RAAD VAN Brussel, 2 maart 2010 (08.03)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE PUBLIC
6967/10
LIMITE
Interinstitutioneel dossier:
2009/0118 (CNS)
FISC 21
NOTA
van:
het voorzitterschap
aan: de Groep belastingvraagstukken - indirecte belasting (btw)
nr. Comv.: 12886/09 FISC 108 - COM(2009) 427 def.
Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (herschikking)
Hierbij gaat voor de delegaties de compromistekst voor de artikelen 23, 24 en 32 (op basis van
doc. 6481/10 FISC 14 dat is rondgedeeld aan de delegaties op 16 februari 2010) van het voorstel
voor een verordening van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding
BIJLAGE
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
2009/0118 (CNS)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied
van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EG) nr.
1798/2003
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement1,
Overwegende hetgeen volgt:
nieuw
(1) Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de
administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde
en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/921 is herhaaldelijk en ingrijpend
gewijzigd. Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid
tot herschikking van deze verordening te worden overgegaan. Ter wille van de
duidelijkheid en de leesbaarheid dienen de bepalingen die van toepassing zijn tot en met
31 december 2014 en de bepalingen die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2015
afzonderlijk te worden gepresenteerd.
OE 1798/2003 overweging 1
(2) Belastingontduiking en belastingontwijking over de grenzen van de lidstaten leiden niet
alleen tot inkomstenderving voor de begrotingen, maar vormen ook een inbreuk op het
beginsel van fiscale rechtvaardigheid en kunnen verstoringen in het kapitaalverkeer en in
de concurrentievoorwaarden veroorzaken. Zij zijn dus van invloed op de werking van de
interne markt.
OE 1798/2003 overweging 3 (aangepast)
nieuw
(4) In haar mededeling aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en
Sociaal Comité over een gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van
btw-fraude in de Europese Unie1 van 1 december 2008 heeft de Commissie de met spoed
uit te voeren klassieke maatregelen ter bestrijding van belastingfraude beschreven.
(5) In zijn conclusies van 4 december 2007 en vervolgens van 7 oktober 2008 heeft de Raad de
Commissie verzocht voorstellen te doen om het beheer van het btw-stelsel van de Europese
Gemeenschap door de lidstaten te versterken en daarin bepalingen op te nemen die een
spoedige oprichting van Eurofisc mogelijk maken, rekening houdende met de instrumenten
voor administratieve samenwerking waarin deze verordening voorziet.
(6) Gelet op het verslag over de administratieve samenwerking op het gebied van de btw2, dat
overeenkomstig artikel 45 van deze verordening is opgesteld en door de Europese
Commissie op XXXXX 2009 is aangenomen, dienen in de tekst van deze verordening
enkele redactionele en praktische verduidelijkingen te worden aangebracht.
OE 143/2008 overweging 4
nieuw
(7)(4) Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere
OE 143/2008 overweging 5 (aangepast)
nieuw
(8)(5) De uitbreiding van het toepassingsgebied van het speciale systeem en de wijzigingen in
Naar aanleiding van de invoering van het eenloketsysteem waarin is voorzien bij
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het
gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde1, gewijzigd bij
Richtlijn 2008/8/EG2, en van de teruggaafprocedure voor niet in de lidstaat van
teruggaaf gevestigde belastingplichtigen waarin is voorzien bij Richtlijn
2008/9/EG, hebben tot gevolg dat de betrokken dienen de lidstaten aanzienlijk
meer informatie moeten uitwisselen een groot aantal inlichtingen uit te wisselen .
De vereiste informatie-inlichtingenuitwisseling mag geen onevenredig zware
administratieve lasten op de betrokken lidstaten leggen. De informatie-uitwisseling moet
derhalve langs elektronische weg gebeuren met behulp van de bestaande informatie-
uitwisselingssystemen.
nieuw
(9) Voor een efficiënte controle van belastbare handelingen die zijn verricht in een andere
lidstaat dan die waar de leverancier of dienstverrichter is gevestigd, moet de lidstaat van
vestiging bepaalde inlichtingen over bepaalde grensoverschrijdende handelingen
verzamelen of kunnen verzamelen.
OE 1798/2003 overweging 2
nieuw
(12)(3) De bestrding van BTWbtw-ontduiking vraagt om nauwe samenwerking tussen de
administratieve autoriteiten die in elk van de lidstaten met de uitvoering van de ter zake
vastgestelde bepalingen belast zn. Deze autoriteiten moeten eveneens samenwerken
met de structuur die belast is met de snelle en doelgerichte bestrijding van specifieke
fraudegevallen.
nieuw
(13) Bij grensoverschrijdende handelingen hangt de controle op de juiste toepassing van de
belasting door de lidstaat van heffing in vele gevallen af van de inlichtingen die in het bezit
zijn van de lidstaat van vestiging van de belastingplichtige of die veel gemakkelijker door
deze lidstaat kunnen worden verkregen.
(14) Gelet op het repetitieve karakter van bepaalde verzoeken en de taalkundige
verscheidenheid in de Gemeenschap is het zaak, teneinde verzoeken om inlichtingen
sneller te kunnen behandelen, het gebruik van standaardformulieren bij de inlichtingen-
uitwisseling te veralgemenen.
(15) Wanneer de lidstaten andere dan de in deze verordening voorgeschreven
OE 1798/2003 overweging 4
nieuw
(16)(4) De elektronische opslag en transmissie van bepaalde gegevens voor controledoeleinden ter
zake van de BTWbtw is onmisbaar voor een deugdelijke werking van het BTWbtw-stelsel
en de facilitering van de fraudebestrijding, met name bij bepaalde grensoverschrijdende
handelingen waarvoor belasting is verschuldigd in de lidstaat van de afnemer van de
goederen of de diensten .
nieuw
(17) Voor die gevallen is het zaak de verplichtingen van elke lidstaat duidelijk te omschrijven,
zodat een efficiënte controle op de belasting kan worden verricht in de lidstaat waar deze
verschuldigd is.
(18) Behalve dat het beginsel van de verplichte inlichtingenverstrekking moet worden
vastgesteld, dient met name te worden verduidelijkt in welke gevallen die verstrekking
verplicht is en voor welke categorieën van inlichtingen een systematische procedure moet
worden opgezet om die verstrekking te vergemakkelijken.
(19) Overeenkomstig de conclusies van het door de Europese Commissie op XXXXX 2009
aangenomen verslag over de administratieve samenwerking1 en teneinde de kwaliteit van
OE 1798/2003 overweging 5
nieuw
(20)(5) De voorwaarden voor de uitwisseling van, en de rechtstreekse automatische toegang
van de lidstaten tot, elektronisch opgeslagen gegevens in elke lidstaat moeten duidelijk
worden omschreven. Om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen, dienen ondernemers
toegang te hebben tot bepaalde van die gegevens.
nieuw
(21) Ten behoeve van de bestrijding van belastingfraude moet het de lidstaten worden
toegestaan bepaalde betrouwbare gegevens over op hun grondgebied gevestigde
belastingplichtigen die zij in hun bezit hebben, zeer snel uit te wisselen. Deze uitwisseling
moet mogelijk worden gemaakt door de verdere ontwikkeling van de gegevensbanken over
de btw-plichtigen en de door hen verrichte intracommunautaire handelingen, die zullen
worden uitgebreid met een reeks gegevens over de belastingplichtigen en hun transacties
en met procedures om de betrouwbaarheid van de opgenomen gegevens te verbeteren.
(22) Een ruimere toegang tot de in dit systeem van gegevensbanken opgenomen gegevens over
de intracommunautaire leveringen van goederen en diensten ter zake waarvan de afnemer
tot voldoening van de belasting is gehouden, zal de bestrijding van belastingfraude ten
(24) Door de invoering van risicoanalysesystemen voor de gegevens die in de gegevensbanken
worden opgenomen en de gegevens die er reeds in aanwezig zijn, krijgen de lidstaten een
extra garantie ten aanzien van de betrouwbaarheid van de gegevens.
(25) Gelet op het door de Europese Commissie op XXXXX 2009 aangenomen verslag over de
administratieve samenwerking1 dient te worden verduidelijkt dat de er aan de
aanwezigheid in de administratiekantoren waartoe de verordening de mogelijkheid biedt,
geen beperkingen zijn gesteld.
(26) Gezien de toename van het grensoverschrijdende handelsverkeer op de interne markt,
zowel wat legitieme als frauduleuze activiteiten betreft, dient het toepassingsgebied van
multilaterale controles te worden verduidelijkt en uitgebreid en de organisatie en
uitvoering van dergelijke controles te worden vergemakkelijkt.
(27) De marktdeelnemers maken steeds vaker gebruik van het internet om de geldigheid van
een btw-identificatienummer te laten bevestigen. Gelet evenwel op de verschillen in de
procedures voor de registratie en de bijwerking van de gegevens over de
belastingplichtigen in de nationale gegevensbanken alsook voor de gegevensbevestiging
kan de verstrekte informatie misleidend zijn voor de marktdeelnemers die deze gevraagd
hebben, en aan de basis van geschillen liggen. De identificatie van de marktdeelnemers die
om bevestiging van de geldigheid van een btw-identificatienummer vragen, is zeer nuttig
voor de risicoanalysesystemen van de lidstaten. Daarom moet het systeem ter bevestiging
van de geldigheid van btw-identificatienummers worden gewijzigd zodat de
(28) Voor sommige belastingplichtigen kunnen specifieke verplichtingen gelden, die
verschillen van de verplichtingen die van toepassing zijn in de lidstaat waar zij gevestigd
zijn, met name op het gebied van facturering, enkel omdat zij goederen of diensten leveren
aan afnemers die op het grondgebied van een andere lidstaat gevestigd zijn. Er moet een
systeem worden opgezet om die belastingplichtigen in staat te stellen zich te informeren
over de verplichtingen in kwestie.
(29) Uit de recente praktische ervaring met de toepassing van Verordening (EG) nr. 1798/2003
bij de strijd tegen carrouselfraude is gebleken dat het in sommige gevallen onontbeerlijk is
om een systeem voor een veel snellere, uitgebreidere en doelgerichtere uitwisseling van
inlichtingen op te zetten om fraude efficiënt te bestrijden; een dergelijk systeem moet
functioneren binnen het kader van deze verordening, maar ook voldoende flexibel zijn om
nieuwe fraudevormen aan te kunnen. Een voorbeeld van deze vorm van samenwerking is
het op initiatief van België opgerichte en door de Commissie ondersteunde Eurocanet
("European Carrousel Network").
