Nieuws-items bij Milieubeleid
-
07-02Tegenstanders Europese vliegtaks bijeen
-
07-02Toespraak eurocommissaris Potocnik over voortgang proces Rio+20 (en)
-
06-02China verbiedt deelname aan Europees emissiehandelsysteem voor de luchtvaart (en)
-
03-02Toespraak eurocommissaris Hedegaard over duurzaamheid en klimaatverandering op conferentie India (en)
-
03-02Milieucomité Europees Parlement steunt weg naar minder CO2-emissie (en)
-
08-02Commissioner Damanaki: Speech at the Conference “Shaping the future of the Common Fisheries Policy” (European Parliament, Brussels)
-
08-02Raadswerkgroep Internationale Milieuvraagstukken(global), Brussel
-
08-02Raadswerkgroep Internationale Milieuvraagstukken(global), Brussel
-
08-02Patents on plants and animals: A joint roundtable
-
09-02Actie Warme Truiendag
Milieubeleid - Hoofdinhoud
De Europese Unie streeft naar het behoud, de bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu. Dat is in het belang van de huidige én toekomstige bewoners van Europa.
Vervuiling trekt zich niets aan van landsgrenzen. Daarom is de bestrijding van problemen zoals water- en luchtverontreiniging alleen door een internationale aanpak mogelijk. Daarbij moet een evenwicht worden gevonden met andere belangen, zoals de economie. Een gezamenlijk milieubeleid voorkomt ook dat in het ene land veel soepeler regels gelden dan in het andere, en bevordert zo een eerlijke concurrentie.
Inhoudsopgave van deze pagina:
De meeste milieuproblemen zijn grensoverschrijdend. Zo zorgen Nederlandse bedrijven en het Nederlandse wegverkeer voor luchtvervuiling die gedeeltelijk terechtkomt in onze buurlanden. Andersom werkt het ook: Nederland heeft bijvoorbeeld te maken met rivierwater uit de Maas en de Rijn dat vervuild is door industrieën in België, Duitsland en Frankrijk. De uitstoot van broeikasgassen zorgt zelfs voor problemen die wereldwijde gevolgen kunnen hebben.
Europese Unie
De Europese Gemeenschap, de voorloper van de EU, zag al jaren geleden in dat een gemeenschappelijke aanpak van milieuproblemen noodzakelijk was om lucht en water binnen Europa zo schoon mogelijk te houden. In 1972 stelde de Europese Commissie het eerste Milieu Actieprogramma op. Inmiddels wordt een belangrijk deel van de Nederlandse milieuwetgeving bepaald door Europese milieurichtlijnen.
Een Europese aanpak van milieuproblemen ligt niet alleen voor de hand omdat veel van die problemen grensoverschrijdend zijn; het is ook in het belang van een vrije en eerlijke concurrentie.
Volgens de EU stimuleren strikte milieunormen ook de innovatie en bieden ze zo nieuwe kansen voor het bedrijfsleven. Hoewel een uniforme aanpak het uitgangspunt is, kan in bepaalde gevallen rekening worden gehouden met plaatselijke omstandigheden.
Het Europese milieubeleid berust op vier beginselen:
-
-het voorzorgsbeginsel: als er risico's voor het milieu verwacht worden, wil de EU optreden, ook als er geen absolute wetenschappelijke zekerheid bestaat
-
-het beginsel van preventief handelen: voorkomen is beter dan genezen
-
-milieu-aantastingen moeten bij voorkeur aan de bron worden bestreden
-
-de vervuiler betaalt
In november 2008 heeft de EU een richtlijn aangenomen waarin staat dat lidstaten strafrechtelijke sancties in de eigen wetgeving moeten opnemen voor ernstige milieuovertredingen. Eind 2010 moesten alle lidstaten deze richtlijn geïmplementeerd hebben. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat alle lidstaten de Europese wetgeving goed toepassen.
Het Zesde Milieuactieprogramma
Het zesde Milieuactieprogramma van de Europese Unie "Milieu 2010: Onze toekomst, onze keuze" loopt van juli 2002 tot en met juli 2012.
Het actieprogramma is gebaseerd op vijf strategische acties:
-
-betere uitvoerbaarheid van de regels
-
-de milieudimensie integreren in beslissingen op andere beleidsterreinen (bijvoorbeeld landbouw en vervoer)
-
-het bedrijfsleven betrekken bij beleidsbeslissingen en samenwerken met de markt
-
-de consument betrekken bij het beleid en het gedrag van burgers proberen te veranderen
-
-rekening houden met het milieu bij beleidsbeslissingen inzake ruimtelijke ordening
De vier belangrijkste actiegebieden van het programma zijn:
1. Klimaatverandering
De EU wil de uitstoot van broeikasgassen terugdringen tot een niveau waarop geen kunstmatige veranderingen in het klimaat optreden. Op grond van het Kyoto-protocol moet de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 acht procent lager liggen dan in 1990. Dit streefgetal geldt voor de EU als geheel; de doelstelling verschilt van land tot land.
