Visserijbeleid en Maritieme Zaken - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

Visvangst

De Europese Unie is de derde visproducent ter wereld. Er werken in de visserij- en visverwerkende sector ongeveer 267.000 mensen. De EU-burger consumeert gemiddeld 22 kg vis per jaar.

De EU wil bij de visserij in Europese wateren meer rekening houden met het milieu en de hoeveelheid vis. Ze verstrekt daartoe vergunningen en voert controles uit. Het beleid van de EU richt zich op het garanderen van een betaalbaar visaanbod voor de consument, het behouden van de werkgelegenheid voor de vissers en het beschermen van het (zee)milieu.

Overbevissing is een groot probleem in de visserijsector in Europa. Een escalatie van het probleem kan leiden tot:

  • schaarste; de consument zal geen betaalbare vis meer kunnen kopen
  • werkloosheid onder de beroepsbevolking in de sector
  • aftakeling van het zeemilieu door afnemende biodiversiteit

Om dit te voorkomen streeft de EU ernaar de visbestanden te behouden, het milieu te beschermen, de omvang van de vissersvloot te reguleren en de consument van betaalbare vis te voorzien. Zo is in november 2008 besloten de kabeljauwvisserij in de Europese wateren aan banden te leggen, omdat een eerder herstelplan niet tot de gehoopte resultaten heeft geleid. Ook is destijds besloten 600 miljoen euro extra subsidie aan vissers te geven om overbevissing tegen te gaan en om de visserij duurzamer te maken door gebruik te maken van zuinigere scheepsmotoren en duurzame vismethoden.

Sinds 2007 wordt het visserijbeleid betaald uit het Europees Visserijfonds (EVF), waarvoor in de meerjarenbegroting 2007-2013 in totaal 3,8 miljard euro is gereserveerd. Voor 2011 is een bedrag van 658 miljoen euro beschikbaar, bijna 1 procent van de totale begroting voor dat jaar.

De Unie heeft in haar beleid contact met vissers uit de lidstaten en met vissers van landen buiten de EU.

1.

In vogelvlucht

De Europese Commissie heeft zichzelf ten doel gesteld het visserijbeleid op de volgende vijf punten te verbeteren.

  • Overbevissing: de vangstcapaciteit in de EU is groter dan de visstand toelaat. Bij het tegengaan van deze overcapaciteit dringen partijen echter aan op een aanpak per onderdeel van de visserijsector. Mogelijke middelen om dit tegen te gaan zijn het instellen van een eenmalige sloopregeling ter vervanging van de oude vloot, individueel overdraagbare visquota of het verplicht terugdringen van de visserijvloot.
  • Prioritering van het beleid: binnen het visserijbeleid zouden op termijn door middel van verduurzaming weinig conflicten meer moeten ontstaan tussen ecologische, sociale en economische doelstellingen. Partijen verschillen echter van mening over de vraag aan welke van deze drie pijlers het meeste belang moet worden gehecht.
  • Besluitvormingskader: wie beslist over welk onderwerp? Lidstaten willen het visserijbeleid vaker op regionaal of nationaal niveau bepalen in plaats van op het niveau van de Commissie. Ook wil men een grotere rol voor regionale adviesraden en belanghebbenden in de sector. Het visserijbeleid rond de Oostzee zou bijvoorbeeld alleen door de lidstaten en belanghebbende partijen in die regio moeten worden bepaald. De Commissie zou in een dergelijke raad als lid of waarnemer kunnen optreden.
  • Verantwoordelijkheid voor het visserijbeheer: verschillende lidstaten vinden dat deze meer bij de producentenorganisaties en vissersorganisaties zou moeten liggen. De sector heeft zelf wel oren naar meer controle over bijvoorbeeld de technische invulling van het beleid, maar wil niet dat eventuele mislukkingen op de vissers worden afgeschoven. Milieu-organisaties staan voorzichtiger tegenover dergelijke ontwikkelingen, die zij alleen mogelijk achten in combinatie met strikte controle en handhaving. Liever zien zij gedeelde verantwoordelijkheid door overheden en de sector.
  • Nalevingscultuur: om deze te verbeteren is een controleverordening opgesteld die de steun heeft van de meeste lidstaten. Op dit moment gelden de complexiteit van de regels, overcapaciteit, problemen met gegevensverzameling en uiteenlopend sanctiebeleid als de belangrijkste redenen voor niet-naleving. NGO's en enkele lidstaten hebben hun steun uitgesproken voor een sterker verband tussen financiële steun en naleving van regels.

