-
27-05Mr Algirdas ŠEMETA participates in the Tax Vision Seminar with Belgian Minister of Finance Mr Koen GEENS (Brussels)
-
27-05Parliamentary committee meeting: Budgetary Control, Brussel
-
27-05Parliamentary committee meeting: Organised crime, corruption and money laundering, Brussel
-
28-05Mr Algirdas ŠEMETA gives a keynote speech at the Development Policy Forum roundtable "Development cooperation in an age of austerity" (Brussels)
-
28-05Parliamentary committee meeting: Budgetary Control, Brussel
-
28-05Parliamentary committee meeting: Budgetary Control, Brussel
-
29-05Internal and External Audit of the EU Funded Programmes and Projects
-
29-05Parliamentary committee meeting: Budgetary Control, Brussel
-
29-05Relaunching Europe, 'Transparency and fairness: the key to fight against corruption and tax evasion'
-
29-05Raadswerkgroep Gedragscode (belastingregeling ondernemingen), Brussel
-
29-05Raadswerkgroep Gedragscode (belastingregeling ondernemingen), Brussel
-
05-06IACA (International Anti Corruption Academy) Conference on Public-private cooperation in the fight against corruption
-
05-06Stepping up efforts to fight against cigarette smuggling - the Commission presents an EU-wide strategy
Anti-fraud policy - Hoofdinhoud
|
|
Het voorkomen en bestrijden van fraude staat hoog op de Europese agenda. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding OLAF houdt zich al meer dan tien jaar actief bezig met het opsporen en voorkomen van fraude met Europese gelden. Daarnaast coördineren lidstaten van de EU onderling de bestrijding van specifieke vormen van fraude.
Zo worden zaken als fraude met Europese landbouwsubsidies, sigarettensmokkel, valsemunterij met de euro, verkeerde besteding van regiogelden of bestuurlijke corruptie aangepakt. Lidstaten die EU-gelden verkeerd aanwenden moeten het bedrag terugbetalen en kunnen rekenen op een fikse boete.
Sinds 2000 is er een antifraudestrategie die is gericht op preventie, opsporing en controle. De strategie is in 2011 geactualiseerd vanwege nieuwe vormen van fraude en de eurocrisis. Ook heeft afschrikking door sancties een prominentere rol gekregen.
Op 1 januari 2013 is een nieuwe richtlijn van kracht geworden om fraude met EU-gelden harder aan te pakken.
Uit onderzoek van Eurostat blijkt dat gemiddeld 72 procent van de Europeanen fraude en corruptie als serieus probleem ervaart. Vooral in Griekenland en de nieuwe lidstaten Bulgarije en Roemenië klagen veel inwoners over corruptie. In landen als Denemarken en Nederland ligt dat percentage veel lager. Eind 2012 kwam de organisatie Transparancy International met een wereldwijde ranglijst over corruptie. Gemiddeld genomen scoort de EU goed. Finland en Denemarken staan samen met Nieuw-Zeeland gedeeld eerste, Griekenland staat van alle EU-landen het laagst (94).
In 1998 werd Europa opgeschud door een groot fraudeschandaal op het directoraat-generaal Onderwijs, van de toenmalige Franse eurocommissaris Edith Cresson. Het schandaal werd aan het licht gebracht door de Europese ambtenaar Paul van Buitenen. Deze misstanden hebben zelfs tot de val geleid van de Europese Commissie onder leiding van Jacques Santer.
Recente gevallen van fraude die het nieuws haalden, zijn onder andere de illegale productie en handel van sigaretten in Polen en het fraudeschandaal in het Europees Parlement. Bij dit schandaal kwam aan het licht dat drie vooraanstaande Europarlementariërs zich hadden laten omkopen om bepaalde wetgeving te steunen. In januari 2013 werd de Oostenrijkse oud-Europarlementariër Ernst Strasser nog veroordeeld tot vier jaar cel, wegens poging tot fraude.
Europees Bureau voor fraudebestrijding OLAF
Om herhaling van grote fraudezaken in de toekomst te voorkomen, werd in 1999 het Europees Bureau voor fraudebestrijding OLAF opgericht. OLAF heeft de bevoegdheid om in volledige onafhankelijkheid onderzoeken naar fraude uit te voeren in de lidstaten en binnen de Europese instellingen. Zodra een onderzoek geopend is, heeft het bureau toegang tot alle informatie van de betreffende instellingen. Naast deze onderzoeksactiviteiten ondersteunt OLAF lidstaten bij hun antifraudebeleid, draagt het bij aan de antifraudestrategie van de EU en onderneemt het initiatieven om wetgeving aan te scherpen.