Uit de meest recente gegevens van het Europees Milieuagentschap over het jaar 2010 blijkt dat de Europese Unie goed op schema ligt om haar doelstelling - het terugdringen van CO2-uitstoot met 20% - te behalen. In 2009 was het emissieniveau 17% lager dan in 1990 (het referentiejaar voor de meeste landen). Uit de cijfers van het Europees Milieuagentschap valt verder af te leiden dat de daling van de emissies voornamelijk komt door dalingen van de uitstoot in de landbouwsector en de afvalsector. De uitstoot in de Europese energiesector is de laatste jaren gestabiliseerd. De vervoerssector laat daarentegen een aanhoudende stijging van de uitstoot zien. In deze sector ligt dus de uitdaging om ook hier tot een daling van de emissies te komen.
In januari 2007 kwam de Europese Commissie met plannen om de uitstoot van broeikasgassen in 2020 nog verder terug te dringen. Voor de gehele Europese Unie zou de uitstoot in 2050 verminderd moeten zijn tot de helft van de uitstoot in 1990. Voor Nederland gaat het om een reductie van 16 procent ten opzichte van 2005. De temperatuurstijging mag niet hoger worden dan 2 graden Celsius.
In 2008 is een verreikend pakket maatregelen, de uitwerking van de afspraken van 2007, aangenomen door de Europese Unie. Het pakket richt zich voornamelijk op de handel in emissierechten en het verder bevorderen van de productie van duurzame energie.
Emissiehandel
De reductie van CO2 moet mede worden bereikt door een systeem van emissiehandel: bedrijven krijgen daarin het recht een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen uit te stoten. Als ze niet aan het maximum komen, mogen ze het overschot van hun emissierechten verkopen aan bedrijven die er niet in slagen binnen de limiet te blijven. Dit systeem is in 2005 ingevoerd. Tot nu toe werkt het systeem nog niet naar wens van de Europese Commissie. Veel EU-landen kennen te veel rechten toe aan de bedrijven, waardoor er geen schaarste ontstaat op de emissiemarkt.
In juli 2010 bereikten het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie een compromis, dat een aangepaste versie is van de nieuwe emissierichtlijn. Deze emissierichtlijn werd in november officieel aangenomen.
Eind juni 2008 hebben de EU-lidstaten besloten om het systeem van emissiehandel ook in te voeren in de burgerluchtvaart. Naar verwachting zullen de nieuwe regels in 2012 van kracht worden. De scheepvaartsector hoeft voorlopig nog niet deel te nemen aan het Europees systeem voor handel in emissierechten. Het betalen voor de uitstoot van broeikasgassen zou de concurrentiepositie van de Europese scheepvaart namelijk verslechteren omdat de sector zo internationaal gericht is.
Verder heeft de Europese Commissie in december 2007 voorgesteld om een systeem in te voeren met boetes voor autofabrikanten waarvan de nieuwe auto's na 2012 te veel CO2 uitstoten. De Commissie wil dat nieuwe auto's vanaf 2012 niet meer dan 130 gram CO2 uitstoten per gereden kilometer. Verreweg de meeste auto's zitten daar nu nog boven. In maart 2008 hebben de Europese milieuministers ingestemd met de voorstellen van de Commissie.
2. Natuur en biodiversiteit
De EU streeft naar de bescherming en het herstel van de natuur. De achteruitgang van de biodiversiteit (soortenrijkdom) moet worden gestopt. Uit onderzoek blijkt dat één op de zes zoogdieren, de helft van alle soorten zoetwatervissen, bijna de helft van alle reptielensoorten, en honderden plantensoorten met uitsterven worden bedreigd.
Om de Europese natuur te behouden heeft de EU het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden dat het belangrijkste onderdeel is van het beleid van de EU voor behoud en herstel van de biodiversiteit. Natura 2000, een richtlijn uit 1992, is in 2008 verder uitgebreid. Bijna 20% van het grondgebied van de EU-lidstaten en 100.000 km2 van de zeeën is nu beschermd natuurgebied.