OE 1798/2003 overweging 6
(30)(6) De lidstaat van verbruik heeft de primaire verantwoordelkheid om ervoor te zorgen dat
niet in de Gemeenschap gevestigde leveranciers aan hun verplichtingen voldoen. De
toepassing van de tdelke bzondere regeling voor langs elektronische weg verrichte
diensten waarin wordt voorzien b titel XII, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG
nieuw
(31) Inlichtingen van derde landen kunnen zeer nuttig zijn voor andere lidstaten bij de
bestrijding van btw-fraude. Deze inlichtingen moeten derhalve zoveel mogelijk worden
gedeeld.
(32) De toepasselijke nationale voorschriften betreffende het bankgeheim mogen zich niet
verzetten tegen de toepassing van deze verordening.
(33) Gelet op de uitbreiding van het toepassingsgebied van de administratieve samenwerking op
het gebied van de btw dienen de voorschriften ter bescherming van de uitgewisselde of
verzamelde inlichtingen te worden aangescherpt.
OE 1798/2003 overweging 7
B Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van 27 januari 1992 betreffende de administratieve
samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen (BTW)1 is daartoe een regeling
voor nauwe samenwerking tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten onderling
en tussen die autoriteiten en de Commissie ingesteld.
OE 1798/2003 overweging 8
Genoemde verordening vormt een aanvulling op de bepalingen van Richtln 77/799/EEG van de
OE 1798/2003 overweging 9
Deze twee rechtsinstrumenten hebben hun nut bewezen, maar beantwoorden niet meer aan de
nieuwe behoeften op het gebied van administratieve samenwerking als gevolg van de
steeds hechtere integratie van de economieën binnen de interne markt.
OE 1798/2003 overweging 10
Het bestaan van twee verschillende rechtsinstrumenten voor de samenwerking op het gebied van de
BTW blkt daarenboven een belemmering te vormen voor een doelmatige samenwerking
tussen de belastingadministraties.
OE 1798/2003 overweging 11
Bovendien blijkt het nodig duidelijker en bindende regels vast te stellen voor de samenwerking
tussen lidstaten, aangezien de rechten en plichten van alle betrokken partijen onvoldoende
omschreven zijn.
OE 1798/2003 overweging 12
Voorts zn er te weinig rechtstreekse contacten tussen plaatselke of nationale bureaus voor
fraudebestrding, doordat de communicatie in de regel plaatsvindt tussen de centrale
OE 1798/2003 overweging 13
Ook is de samenwerking niet intensief genoeg, doordat er, afgezien van het VIES-systeem, te
weinig automatische of spontane uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten
plaatsvindt. De uitwisseling van inlichtingen tussen de overheidsdiensten onderling en
tussen overheidsdiensten en de Commissie dient te worden geïntensiveerd en sneller te
worden uitgevoerd teneinde fraude doeltreffender te bestrijden.
OE 1798/2003 overweging 14
Daarom is het nodig de in Verordening (EEG) nr. 218/92 en in Richtln 77/799/EEG opgenomen
bepalingen betreffende de administratieve samenwerking op BTW-gebied samen te voegen
en aan te scherpen. Duidelkheidshalve dient dit te resulteren in één nieuw instrument dat
genoemde verordening gaat vervangen.
OE 1798/2003 overweging 15
(34)(16) Deze verordening dient andere communautaire maatregelen ter bestrijding van BTWbtw-
OE 1798/2003 overweging 16
nieuw
(35)(17) Voor de toepassing van deze verordening dient te worden overwogen de reikwdte te
beperken van bepaalde rechten en plichten die zn neergelegd in Richtln 95/46/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van
natuurlke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende
het vre verkeer van gegevens1, teneinde de in artikel 13, lid 1, onder e), van die richtln
bedoelde belangen te vrwaren. Deze beperking is noodzakelijk en proportioneel gelet
op de potentiële inkomstenderving voor de lidstaten en het cruciale belang van de
gegevens in kwestie voor een efficiënte fraudebestrijding.
nieuw
(36) Aangezien de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van deze
verordening, maatregelen van algemene strekking zijn in de zin van artikel 2 van
Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden
voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden2, dienen
zij te worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure van artikel 5 van dat besluit,
OE 1798/2003 overweging 18 (aangepast)
(37) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de met name bij het Handvest van
de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht,
OE 1798/2003
nieuw
Raad
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
-
1.Bij deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de [...]
bevoegde autoriteiten die in de lidstaten met de uitvoering van de wetgeving inzake de
belasting over de toegevoegde waarde (BTWbtw) op leveringen van goederen, dienstverrichtingen,
intracommunautaire verwervingen van goederen en invoer van goederen belast zijn, onderling en
Daartoe worden bij deze verordening regels en procedures vastgesteld, die de bevoegde autoriteiten
in de lidstaten in staat stellen samen te werken, alsmede en onderling alle inlichtingen uit te
wisselen met het oog op een juiste BTWbtw-heffing , toe te zien op de juiste toepassing van de
btw, met name bij intracommunautaire transacties, en de btw-fraude te bestrijden. Bij deze
verordening worden met name de regels en procedures vastgesteld die de lidstaten in staat stellen
deze inlichtingen te verzamelen en uit te wisselen langs elektronische weg .
B deze verordening worden bovendien regels en procedures vastgesteld voor de uitwisseling van
bepaalde inlichtingen langs elektronische weg, met name ter zake van de BTW op
intracommunautaire transacties.
nieuw
Raad
-
2.Bij deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de in lid 1 bedoelde
autoriteiten [...] bijstand dienen te verlenen ter bescherming van de btw-opbrengsten
van alle lidstaten.
OE 1798/2003
3.2. Deze verordening laat de toepassing in de lidstaten van de voorschriften inzake de wederzdse
rechtshulp in strafzaken onverlet.
OE143/2008 Art. 1, punt 1 (aangepast)
-
4.Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van
28 november 2008 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde
waarde1 worden bij Bij deze verordening worden tevens regels en procedures
vastgesteld voor de elektronische uitwisseling van inlichtingen over de BTWbtw op diensten die
overeenkomstig de bijzondere regeling van Richtlijn 2006/112//EG, titel XII, hoofdstuk 6, van
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk
stelsel van belasting over de toegevoegde waarde langs elektronische weg worden verricht, alsmede
voor eventuele daarop aansluitende uitwisselingen van inlichtingen en, wat de onder die bijzondere
regeling vallende diensten betreft, voor de overdracht van geldmiddelen tussen de bevoegde
autoriteiten van de lidstaten.
OE143/2008 Art. 2, punt 1 (aangepast)
Bij deze verordening worden tevens regels en procedures vastgesteld voor de elektronische
uitwisseling van inlichtingen over de btw op diensten overeenkomstig de bijzondere regelingen van
Richtlijn 2006/112/EG, titel XII, hoofdstuk 6, alsmede voor eventuele daarop aansluitende
uitwisselingen van inlichtingen en, wat de onder die bijzondere regelingen vallende diensten betreft,
voor de overdracht van geldmiddelen tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.
OE 1798/2003 (aangepast)
L1 143/2008 Art. 2, punt 2
Artikel 2
L1 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
-
1."bevoegde autoriteit van een lidstaat":
-
-in België:
le ministre des finances
de minister van Financiën
OE1791/2006 Art. 1, punt 1 en bijlage,
punt 7
-
-in Bulgarije:
OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 5
OE 1798/2003
-
-in Denemarken:
Skatteministeriet
-
-in Duitsland:
Bundesministerium der Finanzen
OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6
-
-in Estland:
Maksuamet
OE 1798/2003
-
-in Griekenland:
Y Oµ µ
-
-in Spanje:
el Secretario de Estado de Hacienda
-
-in Ierland:
the Revenue Commissioners
-
-in Italië:
il Capo del Dipartimento delle Politiche Fiscali
OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6
-
-in Cyprus:
µ µ
-
-in Letland:
Valsts iemumu dienests,
-
-in Litouwen:
Valstybin÷ mokesci inspekcija prie Finans ministerijos
OE 1798/2003
OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6
-
-in Hongarije:
Adó- és Pénzügyi Ellenirzési Hivatal Központi Kapcsolattartó Irodája
-
-in Malta:
Dipartiment tat-Taxxa fuq il-Valur Mijud fil-Ministeru tal-Finanzi u Affarijiet
Ekonomiëi
OE 1798/2003
-
-in Nederland:
de minister van Financiën
-
-in Oostenrijk:
Bundesminister für Finanzen
OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6
OE 1798/2003
-
-in Portugal:
o Ministro das Finanças
OE1791/2006 Art. 1, punt 1 en bijlage,
punt 7
-
-in Roemenië:
Agenia Naional de Administrare Fiscal
OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6
-
-in Slovenië:
Ministrstvo za finance
-
-in Slowakije:
OE 1798/2003
Raad
-
-in Finland:
Valtiovarainministeriö
Finansministeriet
-
-in Zweden:
Chefen för Finansdepartementet
-
-in het Verenigd Koninkrijk:
the Commissioners of Customs and Excise;
-
21)"centraal verbindingsbureau": het bureau dat uit hoofde van artikel 43, lid 12, is aangewezen en
de primaire verantwoordelijkheid draagt voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied
van de administratieve samenwerking. [...] Het centraal verbindingsbureau kan tevens
worden aangewezen als verantwoordelke voor de contacten met de Commissie;
-
32)"verbindingsdienst": elk ander bureau dan het centrale verbindingsbureau dat een specifieke
territoriale of functionele bevoegdheid bezit en uit hoofde van artikel 43, lid 23, door de bevoegde
autoriteit is aangewezen om op grond van deze verordening rechtstreeks inlichtingen uit te
-
43)"bevoegde ambtenaar": een ambtenaar die op grond van deze verordening rechtstreeks
de inlichtingen kan uitwisselen waartoe hem uit hoofde van artikel 43, lid 34, machtiging is
verleend;
-
54)"verzoekende autoriteit": het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke
bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de bevoegde autoriteit om bijstand
verzoekt;
-
65)"aangezochte autoriteit": het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke
bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de bevoegde autoriteit om bijstand wordt
verzocht;
-
76)"intracommunautaire transacties": de intracommunautaire levering van goederen of de
intracommunautaire verrichting van diensten;
OE143/2008 Art. 1, punt 2
-
87)"intracommunautaire goederenlevering": een goederenlevering die moet worden
vermeld op de lijst bedoeld in artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;
-
98)"intracommunautaire verrichting van diensten": een verrichting van diensten die moet
worden vermeld op de lijst bedoeld in artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;
OE 1798/2003
Raad
1211) "administratief onderzoek": alle door de lidstaten bij de uitoefening van hun taken
verrichte controles, onderzoeken en acties gericht op het waarborgen van de juiste
toepassing van de BTWbtw-wetgeving;
1312) "automatische uitwisseling": het systematisch en zonder voorafgaand verzoek
verstrekken van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, met regelmatige,
vooraf vastgestelde tussenpozen;
-
14."gestructureerde automatische uitwisseling": het systematisch en zonder voorafgaand
verzoek verstrekken van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, zodra deze
inlichtingen beschikbaar worden;
-
15."spontane uitwisseling": het onregelmatig en zonder voorafgaand verzoek verstrekken
van inlichtingen aan een andere lidstaat; "spontane uitwisseling": het niet-
systematisch, op willekeurige tijdstippen en zonder voorafgaand verzoek verstrekken
van inlichtingen aan een andere lidstaat;
1316) "persoon":
(d) een andere juridische constructie, ongeacht de aard of de vorm ervan, met of
zonder rechtspersoonlijkheid, die activa bezit of beheert welke, met inbegrip van het
daardoor gegenereerde inkomen, aan btw onderworpen zijn;
-
17."toegang verlenen": toestemming geven voor toegang tot de relevante elektronische
gegevensbank, alsmede voor het verkrgen van gegevens langs elektronische weg;
nieuw
-
14)"geautomatiseerde toegang": mogelijkheid om op enig tijdstip toegang te krijgen tot
een gegevensbank om er langs elektronische weg bepaalde inlichtingen te raadplegen;
OE 1798/2003
1518) "langs elektronische weg": door middel van elektronische apparatuur voor
gegevensverwerking, (met inbegrip van digitale compressie), en gegevensopslag, met
gebruikmaking van draden, radio, optische of andere elektromagnetische middelen;
1619) "CCN/CSI-netwerk": het op het gemeenschappelijk communicatienetwerk (CCN)
met gemeenschappelijke interface (CSI) gebaseerde gemeenschappelijk platform dat de
Gemeenschap ontwikkeld heeft voor het elektronisch berichtenverkeer tussen de
autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.;
-
18)"strategische analyse": het zoeken naar en blootleggen van algemene tendensen inzake
handelingen die in strijd zijn met de btw-voorschriften, door beoordeling van de bedreiging
die wordt gevormd door, alsmede van de omvang en de gevolgen van die handelingen, om
vervolgens prioriteiten vast te stellen, hypothesen of aanbevelingen op te stellen, een beter
inzicht te verwerven in het fenomeen of de bedreiging, de uitvoering van fraudepreventie-
en -opsporingsacties bij te sturen.
