Beleid ontwikkelingssamenwerking - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

Afrikanen

De Europese Unie is de grootste donor van ontwikkelingsgelden ter wereld. Samen met de lidstaten is de Europese Unie verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle niet-particuliere internationale hulpverlening. In 2008 hebben de lidstaten en de EU samen 49 miljard euro aan officiële ontwikkelingsbijstand gegeven.

De Europese Unie reserveert een budget voor ontwikkelingssamenwerking in het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) om de doelstellingen uit het Cotonou-akkoord (2000) te kunnen verwezenlijken. Het tiende Europese Ontwikkelingsfonds is in januari 2006 vastgesteld, en heeft een budget van 22,6 miljard euro voor de periode 2008-2013. Voor veel projecten in ontwikkelingslanden kunnen organisaties goedkope leningen sluiten bij de Europese Investeringsbank (EIB).

Het ontwikkelingsbeleid van de EU gaat uit van handel en hulp. De EU ziet handel als een stimulans voor economische groei en productiecapaciteit in arme landen. Ontwikkelingslanden krijgen in sommige gevallen gemakkelijker toegang tot de Europese markt dan andere landen.

Met name in de gebieden dichtbij de Europese Unie, en de landen die vroeger een kolonie waren van EU-lidstaten, bestaan actieve samenwerkingsverbanden.

1.

In vogelvlucht

Doelen en focus van het Europese ontwikkelingsbeleid

De Europese Unie voert een ontwikkelingsbeleid dat rekening houdt met de Millenniumdoelen van de VN. Het streeft de volgende doelen na:

  • Economisch en humanitair: het stimuleren van duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden om de armoede te bestrijden en deze landen meer te betrekken in de wereldeconomie.
  • Politiek: het verstevigen van democratische structuren, het ondersteunen van een rechtsstaat die mensenrechten eerbiedigt en de fundamentele vrijheden voor de bewoners waarborgt.

Deze doelen probeert de EU te bereiken door zich bij het verlenen van ontwikkelingssamenwerking vooral te richten op de volgende gebieden:

  • Handel en regionale integratie
  • Milieu en duurzaam management van natuurlijke hulpbronnen
  • Infrastructuur, communicatie en transport
  • Water
  • Energie
  • Plattelandsontwikkeling, territoriale planning, landbouw en voedselveiligheid
  • Bestuur, democratie, mensenrechten en steun voor economische en institutionele hervormingen
  • Conflictpreventie en instabiele staten
  • Menselijke ontwikkeling (Onderwijs, gelijke rechten tussen man en vrouw etc.)
  • Sociale cohesie en werkgelegenheid

Er is een afzonderlijke commissaris voor het beleid humanitaire hulp en rampenbestrijding.

Naast deze kerngebieden, zijn vier problemen aangewezen die extra nadruk krijgen, omdat juist die problemen op verschillende vlakken spelen. Dit zijn democratie en mensenrechten, behoud van het milieu, gelijke rechten tussen man en vrouw en de strijd tegen HIV/AIDS. Een strategie voor de bestrijding van deze problemen moet in alle ontwikkelingsstrategieën worden opgenomen.

Het einddoel van de Unie is om achtergebleven bevolkingsgroepen in de wereld weer controle te geven over hun eigen ontwikkeling. Daarom richt de hulp zich vooral op de oorzaken van hun achterstand.

Samenwerkingsverbanden

De EU heeft een speciaal samenwerkingsverband met de landen van Afrika ten zuiden van de Sahara, de Caraïben en de Stille Oceaan (de ACS-landen). De samenwerking bestaat al sinds het ontstaan van de Europese Gemeenschap. In 1975 werd de relatie tussen de ACS-landen en de Europese Unie geregeld in de overeenkomst van Lomé. 25 Jaar later werd dit opnieuw gedaan door de Cotonou-overeenkomst, die in 2005 werd herzien. Sindsdien wordt gewerkt met de herziene overeenkomst.

De prioriteiten die toenmalig eurocommissaris Louis Michel namens de EU in 2005 met de ACS-landen heeft afgesproken, omvatten handelsafspraken, programma's voor armoedebestrijding en bepalingen voor goed bestuur (corruptiebestrijding). Daarnaast geeft het nieuwe, herziene Cotonou-verdrag aandacht aan het bestrijden van terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens, en deelname aan het Internationaal Strafhof (ICC).

Naast het actieve samenwerkingsverband met de ACS-landen, bestaat er ook nauwe samenwerking met de overzeese gebieden die verbanden hebben met Denemarken, Frankrijk, Nederland en Groot Brittannië en die verbonden zijn met de Europese Unie.

Verder wordt er samengewerkt met de landen in het zuidelijk en oostelijk gedeelte van het Middellandse Zeegebied, landen in Midden- en Oost-Europa en voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië.

In mei 2007 spraken de EU-lidstaten af om hun ontwikkelingssamenwerking beter op elkaar af te stemmen. Dat moet voorkomen dat te veel EU-landen in één ontwikkelingsland bezig zijn en elkaar voor de voeten lopen. De ontwikkelingslanden bepalen zelf wie ze 'over de vloer' willen hebben.

Ontwikkelingsbudgetten

De Europese Unie en haar lidstaten besteden gemiddeld jaarlijks meer dan 45 miljard euro aan overheidssteun voor ontwikkelingslanden. De EU-lidstaten zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van het budget, maar ook de Europese Commissie heeft ook een fors budget (tot 2013 ruim negen miljard euro per jaar). 

De Unie had zich ertoe verplicht het jaarlijkse totaalbudget in 2006 op te voeren tot 0,39% van het gezamenlijk BNP van de lidstaten. Het budget is gedaald van 47,7 miljard euro (0,41% van het BNP) in 2006 tot 46,1 miljard (0,38% van het BNP) in 2007. De Europese Commissie riep de lidstaten in april 2008 dan ook op meer geld uit te trekken voor ontwikkelingssamenwerking.