Tijdens de Athene-conferentie in april 2009 werd geconcludeerd dat er aan het beleid rondom biodiversiteit nog veel moet worden verbeterd. Benadrukt werd hoe belangrijk een duidelijke communicatie is voor de werking en gevolgen van huidig en toekomstig beleid. Ook kwam naar voren dat meer aandacht moet worden besteed aan de duurzaamheid van Natura 2000. Bovendien werd aanbevolen dat de EU verder moet kijken dan reeds beschermde gebieden en zich moet richten op de samenhang tussen verlies aan biodiversiteit en klimaatverandering. Een betere integratie van het biodiversiteitsbeleid in andere relevante beleidsterreinen moet bevorderd worden.
3. Milieu en gezondheid
De milieukwaliteit moet van zodanig niveau zijn die de volksgezondheid niet negatief beïnvloedt. Onderzoek naar gezondheidsrisico's en de samenhang tussen milieu en gezondheid wordt dan ook gestimuleerd. Maar er wordt ook regelgeving aangenomen op dit gebied, zoals regels voor geluidhinder en vervuiling.
4. Duurzaam beheer van natuurlijke energiebronnen en afvalstoffen
Er mogen niet meer natuurlijke hulpbronnen worden verbruikt dan het milieu kan verwerken. Daarom is het belangrijk de hoeveelheid afvalstoffen te verminderen: doelstelling voor 2010 was een vermindering van 20%; voor 2050 wordt een halvering nagestreefd.
Eind 2011 wordt de nieuwe kaderrichtlijn afvalstoffen van kracht die moet leiden tot een betere afvalpreventie, het efficiënter omgaan met schaarse grondstoffen en een zo hoog mogelijk hergebruik van materialen.
Het milieubeleid van de EU richt zich niet alleen op klimaatverandering, biodiversiteit, volksgezondheid en natuurlijke hulpbronnen, maar ook op het voorkomen van natuurrampen (zoals overstromingen en bosbranden) en van technologische risico's (zoals industriële ongevallen).
Raad van Europa
Niet alleen de Europese Unie waakt over het milieubeleid. Ook de 45 lidstaten van de Raad van Europa hebben onderlinge afspraken gemaakt op het gebied van landschapsbehoud, biodiversiteit en rampenbestrijding. Deze afspraken zijn vastgelegd in Conventies en worden op verschillende manieren uitgevoerd. Zo heeft de Raad van Europa bijvoorbeeld in samenwerking met Afrikaanse landen programma's ontwikkeld om onder meer trekvogels te beschermen. Ook reikt de Raad van Europa een Diploma uit waarmee de bescherming van bedreigde natuurgebieden ondersteund wordt.
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort Informatie |
|---|---|---|
Milieuloket |
NL |
|
Europese Unie |
NL |
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.
Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie
Het initiatiefrecht voor nieuwe voorstellen berust bij de Europese Commissie. Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Milieu:
Verder is er ook een eurocommissaris voor Klimaatactie actief:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure. Voor voorstellen over de ruimtelijke ordening, waterbeheer en bodembestemming geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Fiscale maatregelen worden besloten volgens de procedures die gelden voor fiscaal beleid.
De raadsformatie die beslist over het Milieubeleid is de Raad Milieu. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:
In het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:
Plaatsvervangende leden voor Nederland zijn:
Voor de gewone wetgevingsprocedure geldt dat als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure afsluit. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
In gevallen waarin het Europees Parlement en de Raad niet tot overeenstemming weten te komen, wordt met behulp van een bemiddelingscomité naar een uitkomst gezocht.
Het milieubeleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):
-
-milieubescherming als onderdeel van alle beleid: eerste deel VwEU titel II art. 11
-
-milieubeleid: derde deel VwEU titel XX (artikelen 191 t/m 193)
Hot issues
- Bosbranden
- Europa moet zuiniger met zijn bodem omgaan
- Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen
- Europees Parlement zet zich in voor schoner water
- Europese aanpak klimaatproblematiek
- Fijnstof: verbeteren van de luchtkwaliteit in de EU
- EU gaat luchtvaart aanslaan voor uitstoot CO2
- Duurzaam gebruik van pesticiden
- Europese afvalproblematiek
- Europese olieramp?
Nederland
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
- Algemene uitgangspunten van het milieubeleid (pdf, en)
- Biodiversiteit, natuur en bodem (pdf, en)
- Chemicaliën (pdf, en)
- Energiebeleid (pdf, en)
- Geïntegreerd productbeleid en industriële technologieën (pdf, en)
- Geluidshinder en luchtvervuiling (pdf, en)
- Klimaatverandering en het milieu (pdf, en)
- Natuurlijke hulpbronnen en afval (pdf, en)
- Waterbescherming en beheer (pdf, en)
Betrokken instanties
Statistiek
United Nations Environment Programme
Overig