OE143/2008 Art. 2, punt 2 (aangepast)
-
2.Vanaf 1 januari 2015 zijn dDe in de artikelen 358, 358 bis en 369 bis van Richtlijn
2006/112/EG vervatte definities zijn ook van toepassing in het kader van deze richtlijn.
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
Raad
Artikel 3
-
1.De in artikel 2, punt 1, genoemde bevoegde autoriteiten zn de autoriteiten uit naam
waarvan deze verordening hetzij rechtstreeks, hetzij bij delegatie wordt toegepast de
autoriteiten uit naam waarvan deze verordening wordt toegepast.:
-
-in Tsjechië:
Ministerstvo financí
-
-in Denemarken:
Skatteministeriet
-
-in Duitsland:
Bundesministerium der Finanzen
-
-in Estland:
Maksuamet
-
-in Griekenland:
Y Oµ µ, µ,
-
-in Spanje:
el Secretario de Estado de Hacienda
-
-in Frankrijk:
le ministre de l'économie, des finances et de l'industrie
-
-in Italië:
il Capo del Dipartimento delle Politiche Fiscali
-
-in Cyprus:
µ µ
-
-in Letland:
Valsts iemumu dienests
-
-in Litouwen:
Valstybin÷ mokesci inspekcija prie Finans ministerijos
-
-in Luxemburg:
l'administration de l'enregistrement et des domaines
-
-in Hongarije:
Adó- és Pénzügyi Ellenirzési Hivatal Központi Kapcsolattartó Irodája
-
-in Malta:
Dipartiment tat-Taxxa fuq il-Valur Mijud fil-Ministeru tal-Finanzi u Affarijiet
-
-in Polen:
Minister Finansów
-
-in Portugal:
o Ministro das Finanças
-
-in Roemenië:
Agenia Naional de Administrare Fiscal
-
-in Slovenië:
Ministrstvo za finance
-
-in Slowakije:
Ministerstvo financií
-
-in Finland:
Valtiovarainministeriö
Finansministeriet
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
Raad
Artikel 4
1.2. Elke lidstaat wijst één centraal verbindingsbureau aan dat bij delegatie de primaire
verantwoordelijkheid draagt voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de
administratieve samenwerking. Hij stelt de Commissie en de andere lidstaten hiervan in kennis.
2.3. De bevoegde autoriteit van elke lidstaat kan verbindingsdiensten aanwijzen. Het is de taak van
het centrale verbindingsbureau om een lijst van deze diensten bij te houden en ervoor te zorgen dat
deze lijst voor de centrale verbindingsbureaus van de andere betrokken lidstaten toegankelijk is.
3.4. Daarnaast kan de bevoegde autoriteit van elke lidstaat onder de door haar bepaalde
voorwaarden bevoegde ambtenaren aanwijzen die op grond van deze verordening rechtstreeks
inlichtingen kunnen uitwisselen. Wanneer zij dat doet, kan zij het bereik van deze delegatie
beperken. Het is de taak van het centrale verbindingsbureau om de lijst van deze ambtenaren bij te
houden en deze lijst aan de centrale verbindingsbureaus van de andere betrokken lidstaten
beschikbaar te stellen.
4.5. Ambtenaren die uit hoofde van de artikelen 11 en 1329, 30 en 31 inlichtingen uitwisselen,
Artikel 5
-
6.Wanneer een verbindingsdienst of een bevoegde ambtenaar een verzoek of een antwoord op een
verzoek om bstand verzendt of ontvangt, stelt deze het centrale verbindingsbureau van de eigen
lidstaat hiervan overeenkomstig de bepalingen van deze lidstaat in kennis.
Artikel 6
-
7.Wanneer een verbindingsdienst of een bevoegde ambtenaar een verzoek om bstand ontvangt dat
een optreden buiten zn territoriale bevoegdheid of ambtsgebied vereist, geeft h het verzoek
onverwld door aan het centrale verbindingsbureau van de eigen lidstaat en stelt h de verzoekende
autoriteit hiervan in kennis. In dat geval vangt de in artikel 108 bedoelde termn aan op de dag
nadat het verzoek om bstand aan het centrale verbindingsbureau is doorgezonden.
Artikel 4
-
1.De b deze verordening ingestelde verplichting tot het verlenen van bstand strekt zich niet uit
tot het verstrekken van inlichtingen of documenten die de in artikel 1 bedoelde administratieve
autoriteiten verkrgen wanneer z handelen met toestemming of op verzoek van een rechterlke
instantie.
HOOFDSTUK II
UITWISSELING VAN INLICHTINGEN OP VERZOEK
AFDELING 1
VERZOEK OM INLICHTINGEN EN OM ADMINISTRATIEVE ONDERZOEKEN
Artikel 75
-
1.Op verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit de in artikel 1
bedoelde inlichtingen, ook wanneer het verzoek een welbepaald geval of verscheidene welbepaalde
gevallen betreft.
-
2.Met het oog op de in lid 1 bedoelde verstrekking van inlichtingen laat de aangezochte autoriteit
de vereiste administratieve onderzoeken uitvoeren om deze inlichtingen te verkrgen.
-
3.Het in lid 1 bedoelde verzoek kan een met redenen omkleed verzoek om een [...]
administratief onderzoek omvatten. Indien de lidstaat van oordeel is dat [...] het
administratief onderzoek niet nodig is, stelt hij de verzoekende autoriteit onverwijld in
kennis van de redenen waarop hij zijn oordeel baseert.
nieuw
Raad
Niettegenstaande de eerste alinea van dit lid en onverminderd artikel 56 mag de aangezochte
autoriteit in geval van een verzoek dat betrekking heeft op de aanwezigheid op het grond-
gebied van de aangezochte lidstaat van een vaste inrichting van een in de verzoekende lidstaat
gevestigde belastingplichtige of op [...] bijlage I genoemde goederenleveringen of
diensten die worden verricht door een in de lidstaat van de aangezochte autoriteit gevestigde
belastingplichtige en belastbaar zijn in de lidstaat op wiens grondgebied de verzoekende autoriteit
gevestigd is, uitsluitend weigeren een administratief onderzoek in te stellen indien over dezelfde
belastingplichtige, hetzelfde belastingtijdvak en dezelfde transacties aan de verzoekende
autoriteit reeds inlichtingen zijn verstrekt die verkregen zijn in het kader van een administratief
onderzoek dat minder dan twee jaar voordien heeft plaatsgevonden.
Met betrekking tot de in de tweede alinea van dit lid bedoelde verzoeken die gedaan zijn door de
verzoekende autoriteit en door de aangezochte autoriteit zijn beoordeeld conform een volgens de in
artikel 60, lid 2, bedoelde procedure op te stellen verklaring van beste praktijken met betrekking tot
het verband tussen het onderhavige lid en artikel 56, lid 1, moet een lidstaat die op grond van artikel
56 weigert een administratief onderzoek [...] in te stellen , de verzoekende autoriteit
evenwel de datums en bedragen meedelen van alle goederenleveringen en diensten in kwestie die de
belastingplichtige de twee voorgaande jaren in de lidstaat van de verzoekende autoriteit heeft
Niettegenstaande de eerste alinea en onverminderd artikel 40 van deze verordening mag de
aangezochte autoriteit in geval van een verzoek dat betrekking heeft op inlichtingen over de
bedragen die door een belastingplichtige zijn aangegeven in verband met telecommunicatiediensten,
omroepdiensten en elektronisch verrichte diensten, die belastbaar zijn in de lidstaat waar de
verzoekende autoriteit gevestigd is en waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van of ervoor
kiest geen gebruik te maken van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van
Richtlijn 2006/112/EG, uitsluitend weigeren een administratief onderzoek in te stellen indien over
dezelfde belastingplichtige bij de verzoekende autoriteit reeds inlichtingen zijn verstrekt die
verkregen zijn in het kader van een administratief onderzoek dat minder dan twee jaar voordien
heeft plaatsgevonden.
Met betrekking tot de in de tweede alinea bedoelde verzoeken die gedaan zijn door de verzoekende
autoriteit en door de aangezochte autoriteit zijn beoordeeld conform een volgens de in artikel 44, lid
2, bedoelde procedure op te stellen verklaring van beste praktijken met betrekking tot het verband
tussen het onderhavige lid en artikel 40, lid 1, moet een lidstaat die op grond van artikel 40 weigert
een administratief onderzoek uit te voeren, de verzoekende autoriteit evenwel de factuurdata en
factuurbedragen meedelen van de diensten die de belastingplichtige de twee voorgaande jaren in de
lidstaat van de verzoekende autoriteit heeft verricht.
