Onderwijs- en jeugdbeleid - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

Alle Europese landen vinden onderwijs erg belangrijk, maar de onderwijsstelsels van de landen verschillen. De Europese Unie heeft een terughoudend onderwijsbeleid: in essentie blijft onderwijs een nationale aangelegenheid.

De EU wil vooral de samenwerking tussen lidstaten bevorderen en de lidstaten aanvullen. De lidstaten wisselen kennis en ervaringen uit op het gebied van onderwijs.

De EU wil graag iedereen de mogelijkheid geven om een opleiding te volgen of om zijn kennis tijdens zijn hele beroepsleven te verbeteren. Vooral voor jongeren boven de 15 jaar bestaan er veel uitwisselingsprogramma's. De Europese Unie probeert in het bijzonder kansarme jongeren te bereiken. Ook ondersteunt ze onderwijsprojecten in onder meer Noord-Afrika en Centraal-Azië.

1.

In vogelvlucht

Europese Unie

De Europese Unie voert sinds de jaren '70 beleid op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport. De doelen van dit beleid, waaronder levenslange kennisvergaring voor iedereen, zijn vastgelegd in de verdragen van Maastricht (1992) en Amsterdam (1997).

De Europese Commissie wil alle positieve elementen van de verschillende onderwijssystemen in Europa behouden, en tegelijk bijdragen aan een verbetering van het onderwijsniveau. Factoren die de deelname aan het onderwijs belemmeren moeten worden bestreden. Verder moet het onderwijs kunnen voldoen aan de eisen die de 21ste eeuw stelt.

Onderwijsprogramma's van de EU

In 2007 is het overkoepelende onderwijsprogramma Leven Lang Leren van start gegaan. Het programma, dat loopt tot en met 2013, beoogt de totstandkoming van een moderne kennismaatschappij in de hele Europese Unie te bevorderen. Leven Lang Leren moet zorgen voor meer uitwisseling, samenwerking en mobiliteit tussen de onderwijs- en beroepsopleidingstelsels. Dit programma is de opvolger van het Socrates programma.

De volgende programma's maken onder andere deel uit van Leven Lang Leren:

  • Leonardo da Vinci: dit programma biedt subsidies voor mobiliteit en innovatie in het beroepsonderwijs.
  • Erasmus: dit programma stimuleert de Europese dimensie van het hoger onderwijs door middel van uitwisselingsbeurzen voor studenten en docenten in het hoger onderwijs.
  • Comenius: dit programma bevordert transnationale samenwerking tussen scholen in het primair en voortgezet onderwijs, en draagt bij aan het verbeteren van de professionele ontwikkeling van het onderwijspersoneel op scholen.
  • Grundtvig: dit programma stimuleert onderwijs en educatieve activiteiten voor volwassenen door middel van subsidies voor initiatieven en projecten.
  • Transversaal programma: dit programma heeft tot doel het aanmoedigen en faciliteren van, en informeren over de mobiliteit van individuen in een alternatieve structuur voor beroepsopleiding.
  • Jean Monnet: dit programma verleent steun aan instellingen van hoger onderwijs en verenigingen van docenten en onderzoekers die actief zijn op het gebied van onderwijs en opleiding in de Europese integratie.

Jeugdbeleid EU

Het jeugdbeleid beperkt zich niet tot onderwijs. In maart 2005 keurden de staatshoofden en regeringsleiders van de EU een Europees pact voor de jeugd goed. Daarin werden de algemene beginselen vastgesteld, zoals het creëren van banen voor jongeren, het bijbrengen van een aantal basisvaardigheden tijdens hun opleiding en het totstandbrengen van een evenwicht tussen werk en privé-leven zodra ze een baan hebben.

Om jongeren meer betrokken te laten zijn bij de EU, wordt er jaarlijks 75 miljoen euro beschikbaar gesteld om jongeren te steunen bij vrijwilligerswerk in het buitenland en andere projecten die niet onder het Leven Lang Leren programma vallen.

In april 2009 heeft de Europese Commissie een nieuwe EU-jeugdstrategie voor de komende tien jaar vastgesteld. Deze strategie heet "Jongeren - Investeringen en empowerment" en benadrukt dat jongeren in de huidige economische crisis een van de kwetsbaarste groepen in de samenleving zijn en van groot belang zijn in de vergrijzende samenleving.

De nieuwe strategie is gericht op zowel de korte als lange termijn en omvat alle beleidsterreinen die voor jongeren van belang zijn. Dit zijn met name onderwijs, werkgelegenheid, creativiteit en ondernemerschap, gezondheid en sport en vrijwilligerswerk. Ook wordt een betere en vereenvoudigde methode voor de coördinatie van het jeugdbeleid tussen de lidstaten voorgesteld. De strategie maakt deel uit van het Europees economisch herstelplan en sluit aan op de Lissabonstrategie  en de opvolger daarvan, de Europa 2020-strategie.

Sinds enkele jaren heeft de Commissie aandacht voor de educatieve waarden van sport en sportbeoefening voor jongeren. Daarbij kan gedacht worden aan zaken als het leren samenwerken in een team, de principes van fair play en het leren accepteren van minderheden. Ook stimuleert de EU jonge talentvolle sporters om naast sporttrainingen een beroepsopleiding te volgen.

