Beleid informatiemaatschappij - Montesquieu Institute

Montesquieu Institute

Beeldscherm en toetsenbord van een computer

Bron: euobserver.com

Sinds de jaren '90 neemt het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) enorm toe. Informatie-uitwisseling vindt steeds meer plaats met behulp van digitale technologieën. Het meest in het oog springende voorbeeld is het internet. Kennis en informatie zijn steeds makkelijker toegankelijk en spelen een belangrijke rol in onze economie en samenleving.

Een belangrijk element van het Europese beleid op dit terrein is om ICT-diensten voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Dit geldt voor bijvoorbeeld telefonie, fax en internet. Dit beleidsterrein wordt sinds 2010 ook wel aangeduid als Digitale Agenda.

Daarnaast wil de Europese Unie de ontwikkeling en het gebruik van ICT stimuleren, om op die manier de concurrentiepositie van de EU ten opzichte van andere economische grootmachten zoals de Verenigde Staten en Japan te verbeteren.

1.

In vogelvlucht

Op de Europese top van Lissabon (2000) kondigden Europese regeringsleiders aan dat de Europese Unie in 2010 de "meest concurrerende kennismaatschappij ter wereld" moest zijn. Het stimuleren van de ontwikkeling en het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) was een belangrijk element in de toen tot stand gekomen Lissabon-strategie.

Ook in het opvolgende programma, de EU 2020-strategie (uit 2010), speelt het bevorderen van ontwikkeling en gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) een grote rol.

De Europese Commissie wil dit op de volgende manieren bereiken:

  • regels over het ontwikkelen van nieuwe ICT-diensten verminderen
  • ICT-diensten beschikbaar en toegankelijk maken en houden voor Europese burgers en bedrijven
  • concurrentie stimuleren door het bestrijden van monopolieposities

eEurope-initiatief

Dit initiatief werd in 2002 gestart als onderdeel van de bovengenoemde Lissabon-strategie. Het doel was om internet in de gehele Unie goedkoper, sneller en veiliger te maken, investeringen in menselijke en financiële middelen te bevorderen en het gebruik van internet aan te moedigen.

eEurope 2002 werd opgevolgd door het eenjarige actieplan eEurope 2005. Dit was hoofdzakelijk gericht op de bevordering van breedbandtoegang tegen betaalbare prijzen, verbeterde netwerkbeveiliging en een groter gebruik van informatietechnologieën door de nationale overheden van de 27 EU-lidstaten.

Digitale agenda

Sinds het aantreden van de nieuwe Europese Commissie Barroso II heeft de Commissie een eurocommissaris die zich specifiek

bezig houdt met digitale innovatie. ICT speelt een belangrijke rol bij de economische ontwikkeling en innovatiekracht van de EU. Eurocommissaris Neelie kroes heeft grote ambities op dit gebied, die zij heeft uitgewerkt in de digitale agenda voor Europa 2010-2020.

i2010-initiatief

In juni 2005 heeft de Europese Commissie een nieuw strategisch kader voor de informatiemaatschappij en de media gepresenteerd: i2010 - een Europese informatiemaatschappij voor groei en werkgelegenheid. Dit meerjarenplan liep van 2005 tot 2010 en volgde het in 2005 beëindigde eEurope 2005 actieplan op.

Het i2010-initiatief had drie prioriteiten:

  • voltooiing van een gemeenschappelijke Europese informatieruimte, ter bevordering van een open concurrerende interne markt voor de informatiemaatschappij en de media
  • versterking van innovatie en investeringen in onderzoek naar informatie- en communicatietechnologieën (ICT)
  • totstandbrenging van een Europese informatiemaatschappij die gericht is op betere openbare dienstverlening en een betere levenskwaliteit

Granada-strategie

Het Spaans EU-voorzitterschap heeft tijdens het wereldcongres over IT (WCIT 2010) dat van 25 tot en met 27 mei 2010 plaatsvond in Amsterdam de Granada-strategie gepresenteerd. Dit vijfjarenplan is de opvolger van het i2010-initiatief en zal lopen van 2010 tot 2015.

De Granada-strategie kent vijf prioriteiten voor het Europese ICT-beleid:

  • verbeterde infrastructuur door investering in nieuwe netwerktechnieken
  • groter consumentenvertrouwen in digitale technieken door verbeterde veiligheid van het internet
  • een Europese conventie voor de rechten van de internetgebruiker opstellen
  • een digitale variant van de gemeenschappelijke markt tot stand brengen
  • de Europese ICT-sector versterken ten opzichte van de VS en Azië

Negatieve aspecten informatiemaatschappij

De informatiemaatschappij heeft ook negatieve gevolgen, zoals computercriminaliteit en internetpiraterij. De EU bestrijdt deze gevolgen onder meer met een actieplan ter bevordering van een veilig gebruik van het internet en ter bestrijding van onwettige en schadelijke inhoud. Het actieplan moet kinderporno, manipulatie van kinderen en online pesten bestrijden, en voorziet in Europabrede regels ten aanzien van afluistertechnieken en spam om zo de privacy bij het gebruik van ICT-diensten en een veiliger internet te waarborgen.