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
Artikel 86
De krachtens artikel 75 ingediende verzoeken om inlichtingen of administratieve onderzoeken
worden voorzover mogelijk , behalve in de in artikel 52 bedoelde gevallen of in naar behoren
gemotiveerde uitzonderingsgevallen, doorgegeven door middel van een standaardformulier dat
volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure wordt vastgesteld, behalve in de in
artikel 52 bedoelde gevallen of in naar behoren gemotiveerde uitzonderingsgevallen .
Artikel 97
-
1.Op verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit haar alle pertinente
inlichtingen die zij verkrijgt of waarover zij beschikt, alsmede de resultaten van administratieve
onderzoeken, in de vorm van verslagen, verklaringen en andere bescheiden of voor eensluidend
gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.
-
2.Originelen worden slechts verstrekt indien de geldende bepalingen van de lidstaat waar de
aangezochte autoriteit is gevestigd, dat niet beletten.
AFDELING 2
TERMN VOOR HET VERSTREKKEN VAN INLICHTINGEN
Ingeval deze inlichtingen de aangezochte autoriteit echter reeds ter beschikking staan, wordt deze
termijn ingekort tot ten hoogste één maand.
Artikel 119
Voor bijzondere categorieën gevallen kunnen d Voor bzondere categorieën gevallen
kunnen de aangezochte en de verzoekende autoriteit andere [...] andere termnen
dan die van artikel 108 overeenkomen.
nieuw
Raad
[...]
OE 1798/2003 (aangepast)
Artikel 1310
Wanneer de aangezochte autoriteit niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen,
deelt zij de verzoekende autoriteit onverwijld schriftelijk mee waarom zij de termijn niet kan
nakomen, en wanneer zij denkt waarschijnlijk aan het verzoek te kunnen voldoen.
HOOFDSTUK IIIIV
UITWISSELING VAN INLICHTINGEN ZONDER VOORAFGAAND
VERZOEK
Artikel 1417
-
1.Onverminderd de bepalingen van de hoofdstukken V en VI, gaan dDe bevoegde autoriteiten van
de lidstaten gaan over tot automatische of gestructureerde automatische uitwisseling van de in
artikel 1 bedoelde inlichtingen met de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten in de
volgende situaties:
-
1.wanneer de belastingheffing wordt geacht plaats te vinden in de lidstaat van bestemming
en de door de lidstaat van oorsprong verstrekte inlichtingen noodzakelijk zijn voor
de doeltreffendheid van het controlesysteem van de lidstaat van bestemming
noodzakelijkerwijs afhangt van door de lidstaat van oorsprong verstrekte inlichtingen;
-
2.wanneer een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat in de andere lidstaat
-
een inbreuk op de BTWbtw-wetgeving heeft of vermoedelijk heeft plaatsgevonden;
OE 143/2008 Art. 2, punt 4 (aangepast)
nieuw
-
2.Voor de toepassing van de eerste alinea werken de lidstaten van vestiging samen met de lidstaten
van verbruik om te kunnen Vanaf 1 januari 2015 gaan de bevoegde autoriteiten van de
lidstaten met name over tot automatische uitwisseling van gegevens die iedere lidstaat van verbruik
in staat stellen te controleren of de op hun grondgebied gevestigde belastingplichtigen de btw die
verschuldigd is op telecommunicatiediensten, omroepdiensten en elektronisch verrichte diensten en
waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van of ervoor kiest geen gebruik te maken van de
bijzondere regeling van titel XII, afdeling 3, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG, correct
aangeven en betalen. De lidstaat van vestiging dient de lidstaat van verbruik op de hoogte te
brengen van de eventuele onregelmatigheden die hem ter kennis komen.
nieuw
Artikel 15
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verstrekken de bevoegde autoriteiten van de andere
lidstaten spontaan de in artikel 1 bedoelde inlichtingen waarvan zij kennis hebben en die
laatstgenoemde autoriteiten van nut kunnen zijn.
OE 1798/2003
Artikel 1618
nieuw
-
1.De inlichtingenuitwisseling krachtens dit hoofdstuk geschiedt door middel van
standaardformulieren of -bestanden die volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde procedure worden
vastgesteld.
-
2.Voor bepaalde categorieën inlichtingen die aan de criteria van artikel 14 voldoen, worden de
frequentie van en de praktische regelingen voor de uitwisseling volgens de in artikel 60, lid 2,
bedoelde procedure vastgesteld.
OE 1798/2003 (aangepast)
Volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure worden vastgesteld:
-
1.de exacte categorieën inlichtingen die moeten worden uitgewisseld;
-
2.de frequentie van de uitwisseling;
OE 143/2008 Art. 2, punt 5
Elke lidstaat bepaalt of hij deelneemt aan de uitwisseling van een bepaalde categorie inlichtingen en
of dit automatisch of gestructureerd automatisch geschiedt. Iedere lidstaat moet evenwel deelnemen
aan de uitwisseling van de inlichtingen waarover hij beschikt met betrekking tot
telecommunicatiediensten, omroepdiensten en elektronisch verrichte diensten en waarvoor de
belastingplichtige gebruik maakt van of ervoor kiest geen gebruik te maken van de bijzondere
regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG.
OE 1798/2003
Artikel 19
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen elkaar in alle omstandigheden spontaan
mededeling doen van alle in artikel 1 bedoelde inlichtingen waarvan zij kennis hebben.
Artikel 20
De lidstaten nemen de nodige administratieve en organisatorische maatregelen om de uitwisseling
van inlichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk mogelijk te maken.
Artikel 21
Een lidstaat kan er niet toe verplicht worden om voor de toepassing van de bepalingen van dit
hoofdstuk BTW-plichtigen nieuwe verplichtingen met het oog op het vergaren van inlichtingen op
te leggen of een buitensporige administratieve last op zich te nemen.
nieuw
HOOFDSTUK IV
TERUGMELDING
Artikel 17
Met betrekking tot de krachtens de hoofdstukken II en III uitgewisselde inlichtingen wordt aan de
aangezochte of bevoegde autoriteiten die deze hebben verstrekt, een terugmelding gedaan op een
wijze en met een frequentie die volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde procedure worden
OE 1798/2003 (aangepast)
HOOFDSTUK V
GEGEVENSBANKEN OPSLAG EN UITWISSELING VAN
INLICHTINGEN DIE SPECIFIEK BETREKKING HEBBEN OP
INTRACOMMUNAUTAIRE TRANSACTIES
Artikel 1822
OE 143/2008 Art. 1, punt 3 (aangepast)
nieuw
-
1.Elke lidstaat houdt een systeem van elektronische gegevensbank gegevensbanken
bij waarin hij de volgende inlichtingen opslaat en verwerkt:
-
a)de inlichtingen die hij overeenkomstig titel XI, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG
-
vergaart;
-
d)de gegevens betreffende de inlichtingenuitwisselingen die krachtens de hoofdstukken II en III in
het verleden reeds hebben plaatsgevonden met betrekking tot de onder b), van dit lid, bedoelde
personen;
-
e)de inlichtingen die hij overeenkomstig de artikelen 360, 361, 364 en 365 van Richtlijn
2006/112/EG vergaart.
-
2.Vanaf 1 januari 2015 voegt elke lidstaat aan de in lid 1, onder e), bedoelde gegevens de gegevens
toe die hij overeenkomstig de artikelen 369 quater, 369 septies en 369 octies van Richtlijn
2006/112/EG vergaart.
-
3.Vanaf 1 januari 2015 of voor zover hij eerder al op gestructureerde wijze hierover beschikt, voegt
elke lidstaat de volgende gegevens aan het in lid 1 bedoelde systeem van gegevensbanken toe:
-
a)aanvullende gegevens met betrekking tot de identiteit, activiteit of organisatiewijze van de
-
personen aan wie in die lidstaat een btw-identificatienummer is toegekend;
-
b)nadere gegevens over de omzet van de in lid 1, onder b), bedoelde personen, die met toepassing
-
van artikel 250 van Richtlijn 2006/112/EG zijn verzameld;
-
c)gegevens over de naleving van de fiscale verplichtingen door de in lid 1, onder b), bedoelde
-
personen, zoals te late aangifte, het bestaan van belastingschulden;
-
d)specifieke gegevens over transacties die betrekking hebben op bepaalde goederen en aan de hand
waarvan deze goederen kunnen worden geïdentificeerd.
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
Artikel 19
Met het oog op het gebruik van deze de in artikel 18 bedoelde inlichtingen in het kader van
de bij deze verordening ingestelde procedures worden deze inlichtingen opgeslagen voor een
periode van ten minste vijf jaar, te rekenen vanaf het einde van het eerste kalenderjaar
waarin toegang tot de inlichtingen moet worden verleend.
Artikel 20
-
2.De lidstaten zorgen ervoor dat de gegevensbank gegevensbanken actueel, volledig en
accuraat blijft blijven .
Volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure worden criteria vastgesteld aan de hand
waarvan wordt bepaald welke wijzigingen niet relevant, essentieel of nuttig zijn en derhalve niet
behoeven te worden aangebracht.
-
3.In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel moeten, in het geval van correctie of toevoeging
van inlichtingen in het systeem van gegevensbanken met toepassing van artikel 20, die inlichtingen
worden opgenomen uiterlijk in de maand volgende op het tijdvak waarin die inlichtingen zijn
verzameld.
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
Artikel 2223
Op basis van de overeenkomstig artikel 2322 opgeslagen gegevens verkrijgt de bevoegde autoriteit
van een lidstaat automatisch en onverwijld van elke andere lidstaat de volgende Iedere lidstaat
verleent de bevoegde autoriteiten van iedere andere lidstaat een geautomatiseerde toegang tot de
inlichtingen die in de in artikel 18 bedoelde gegevensbanken zijn opgenomen. Wat de in lid 1,
onder a), van dat artikel bedoelde inlichtingen betreft, zijn ten minste de volgende elementen
toegankelijk :
-
1.de BTWbtw-identificatienummers die zijn toegekend door de lidstaat die de inlichtingen
-
ontvangt;
nieuw
-
3.de btw-identificatienummers van de personen die de in punt 2 bedoelde
-
goederenleveringen of diensten hebben verricht;
-
4.de totale waarde van de in punt 2 bedoelde goederenleveringen en diensten die door elk
van de in punt 3 bedoelde personen zijn verricht ten behoeve van elke persoon aan wie een
btw-identificatienummer als bedoeld in punt 1 is toegekend;
-
5.de totale waarde van de in punt 2 bedoelde goederenleveringen en diensten die door elk
van de in punt 3 bedoelde personen zijn verricht ten behoeve van elke persoon aan wie een
btw-identificatienummer door een andere lidstaat is toegekend.