OLAF doet onder andere onderzoek naar sigarettensmokkel, landbouwfraude (onder meer in de vlassector en bij melkquota), valse invoercertificaten en misstanden bij de besteding van EU-ontwikkelingsgelden of Europese regionale fondsen. OLAF werkt hierbij nauw samen met organisaties als Europol en de Europese Justitie-Autoriteit Eurojust.
De Europese Commissie wil het antifraudebureau hervormen zodat het in de toekomst doelmatiger kan opereren. Bovendien zouden de hervormingen ervoor moeten zorgen dat de rechten van de personen tegen wie het bureau een onderzoek instelt, beter worden beschermd. Met de nieuwe antifraudestrategie wil de Europese Commissie haar samenwerking met OLAF intensiveren. Ook het aanpakken van fraude met EU-gelden zal, tussen nu en 2014, systematischer gaan verlopen door middel van nieuwe ICT-mogelijkheden.
Europese burgers en EU-ambtenaren kunnen OLAF tippen als zij misbruik van EU-gelden vermoeden.
Verantwoording door lidstaten
Bij de controle van de uitgaven van EU-gelden is de introductie van zogenaamde nationale verklaringen van lidstaten een belangrijke ontwikkeling. Een nationale verklaring is een jaarlijkse verklaring uitgegeven door een lidstaat, waarin staat dat de Europese subsidiegelden correct en volgens de regels zijn besteed. Ministers nemen daarmee de verantwoordelijkheid op zich voor een goede besteding van de fondsen. Nederland was begin mei 2007 de eerste lidstaat van de EU die een dergelijke verklaring uitgaf.
Kritiek op het anti-fraudebeleid
Hoewel OLAF steeds effectiever werkt en er elk jaar voor zorgt dat er meer geld wordt teruggestort in de EU-kas, is er ook kritiek op het anti-fraudebeleid. Ten eerste wordt gesteld dat OLAF niet onafhankelijk genoeg opereert, omdat de dienst onderdeel is van de Europese Commissie en tegelijkertijd de Commissie moet controleren.
Een tweede punt van kritiek is dat de strenge regels om fraude te bestrijden te veel bureaucratie opleveren. De huidige procedures die de Europese instellingen in acht moeten nemen voor aanbestedingen zijn erg complex geworden. Daardoor leveren ze veel extra werk op voor de Europese ambtenaren en de contractanten.
Nieuwe richtlijn
De Europese Commissie kwam in juli 2012, in het licht van de eurocrisis, met een nieuw voorstel om de aanpak van fraude met EU-gelden te verbeteren. De Europese Commissie stelde voor om met algemeen geldende definities te komen van wat als fraude kan worden gezien. Op die manier is het volgens de Commissie beter mogelijk in alle lidstaten een eenduidig beleid te voeren ten aanzien van fraude. Daarnaast deed de Europese Commissie een voorstel om zware fraude met EU-gelden met minimaal 6 maanden gevangenisstraf te straffen. Momenteel variëren de straffen voor fraude met EU-gelden in de lidstaten van 1 jaar gevangenisstraf tot 12 jaar gevangenisstraf.
De nieuwe richtlijn is op 1 januari 2013 van kracht geworden. Dit voorstel legt de basis voor een betere samenwerking en meer informatie-uitwisseling tussen de belastingautoriteiten in de EU. Eén van de belangrijkste aspecten van de richtlijn is dat het een eind maakt aan het bankgeheim; een lidstaat mag niet langer weigeren informatie te verstrekken aan een andere lidstaat enkel en alleen omdat de informatie bij een financiële instelling berust.
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort Informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
nl |
|
Europese Unie |
nl |
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de Europese Rekenkamer een rol.
Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie
Bij het vormen van nieuw beleid betrekt de Europese Commissie adviezen bij de Europese Rekenkamer.
Eerstverantwoordelijk is de eurocommissaris voor Belastingen en douane-unie, toezicht en fraudebestrijding:
Zijdelings is de eurocommissaris voor Financiële programmering en begroting bij deze materie betrokken:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure na raadpleging van de Europese Rekenkamer.
De raadsformatie die besluit over de maatregelen ter bestrijding van fraude is de Raad Economische en Financiële Zaken. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:
Ook de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken kan zich uitspreken over fraude-aangelegenheden. Nederland kan in deze Raad onder meer vertegenwoordigd worden door:
Voor het Europees Parlement houdt de parlementaire commissie Begrotingscontrole zich bezig met de juiste besteding van EU-gelden. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:
De plaatsvervangende Europarlementariërs voor Nederland zijn in deze commissie:
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Het tegengaan van fraude met Europees geld alsmede fraude in bredere zin vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):
-
-fraudebestrijding: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 6 (art. 325)
Hot issues
Nederland
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties
Statistiek