Tevens stelde de Europese Commissie in maart 2009 een plan voor om de Europese Unie beter te beschermen tegen cyber-aanvallen en andere verstoringen van elektronische systemen. Het plan richt zich vooral op bedrijven, overheden en burgers. Onder andere het uitwisselen van kennis en het bevorderen van de samenwerking tussen lidstaten staan hierbij centraal.

In april 2010 stelden de Europese ministers van Buitenlandse Zaken aan de Europese Commissie voor om een nieuw Europees centrum voor bestrijding van criminaliteit, fraude en verspreiding van kinderporno op internet op te zetten. Zij zijn niet tevreden over het huidige Europees 'platform voor bestrijding van cybercriminaliteit', onder leiding van Europol. Een nieuw Europees centrum zou verschillen in nationale wetgeving moeten oplossen en een grotere samenwerking tussen lidstaten bewerkstelligen.

Sociale cohesie

De Europese Commissie ziet in het ICT-beleid een kans om te werken aan sociale samenhang binnen de EU. Internet is hiervoor een geschikt medium vanwege het grote bereik.

Om alle lagen van het Europese publiek te kunnen betrekken bij de Unie is het van belang dat toegang tot het internet ook overal voldoende aanwezig en bovendien ook betaalbaar is. Hiertoe heeft de Commissie de volgende drie beleidsprioriteiten opgesteld:

  • iedereen (burgers en bedrijven) moet toegang hebben tot een betaalbare hoogwaardige internetverbinding
  • iedere burger moet beschikken over de benodigde vaardigheden op het gebied van ICT
  • iedere burger moet op de hoogte zijn van en toegang hebben tot het Leven Lang Leren programma van de Europese Commissie

Bovenstaande prioriteiten worden doorgaans verweven met de eerder besproken ICT-initiatieven van de Europese Commissie, zoals het i2010-initiatief en de Granada-strategie.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

 

2.

Wie doet wat?

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Digitale agenda:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over het Europese beleid inzake de informatiemaatschappij is de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid.

Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

In het Europees Parlement beoordelen de volgende parlementaire commissies aspecten van het Informatiebeleid:

Deze commissie heeft de volgende Nederlandse leden:

De volgende Europarlementariërs zijn in deze commissie plaatsvervangend lid:

Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Juridisch kader

Het beleid informatiemaatschappij vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):  

 

4.

Wat komt er aan?

Datum Titel
03.02.2012  Tussentijdse evaluatie van het meerjarenprogramma van de Unie betreffende de bescherming van kinderen die het internet en andere communicatietechnologieën gebruiken.
Mededeling com(2012)33
 
15.12.2011  Groenboek 'De toekomst verlichten - De verspreiding van innovatieve verlichtingstechnologie versnellen'.
Groenboek com(2011)889
 
12.12.2011  Wijziging van de richtlijn inzake het hergebruik van overheidsinformatie.
directive com(2011)877
 
12.12.2011  Open gegevensMotor voor innovatie, groei en transparante governance.
Mededeling com(2011)882
 
23.11.2011  Universele dienst in elektronische communicatie: verslag over de resultaten van de openbare raadpleging en de derde periodieke evaluatie inzake de omvang.
Mededeling com(2011)795
 
19.10.2011  Richtsnoeren voor trans-Europese telecommunicatienetwerken.
regulation com(2011)657
 
05.10.2011  Tenuitvoerlegging, werking en doelmatigheid van het .eu-top level domain.
Evaluatieverslag com(2011)616
 
13.09.2011  Bescherming minderjarigen in de digitale wereld met inachtneming positie Europese audiovisuele en online-diensten.
Evaluatieverslag com(2011)556
 
09.09.2011  Eindevaluatie meerjarenprogramma ter verbetering van de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa.
Evaluatieverslag com(2011)548
 
06.07.2011  Roaming op openbare mobiele-communicatienetwerken binnen de Unie.
regulation com(2011)402
 

5.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Eurobarometer

Documentation Centre for Dutch Political PartiesFaculty of Law, Department of Public Law, Maastricht UniversityCampus The Hague Leiden UniversityCentre for Parliamentary HistoryParliamentary Documentation Centre
Stuur door