OE 37/2009 Art. 1, punt 1 (aangepast)
nieuw
De in de punten 2), 4 en 5 van de eerste alinea, bedoelde waarden worden uitgedrukt in de
munteenheid van de lidstaat die de inlichtingen verschaft, en hebben betrekking op de
overeenkomstig artikel 263 van Richtlijn 2006/112/EG voor iedere belastingplichtige vastgestelde
tijdvakken voor indiening van de lijsten.
Artikel 24
OE 143/2008 Art. 1, punt 5 (aangepast)
Op basis van de overeenkomstig artikel 22 opgeslagen gegevens verkrijgt de bevoegde autoriteit
van een lidstaat, wanneer zij zulks nodig acht teneinde op haar grondgebied belastbare
intracommunautaire verwervingen van goederen of intracommunautaire verrichtingen van diensten
te controleren, doch uitsluitend met het oog op het voorkomen van inbreuken op de btw-wetgeving,
rechtstreeks en onverwijld, of heeft zij rechtstreeks langs elektronische weg toegang tot, alle
volgende inlichtingen:
-
1.de btw-identificatienummers van de personen die de in artikel 23, eerste alinea, punt 2),
bedoelde goederenleveringen of diensten hebben verricht; en
-
2.de totale waarde van deze goederenleveringen of diensten die door elk van deze
personen zijn verricht voor elke persoon aan wie een btw-identificatienummer als bedoeld
in artikel 23, eerste alinea, punt 1, is toegekend.
OE 37/2009 Art. 1, punt 2
De in punt 2), eerste alinea, bedoelde waarden worden uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat
die de inlichtingen verschaft, en hebben betrekking op de overeenkomstig artikel 263 van Richtlijn
OE 1798/2003
Artikel 25
OE 37/2009 Art. 1, punt 3
-
1.Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat krachtens de artikelen 23 en 24 verplicht is
toegang tot inlichtingen te verlenen, doet zij dit zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen één maand
te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarop de inlichtingen betrekking hebben.
-
2.In afwijking van lid 1 wordt, wanneer in de in artikel 22 bedoelde omstandigheden inlichtingen
aan de gegevensbank worden toegevoegd, zo spoedig mogelijk en binnen de maand volgend op het
tijdvak waarin de inlichtingen zijn verkregen, toegang tot de toegevoegde inlichtingen verleend.
OE 1798/2003
-
3.De voorwaarden voor het beschikbaar stellen van de gecorrigeerde inlichtingen worden volgens
de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
nieuw
-
2.[...] De lidstaten zorgen er in het bijzonder voor dat de in artikel 18, lid 1, onder b),
bedoelde gegevens die door belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen
worden verstrekt met het oog op registratie voor btw-doeleinden overeenkomstig artikel 214
van Richtlijn 2006/112/EG, volledig en betrouwbaar zijn. De lidstaten leggen procedures ter
controle van deze gegevens ten uitvoer. De controles worden uitgevoerd vóór de registratie, of,
indien dat niet mogelijk is, binnen een periode van niet meer dan twaalf maanden na de
registratie voor btw-doeleinden.
[...]
[...] 3. De lidstaten stellen het in artikel 60 bedoelde comité in kennis van de nationaal
ten uitvoer gelegde [...] procedures ten behoeve van het verrichten van de in [...]
dit artikel bedoelde [...] controles .
Artikel 24
[...] De lidstaten [...] zorgen ervoor dat in de hierna volgende gevallen het btw-
identificatienummer in het in artikel 18 bedoelde systeem van gegevensbanken als ongeldig
wordt getoond: [...]
-
a)de in de gegevensbank geïdentificeerde personen [...] verrichten tijdelijk of
definitief geen economische activiteit als bedoeld in artikel 9 van
Richtlijn 2006/112/EG meer [...] ;
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
Artikel 2526
Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de toepassing van de artikelen 22 tot en met
25 18 tot en met 22 inlichtingen in elektronische gegevensbanken opnemen en die inlichtingen
langs elektronische weg uitwisselen, nemen z de maatregelen die noodzakelk zn om naleving
van artikel 5741 te verzekeren.
HOOFDSTUK VIIII
VERZOEK TOT ADMINISTRATIEVE NOTIFICATIE
Artikel 2614
Op verzoek van de verzoekende autoriteit gaat de aangezochte autoriteit, overeenkomstig de
geldende voorschriften betreffende de kennisgeving van de overeenkomstige akten van de lidstaat
waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, over tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle
akten en beslissingen die uitgaan van de administratieve autoriteiten en betrekking hebben op de
toepassing van de BTWbtw-wetgeving op het grondgebied van de lidstaat waar de verzoekende
Artikel 2715
Het verzoek tot kennisgeving, waarin het voorwerp van de akte of beslissing waarvan kennis moet
worden gegeven, wordt vermeld, vermeldt tevens de naam, het adres en alle overige gegevens die
nodig zijn ter bepaling van de geadresseerde.
Artikel 2816
De aangezochte autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het gevolg dat
aan het verzoek tot kennisgeving is gegeven en, meer in het bijzonder, van de datum waarop de
kennisgeving van de akte of beslissing aan de geadresseerde heeft plaatsgevonden.
AFDELING 3HOOFDSTUK VII
AANWEZIGHEID IN DE ADMINISTRATIEKANTOREN EN DEELNAME
AAN ADMINISTRATIEVE ONDERZOEKEN
Artikel 2911
-
1.De verzoekende autoriteit en de aangezochte autoriteit kunnen overeenkomen dat, met het oog op
de uitwisseling van de in artikel 1 bedoelde inlichtingen, door de verzoekende autoriteit
-
2.De verzoekende autoriteit en de aangezochte autoriteit kunnen overeenkomen dat, met het oog op
de uitwisseling van de in artikel 1 bedoelde inlichtingen, door de verzoekende autoriteit
aangewezen bevoegde ambtenaren van de verzoekende autoriteit , onder de door de
aangezochte autoriteit vastgestelde voorwaarden, bij de administratieve onderzoeken aanwezig
mogen zijn. Uitsluitend de ambtenaren van de aangezochte autoriteit zijn met de uitvoering van het
administratieve onderzoek belast. De ambtenaren van de verzoekende autoriteit oefenen niet de aan
de ambtenaren van de aangezochte autoriteit verleende controlebevoegdheden uit. Zij kunnen wel
toegang krijgen tot dezelfde plaatsen en bescheiden als laatstgenoemden, door tussenkomst van
dezen, en alleen ten behoeve van het lopende administratieve onderzoek.
-
3.De ambtenaren van de verzoekende autoriteit die uit hoofde van de leden 1 en 2 in een andere
lidstaat aanwezig zijn, dienen te allen tijde een schriftelijke opdracht te kunnen voorleggen waarin
hun identiteit en hun officiële hoedanigheid zijn vermeld.
AFDELING 4HOOFDSTUK VIII
GELIJKTIJDIGE MULTILATERALE CONTROLES
Artikel 3012
Met het oog op de uitwisseling van de in artikel 1 bedoelde inlichtingen kunnen twee of meer
lidstaten overeenkomen om ieder op zn grondgebied over te gaan tot gelktdige controles van de
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
Artikel 3113
-
1.Elke lidstaat stelt zelfstandig vast welke belastingplichtigen h voornemens is voor een
gelktdige multilaterale controle voor te stellen. Zn bevoegde autoriteit deelt de bevoegde
autoriteiten van de andere betrokken lidstaten mee welke dossiers voor een gelktdige
multilaterale controle worden voorgesteld. Zij motiveert de keuze in de mate van het
mogelijke door de inlichtingen te verstrekken die tot deze keuze hebben geleid. Zij geeft aan binnen
welk tijdsbestek deze controles moeten plaatsvinden.
-
2.De betrokken lidstaten beslissen vervolgens of z aan de gelktdige controles wensen deel te
nemen. De bevoegde autoriteit waaraan een gelijktijdige multilaterale controle wordt
voorgesteld, bevestigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan het voorstel uitging binnen
een termijn van twee weken dat zij de uitvoering van deze controle aanvaardt of geeft haar een
met redenen omkleed afwijzend antwoord.
-
3.De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten wzen elk voor zich een vertegenwoordiger
aan die belast wordt met de leiding en de coördinatie van de controle.
OE 1798/2003 (aangepast)
HOOFDSTUK IX
INFORMATIEVERSTREKKING AAN DE BELASTINGPLICHTIGEN
Artikel 3227
-
1.Elke lidstaat houdt een elektronische gegevensbank b waarin alle personen zn opgenomen aan
wie in de betrokken lidstaat een BTW-identificatienummer is toegekend.
-
2.De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan te allen tde, op basis van de overeenkomstig artikel
22 opgeslagen gegevens, rechtstreeks of door middel van toezending, bevestiging krgen van de
geldigheid van het BTW-identificatienummer waaronder een persoon een intracommunautaire
levering van goederen of diensten heeft ontvangen of verricht.
Op specifiek verzoek deelt de aangezochte autoriteit tevens de datum mee waarop het BTW-
identificatienummer is toegekend en, in voorkomend geval, de datum vanaf welke het BTW-
nummer niet meer geldig is.
-
3.Op verzoek verstrekt de bevoegde autoriteit ook onverwijld de naam en het adres van de persoon
aan wie het nummer is toegekend, mits die inlichtingen door de verzoekende autoriteit niet worden
OE 143/2008 Art. 1, punt 6 (aangepast)
-
4.De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij
intracommunautaire goederenleveringen of diensten betrokken zijn, alsmede, voor de duur van de
periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG, de niet in de Gemeenschap gevestigde
belastingplichtigen die langs elektronische weg verrichte diensten verrichten, met name de in
bijlage II bij die richtlijn bedoelde diensten, bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van het
aan een welbepaalde persoon toegekend btw-identificatienummer.
Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG, verstrekken de
lidstaten deze gegevens met name langs elektronische weg, overeenkomstig de in artikel 44, lid 2,
van deze verordening bedoelde procedure.
OE 143/2008 Art. 2, punt 6 (aangepast)
nieuw
Raad
-
41.De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij
intracommunautaire goederenleveringen of diensten betrokken zijn, alsmede de niet in de
Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die telecommunicatiediensten, omroepdiensten en
langs elektronische weg verrichte diensten verrichten, met name de in bijlage II bij Richtlijn
2006/112/EG bedoelde diensten, ten behoeve van dat soort handeling langs elektronische
Bij het bevestigen van de naam en het adres van de persoon aan wie het nummer is
toegekend, handelen de lidstaten overeenkomstig hun nationale regelgeving inzake
gegevensbescherming en de procedure van artikel 60, lid 2.
Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG is de eerste alinea
niet van toepassing op de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die
telecommunicatiediensten en omroepdiensten verrichten.
De lidstaten verstrekken deze gegevens met name langs elektronische weg, overeenkomstig de in
artikel 44, lid 2, van deze verordening bedoelde procedure.
nieuw
Raad
[...]
OE 1798/2003
-
5.Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4
inlichtingen in elektronische gegevensbanken opslaan en die inlichtingen langs elektronische weg
uitwisselen, nemen zij de maatregelen die noodzakelijk zijn om naleving van artikel 41 te
-
2.De specifieke lijst van de te verstrekken inlichtingen en het formaat waarin deze moeten worden
verstrekt, worden volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
HOOFDSTUK X
MULTILATERALE SAMENWERKING
Artikel 34
-
1.Bij deze verordening wordt een gemeenschappelijke structuur ter bestrijding van btw-
fraude en -ontwijking opgericht. Deze structuur wordt met name met de volgende taken
belast:
-
a)organisatie van snelle en multilaterale inlichtingenuitwisselingen, met of zonder
voorafgaand verzoek;
-
b)bevordering van inlichtingenuitwisselingen op basis van processen van risicoanalyse;
-
c)bevordering van inlichtingenuitwisselingen op basis van processen van strategische
analyse.
-
2.De bevoegde autoriteiten van de lidstaten stellen de onderzoeksterreinen van de bij lid 1
Artikel 36
-
1.De bij artikel 34 opgerichte structuur wordt gemachtigd gebruik te maken van alle
instrumenten voor administratieve samenwerking waarin deze verordening voorziet.
-
2.De bepalingen betreffende de uitwisseling van inlichtingen die specifiek voor de bij artikel
34 opgerichte structuur gelden, worden overeenkomstig de in artikel 60, lid 2, van deze
verordening bedoelde procedure vastgesteld.
Artikel 37
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen de bij artikel 34 opgerichte structuur opdragen
een gemeenschappelijke risicoanalyse of strategische analyse te verrichten.
Artikel 38
-
1.De bij artikel 34 opgerichte structuur verwerkt de door haar ontvangen inlichtingen en
zendt het resultaat van die verwerking toe aan alle lidstaten die er nut bij kunnen hebben.
-
2.Wanneer dat noodzakelijk is, verwerken degenen voor wie de inlichtingen bestemd zijn, op
hun beurt de door hen ontvangen inlichtingen en zenden zij het resultaat van die
verwerking toe aan de bij artikel 34 opgerichte structuur.
OE 1798/2003
HOOFDSTUK XIVI
OE 143/2008 Art. 1, punt 7 (aangepast)
BEPALINGEN INZAKE DE BIJZONDERE REGELING VAN TITEL XII,
HOOFDSTUK 6, VAN RICHTLIJN 2006/112/EG
OE 143/2008 Art. 2, punt 7 (aangepast)
BEPALINGEN INZAKE DE BIJZONDERE REGELINGEN VAN TITEL XII,
HOOFDSTUK 6, VAN RICHTLIJN 2006/112/EG
AFDELING 1
BEPALINGEN GELDIG TOT 31 DECEMBER 2014
OE 1798/2003
Artikel 4129
OE 143/2008 Art. 1, punt 9
-
1.De in artikel 361 van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde mededeling die door de niet in de
Gemeenschap gevestigde belastingplichtige bij aanvang van zijn activiteiten aan de lidstaat van
identificatie wordt gedaan, geschiedt langs elektronische weg. De technische details, inclusief een
gemeenschappelijk elektronisch bericht, worden vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, van
deze verordening bedoelde procedure.
OE 1798/2003
-
2.De lidstaat van identificatie zendt de meegedeelde inlichtingen langs elektronische weg toe aan
de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, binnen tien dagen te rekenen vanaf het einde van
de maand waarin de mededeling van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is
ontvangen. Op dezelfde wijze worden de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis
gesteld van het toegekende identificatienummer. De technische details, inclusief een
gemeenschappelijk elektronisch bericht waarin deze informatie wordt verzonden, worden
vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure.
-
3.Indien een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uit het identificatieregister
wordt verwijderd, stelt de lidstaat van identificatie de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten
daarvan onverwijld langs elektronische weg in kennis.
Artikel 4230
OE 143/2008 Art. 1, punt 10
De aangifte met de in de artikel 365 van Richtlijn 2006/112/EG genoemde informatie wordt langs
elektronische weg ingediend. De technische details, inclusief een gemeenschappelijk elektronisch
bericht, worden vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, van deze verordening bedoelde
procedure.
OE 1798/2003
De lidstaat van identificatie zendt deze gegevens langs elektronische weg toe aan de bevoegde
autoriteit van de betrokken lidstaat, uiterlijk tien dagen na het einde van de maand waarin de
aangifte is ontvangen. De lidstaten die hebben voorgeschreven dat de belastingaangifte dient te
luiden in een andere valuta dan de euro, zetten de bedragen om in euro tegen de op de laatste dag
van de aangifteperiode geldende wisselkoers. De omwisseling vindt plaats volgens de wisselkoersen
die de Europese Centrale Bank voor die dag heeft bekendgemaakt of, als er die dag geen
bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking. De technische
OE 143/2008 Art. 1, punt 11 (aangepast)
Artikel 31
Artikel 22 van deze verordening is eveneens van toepassing op informatie die door de lidstaat van
identificatie is verzameld uit hoofde van de artikelen 360, 361, 364 en 365 van Richtlijn
2006/112/EG.
OE 143/2008 Art. 2, punt 11 (aangepast)
Artikel 31
Artikel 22 van deze verordening is eveneens van toepassing op informatie die door de lidstaat van
identificatie is verzameld uit hoofde van de artikelen 360, 361, 364, 365, 369 quater, 369 septies en
369 octies van Richtlijn 2006/112/EG.
OE 1798/2003
Artikel 4332
De lidstaat van identificatie zorgt ervoor dat het bedrag dat door de niet in de Gemeenschap
gevestigde belastingplichtige is betaald, gestort wordt op de bankrekening in euro die is
aangewezen door de lidstaat van verbruik waaraan de betaling verschuldigd is. De lidstaten die
hebben voorgeschreven dat de aangifte dient te luiden in een andere valuta dan de euro, zetten de
bedragen om in euro tegen de op de laatste dag van de aangifteperiode geldende wisselkoers. De
omwisseling vindt plaats volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag
heeft bekendgemaakt of, als er die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de
eerstvolgende dag van bekendmaking. De storting vindt plaats uiterlijk tien dagen na het eind van
de maand waarin de betaling is ontvangen.
Indien de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige niet de totale verschuldigde
belasting voldoet, zorgt de lidstaat van identificatie ervoor dat de betaling naar de lidstaten van
verbruik wordt overgemaakt in evenredigheid met de in elke lidstaat verschuldigde belasting. De
lidstaat van identificatie stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van verbruik daarvan langs
elektronische weg in kennis.
OE 143/2008 Art. 1, punt 12 (aangepast)
Artikel 34
De artikelen 28 tot en met 33 van deze verordening gelden voor de duur van de periode bepaald in
artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG.
OE 143/2008 Art. 2, punt 8 (aangepast)
AFDELING 2
BEPALINGEN GELDIG VANAF 1 JANUARI 2015
Artikel 4528
De volgende bepalingen zijn van toepassing op de bijzondere regelingen van Ttitel XII,
hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG.
-
2.De lidstaat van identificatie zendt de meegedeelde inlichtingen langs elektronische weg toe aan
de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, binnen tien dagen te rekenen vanaf het einde van
de maand waarin de mededeling van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is
ontvangen. Overeenkomstige details voor de identificatie van de belastingplichtige die van de
bijzondere regeling van artikel 369 ter van Richtlijn 2006/112/EG gebruik maakt, worden aan de
bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten toegezonden binnen tien dagen te rekenen vanaf het
einde van de maand waarin de belastingplichtige opgave heeft gedaan van het begin van zijn onder
artikel 369 ter van deze richtlijn vallende belastbare activiteiten. Op dezelfde wze worden de
bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis gesteld van het toegekende
identificatienummer.
De technische details, inclusief een gemeenschappelk elektronisch bericht waarin deze informatie
wordt verzonden, worden vastgesteld volgens de in artikel 60 44, lid 2, van deze verordening
bedoelde procedure.
-
3.Indien een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige of een niet in de lidstaat van
verbruik gevestigde belastingplichtige van de bijzondere regeling wordt uitgesloten, stelt de lidstaat
van identificatie de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan onverwld langs
elektronische weg in kennis.
De lidstaat van identificatie zendt deze gegevens uiterlijk tien dagen na het einde van de maand
waarin de aangifte is ontvangen langs elektronische weg toe aan de bevoegde autoriteit van de
betrokken lidstaten van verbruik. De gegevens bedoeld in de tweede alinea van artikel 369 octies
van Richtlijn 2006/112/EG worden ook toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de betrokken
lidstaat van vestiging. De lidstaten die hebben voorgeschreven dat de belastingaangifte dient te
luiden in een andere valuta dan de euro, zetten de bedragen om in euro tegen de op de laatste dag
van de referentieperiode geldende wisselkoers. De omwisseling vindt plaats volgens de
wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die
dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking. De
technische details over de wijze waarop deze informatie wordt verzonden, worden volgens de in
artikel 44 60, lid 2, van deze verordening bedoelde procedure vastgesteld.
OE 1798/2003
De lidstaat van identificatie zendt de lidstaat van verbruik langs elektronische weg de informatie toe
die nodig is om te bepalen met welke driemaandelkse aangifte een betaling overeenstemt.
Artikel 48
De lidstaat van identificatie zorgt ervoor dat het bedrag dat door de niet in de Gemeenschap
gevestigde belastingplichtige is betaald, gestort wordt op de bankrekening in euro die is
aangewezen door de lidstaat van verbruik waaraan de betaling verschuldigd is. De lidstaten die
Indien de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige niet de totale verschuldigde
belasting voldoet, zorgt de lidstaat van identificatie ervoor dat de betaling naar de lidstaten van
verbruik wordt overgemaakt in evenredigheid met de in elke lidstaat verschuldigde belasting. De
lidstaat van identificatie stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van verbruik daarvan langs
elektronische weg in kennis.
OE 143/2008 Art. 2, punt 12
Wat betreft de betalingen die, overeenkomstig de bijzondere regeling van Ttitel XII, hoofdstuk 6,
afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG naar de lidstaat van verbruik moeten worden overgemaakt,
mag de lidstaat van identificatie van de in de eerste en tweede alinea bedoelde bedragen de
volgende percentages inhouden:
-
a)van 1 januari 2015 tot 31 december 2016: 30 %;
-
b)van 1 januari 2017 tot 31 december 2018: 15 %;
-
c)van 1 januari 2019: 0 %.