Aquacultuur

Aquacultuur is een bio-industrie, waarbij vis wordt gekweekt in bassins. De gehele wereldwijde visproductie bestaat volgens de FAO sinds 2009 voor meer dan de helft uit aquacultuurvis. Slechts 4 procent van de aquacultuurvis is afkomstig uit Europa, en dan met name uit Noorwegen, dat geen EU-lidstaat is. Daaruit is op te maken dat deze industrie kan uitgroeien tot een effectieve vervanger voor vis uit zee.

De EU steunt deze industrie met financiële middelen en beleidsmaatregelen, en zet hiermee het eigen visserijbeleid kracht bij. Behalve een bescherming van de vispopulatie in zee, wordt er ook gezorgd voor extra werkgelegenheid in gebieden waar visserij normaal gesproken een seizoensgebonden beroep is.

Maritiem beleid

Omdat de twee beleidsgebieden milieu en visserij nog weinig geïntegreerd zijn, blijken beleidsmaatregelen en hun consequenties op deze gebieden nog vaak ondoorzichtig. De Europese Commissie is daarom gestart met een onderzoek naar de mogelijkheid voor een integraal maritiem beleid waarin milieu en de exploitatie van zee- en oceaanrijkdommen beter op elkaar worden afgestemd.

Dit vanuit het besef dat alles wat met de Europese zeeën en oceanen te maken heeft met elkaar verweven is. Daarom is het van belang op een 'holistische' wijze naar maritieme aangelegenheden te kijken. Deze geïntegreerde en sectoroverschrijdende aanpak moet leiden tot een innoverende, concurrerende en duurzame maritieme sector waarin economische en ecologische belangen op elkaar zijn afgestemd. Dit ligt ook in lijn met de strategie van Lissabon (tot en met 2010) en de Europa 2020-strategie (2011-2020).

Naast de maritieme activiteiten vormt ook de levenskwaliteit in kustgebieden onderdeel van het maritieme beleid. In 2006 heeft de Commissie een groenboek integraal maritiem beleid uitgebracht waarin de Commissie verschillende onderdelen van het maritiem beleid uiteen heeft gezet. Dit heeft geleid tot de presentatie van een actieplan in 2007. Een aantal aandachtspunten van het integraal maritiem beleid zijn:

  • de maritieme sector moet een aanzienlijke bijdrage leveren aan de de vermindering van uitstoot van broeikasgassen
  • duurzaam gebruik van zeeën en oceanen
  • bevordering van de modernisering van de visserijsector
  • een Europese strategie voor maritiem onderzoek
  • betere bescherming tegen criminele handelingen als illegale immigratie, mensensmokkel, terrorisme, illegale visserij en andere illegale praktijken, door betere samenwerking van Europese maritieme diensten en kustwachten
  • betere bescherming van de kustregio's tegen klimaatverandering (vooral stijging van de zeespiegel)
  • verbetering van de beroepskwalificaties van maritieme opleidingen en betere carrièrekansen in de sector.

De Commissie zal haar voornemens in het actieplan door nadere wetgeving ten uitvoer moeten brengen.

Een eerste stap die gezet is naar concretisering van het integraal maritiem beleid is het op 26 juni 2008 aannemen van richtlijnen over een integrale benadering van maritiem beleid. In deze richtlijnen worden de lidstaten opgeroepen hun nationale maritieme beleidsgebieden op elkaar af te stemmen en samenwerking tussen de verschillende beleidsgebieden te vergroten. Dit zal de Europese samenwerking op dit gebied vergemakkelijken.

In november 2009 heeft de Raad van Ministers positief gereageerd op de vooruitgang die de Commissie tot nu toe heeft geboekt ten opzichte van het integraal maritiem beleid. De Raad riep de Commissie op om een duidelijk stappenplan uit te werken dat moet leiden tot het verwezenlijken van een dergelijk integraal beleid.