Initiatief tegen werkloosheid

In december 2011 maakte de Commissie bekend hoe ze de toenemende jeugdwerkloosheid aan wil pakken. Met het nieuwe "Kansen voor jongeren-initiatief" wil de Commissie onder andere vermijden dat jongeren voortijdig school verlaten, ze helpen om een goede eerste baan te vinden en ze helpen om voor de arbeidsmarkt relevante kwaliteiten te ontwikkelen. De Commissie neemt hiertoe verschillende maatregelen, waaronder:

  • Het aanwenden van 4 miljoen euro om lidstaten te helpen een "jongeren garantie" systeem op te zetten. Hiermee willen ze verzekeren dat elke jongere binnen vier maanden na het verlaten van school, aan het werk is of vervolgonderwijs krijgt.
  • Er wordt 1,3 miljoen euro van het Sociaal Fonds besteed om stages op te zetten, waarbij ingezet wordt op een toename van 10% tegen eind 2013.
  • 3 miljoen euro van het Sociaal Fonds wordt gebruikt om lidstaten te ondersteunen bij het opzetten van ondersteuning voor startende en maatschappelijk verantwoorde ondernemers.
  • Zoveel mogelijk fondsen bij elkaar te krijgen voor stageplaatsen bij ondernemingen en in 2012 minstens 130.000 plaatsen creëren bij de Erasmus- en Leonardo da Vinci-programma's.
  • Tussen 2012 en 2015 aan 5.000 jonge mensen financiële hulp bieden bij het vinden van een baan in een andere Europese lidstaat.
  • Versterken van de budgetverdeling voor de Europese Vrijwilligers Dienst zodat er minstens 10.000 vrijwilligersmogelijkheden ontstaan.
  • In 2012 moet er een raamwerk voor hoogstaande EU-traineeships gepresenteerd kunnen worden.
  • Er moet verzekerd worden dat er ongeveer 600 uitwisselingen plaatsvinden binnen Erasmus voor ondernemers.

Raad van Europa

Ook binnen het kader van de Raad van Europa voeren Europese ministers regelmatig overleg over onderwijsaspecten en sport.

Thema's die aan bod komen zijn onder meer het geschiedenis- en talenonderwijs in Zuidoost-Europa; aandacht voor interculturele aspecten en democratie binnen het onderwijs; en een 'good governance' beleid in sport. Bij dergelijke vergaderingen zijn organisaties als de Unesco en de OESO vaak aanwezig als waarnemer.

Lees meer

2.

Wie doet wat?

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor onderwijs, cultuur, meertaligheid en jeugdzaken:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

Bij onderwerpen waar de lidstaten op dit terrein wel Europees samenwerken, maar niet direct op basis van de Europese verdragen, vindt besluitvorming plaats volgens de open coördinatiemethode.

De raadsformatie die beslist over het beleid inzake onderwijs, beroepsopleiding en jeugd is de Raad Onderwijszaken, Jeugd, Cultuur en Sport, die formeel vier keer per jaar bijeenkomt. Ook informele bijeenkomsten zijn mogelijk. Besluiten op basis van de gewone wetgevingsprocedure worden genomen met gekwalificeerde meerderheid.

Nederland wordt in deze Raad vertegenwoordigd door:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Cultuur en Onderwijs de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Juridisch kader

Onderwijs- en jeugdbeleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):

 

4.

Wat komt er aan?

Datum Titel
18.02.2005  Career guidance - a handbook for policy makers.
Werkdocument Europese Commissie sec(2005)268
 
10.02.2005  Tempus-verslag 2002 en 2003.
Evaluatieverslag com(2005)26
 
29.11.2004  New indicators on Education and Training.
Werkdocument Europese Commissie sec(2004)1524
 
25.10.2004  Follow-up van het Witboek "Een nieuw elan voor Europa’s jeugd": balans van de in het kader van de Europese samenwerking in jeugdzaken uitgevoerde acties.
Mededeling com(2004)694
 
30.09.2004  Tenuitvoerlegging van Aanbeveling 98/561/EG van de Raad van 24 september 1998 betreffende Europese samenwerking ter waarborging van de kwaliteit in het hoger onderwijs.
Evaluatieverslag com(2004)620
 
20.07.2004  Raadpleging over opties voor de ontwikkeling van het systeem van de Europese scholen.
Mededeling com(2004)519
 
16.07.2004  Audiovisuele statistieken - Eindverslag over de werkzaamheden van Eurostat en de lidstaten betreffende de uitvoering van Beschikking 1999/297/EG.
Evaluatieverslag com(2004)504
 
14.05.2004  Analysis of Member States' and acceding countries' replies to the Commission questionnaire on a greater understanding and knowledge of youth.
Werkdocument Europese Commissie sec(2004)627
 
14.05.2004  Analysis of the replies of the Member States of the EU and the acceding countries to the Commission questionnaire on voluntary activities of young people.
Werkdocument Europese Commissie sec(2004)628
 
30.04.2004  Follow-up van het witboek "Een nieuw elan voor Europa's jeugd". Voorstel tot gemeenschappelijke doelstellingen voor een beter begrip en kennis van jongeren als antwoord ...
Mededeling com(2004)336
 

5.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Documentation Centre for Dutch Political PartiesFaculty of Law, Department of Public Law, Maastricht UniversityCampus The Hague Leiden UniversityCentre for Parliamentary HistoryParliamentary Documentation Centre
Stuur door