeikasgassen
-
-duurzaam gebruik van zeeën en oceanen
-
-bevordering van de modernisering van de visserijsector
-
-een Europese strategie voor maritiem onderzoek
-
-betere bescherming tegen criminele handelingen als illegale immigratie, mensensmokkel, terrorisme, illegale visserij en andere illegale praktijken, door betere samenwerking van Europese maritieme diensten en kustwachten
-
-betere bescherming van de kustregio's tegen klimaatverandering (vooral stijging van de zeespiegel)
-
-verbetering van de beroepskwalificaties van maritieme opleidingen en betere carrièrekansen in de sector.
De Commissie zal haar voornemens in het actieplan door nadere wetgeving ten uitvoer moeten brengen.
Een eerste stap die gezet is naar concretisering van het integraal maritiem beleid is het op 26 juni 2008 aannemen van richtlijnen over een integrale benadering van maritiem beleid. In deze richtlijnen worden de lidstaten opgeroepen hun nationale maritieme beleidsgebieden op elkaar af te stemmen en samenwerking tussen de verschillende beleidsgebieden te vergroten. Dit zal de Europese samenwerking op dit gebied vergemakkelijken.
In november 2009 heeft de Raad van Ministers positief gereageerd op de vooruitgang die de Commissie tot nu toe heeft geboekt ten opzichte van het integraal maritiem beleid. De Raad riep de Commissie op om een duidelijk stappenplan uit te werken dat moet leiden tot het verwezenlijken van een dergelijk integraal beleid. Op 16 januari 2013 bepaalde het Europees Parlement dat vissers, die opereren op kleine schaal, buiten het seizoen Baltische kabeljauw mogen vangen in kunstgebieden.
In het nieuwe maritieme beleid wil Brussel ook doelen opnemen om schepen en havens minder CO2 te laten uitstoten. De scheepvaartsector zou vanaf 2013 moeten deelnemen aan het Europees systeem voor handel in emissierechten, net zoals dat voor de luchtvaart vanaf 2012 verplicht is. In november 2011 kondigde het DG Klimaat echter aan dit voornemen opnieuw te onderzoeken.
Het betalen voor de uitstoot van broeikasgassen zou de concurrentiepositie van de Europese scheepvaart namelijk verslechteren omdat de sector zo internationaal gericht is.
In mei 2011 kwam eurocommissaris Damanaki met haar definitieve hervormingsplannen voor het visserijbeleid (zie hieronder). En ook het maritiem beleid wordt vernieuwd. Zo werkt de Commissie aan een beter geïntegreerd beleid. het maritiem beleid biedt ook kansen om doelen te behalen op een ander terrein, het milieubeleid. Zo pleit de Commissie voor verdere ontwikkeling van het vervoer over zee.
Bescherming van de visbestanden door langetermijnplanning
De bescherming en het beheer van de visbestanden worden gewaarborgd door maatregelen die het vangen van volwassen vis inperken. Hierdoor is de voortplanting van de vispopulatie beter gewaarborgd.
Dit in tegenstelling tot de voorgaande regelgeving, waarin slechts quota (Total Allowable Catches of TAC's) waren ingesteld voor de soorten die worden bedreigd. Verder heeft de EU overeenkomsten met landen en visserijorganisaties buiten de EU waarin afspraken zijn gemaakt over de bevissing in de wateren van de EU en de rest van de wereld.
De ministers van Visserij van de EU-lidstaten besloten de afgelopen jaren tot vangstbeperkingen van onder andere tong, schol, kabeljauw, blauwe wijting en haring (bijvangst). In 2009 ging het aantal dagen dat in de Europese wateren op kabeljauw mag worden gevist met 25 procent omlaag. De jaren daarna wordt het aantal zeedagen voor kabeljauwvissers nog eens met 10 procent per jaar verminderd.
De EU heeft zich op de CITES-conferentie in maart 2010 in Doha sterk gemaakt voor een verbod op de vangst van de blauwvintonijn, die door uitsterven wordt bedreigd. Een verbod op de vangst van deze vis is echter afgewezen. Met name Japan, een grote consument van deze vis, lag dwars. Ook Libië en Turkije stemden tegen. Voorstellen ter bescherming van vijf haaiensoorten behaalden ook geen meerderheid. De Eurocommissaris van Visserij en Maritieme Zaken heeft aangegeven dat ondanks de teleurstellende uitkomsten van de CITES-conferentie, de EU zich ook in andere fora en binnen de EU-kaders zal blijven inzetten voor de bescherming van bedreigde vissoorten.
Middelen
Voor de periode 2007-2013 heeft Commissie het Europees Visserijfonds opgericht, waaruit de volgende onderdelen van het visserijbeleid mogen worden bekostigd:
-
-maatregelen om de visserijvloot in de EU te moderniseren
-
-bevordering van aquacultuur en binnenvisserij
-
-collectieve actie die gericht is op duurzame ontwikkeling
-
-duurzame ontwikkeling van visserijgebieden
-
-technische hulp bij het implementeren van het visserijbeleid onder de meerjarenbegroting 2007-2013.
Vooral minder ontwikkelde regio's zullen steun ontvangen uit het fonds. Het totale budget tussen 2007 en 2013 bedraagt 4,3 miljard euro.
Voor de landbouw- en visserijsector mag maximaal 3000 euro steun per onderneming worden gegeven, over een periode van drie jaar. In dat geval hoeft de steun niet gemeld te worden. In de visserijsector geldt het voorzorgsbeginsel en wordt gewerkt met meerjarenplannen.
Hervormingsplannen
Sinds 2009 wordt gewerkt aan een vernieuwd visserijbeleid. In een groenboek zette de Europese Commissie alle tekortkomingen van het huidige beleid op een rij. Ook gaf de Commissie de richting aan waarin het visserijbeleid zich zou moeten ontwikkelen.
De Commissie wilde de hele sector betrekken bij het opstellen van een nieuw beleid. Op basis van raadplegingen en gesprekken is de Commissie in 2011 met een voorstel gekomen. De kern is een duurzamer visserijbeleid, zodat zowel de vis als de sector ook op langere termijn voor de EU behouden blijft.
In 2013 stemde het Europees Parlement in met de Commissievoorstellen. Het is aan de lidstaten om de voorstellen definitief goed te keuren.
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort Informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
NL |
De activiteiten die de Europese Unie ontwikkelt betreffende Visserijbeleid worden ontplooid in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement alle een grote rol spelen in het besluitvormingsproces.
Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie
Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Visserij en maritieme zaken:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
De raadsformatie die beslist over Visserij is de Raad Landbouw, die formeel één keer per maand bijeenkomt. Ook informele of buitengewone bijeenkomsten zijn mogelijk. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:
Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Visserij de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Er zit geen Nederlandse Europarlementariër in deze commissie.
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering dat het voorstel nationaal wordt doorgevoerd.
Het visserijbeleid vindt haar basis in het landbouwbeleid in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU).
-
-beginselen: eerste deel VwEU titel I art. 4 lid 2d
-
-landbouwbeleid: derde deel VwEU titel III (artikelen 38 t/m 44)
Hot issues
Nederland
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties
Statistiek