In het nieuwe maritieme beleid wil Brussel ook doelen opnemen om schepen en havens minder CO2 te laten uitstoten. De scheepvaartsector zou vanaf 2013 moeten deelnemen aan het Europees systeem voor handel in emissierechten, net zoals dat voor de luchtvaart vanaf 2012 verplicht is. In november 2011 kondigde het DG Klimaat echter aan dit voornemen opnieuw te onderzoeken.

Het betalen voor de uitstoot van broeikasgassen zou de concurrentiepositie van de Europese scheepvaart namelijk verslechteren omdat de sector zo internationaal gericht is.

In mei 2011 kwam eurocommissaris Damanaki met haar definitieve hervormingsplannen.

Bescherming van de visbestanden door langetermijnplanning

De bescherming en het beheer van de visbestanden worden gewaarborgd door maatregelen die het vangen van volwassen vis inperken. Hierdoor is de voortplanting van de vispopulatie beter gewaarborgd.

Dit in tegenstelling tot de voorgaande regelgeving, waarin slechts quota (Total Allowable Catches of TAC's) waren ingesteld voor de soorten die worden bedreigd. Verder heeft de EU overeenkomsten met landen en visserijorganisaties buiten de EU waarin afspraken zijn gemaakt over de bevissing in de wateren van de EU en de rest van de wereld.

De ministers van Visserij van de EU-lidstaten besloten de afgelopen jaren tot vangstbeperkingen van onder andere tong, schol, kabeljauw, blauwe wijting en haring (bijvangst). In 2009 ging het aantal dagen dat in de Europese wateren op kabeljauw mag worden gevist met 25 procent omlaag. De jaren daarna wordt het aantal zeedagen voor kabeljauwvissers nog eens met 10 procent per jaar verminderd.

De EU heeft zich op de CITES-conferentie in maart 2010 in Doha sterk gemaakt voor een verbod op de vangst van de blauwvintonijn, die door uitsterven wordt bedreigd. Een verbod op de vangst van deze vis is echter afgewezen. Met name Japan, een grote consument van deze vis, lag dwars. Ook Libië en Turkije stemden tegen. Voorstellen ter bescherming van vijf haaiensoorten behaalden ook geen meerderheid. De Eurocommissaris van Visserij en Maritieme Zaken heeft aangegeven dat ondanks de teleurstellende uitkomsten van de CITES-conferentie, de EU zich ook in andere fora en binnen de EU-kaders zal blijven inzetten voor de bescherming van bedreigde vissoorten.

Middelen

Voor de periode 2007-2013 heeft Commissie het Europees Visserijfonds opgericht, waaruit de volgende onderdelen van het visserijbeleid mogen worden bekostigd:

  • maatregelen om de visserijvloot in de EU te moderniseren
  • bevordering van aquacultuur en binnenvisserij
  • collectieve actie die gericht is op duurzame ontwikkeling
  • duurzame ontwikkeling van visserijgebieden
  • technische hulp bij het implementeren van het visserijbeleid onder de meerjarenbegroting 2007-2013.

Vooral minder ontwikkelde regio's zullen steun ontvangen uit het fonds. 

Het totale budget tussen 2007 en 2013 bedraagt 3,8 miljard euro. Ongeveer 272 miljoen euro daarvan is gereserveerd voor de jongste lidstaten Roemenië en Bulgarije. Daarnaast is 30 miljoen euro gereserveerd voor het opzetten van het nieuwe fonds. Jaarlijks is ongeveer 506 miljoen euro beschikbaar voor het geven van steun.

Voor de landbouw- en visserijsector mag maximaal 3000 euro steun per onderneming worden gegeven, over een periode van drie jaar. In dat geval hoeft de steun niet gemeld te worden. In de visserijsector geldt het voorzorgsbeginsel en wordt gewerkt met meerjarenplannen.

Hervormingsplannen

Op 22 april 2009 heeft de Europese Commissie een groenboek over de toekomst van het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Europese Unie aangenomen. In dit document worden de tekortkomingen van het huidige beleid op een rij gezet en wordt een eerste aanzet gegeven voor een openbare raadpleging in de gehele EU.

Het groenboek heeft twee centrale doelstellingen: in de eerste plaats wil de Commissie de Europese burgers bewust maken van de problematiek waarmee de visserijsector de laatste jaren te kampen heeft, en in de tweede plaats hoopt de Commissie hiermee draagvlak onder de Europese bevolking te creëren voor een meer innovatieve en op consensus gebaseerde aanpak.