OE 1798/2003
OE 143/2008 Art. 1, punt 13 (aangepast)
HOOFDSTUK XIIVI BIS
BEPALINGEN INZAKE DE UITWISSELING EN BEWARING VAN
GEGEVENS IN HET KADER VAN DE PROCEDURE VAN RICHTLIJN
2008/9/EG. VOOR DE TERUGGAAF VAN DE BTW AAN
BELASTINGPLICHTIGEN DIE NIET IN DE LIDSTAAT VAN TERUGGAAF
MAAR IN EEN ANDERE LIDSTAAT GEVESTIGD ZIJN
Artikel 5034 bis
-
1.De bevoegde autoriteit van de lidstaat van vestiging die een verzoek om teruggaaf van de
belasting over de toegevoegde waarde krachtens artikel 5 van Richtlijn 2008/9/EG van 12 februari
2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde
teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de
lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn ontvangt, terwijl artikel 18 van die
richtlijn niet van toepassing is, stuurt het verzoek binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van
het verzoek langs elektronische weg door aan de bevoegde autoriteiten van iedere betrokken lidstaat
van teruggaaf, waardoor zij tevens bevestigt dat de aanvrager in de zin van artikel 2, punt 5, van
-
2.De bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat van teruggaaf stellen de bevoegde autoriteiten van de
andere lidstaten langs elektronische weg in kennis van alle gegevens die zij verlangen krachtens
artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2008/9/EG. De technische details, inclusief een gemeenschappelijk
elektronisch bericht waarin deze gegevens worden verzonden, worden vastgesteld volgens de in
artikel 6044, lid 2, van deze verordening bedoelde procedure.
-
3.De bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat van teruggaaf delen de bevoegde autoriteiten van de
andere lidstaten eveneens langs elektronische weg mee of zij gebruik wensen te maken van de in
artikel 11 van Richtlijn 2008/9/EG bedoelde mogelijkheid, te verlangen dat de aanvrager zijn
beroepsactiviteit omschrijft aan de hand van de geharmoniseerde codes.
De in de eerste alinea bedoelde geharmoniseerde codes worden volgens de in artikel 6044, lid 2,
van deze verordening bedoelde procedure vastgesteld op basis van de NACE-nomenclatuur van
Verordening (EEG) nr. 3037/901 1893/20062 van de Raad.
OE 1798/2003
nieuw
HOOFDSTUK XIIIVII
-
2.De lidstaten verstrekken de Commissie alle beschikbare inlichtingen in verband met het gebruik
dat zij van deze verordening maken.
nieuw
-
3.De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle bilaterale of multilaterale overeenkomsten
inzake inlichtingenuitwisseling die zij met elkaar sluiten en die verder gaan dan de bepalingen in
deze verordening.
OE 1798/2003
-
43.Een lijst met de statistische gegevens die nodig zijn voor de evaluatie van deze verordening
wordt vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure. De lidstaten doen de
Commissie mededeling van die gegevens, voor zover zij beschikbaar zijn en de mededeling ervan
naar verwachting geen onredelijke administratieve lasten met zich brengt.
-
54.Teneinde de doeltreffendheid van deze regeling voor administratieve samenwerking met het oog
op de bestrijding van belastingontduiking en belastingontwijking te beoordelen, kunnen de lidstaten
de Commissie alle andere in artikel 1 bedoelde inlichtingen verstrekken.
-
65.De Commissie doet de in de leden 2, 3 en 4 tot en met 5 bedoelde inlichtingen toekomen aan de
-
8.De lidstaten en de Commissie kunnen de resultaten van de uit hoofde van deze verordening
verrichte strategische analyses uitwisselen.
-
9.Teneinde de doelstellingen van deze verordening te realiseren, kan de Commissie de lidstaten
expertise, technische of logistieke bijstand, communicatieve ondersteuning of enige andere vorm
van operationele steun verlenen.
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
HOOFDSTUK XIVVIII
BETREKKINGEN MET DERDE LANDEN
Artikel 5236
-
1.Wanneer door een derde land aan de bevoegde autoriteit van een lidstaat inlichtingen zn
meegedeeld, kan laatstgenoemde deze doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die
in deze inlichtingen geïnteresseerd zouden kunnen zn en in elk geval aan de autoriteiten die erom
verzoeken, voor zover de bstandsregelingen met het derde land in kwestie dat toelaten dat niet
-
2.Mits het betrokken derde land zich ertoe verplicht heeft de bijstand te verlenen die nodig is om
bewijsmateriaal bijeen te brengen omtrent de onregelmatigheid van verrichtingen die strijdig lijken
met de BTWbtw-wetgeving, kunnen de krachtens deze verordening verkregen inlichtingen aan dat
derde land worden meegedeeld, met toestemming van de bevoegde autoriteiten die deze hebben
verstrekt en met inachtneming van hun nationale wetgeving betreffende de overdracht van
persoonsgegevens aan derde landen.
HOOFDSTUK XVIX
VOORWAARDEN VOOR DE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN
Artikel 5337
-
1.De verstrekking van inlichtingen uit hoofde van deze verordening geschiedt voor zover mogelk
langs elektronische weg overeenkomstig de praktische regelingen die worden vastgesteld volgens
de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure.
nieuw
-
2.Het service level van de elektronische inlichtingenuitwisseling wordt overeenkomstig de in
artikel 60, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
OE 1798/2003 (aangepast)
Artikel 5438
De verzoeken om bstand, waaronder de verzoeken tot kennisgeving, en de bgevoegde stukken
mogen gesteld zn in een door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal.
Deze verzoeken gaan slechts in bzondere gevallen, op grond van een met redenen omkleed
verzoek van de aangezochte autoriteit, vergezeld van een vertaling in de officiële taal of in één van
de officiële talen van de lidstaat waar die autoriteit is gevestigd.
Artikel 5539
OE 143/2008 Art. 1, punt 14
Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG zorgen dDe
Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat bestaande of nieuwe communicatie- en informatie-
uitwisselingssystemen die nodig zijn voor de uitwisseling van inlichtingen als omschreven in de
artikelen 2941 en 3042 van deze verordening operationeel zijn. De Commissie is verantwoordelijk
voor elke ontwikkeling van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke
interface (CCN/CSI) die nodig is om de uitwisseling van die inlichtingen tussen de lidstaten
mogelijk te maken. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor elke ontwikkeling van hun systemen die
OE 143/2008 Art. 2, punt 14 (aangepast)
De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat bestaande of nieuwe communicatie- en informatie-
uitwisselingssystemen die nodig zijn voor de uitwisseling van inlichtingen als omschreven in de
artikelen 29 en 30 operationeel zijn. De Commissie is verantwoordelijk voor elke ontwikkeling van
het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke interface (CCN/CSI) die
nodig is om de uitwisseling van die inlichtingen tussen de lidstaten mogelijk te maken. De lidstaten
zijn verantwoordelijk voor elke ontwikkeling van hun systemen die nodig is om de uitwisseling van
de inlichtingen via het CCN/CSI mogelijk te maken.
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
De lidstaten zien af van iedere eis tot terugbetaling van uit de toepassing van deze verordening
voortvloeiende kosten, behalve, in voorkomend geval, wat de aan deskundigen uitbetaalde
vergoedingen betreft.
Artikel 5640
-
1.De aangezochte autoriteit van een lidstaat verstrekt de in artikel 1 bedoelde inlichtingen aan de
verzoekende autoriteit van een andere lidstaat op voorwaarde dat:
-
b)de verzoekende autoriteit voor het verkrgen van de inlichtingen eerst een beroep heeft
gedaan op alle gebruikelke bronnen die z in de gegeven omstandigheden had kunnen
benutten zonder het verkrgen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
-
2.Deze verordening legt niet de verplichting op onderzoek in te stellen naar of inlichtingen te
verstrekken over een specifiek geval wanneer de wetgeving of de administratieve praktk van
de lidstaat die de inlichtingen moet verstrekken, de lidstaat niet toestaat dergelk onderzoek in te
stellen of zodanige inlichtingen in te winnen of te gebruiken voor de eigen doeleinden van deze
lidstaat.
-
3.De bevoegde autoriteit van een aangezochte lidstaat kan weigeren inlichtingen te
verstrekken indien de betrokken verzoekende lidstaat op wettelke gronden niet in staat is
gelksoortige inlichtingen te verstrekken. De met redenen omklede afwijzing wordt door de
aangezochte lidstaat aan de Commissie meegedeeld.
-
4.Het verstrekken van inlichtingen kan worden geweigerd indien dit zou leiden tot onthulling van
een commercieel, industrieel of beroepsgeheim of van een handelswerkwijze of van gegevens
waarvan de onthulling met de openbare orde in strijd zou zijn.
nieuw
-
5.In geen geval worden de leden 2, 3 en 4 zodanig uitgelegd dat zij een aangezochte autoriteit van
een lidstaat toestaan te weigeren inlichtingen te verstrekken over een belastingplichtige die voor de
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
-
56.De aangezochte autoriteit stelt de verzoekende autoriteit in kennis van de redenen voor de
afwijzing van een verzoek om bijstand.
-
67.Een minimumbedrag op grond waarvan een verzoek om bstand kan worden voorgelegd, kan
worden vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure.
Artikel 5741
-
1.De in enigerlei vorm uit hoofde van deze verordening verstrekte of verzamelde inlichtingen
, daaronder begrepen alle inlichtingen waartoe een ambtenaar toegang had in de in de
hoofdstukken VII, VIII en X bedoelde situaties alsook in de in lid 2 van dit artikel bedoelde
gevallen, vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin voor
soortgelijke inlichtingen wordt voorzien bij de nationale wetgeving van de ontvangende lidstaat en
bij de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instanties gelden. Er mag slechts
gebruik van worden gemaakt zoals in deze verordening is voorzien .
Dergelijke inlichtingen mogen worden gebruikt voor de vaststelling van de grondslag, de inning of
de administratieve controle van de belastingen.
Deze inlichtingen kunnen bovendien worden gebruikt om andere heffingen, rechten en belastingen
Deze inlichtingen kunnen tevens worden gebruikt in tot de eventuele toepassing van sancties
leidende gerechtelijke procedures die worden ingesteld in verband met inbreuken op de
belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de wettelijke bepalingen betreffende de
rechten van verdachten en getuigen in deze procedures.
-
2.Personen die daartoe zijn gemachtigd door de instantie voor veiligheidsaccreditatie (IVA) van de
Europese Commissie mogen alleen toegang hebben tot deze inlichtingen voor zover dat nodig is
voor het onderhoud en de uitbouw van het CCN/CSI-netwerk.