In 2010 zou de hulp 0,56% van het BNP moeten bedragen; in 2015 0,7%. Dit is tot op heden (2010) niet gelukt. Zo is bijvoorbeeld in Oostenrijk het budget voor ontwikkelingssamenwerking gedaald van 0,43 naar 0,3 procent van het BNP.

Europa staat mondiaal gezien aan kop als het gaat om de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking: het budget bedraagt bijna 100 euro per inwoner. De VS besteden 53 euro per inwoner; Japan 69 euro per inwoner.

Voor de periode 2008-2013 is de Europese Commissie verantwoordelijk voor een begroting van 22,7 miljard euro, bestemd voor landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan. Daarnaast is voor de periode 2007-2013 17 miljard euro gereserveerd voor ontwikkelingsbeleid. De besteding van deze middelen moet meer bijdragen aan het behalen van de Millenniumdoelen. Het accent verschuift daarmee van ontwikkeling van infrastructuur naar onderwijs en zorg. Het totale EU-budget voor Europees ontwikkelingsbeleid tussen 2007 en 2013 bedraagt 40 miljard euro.

Een deel van de EOF-gelden gaat naar corruptiebestrijding en goed bestuur. De Europese Commissie reserveerde in augustus 2006 3 miljard euro voor goed bestuur. Het stelde ook een algemene werkwijze in voor het bevorderen van goed bestuur waarin politieke dialoog, gelijke aanpak en een verhoogd niveau van dienstverlening centraal staan. Er gaat tevens veel Europees geld naar de ondersteuning van democratische verkiezingen, bijvoorbeeld in Liberia (oktober 2005), Oeganda (februari 2006), en Kongo (juli 2006).

Zowel de Europese Commissie als afzonderlijke EU-lidstaten geven ontwikkelingshulp. Het gevolg is versnippering: tientallen verschillende ontwikkelingsprojecten richten zich op dezelfde doelstellingen in dezelfde streek. Hierdoor gaat naar schatting 10 tot 15 procent van het totaalbudget verloren aan de administratieve rompslomp. In juli 2005 pleitte eurocommissaris Michel daarom voor meer afstemming tussen de verschillende partijen, en nam hij in maart 2006 maatregelen om projecten sneller op te kunnen starten ("Aid Effectiveness Package").

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

portaal Ontwikkelingshulp

2.

Wie doet wat?

De uitvoering van het Europese ontwikkelingsbeleid, de gunning van contracten en de onderhandelingen met (bijvoorbeeld) Afrikaanse overheden over de besteding van ontwikkelingsgelden berust bij de Europese Commissie.

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Ontwikkeling:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over Ontwikkelingsbeleid is de Raad Buitenlandse Zaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Ontwikkelingssamenwerking de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

De volgende europarlementariërs zijn voor Nederland plaatsvervangend lid"

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Voor veel projecten in ontwikkelingslanden kunnen organisaties goedkope leningen sluiten bij de Europese Investeringsbank (EIB).

3.

Juridisch kader

De juridische basis voor ontwikkelingssamenwerking is terug te vinden in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VwEU):

  • beleidsmatige aspecten: derde deel VwEU titel III hoofdstuk 1 (artikelen 208 t/m 211)
 

4.

Wat komt er aan?

Datum Titel
17.02.2005  Vrijgeving van een tweede tranche van € 250 miljoen van het voorwaardelijk bedrag van € 1 miljard uit het negende Europees Ontwikkelingsfonds voor de ...
Beschikking com(2005)51
 
17.02.2005  Vrijgeving en gebruik van het resterende bedrag van € 482 miljoen van het voorwaardelijk bedrag van € 1 miljard uit het negende Europees Ontwikkelingsfonds voor ...
Beschikking com(2005)51
 
17.02.2005  Evaluatie van de resultaten van het EOF en voorstel voor het vrijgeven van de voorwaardelijke saldi van het negende Europees Ontwikkelingsfonds.
Mededeling com(2005)51
 
09.02.2005  Herziening 2005 van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling: eerste balans en krachtlijnen voor de toekomst.
Mededeling com(2005)37
 
17.01.2005  Action Plan on accompanying measures for Sugar Protocol countries affected by the reform of the EU sugar regime.
Werkdocument Europese Commissie sec(2005)61
 
30.12.2004  (1) een meerjarig financieel kader voor de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering in het kader van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en (2) een daarmee verband ...
Mededeling com(2004)838
 
21.12.2004  Kaderregeling voor bijstand ten behoeve van de traditionele ACS leveranciers van bananen (Verordening 856/1999) Tweejaarlijks - Verslag van de Commissie 2004.
Mededeling com(2004)823
 
19.11.2004  Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) - Raming van de vastleggingen, betalingen en door de lidstaten te storten bijdragen voor de begrotingsjaren 2004 en 2005; en Raming van ...
Mededeling com(2004)763
 
29.10.2004  ;: EC Report on Millennium Development Goals 2000 – 2004.
Werkdocument Europese Commissie sec(2004)1379
 
26.10.2004  Toekomstige ontwikkeling van het EU-Energie-initiatief en de voorwaarden voor de oprichting van een Energiefaciliteit voor de ACS-landen.
Mededeling com(2004)711
 

5.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Eurobarometer

Internationaal Monetair Fonds

Verenigde Naties

Wereldbank

Overig

Documentation Centre for Dutch Political PartiesFaculty of Law, Department of Public Law, Maastricht UniversityCampus The Hague Leiden UniversityCentre for Parliamentary HistoryParliamentary Documentation Centre
Stuur door