Tijdens de openbare raadpleging hebben vissers en andere belanghebbenden uit de sector, maar ook wetenschappers en geïnteresseerde burgers, de kans gekregen zich uit te spreken over het Europese visserijbeleid. Deze consultatie was de eerste stap in een proces dat moet leiden tot een ingrijpende herziening van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

De openbare raadpleging is op 31 december 2009 afgerond. Op basis van de resultaten hiervan én op basis van het groenboek gaan de lidstaten het toekomstige beleid gestalte geven. De onderhandelingen zijn in 2011 gestart. Het resultaat wordt aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegd, waarna de voorgestelde hervormingen in 2012 doorgevoerd zullen worden.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

 

2.

Wie doet wat?

De activiteiten die de Europese Unie ontwikkelt betreffende Visserijbeleid worden ontplooid in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement alle een grote rol spelen in het besluitvormingsproces.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Visserij en maritieme zaken:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De raadsformatie die beslist over Visserij is de Raad Landbouw, die formeel één keer per maand bijeenkomt. Ook informele of buitengewone bijeenkomsten zijn mogelijk. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Visserij de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Er zit geen Nederlandse Europarlementariër in deze commissie.

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering dat het voorstel nationaal wordt doorgevoerd.

3.

Juridisch kader

Het visserijbeleid vindt haar basis in het landbouwbeleid in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU).

 

4.

Wat komt er aan?

Datum Titel
17.02.2005  REPORT OF THE SCIENTIFIC, TECHNICAL AND ECONOMIC COMMITTEE FOR FISHERIES - REVIEW OF SCIENTIFIC ADVICE FOR 2005 - 19TH STECF Brussels, 1 – 5 November 2004 - STECF-SGRST ...
Werkdocument Europese Commissie sec(2005)266
 
15.02.2005  REPORT OF THE Joint SGRST-SGECA sub-group on “Further improvements of the EIAA model including long term perspective and effect of recovery plans” - Brussels, 14 – 16, ...
Werkdocument Europese Commissie sec(2005)259
 
14.02.2005  SCIENTIFIC, TECHNICAL AND ECONOMIC COMMITTEE FOR FISHERIES (STECF) - Analysis of derogations and non-conformities of Member States’ data collection National Programmes ...
Werkdocument Europese Commissie sec(2005)255
 
31.01.2005  SCIENTIFIC, TECHNICAL AND ECONOMIC COMMITTEE FOR FISHERIES (STECF) - SUBGROUP ON RESEARCH NEED AND DATA COLLECTION (SGRN) - Guidelines for the submission of Technical ...
Werkdocument Europese Commissie sec(2005)159
 
31.01.2005  Scientific, Technical and Economic Committee for Fisheries (STECF) - Subgroup on Economic Assessment (SGECA) - Reflections on economic issues and indicators with regard ...
Werkdocument Europese Commissie sec(2004)1712
 
04.01.2005  Toezicht op de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid door de lidstaten in de periode 2000-2002.
Evaluatieverslag com(2004)849
 
23.12.2004  REPORT OF THE SCIENTIFIC, TECHNICAL AND ECONOMIC COMMITTEE FOR FISHERIES (STECF) Subgroup on Economic Assessment (SGECA) (Brussels 27-29 October 2004) The Potential ...
Werkdocument Europese Commissie sec(2004)1710
 
23.12.2004  SCIENTIFIC, TECHNICAL AND ECONOMIC COMMITTEE FOR FISHERIES (STECF) Subgroup on Review of scientific advice on Stocks (SGRST) MIXED FISHERIES Brussels, 18-22 October 2004 ...
Werkdocument Europese Commissie sec(2004)1711
 
15.12.2004  Vooruitzichten voor de vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid.
Mededeling com(2004)820
 
14.12.2004  Jaarverslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de inspanningen die de lidstaten in 2003 hebben geleverd om tot een duurzaam evenwicht tussen ...
Evaluatieverslag com(2004)799
 

5.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Documentation Centre for Dutch Political PartiesFaculty of Law, Department of Public Law, Maastricht UniversityCampus The Hague Leiden UniversityCentre for Parliamentary HistoryParliamentary Documentation Centre
Stuur door