-
3.In afwijking van lid 1 staat de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt,
toe, dat deze inlichtingen in de lidstaat van de verzoekende autoriteit ook voor andere doeleinden
worden gebruikt, indien de wetgeving van de lidstaat van de aangezochte autoriteit het gebruik van
de inlichtingen voor soortgelijke doeleinden toestaat.
-
4.Wanneer de verzoekende autoriteit van mening is dat inlichtingen die zij van de aangezochte
autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat,
kan zij de inlichtingen aan deze autoriteit doorgeven. Zij stelt de aangezochte autoriteit daarvan
vooraf in kennis. De aangezochte autoriteit kan het doorgeven van de inlichtingen aan een derde
lidstaat verbinden aan de voorwaarde dat zij daarmee vooraf moet instemmen.
-
5.Op de in deze verordening bedoelde bewaring of uitwisseling van inlichtingen zijn de
bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing. Voor de juiste toepassing van
deze verordening beperken de lidstaten evenwel de reikwijdte van de verplichtingen en rechten
Artikel 5842
De verslagen, verklaringen en overige bescheiden of de voor eensluidend gewaarmerkte afschriften
of uittreksels daarvan, die door de ambtenaren van de aangezochte autoriteit zijn verkregen en aan
de verzoekende autoriteit zijn doorgegeven in het kader van de bijstandsregeling van deze
verordening, kunnen door de bevoegde instanties van de lidstaat van de verzoekende autoriteit als
bewijs worden gebruikt op dezelfde voet als soortgelijke bescheiden die door een andere instantie
van het eigen land worden doorgegeven.
Artikel 5943
-
1.Voor de toepassing van deze verordening nemen de lidstaten alle nodige maatregelen teneinde:
-
a)een effectieve interne coördinatie tussen de in artikel 3 bedoelde bevoegde autoriteiten te
verzekeren;
-
b)te zorgen voor rechtstreekse samenwerking tussen de instanties die tot die coördinatie zn
gemachtigd;
-
c)de goede werking van de b deze verordening ingestelde regeling voor de uitwisseling van
inlichtingen te verzekeren.
HOOFDSTUK XVIX
ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 6044
-
1.De Commissie wordt bgestaan door het Permanent Comité inzake administratieve
samenwerking (hierna "het comité" genoemd).
-
2.In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit
1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
-
3.Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 6145
-
1.Binnen de drie jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening,
en vervolgens om de vijf jaar, dient de Commissie b het Europees Parlement en de Raad een
verslag in over de uitvoering van deze verordening.
Artikel 6246
-
1.De bepalingen van deze verordening laten verdergaande verplichtingen inzake wederzijdse
bijstand welkedie voortvloeien uit andere rechtsbesluiten, met inbegrip van eventuele bilaterale of
multilaterale overeenkomsten, onverlet.
-
2.Wanneer de lidstaten , met name met toepassing van artikel 11, bilaterale regelingen treffen
voor onder deze verordening vallende aangelegenheden, behalve voor het afwikkelen van een op
zichzelf staand geval, stellen z de Commissie daarvan zo spoedig mogelk in kennis. De
Commissie stelt op haar beurt de andere lidstaten daarvan in kennis.
OE 1798/2003 (aangepast)
Artikel 6347
Verordening (EEG) nr. 218/92 nr. 1798/2003 wordt ingetrokken.
OE 1798/2003 (aangepast)
nieuw
Verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 218/92 de ingetrokken verordening worden
beschouwd als verwijzingen naar de onderhavige verordening.
De artikelen 40 tot en met 44 zijn van toepassing tot en met 31 december 2014. De
artikelen 45 tot en met 49 zijn van toepassing vanaf 1 januari 2015.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
nieuw
Raad
BIJLAGE I
Lijst van goederenleveringen en dienstverrichtingen waarop artikel 7, lid 3, van toepassing is:
-
1)afstandsverkopen (artikelen 33 en 34 van Richtlijn 2006/112/EG);
-
2)leveringen met montage of installatie (artikel 36 van Richtlijn 2006/112/EG);
-
3)diensten die betrekking hebben op een onroerend goed (artikel 45 van Richtlijn -
2006/112/EG);
-
4)diensten in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, onderwijs-,
amusements- of soortgelijke activiteiten, en met die activiteiten samenhangende diensten
(artikel 52 van Richtlijn 2006/112/EG);
-
5)met vervoer samenhangende activiteiten (artikel 52 van Richtlijn 2006/112/EG);
-
6)expertises of werkzaamheden met betrekking tot roerende lichamelijke zaken (artikel 52
-
van Richtlijn 2006/112/EG);
-
7)telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische
weg verrichte diensten na 1 januari 2015.
Ø
BIJLAGE II
Ingetrokken verordening met haar opeenvolgende wijzigingen
Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad PB L 264 van 15.10.2003, blz. 1.
Verordening (EG) nr. 885/2004 van de Raad PB L 168 van 1.5.2004, blz. 1.
Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1.
Verordening (EG) nr. 143/2008 van de Raad PB L 44 van 20.2.2008, blz. 1.
Verordening (EG) nr. 37/2009 van de Raad PB L 14 van 20.1.2009, blz. 1.
BIJLAGE III
CONCORDANTIETABEL
Verordening (EG) nr. 1798/2003 Huidige verordening
Artikel 1, lid 1, eerste en tweede alinea Artikel 1, lid 1, eerste en tweede alinea
Artikel 1, lid 1, derde alinea -
Artikel 1, lid 1, vierde alinea Artikel 1, lid 4
Artikel 1, lid 2 Artikel 1, lid 3
Artikel 2, lid 1, punt 1 Artikel 3
Artikel 2, lid 1, punt 2 Artikel 2, lid 1, punt 1
Artikel 2, lid 1, punt 3 Artikel 2, lid 1, punt 2
Artikel 2, lid 1, punt 4 Artikel 2, lid 1, punt 3
Artikel 2, lid 1, punt 5 Artikel 2, lid 1, punt 4
Artikel 2, lid 1, punt 6 Artikel 2, lid 1, punt 5
Artikel 2, lid 1, punt 7 Artikel 2, lid 1, punt 6
Artikel 2, lid 1, punt 8 Artikel 2, lid 1, punt 7
Artikel 2, lid 1, punt 9 Artikel 2, lid 1, punt 8
Artikel 2, lid 1, punt 15 -
Artikel 2, lid 1, punt 16 Artikel 2, lid 1, punt 13
Artikel 2, lid 1, punt 17 -
Artikel 2, lid 1, punt 18 Artikel 2, lid 1, punt 15
Artikel 2, lid 1, punt 19 Artikel 2, lid 1, punt 16
Artikel 3, lid 1 Artikel 3
Artikel 3, lid 2 Artikel 4, lid 1
Artikel 3, lid 3 Artikel 4, lid 2
Artikel 3, lid 4 Artikel 4, lid 3
Artikel 3, lid 5 Artikel 4, lid 4
Artikel 3, lid 6 Artikel 5
Artikel 3, lid 7 Artikel 6
Artikel 5, lid 1 Artikel 7, lid 1
Artikel 5, lid 2 Artikel 7, lid 2
Artikel 5, lid 3 Artikel 7, lid 3, eerste alinea
Artikel 5, lid 4 Artikel 7, lid 4
Artikel 9 Artikel 11
Artikel 10 Artikel 13
Artikel 11 Artikel 29
Artikel 12 Artikel 30
Artikel 13, lid 1 Artikel 31, lid 1
Artikel 13, lid 2 Artikel 31, lid 2
Artikel 13, lid 3 Artikel 31, lid 3
Artikel 14 Artikel 26
Artikel 15 Artikel 27
Artikel 16 Artikel 28
Artikel 17 Artikel 14
Artikel 18 Artikel 16
Artikel 19 -
Artikel 20 -
Artikel 21 -
Artikel 22, lid 1, eerste alinea Artikel 18, lid 1, onder a)
Artikel 22, lid 1, tweede alinea Artikel 19
Artikel 23, eerste alinea Artikel 22, eerste alinea, punten 1 en 2
Artikel 23, tweede alinea Artikel 22, tweede alinea
Artikel 24, eerste alinea, punt 1 Artikel 22, eerste alinea, punt 3
Artikel 24, eerste alinea, punt 1 Artikel 22, eerste alinea, punt 4
Artikel 24, tweede alinea Artikel 22, tweede alinea
Artikel 25, lid 1 Artikel 21, lid 2
Artikel 25, lid 2 Artikel 21, lid 3
Artikel 25, lid 3 -
Artikel 26 Artikel 25
Artikel 27, lid 1 Artikel 18, lid 1, onder b)
Artikel 27, lid 2 Artikel 18, lid 1, onder b), en artikel 22, eerste alinea
Artikel 27, lid 3 Artikel 18, lid 1, onder b), en artikel 22, eerste alinea
Artikel 27, lid 4 Artikel 32, lid 1, eerste alinea
Artikel 28 Tot 31 december 2014 - artikel 40
Vanaf 1 januari 2015 - artikel 45
Artikel 29 Tot 31 december 2014 - artikel 41
Artikel 30 Tot 31 december 2014 - artikel 42
Vanaf 1 januari 2015 - artikel 47
Artikel 31 Artikel 18, lid 1, onder e), en lid 2
Artikel 32 Tot 31 december 2014 - artikel 43
Vanaf 1 januari 2015 - artikel 48
Artikel 33 Tot 31 december 2014 - artikel 44
Vanaf 1 januari 2015 - artikel 49
Artikel 34 -
Artikel 34 bis Artikel 50
Artikel 35, lid 1 Artikel 51, lid 1
Artikel 35, lid 2 Artikel 51, lid 2
Artikel 35, lid 3 Artikel 51, lid 4
Artikel 35, lid 4 Artikel 51, lid 5
Artikel 35, lid 5 Artikel 51, lid 6
Artikel 36 Artikel 52
Artikel 37 Artikel 53, lid 1
Artikel 40, lid 1 Artikel 56, lid 1
Artikel 40, lid 2 Artikel 56, lid 2
Artikel 40, lid 3 Artikel 56, lid 3
Artikel 40, lid 4 Artikel 56, lid 4
Artikel 40, lid 5 Artikel 56, lid 6
Artikel 40, lid 6 Artikel 56, lid 7
Artikel 41 Artikel 57
Artikel 42 Artikel 58
Artikel 43 Artikel 59
Artikel 44 Artikel 60
Artikel 45 Artikel 61
Artikel 46 Artikel 62
Artikel 47 Artikel 63
Artikel 48 Artikel 64
-
-Bijlage I
-
-Bijlage II
-
-Bijlage III
| publication date | 02-03-2010 |
|---|---|
| reference | 6967/10 |
